De Trapassato Prossimo in het Italiaans
Trapassato Prossimo
Overzicht
De trapassato prossimo is het Italiaanse equivalent van het Nederlands plusquamperfectum: "ik had al gegeten", "ze was al vertrokken". Je gebruikt het om een actie te beschrijven die plaatsvond vóór een andere actie in het verleden.
De vorming is net als in het Nederlands: imperfetto van het hulpwerkwoord (avevo, ero) + voltooid deelwoord. Dezelfde regels voor de keuze van avere vs. essere gelden als bij de passato prossimo.
Hoe het werkt
Vorming
Imperfetto van avere/essere + voltooid deelwoord
Met avere:
| Persoon | avere (imp.) + deelwoord |
|---|---|
| io | avevo parlato |
| tu | avevi parlato |
| lui/lei | aveva parlato |
| noi | avevamo parlato |
| voi | avevate parlato |
| loro | avevano parlato |
Met essere:
| Persoon | essere (imp.) + deelwoord |
|---|---|
| io | ero andato/a |
| tu | eri andato/a |
| lui/lei | era andato/a |
| noi | eravamo andati/e |
| voi | eravate andati/e |
| loro | erano andati/e |
Gebruik: actie eerder dan een andere verleden actie
De trapassato prossimo beschrijft een actie die al voltooid was voordat een andere actie in het verleden plaatsvond:
- Quando sono arrivato, era già partita. — Toen ik aankwam, was ze al vertrokken.
- Non avevo mai visto niente di simile. — Ik had nog nooit zoiets gezien.
- Avevamo già mangiato quando è arrivato. — We hadden al gegeten toen hij aankwam.
Tijdslijn (schematisch)
Verleden ←————————————————→ Heden
Trapassato (moment A) → Passato prossimo (moment B) → nu
- A: avevo già mangiato (ik had al gegeten)
- B: quando sei arrivato (toen jij aankwam)
Voorbeelden in context
| Italiaans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Quando sono arrivato, era già partita. | Toen ik aankwam, was ze al vertrokken. | eerder vertrek |
| Non avevo mai visto niente di simile. | Ik had nog nooit zoiets gezien. | eerste ervaring |
| Mi ha detto che aveva studiato in Italia. | Hij vertelde me dat hij in Italië had gestudeerd. | indirecte rede |
| Avevamo già mangiato quando è arrivato. | We hadden al gegeten toen hij aankwam. | eerder eten |
| Non avevo capito niente della lezione. | Ik had niets van de les begrepen. | verleden toestand |
| Era la prima volta che avevo visto il mare. | Het was de eerste keer dat ik de zee had gezien. | eerste ervaring |
| Avevo dimenticato che era il suo compleanno. | Ik was vergeten dat het zijn verjaardag was. | vergeetachtigheid |
| Quando l'ho chiamata, era già uscita. | Toen ik haar belde, was ze al weggegaan. | eerder vertrek |
| Gli ho restituito i soldi che mi aveva prestato. | Ik gaf hem het geld terug dat hij me had geleend. | eerder lenen |
| Non sapevo che fossero già partiti. | Ik wist niet dat ze al vertrokken waren. | combinatie met congiuntivo |
Veelgemaakte fouten
Trapassato verwarren met passato prossimo
- Fout: Quando sono arrivato, è già partita. (passato prossimo voor de eerdere actie)
- Correct: Quando sono arrivato, era già partita.
- Waarom: De actie die eerder plaatsvond (vertrek) vraagt de trapassato prossimo, niet de passato prossimo.
Deelwoord niet buigen bij essere
- Fout: Quando siamo arrivati, Maria era già andato.
- Correct: Quando siamo arrivati, Maria era già andata.
- Waarom: Andare neemt essere; het deelwoord buigt mee met Maria (vrouwelijk enkelvoud).
Imperfetto als hulpwerkwoord vergeten
- Fout: Avevo già mangiato. ✓ (correct), maar Ho già mangiato = passato prossimo (recent verleden, niet eerder dan iets anders)
- Waarom: De trapassato prossimo gebruikt het imperfetto van het hulpwerkwoord, niet het presene.
Gebruiksnotities
In de dagelijkse spreektaal gebruikt men de trapassato prossimo minder frequent dan in geschreven taal. Italianen gebruiken soms al già (al) als signaal dat iets eerder plaatsvond, zonder de trapassato prossimo te gebruiken. Maar voor formeel en geschreven taal is het altijd de betere keuze.
De trapassato prossimo is ook essentieel in de indirecte rede wanneer de passato prossimo van de directe rede verschuift: "Ho mangiato" → Ha detto che aveva mangiato.
Oefentips
- Schrijf kleine verhalen waarbij twee acties in het verleden plaatsvonden: maak duidelijk welke eerder was met de trapassato prossimo.
- Oefen zinnen met già (al) en appena (net): Quando sono arrivato, aveva già mangiato / era appena arrivato.
- Oefen de tijdsomzetting voor indirecte rede: "Ho letto il libro" → Mi ha detto che aveva letto il libro.
Verwante concepten
- Vereiste: Passato prossimo — de basis van de samengestelde verleden tijden
- Volgende stappen: Passato prossimo vs. Imperfetto — de tijden van het verleden in perspectief
Vereiste kennis
De Passato Prossimo in het ItaliaansA2Meer B2-concepten
Wil je De Trapassato Prossimo in het Italiaans en meer Italiaans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen