B1

Plusquamperfectum in het Frans

Plus-que-parfait

Overzicht

Het plusquamperfectum (plus-que-parfait) gebruikt je om een handeling uit te drukken die plaatsvond vóór een andere handeling in het verleden. In het Nederlands heet dit de "voltooid verleden tijd": ik had gegeten, ze was gegaan.

De vorming is eenvoudig: imperfectum van avoir of être + voltooid deelwoord. Dezelfde regels voor avoir/être gelden als bij de passé composé.

Hoe het werkt

Structuur: Imperfectum van avoir/être + voltooid deelwoord

Met avoir:

Persoon Plusquamperfectum
j' avais mangé
tu avais fini
il/elle avait pris
nous avions parlé
vous aviez vu
ils/elles avaient fait

Met être:

Persoon Plusquamperfectum
je (m.) étais allé
je (v.) étais allée
il était parti
elle était arrivée
ils étaient venus

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
Quand il est arrivé, j'avais déjà mangé. Toen hij aankwam, had ik al gegeten. handeling vóór andere
Elle était partie avant que je la voie. Ze was vertrokken voor ik haar zag. volgorde
Il avait plu toute la nuit. Het had de hele nacht geregend. achtergrond
Tu avais vu ce film avant ? Had jij deze film al gezien? eerder in verleden
Nous avions fini quand ils sont arrivés. We waren klaar toen ze aankwamen.
Il a dit qu'il était venu la veille. Hij zei dat hij de dag ervoor was gekomen. indirecte rede
Elle ne savait pas ce qui s'était passé. Ze wist niet wat er was gebeurd.
J'avais toujours voulu voyager. Ik had altijd willen reizen. langdurige wens
On n'avait jamais vu ça. We hadden dat nooit gezien. ontkenning

Veelgemaakte fouten

Plusquamperfectum en passé composé door elkaar halen

  • Fout: Quand il est arrivé, j'ai déjà mangé.
  • Correct: Quand il est arrivé, j'avais déjà mangé.
  • Waarom: De handeling die vóór de andere plaatsvond, vraagt het plusquamperfectum.

Deelwoordsovereenkomst vergeten bij être-werkwoorden

  • Fout: Elle était parti.
  • Correct: Elle était partie.
  • Waarom: Dezelfde regels als bij de passé composé met être gelden.

Oefentips

  1. Schrijf zinnen met tijdsmarkers als déjà, avant que, quand il est arrivé + plusquamperfectum.
  2. Maak een tijdlijn van twee handelingen in het verleden en beschrijf welke eerst plaatsvond.
  3. Oefen indirecte rede: Il a dit qu'il avait...

Verwante concepten

Vereiste kennis

Passé composé in het FransA2

Meer B1-concepten

Wil je Plusquamperfectum in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen