A2

Overeenkomst van het voltooid deelwoord in het Italiaans

Accordo del Participio Passato

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Bij samengestelde tijden met essere past het voltooid deelwoord zich aan het onderwerp aan: Marco è arrivato, Giulia è arrivata, le ragazze sono arrivate. Met avere blijft het meestal op -o, maar een voorafgaand direct voornaamwoord als lo, la, li of le veroorzaakt overeenkomst: Ho visto Anna tegenover L'ho vista.

Overzicht

Het voltooid deelwoord — de werkwoordsvorm zoals mangiato in ho mangiato — kan in het Italiaans van uitgang veranderen. Het geeft dan het grammaticale geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud) aan. De vier mogelijke uitgangen zijn meestal -o, -a, -i, -e: partito, partita, partiti, partite. Dit verschijnsel heet overeenkomst of congruentie.

Je komt deze regel al op A2-niveau tegen zodra je de passato prossimo gebruikt. De keuze van het hulpwerkwoord is daarbij het eerste aanknopingspunt. Bij essere kijkt het deelwoord naar het onderwerp (wie of wat de handeling uitvoert of de toestand ondergaat). Bij avere is er normaal geen aanpassing, behalve wanneer een direct voornaamwoord vóór de werkwoordsvorm staat. Zo blijft visto onveranderd in Ho visto Maria, maar wordt het vista in L'ho vista.

Voor Nederlandstaligen voelt dat niet vanzelfsprekend. In het Nederlands verandert het voltooid deelwoord in een werkwoordelijke constructie niet: ‘Maria is vertrokken’, ‘de jongens zijn vertrokken’ en ‘ik heb haar gezien’ bevatten steeds dezelfde vorm. In het Italiaans moet je dus bewust letten op het hulpwerkwoord én soms op een klein voornaamwoord vóór dat hulpwerkwoord.

Hoe het werkt

De vier uitgangen

Een deelwoord dat overeenkomst vertoont, volgt hetzelfde basispatroon als een bijvoeglijk naamwoord. De stam kan regelmatig of onregelmatig zijn; de uitgang geeft geslacht en getal aan.

Geslacht en getal Uitgang Met partire Met vedere
mannelijk enkelvoud -o partito visto
vrouwelijk enkelvoud -a partita vista
mannelijk meervoud -i partiti visti
vrouwelijk meervoud -e partite viste

Bij een gemengde groep wordt traditioneel het mannelijk meervoud gebruikt: Paolo e Marta sono arrivati. Bestaat de groep alleen uit vrouwelijke personen of vrouwelijke zelfstandige naamwoorden, dan gebruik je -e: Marta e Lucia sono arrivate.

1. Met essere: overeenkomst met het onderwerp

Bij werkwoorden die in een samengestelde tijd essere als hulpwerkwoord nemen, komt het deelwoord overeen met het onderwerp:

  • Luca è tornato. — Luca is teruggekomen.
  • Sara è tornata. — Sara is teruggekomen.
  • Luca e Paolo sono tornati. — Luca en Paolo zijn teruggekomen.
  • Sara e Giulia sono tornate. — Sara en Giulia zijn teruggekomen.

Dezelfde regel geldt voor wederkerende werkwoorden, die in de passato prossimo met essere worden gevormd: Mi sono svegliata als een vrouw spreekt, Ci siamo divertiti voor een mannelijke of gemengde groep en Ci siamo divertite voor een volledig vrouwelijke groep.

Het onderwerp hoeft niet vóór het werkwoord te staan. In Sono arrivate le pizze is le pizze nog steeds het onderwerp, dus staat het deelwoord in het vrouwelijk meervoud.

2. Met avere: normaal geen overeenkomst

Wanneer avere het hulpwerkwoord is, blijft het deelwoord in de gewone basisvorm op -o als het lijdend voorwerp erna staat. Het lijdend voorwerp is wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat.

  • Ho comprato una giacca. — Ik heb een jas gekocht.
  • Abbiamo invitato le nostre amiche. — We hebben onze vriendinnen uitgenodigd.
  • Hai letto questi libri? — Heb je deze boeken gelezen?

Woorden als giacca, amiche en libri veranderen de vorm van comprato, invitato en letto dus niet. Dit is de belangrijkste beginnersregel voor avere.

Ook het geslacht van de spreker of het onderwerp speelt hier geen rol. Een vrouw zegt net als een man Ho mangiato en Ho finito il lavoro. Het deelwoord hoort in deze constructie niet bij de persoon die spreekt.

3. Met avere en lo, la, li, le: wél overeenkomst

Een direct voornaamwoord vervangt een lijdend voorwerp. Staat zo'n voornaamwoord vóór avere, dan komt het deelwoord overeen met wat dat voornaamwoord vervangt:

  • la → vrouwelijk enkelvoud: L'ho vista.
  • lo → mannelijk enkelvoud: L'ho visto.
  • le → vrouwelijk meervoud: Le ho comprate.
  • li → mannelijk meervoud: Li ho comprati.

Voor lo en la zie je vóór ho, hai, ha, abbiamo, avete, hanno vaak alleen l'. De vorm van het deelwoord maakt dan duidelijk welk geslacht bedoeld wordt: L'ho invitato verwijst naar één man of een mannelijk woord; L'ho invitata naar één vrouw of een vrouwelijk woord.

Vergelijk de plaats van het lijdend voorwerp:

Italiaans Nederlands Waarom?
Ho visto Maria. Ik heb Maria gezien. Maria staat na het werkwoord: visto blijft op -o.
Maria? L'ho vista ieri. Maria? Ik heb haar gisteren gezien. la staat ervoor en verwijst naar Maria: -a.
Abbiamo invitato i vicini. We hebben de buren uitgenodigd. Het lijdend voorwerp volgt: geen overeenkomst.
Li abbiamo invitati. We hebben hen uitgenodigd. li staat ervoor: mannelijk meervoud op -i.

4. Met ne en een genoemde hoeveelheid

Ne kan betekenen ‘ervan’ of ‘er’. Wanneer ne een eerder genoemd telbaar zelfstandig naamwoord vervangt en er een hoeveelheid bij staat, komt het deelwoord doorgaans overeen met dat zelfstandig naamwoord:

  • Quanti libri hai letto? Ne ho letti tre. — Hoeveel boeken heb je gelezen? Ik heb er drie gelezen.
  • Quante bottiglie avete comprato? Ne abbiamo comprate due. — Hoeveel flessen hebben jullie gekocht? We hebben er twee gekocht.
  • Quanta torta hai mangiato? Ne ho mangiata metà. — Hoeveel taart heb je gegeten? Ik heb de helft ervan gegeten.

Het getal en geslacht komen van het woord waarnaar ne verwijst: libri is mannelijk meervoud, bottiglie vrouwelijk meervoud en torta vrouwelijk enkelvoud. Dit patroon is nuttig, maar iets minder elementair dan de regels met essere en lo, la, li, le.

Een snelle beslisroute

  1. Zoek het hulpwerkwoord in de samengestelde tijd.
  2. Is het essere? Laat het deelwoord overeenkomen met het onderwerp.
  3. Is het avere? Laat het deelwoord normaal op -o staan.
  4. Staat vóór avere een direct voornaamwoord (lo, la, li, le)? Laat het deelwoord daarmee overeenkomen.
  5. Staat er ne met een hoeveelheid? Kijk naar het zelfstandig naamwoord dat ne vervangt.

Voorbeelden in hun context

Italiaans Nederlands Opmerking
Elena è partita stamattina. Elena is vanochtend vertrokken. essere + vrouwelijk onderwerp
I bambini sono già tornati. De kinderen zijn al teruggekomen. mannelijk meervoud
Le chiavi sono cadute per terra. De sleutels zijn op de grond gevallen. vrouwelijk meervoud; onderwerp na het deelwoord kan ook: Sono cadute le chiavi.
Paolo e Chiara sono rimasti a casa. Paolo en Chiara zijn thuisgebleven. gemengde groep: mannelijk meervoud
Noi ragazze ci siamo alzate presto. Wij meisjes zijn vroeg opgestaan. wederkerend; volledig vrouwelijke groep
Ho incontrato Francesca alla stazione. Ik heb Francesca op het station ontmoet. met avere en een volgend lijdend voorwerp geen overeenkomst
Francesca? L'ho incontrata alla stazione. Francesca? Ik heb haar op het station ontmoet. voorafgaand la, zichtbaar als l': -a
Hai preso le medicine? Sì, le ho prese. Heb je de medicijnen ingenomen? Ja, ik heb ze ingenomen. le verwijst naar le medicine
Conosci quei ragazzi? Li ho conosciuti ieri. Ken je die jongens? Ik heb hen gisteren leren kennen. voorafgaand li: -i
La torta? L'ho mangiata dopo cena. De taart? Ik heb hem na het eten opgegeten. Italiaans torta is vrouwelijk; het Nederlandse verwijswoord helpt hier niet
Quanti messaggi hai scritto? Ne ho scritti cinque. Hoeveel berichten heb je geschreven? Ik heb er vijf geschreven. messaggi: mannelijk meervoud
Quante foto avete scattato? Ne abbiamo scattate molte. Hoeveel foto's hebben jullie gemaakt? We hebben er veel gemaakt. foto is vrouwelijk, ook in het meervoud
Non avevo mai visto Roma; ora l'ho finalmente vista. Ik had Rome nog nooit gezien; nu heb ik de stad eindelijk gezien. Roma is vrouwelijk; la wordt l'

Veelgemaakte fouten

Het deelwoord aanpassen aan elk lijdend voorwerp

  • Fout: Ho comprata una macchina.
  • Goed: Ho comprato una macchina.
  • Waarom: Met avere veroorzaakt een lijdend voorwerp ná het werkwoord geen overeenkomst. Dat macchina vrouwelijk is, verandert comprato hier niet.

Met essere altijd de vorm op -o gebruiken

  • Fout: Marta è arrivato tardi.
  • Goed: Marta è arrivata tardi.
  • Waarom: Met essere hoort het deelwoord bij het onderwerp. Marta is vrouwelijk enkelvoud, dus is de uitgang -a.

De Nederlandse vorm van het verwijswoord volgen

  • Fout: La torta? L'ho mangiato.
  • Goed: La torta? L'ho mangiata.
  • Waarom: In het Nederlands kan ‘de taart’ met ‘hem’ worden hervat, maar het Italiaans volgt het grammaticale geslacht van la torta. Het voornaamwoord is la en het deelwoord eindigt op -a.

Alleen naar de apostrof in l'ho kijken

  • Fout: Anna? L'ho visto ieri.
  • Goed: Anna? L'ho vista ieri.
  • Waarom: In l'ho is niet meer zichtbaar of het oorspronkelijke voornaamwoord lo of la was. Kijk daarom naar de persoon of zaak waarnaar het verwijst.

Bij ne de getelde dingen vergeten

  • Fout: Quante mele hai comprato? Ne ho comprato quattro.
  • Goed: Quante mele hai comprato? Ne ho comprate quattro.
  • Waarom: Ne vervangt hier mele. De vier gekochte dingen zijn vrouwelijk meervoud, dus comprate.

Gebruiksnotities

De overeenkomst met lo, la, li en le is in verzorgd hedendaags Italiaans de veilige en normale keuze. Je hoort dus Le ho viste en Li abbiamo invitati. In snelle omgangstaal kan uitspraak sommige uitgangen minder opvallend maken, maar bij schrijven moet je de overeenkomst duidelijk weergeven.

Bij de directe voornaamwoorden mi, ti, ci en vi is er meer variatie. Als ze een lijdend voorwerp zijn, kan overeenkomst voorkomen: een vrouw kan bijvoorbeeld Mi hai vista? vragen. Een onveranderde vorm komt eveneens voor, vooral wanneer de vorm of functie niet nadrukkelijk wordt gemaakt. Voor een leerder is het verstandig de overeenkomst te gebruiken wanneer het geslacht en getal duidelijk zijn. Let ook op dat deze voornaamwoorden soms meewerkend voorwerp zijn (de ontvanger van iets); dan is er geen reden voor overeenkomst: Mi ha telefonato.

De regels zijn niet beperkt tot de passato prossimo. Ze gelden ook in andere samengestelde tijden. Vergelijk Giulia era già partita en Le lettere? Le avevo già spedite. Het tijdstip verandert, maar de relatie tussen hulpwerkwoord, voornaamwoord en deelwoord blijft hetzelfde.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later in teksten en verzorgd taalgebruik tegenkomen.

Een voorafgaand betrekkelijk che

Een betrekkelijk voornaamwoord verbindt twee zinsdelen, zoals ‘die’ of ‘dat’ in het Nederlands. Wanneer che het lijdend voorwerp is en vóór een samengestelde vorm met avere staat, blijft het deelwoord in het moderne alledaagse Italiaans meestal onveranderd:

  • Le lettere che ho scritto erano lunghe. — De brieven die ik heb geschreven waren lang.

Overeenkomst is ook mogelijk, vooral in formeler of literair taalgebruik:

  • Le lettere che ho scritte erano lunghe.

Als leerder kun je in gewone gesprekken en neutrale teksten veilig de onveranderde vorm gebruiken. Verwar deze keuzemogelijkheid niet met le ho scritte: bij het directe voornaamwoord le is de overeenkomst de standaardregel.

Overeenkomst met ne kent variatie

Bij duidelijke hoeveelheden is Ne ho comprate due een verzorgde en goed herkenbare vorm. In hedendaags gebruik komt ook een onveranderd deelwoord voor, afhankelijk van spreker, streek en zinsbouw. In oefeningen en formeel schrijven is overeenkomst met het getelde woord de beste keuze, zeker wanneer de hoeveelheid expliciet genoemd wordt.

De regel werkt ook buiten regelmatige deelwoorden

Een onregelmatig deelwoord verandert alleen zijn uitgang; de onregelmatige stam blijft staan:

  • farefatto, fatta, fatti, fatte
  • prenderepreso, presa, presi, prese
  • scriverescritto, scritta, scritti, scritte

Je hoeft dus geen nieuwe onregelmatige stam te leren voor elk geslacht. Als je scritto kent, kun je volgens het gewone patroon ook scritta, scritti en scritte vormen.

Oefentips

  1. Werk met paren. Zet steeds een volledig lijdend voorwerp naast een voornaamwoord: Ho visto le ragazzeLe ho viste. Zo train je tegelijk woordvolgorde en uitgang.
  2. Markeer twee signalen. Onderstreep in een tekst eerst essere of avere en omcirkel daarna een voorafgaand lo, la, li, le of ne. Voorspel pas daarna de uitgang van het deelwoord.
  3. Oefen hardop met vier vormen. Neem een bekend deelwoord, bijvoorbeeld invitato, en maak korte reeksen: l'ho invitato, l'ho invitata, li ho invitati, le ho invitate. Door de klinkers duidelijk uit te spreken wordt de overeenkomst sneller automatisch.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste voorkennis: Passato prossimo — legt uit hoe je de samengestelde verleden tijd met avere of essere vormt.

Vereiste kennis

Passato prossimo in het ItaliaansA2

Meer A2-concepten

Oefen Accordo del Participio Passato in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen