A2

Onbepaalde voornaamwoorden in het Italiaans

Pronomi Indefiniti

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Italiaanse onbepaalde voornaamwoorden verwijzen naar een niet nader genoemde persoon of zaak: qualcuno (iemand), qualcosa (iets), nessuno (niemand) en niente of nulla (niets). Let vooral op de ontkenning: staat nessuno, niente of nulla na het werkwoord, dan is ook non nodig: Non vedo nessuno (ik zie niemand). Staat het negatieve woord vóór het werkwoord, dan vervalt non: Nessuno risponde (niemand antwoordt).

Overzicht

Een voornaamwoord is een woord dat een zelfstandig naamwoord vervangt: het verwijst naar een persoon, dier, ding of idee zonder dat opnieuw te noemen. Een onbepaald voornaamwoord zegt niet precies om wie, wat of hoeveel het gaat. In Qualcuno ha telefonato weten we bijvoorbeeld dat er een persoon heeft gebeld, maar niet wie.

Op A2-niveau heb je deze woorden voortdurend nodig. Je vraagt of iemand thuis is, biedt iets aan, zegt dat niemand is gekomen of dat je alles hebt begrepen. De belangrijkste vormen zijn qualcuno, qualcosa, nessuno, niente/nulla, ognuno, tutto en altro. Sommige verwijzen alleen naar personen, andere alleen naar zaken. Een aantal verandert bovendien van vorm volgens geslacht of getal.

Voor Nederlandstaligen lijkt een zin als Non ho visto nessuno soms onlogisch: letterlijk staan er twee negatieve elementen, non en nessuno. In het Italiaans heffen die elkaar niet op. Samen vormen ze juist één normale ontkenning: “Ik heb niemand gezien.” Dit verschil met het Nederlands is de belangrijkste gewoonte om vanaf het begin goed aan te leren.

Hoe het werkt

De kernvormen

Italiaans Betekenis Verwijst naar Belangrijk kenmerk
qualcuno / qualcuna iemand persoon meestal enkelvoud
qualcosa iets zaak, gebeurtenis of idee onveranderlijk
nessuno / nessuna niemand persoon negatief; meestal enkelvoud
niente / nulla niets zaak, gebeurtenis of idee negatief en onveranderlijk
ognuno / ognuna ieder, iedereen afzonderlijk persoon krijgt een werkwoord in het enkelvoud
tutto / tutta / tutti / tutte alles, allen, iedereen zaak of personen past zich aan geslacht en getal aan
altro / altra / altri / altre een ander, anderen; iets anders persoon of zaak vorm en lidwoord hangen van de betekenis af

Een voornaamwoord staat zelfstandig: Qualcuno aspetta (iemand wacht). Staat hetzelfde soort woord vóór een zelfstandig naamwoord, dan werkt het als een bijvoeglijk woord: qualche persona (een of andere persoon), nessun problema (geen probleem). Dit artikel gaat vooral over zelfstandig gebruikte vormen, maar het onderscheid helpt om veelgemaakte fouten te begrijpen.

Qualcuno en qualcosa: iemand en iets

Gebruik qualcuno voor een niet nader genoemde persoon en qualcosa voor een niet nader genoemde zaak:

  • C'è qualcuno? — Is er iemand?
  • Qualcuno mi ha chiamato. — Iemand heeft mij gebeld.
  • Vuoi qualcosa da bere? — Wil je iets drinken?
  • È successo qualcosa. — Er is iets gebeurd.

Qualcuno is grammaticaal enkelvoud: Qualcuno ha lasciato il telefono, niet hanno lasciato. De vrouwelijke vorm qualcuna is mogelijk wanneer duidelijk naar een vrouw of een groep vrouwen wordt verwezen: Conosci qualcuna delle mie colleghe? In een algemene vraag is qualcuno de gebruikelijke ongemarkeerde vorm.

Qualcosa verandert nooit. Na qualcosa staat vaak di + bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap uitdrukt):

  • qualcosa di buono — iets goeds
  • qualcosa di interessante — iets interessants
  • qualcosa di strano — iets vreemds

Het Italiaans gebruikt hier dus niet simpelweg de Nederlandse uitgang -s. Leer de hele bouwsteen qualcosa di + bijvoeglijk naamwoord.

Nessuno, niente en nulla: niemand en niets

Nessuno verwijst zelfstandig meestal naar een persoon; niente en nulla verwijzen naar zaken. Niente is in alledaagse taal zeer gewoon. Nulla betekent doorgaans hetzelfde, maar kan wat formeler of nadrukkelijker klinken.

De plaats in de zin bepaalt of non nodig is:

Plaats van het negatieve woord Patroon Voorbeeld
vóór het werkwoord negatief woord + werkwoord Nessuno parla. — Niemand praat.
na het werkwoord non + werkwoord + negatief woord Non parla nessuno. — Niemand praat.
vóór het werkwoord niente/nulla + werkwoord Nulla è cambiato. — Niets is veranderd.
na het werkwoord non + werkwoord + niente/nulla Non è cambiato niente. — Er is niets veranderd.

Nessuno kent ook de vrouwelijke vorm nessuna: Nessuna di loro abita qui (geen van hen woont hier). Als voornaamwoord voor een gemengde of niet nader bepaalde groep wordt meestal nessuno gebruikt.

Verwar zelfstandig nessuno niet met de vormen vóór een zelfstandig naamwoord. Daar volgt het woord grofweg het patroon van het onbepaalde lidwoord: nessun uomo, nessuno studente, nessuna persona. In Non ho nessun dubbio betekent het dus “geen enkele twijfel”; het vervangt dubbio niet.

Ognuno: ieder afzonderlijk

Ognuno betekent “ieder” of “iedereen”, met nadruk op de afzonderlijke leden van een groep. Daarom staat het werkwoord in het enkelvoud:

  • Ognuno ha la sua opinione. — Ieder heeft zijn eigen mening.
  • Ognuno deve pagare la propria parte. — Iedereen moet zijn eigen deel betalen.

De vrouwelijke vorm ognuna wordt gebruikt wanneer uitsluitend vrouwen bedoeld zijn: Ognuna delle partecipanti riceve un certificato. Na ognuno en ognuna kan di aangeven uit welke groep je kiest: ognuno di noi (ieder van ons), ognuna di voi (ieder van jullie).

Het Nederlandse “iedereen” kan de groep als geheel voorstellen. Italiaans ognuno legt eerder de nadruk op elk individu. Voor een hele groep gebruikt het Italiaans vaak tutti: Tutti sono pronti (iedereen is klaar).

Tutto en tutti: alles tegenover iedereen

Tutto zonder zelfstandig naamwoord betekent vaak “alles” en is dan mannelijk enkelvoud:

  • Ho capito tutto. — Ik heb alles begrepen.
  • Tutto è pronto. — Alles is klaar.

Voor personen gebruik je meestal het meervoud tutti of tutte:

  • Sono arrivati tutti. — Iedereen is aangekomen / Ze zijn allemaal aangekomen.
  • Le mie sorelle? Stanno tutte bene. — Mijn zussen? Ze maken het allemaal goed.

De vorm past zich dus aan de groep aan. Tutti is mannelijk meervoud of gemengd meervoud; tutte verwijst naar uitsluitend vrouwelijke personen of vrouwelijke meervoudszaken. Tutto kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, meestal samen met een bepaald lidwoord: tutto il giorno (de hele dag), tutte le domande (alle vragen). Dan is het geen zelfstandig voornaamwoord, maar de vormen blijven dezelfde.

Let op het verschil tussen ognuno en tutti. Bij ognuno staat het werkwoord enkelvoud, bij tutti meervoud:

  • Ognuno sceglie un piatto. — Ieder kiest een gerecht.
  • Tutti scelgono un piatto. — Iedereen kiest een gerecht.

Altro: een ander of iets anders

Altro kan zelfstandig naar een persoon of zaak verwijzen. Het lidwoord en de vorm zijn belangrijk:

  • un altro / un'altra — een ander / een andere
  • gli altri / le altre — de anderen
  • l'altro / l'altra — de andere, de ander van twee
  • altro zonder lidwoord — nog iets, iets anders: Vuoi altro?

In combinaties is qualcun altro “iemand anders” en qualcos'altro “iets anders”. Schrijf qualcun altro zonder apostrof: qualcun is hier een afgekorte vorm, geen weglating vóór een klinker. Bij een vrouwelijke persoon schrijf je wel qualcun'altra: C'è qualcun'altra?

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
C'è qualcuno? Is er iemand? Algemene vraag naar een persoon.
Qualcuno ha dimenticato le chiavi. Iemand heeft de sleutels vergeten. Qualcuno krijgt een werkwoord in het enkelvoud.
Conosci qualcuna delle nuove colleghe? Ken je een van de nieuwe collega's? Qualcuna verwijst naar een vrouw uit een vrouwelijke groep.
Vuoi qualcosa da bere? Wil je iets drinken? Vaste, natuurlijke manier om iets aan te bieden.
Cerco qualcosa di semplice. Ik zoek iets eenvoudigs. Na qualcosa staat hier di plus een bijvoeglijk naamwoord.
Non c'è nessuno in ufficio. Er is niemand op kantoor. Na het werkwoord zijn non en nessuno samen nodig.
Nessuno conosce la risposta. Niemand kent het antwoord. Vóór het werkwoord staat geen non.
Non ho capito niente. Ik heb niets begrepen. Normale Italiaanse ontkenning met niente na het werkwoord.
Nulla è impossibile. Niets is onmogelijk. Nulla vóór het werkwoord; geen non.
Ognuno porta qualcosa da mangiare. Iedereen neemt iets te eten mee. Ognuno bekijkt ieder groepslid afzonderlijk.
Ognuna di voi riceverà una copia. Ieder van jullie krijgt een exemplaar. Een uitsluitend vrouwelijke groep.
Ho controllato tutto. Ik heb alles gecontroleerd. Tutto verwijst naar alle zaken samen.
Alla fine sono venuti tutti. Uiteindelijk is iedereen gekomen. Tutti verwijst naar personen en vraagt meervoud.
Questo bicchiere è sporco; ne prendo un altro. Dit glas is vuil; ik neem een ander. Un altro vervangt un bicchiere.
Non voglio nient'altro, grazie. Ik wil niets anders, dank je. Nient'altro wordt als één combinatie geschreven.

Veelgemaakte fouten

Non vergeten bij een negatief woord na het werkwoord

  • Fout: Ho visto nessuno.
  • Goed: Non ho visto nessuno.
  • Waarom: Staat nessuno, niente of nulla na het werkwoord, dan begint de ontkenning normaal met non. De Nederlandse zin “Ik heb niemand gezien” bevat maar één zichtbaar ontkennend woord; neem dat patroon niet letterlijk over.

Onnodig non zetten na een negatief onderwerp

  • Fout: Nessuno non è arrivato. wanneer je “Niemand is aangekomen” bedoelt.
  • Goed: Nessuno è arrivato.
  • Waarom: Nessuno staat al vóór het werkwoord en maakt de zin negatief. De foute zin kan als een ingewikkelde dubbele ontkenning worden opgevat en drukt niet de eenvoudige bedoelde boodschap uit.

Qualcosa voor een persoon gebruiken

  • Fout: Qualcosa ti cerca al telefono.
  • Goed: Qualcuno ti cerca al telefono.
  • Waarom: Qualcuno verwijst naar een persoon; qualcosa naar een zaak, idee of gebeurtenis. Nederlands “iets” en “iemand” maakt hetzelfde onderscheid, maar onder tijdsdruk worden de vergelijkbare Italiaanse vormen gemakkelijk verwisseld.

Een meervoudig werkwoord na ognuno gebruiken

  • Fout: Ognuno hanno un biglietto.
  • Goed: Ognuno ha un biglietto.
  • Waarom: Ognuno betekent inhoudelijk meerdere mensen, maar is grammaticaal enkelvoud. Vergelijk Tutti hanno un biglietto, waar tutti wel meervoud is.

Tutto gebruiken waar personen bedoeld zijn

  • Fout: Tutto sono pronti.
  • Goed: Tutti sono pronti.
  • Waarom: Zelfstandig tutto betekent “alles”. Voor een groep personen gebruik je tutti of, bij uitsluitend vrouwen, tutte.

Het verkeerde patroon na qualcosa kiezen

  • Fout: Voglio qualcosa interessante.
  • Goed: Voglio qualcosa di interessante.
  • Waarom: Een eigenschap na qualcosa wordt gewoonlijk verbonden met di: qualcosa di nuovo, di caldo, di utile.

Gebruiksnotities

Niente en nulla zijn meestal uitwisselbaar wanneer ze “niets” betekenen, maar ze klinken niet altijd hetzelfde. Niente is zeer gewoon in gesprekken: Non so niente. Nulla komt eveneens voor, maar klinkt vaak iets formeler of nadrukkelijker: Nulla è stato deciso. Kies als beginner gerust niente in dagelijkse situaties en leer nulla vooral herkennen.

In korte antwoorden kan het werkwoord wegvallen. Op Che cosa hai comprato? kun je simpelweg Niente antwoorden. Ook Nessuno kan een volledig antwoord zijn op Chi è venuto? Zulke antwoorden hebben geen non, omdat er geen uitgedrukt werkwoord achter staat.

Enkele zeer frequente combinaties hebben een betekenis die je het best als geheel leert:

  • niente male — niet slecht
  • per niente — helemaal niet
  • di niente — graag gedaan; letterlijk “het stelt niets voor”
  • prima di tutto — allereerst
  • soprattutto — vooral
  • tra l'altro — trouwens, onder andere

Qualcuno in een vraag hoeft niet negatief te worden. Italiaans kan gewoon C'è qualcuno? zeggen, net zoals Nederlands “Is er iemand?” gebruikt. Gebruik dus niet automatisch nessuno omdat je nog niet weet of het antwoord ja of nee is.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later regelmatig tegenkomen.

Chiunque: wie dan ook of iedereen die

Chiunque verwijst naar een willekeurige persoon. Afhankelijk van de zin betekent het “wie dan ook” of “iedereen die”:

  • Chiunque può partecipare. — Iedereen kan deelnemen.
  • Puoi invitare chiunque. — Je mag uitnodigen wie je maar wilt.

Wanneer chiunque een bijzin inleidt over een niet nader bepaalde persoon, kan later de congiuntivo volgen, de aanvoegende wijs (een werkwoordsvorm waarmee onder meer onzekerheid, wens of een niet-vaststaande situatie wordt uitgedrukt): Chiunque sia stato, non ha lasciato tracce (wie het ook geweest is, die heeft geen sporen achtergelaten). Dit is geen A2-regel; herken voorlopig vooral het woord.

Negatieve woorden kunnen worden gecombineerd

Italiaans laat meerdere negatieve elementen in één zin toe zonder dat de betekenis positief wordt:

  • Non ho detto niente a nessuno. — Ik heb tegen niemand iets gezegd.
  • Non viene mai nessuno. — Er komt nooit iemand.

Elk woord voegt informatie toe: niente gaat over wat niet is gezegd, nessuno over aan wie. Voor een Nederlandstalige kan dit zwaar klinken, maar in het Italiaans is het een gewone en noodzakelijke structuur.

Overeenkomst met geslacht en getal

Wanneer het geslacht bekend en relevant is, worden vormen als qualcuna, nessuna en ognuna gebruikt. Ook andere woorden in de zin kunnen daarmee overeenkomen: Qualcuna è rimasta sorpresa (een van de vrouwen bleef verbaasd). Die overeenkomst zie je vooral bij bijvoeglijke naamwoorden en bij voltooide tijden met essere.

Bij tutti en tutte kan een al genoemde groep worden hervat: Le finestre sono tutte aperte (de ramen staan allemaal open). Het voornaamwoord staat dan niet noodzakelijk aan het begin van de zin. Zulke plaatsing is in het Italiaans veel gebruikelijker dan een letterlijke Nederlandse woordvolgorde soms doet vermoeden.

Alcuno in ontkennende en formele taal

Naast nessuno kun je vooral in formelere teksten alcuno tegenkomen. Na een ontkenning betekent senza alcun dubbio bijvoorbeeld “zonder enige twijfel” en Non c'è alcun problema “er is geen enkel probleem”. In gewone gesprekken is nessun problema meestal de nuttigste vorm. Alcuno heeft ook andere gebruikswijzen; neem het daarom niet zonder context als simpel synoniem van qualcuno over.

Oefentips

  1. Maak paren met verschillende woordvolgorde. Schrijf bijvoorbeeld Nessuno risponde naast Non risponde nessuno, en Niente è cambiato naast Non è cambiato niente. Zo wordt de plaats van non een automatisme.
  2. Sorteer op persoon en zaak. Maak twee kolommen. Zet qualcuno, nessuno, ognuno, tutti bij personen en qualcosa, niente, nulla, tutto bij zaken. Voeg daarna voor elk woord één zin uit je eigen dagelijks leven toe.
  3. Oefen vaste bouwstenen, niet alleen losse woorden. Herhaal hardop qualcosa di interessante, qualcun altro, non… nessuno en ognuno di noi. Daarmee voorkom je dat je tijdens het spreken Nederlandse patronen woord voor woord omzet.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Onderwerpsvoornaamwoorden — helpt je herkennen wie of wat het onderwerp van de zin is en waarom ognuno enkelvoud maar tutti meervoud krijgt.

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het ItaliaansA1

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronomi Indefiniti in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen