C1

Futuro anteriore in het Italiaans

Futuro Anteriore

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

De futuro anteriore bestaat uit de toekomstige tijd van avere of essere plus een voltooid deelwoord: avrò finito, sarai partito. Je gebruikt deze vorm vooral voor iets dat vóór een ander toekomstig moment voltooid zal zijn, en voor een vermoeden over het verleden: Avrà dimenticato l'appuntamento betekent dan ‘Hij zal de afspraak wel vergeten zijn’.

Overzicht

De futuro anteriore is een samengestelde werkwoordstijd. Dat wil zeggen dat de vorm uit twee delen bestaat: een hulpwerkwoord (avere of essere) en een voltooid deelwoord (een vorm als parlato, visto of partito). De tijd plaatst een handeling niet zomaar in de toekomst, maar kijkt er als het ware op terug vanuit een later toekomstig punt: eerst zal iets zijn gebeurd, daarna gebeurt er iets anders.

Een typisch voorbeeld is Quando arriverai, avrò già finito: ‘Wanneer je aankomt, zal ik al klaar zijn.’ Het afmaken komt vóór het aankomen. In het Nederlands drukken we deze verhouding lang niet altijd uit met ‘zal hebben’. We zeggen ook heel natuurlijk ‘Als je aankomt, ben ik al klaar’. Daardoor kan een Nederlandstalige leerder de Italiaanse samengestelde vorm gemakkelijk vergeten.

Deze tijd bouwt voort op de futuro semplice en wordt als kernonderwerp op C1-niveau behandeld. De vormen zelf zijn overzichtelijk als je de futuro semplice en de keuze tussen avere en essere al kent. De echte uitdaging zit in het herkennen van de tijdsverhouding en van de tweede hoofdbetekenis: een inschatting of vermoeden over iets uit het verleden.

Hoe werkt het?

De basisformule

De vorm heeft steeds deze opbouw:

futuro semplice van avere of essere + voltooid deelwoord

  • avere: avrò parlato — ik zal gesproken hebben
  • essere: sarò partito/a — ik zal vertrokken zijn

Het voltooid deelwoord is de werkwoordsvorm die in het Nederlands vaak met ge- begint, zoals ‘gemaakt’ of ‘gezien’. In het Italiaans eindigt een regelmatig voltooid deelwoord meestal op -ato, -uto of -ito:

Infinitief Voltooid deelwoord Voorbeeld
parlare parlato avremo parlato
credere creduto avrai creduto
finire finito avranno finito

Veel veelgebruikte werkwoorden hebben een onregelmatig voltooid deelwoord, bijvoorbeeld fare → fatto, vedere → visto, scrivere → scritto, prendere → preso en dire → detto. De futuro anteriore maakt die vormen niet opnieuw onregelmatig: je gebruikt hetzelfde voltooid deelwoord als in andere samengestelde tijden.

Vormen met avere

Persoon Vorm met parlare Betekenis
io avrò parlato ik zal gesproken hebben
tu avrai parlato jij zult gesproken hebben
lui/lei/Lei avrà parlato hij/zij/u zal gesproken hebben
noi avremo parlato wij zullen gesproken hebben
voi avrete parlato jullie zullen gesproken hebben
loro avranno parlato zij zullen gesproken hebben

Bij avere blijft het voltooid deelwoord normaal gesproken onveranderd: Maria avrà finito en Paolo e Maria avranno finito. Het onderwerp (degene die de handeling uitvoert) verandert dus niet de uitgang van finito.

Vormen met essere

Persoon Vorm met partire Betekenis
io sarò partito/a ik zal vertrokken zijn
tu sarai partito/a jij zult vertrokken zijn
lui/lei/Lei sarà partito/a hij/zij/u zal vertrokken zijn
noi saremo partiti/e wij zullen vertrokken zijn
voi sarete partiti/e jullie zullen vertrokken zijn
loro saranno partiti/e zij zullen vertrokken zijn

Met essere past het voltooid deelwoord zich aan het onderwerp aan in geslacht en getal: Marco sarà arrivato, Giulia sarà arrivata, i ragazzi saranno arrivati, le ragazze saranno arrivate. Wederkerende werkwoorden, waarbij de handeling naar het onderwerp terugkeert, gebruiken eveneens essere: mi sarò svegliato/a, ci saremo laureati/e.

De keuze tussen avere en essere is dezelfde als bij de passato prossimo. De meeste overgankelijke werkwoorden — werkwoorden met een lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat) — nemen avere: avrò letto il rapporto. Veel werkwoorden van beweging of toestandsverandering nemen essere: sarà arrivata, saranno diventati. Leer het hulpwerkwoord daarom samen met het werkwoord.

Een handeling vóór een toekomstig ijkpunt

De eerste hoofdbetekenis is toekomstige voltooiing. De futuro anteriore noemt de eerdere handeling; een tijdsbepaling of andere zin geeft het latere ijkpunt:

  • Entro venerdì avrò consegnato il progetto. — Uiterlijk vrijdag zal ik het project hebben ingeleverd.
  • Quando tornerete, saremo già usciti. — Wanneer jullie terugkomen, zullen wij al weg zijn.

Woorden als già (al), entro (uiterlijk), prima di (vóór), dopo che (nadat), appena (zodra) en quando (wanneer) maken de volgorde vaak duidelijk. Già is nuttig, maar niet verplicht: de werkwoordstijd zelf kan de eerdere voltooiing al aangeven.

In een bijzin over de toekomst gebruikt het Italiaans vaak een toekomstige tijd waar het Nederlands de tegenwoordige tijd kiest. Vergelijk quando avrai finito met ‘wanneer je klaar bent’, niet met het onnatuurlijke ‘wanneer je klaar zult zijn’. Vertaal dus de betekenis en niet elk werkwoord woord voor woord.

Een vermoeden over het verleden

De tweede hoofdbetekenis is waarschijnlijkheid achteraf. De spreker weet niet zeker wat er is gebeurd en trekt een conclusie:

  • Non risponde: sarà già partito. — Hij neemt niet op; hij zal wel al vertrokken zijn.
  • Avranno sbagliato indirizzo. — Ze zullen wel het verkeerde adres hebben genomen.

Dit gebruik gaat over het verleden, ook al heet de vorm ‘toekomstig’. De futuro semplice kan op vergelijkbare wijze een vermoeden over het heden uitdrukken: Saranno le dieci (‘Het zal wel tien uur zijn’). De futuro anteriore schuift dat vermoeden terug: Saranno state le dieci (‘Het zal toen wel tien uur zijn geweest’).

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Quando arriverai, avrò già finito. Wanneer je aankomt, zal ik al klaar zijn. Het afmaken gebeurt vóór het aankomen.
Entro domani avremo preso una decisione. Uiterlijk morgen zullen we een besluit hebben genomen. Entro geeft een uiterste termijn aan.
Dopo che avrai letto il contratto, ne parleremo. Nadat je het contract hebt gelezen, zullen we erover praten. Eerst lezen, daarna bespreken.
Appena sarete arrivati, mandatemi un messaggio. Stuur me een bericht zodra jullie zijn aangekomen. Met essere komt het deelwoord overeen met het onderwerp.
Tra un anno ci saremo laureati. Over een jaar zullen we afgestudeerd zijn. Wederkerend laurearsi gebruikt essere.
Prima delle otto, Marta sarà tornata a casa. Voor acht uur zal Marta thuisgekomen zijn. Tornata is vrouwelijk enkelvoud.
Quando aprirà il museo, avranno completato i lavori. Wanneer het museum opent, zullen ze de werkzaamheden hebben afgerond. De werkzaamheden zijn dan al klaar.
Alla fine del corso avrete imparato a gestire queste situazioni. Aan het einde van de cursus zullen jullie hebben geleerd met deze situaties om te gaan. Resultaat bereikt vóór een vast toekomstig punt.
Sarà stata una giornata difficile. Het zal wel een moeilijke dag zijn geweest. Vermoeden over een voorbije dag.
Avrà dimenticato l'appuntamento. Hij zal de afspraak wel vergeten zijn. Conclusie zonder zekerheid.
Non vedo Luca: sarà già partito. Ik zie Luca niet; hij zal wel al vertrokken zijn. Een zichtbaar gegeven leidt tot een vermoeden.
Perché non sono venuti? Avranno perso il treno. Waarom zijn ze niet gekomen? Ze zullen de trein wel gemist hebben. Mogelijke verklaring voor iets uit het verleden.
Dove ho messo le chiavi? Le avrò lasciate in ufficio. Waar heb ik mijn sleutels gelegd? Ik zal ze wel op kantoor hebben laten liggen. De spreker gist naar zijn eigen eerdere handeling.
Non avrà capito la domanda. Hij zal de vraag wel niet hebben begrepen. Ontkennend vermoeden over het verleden.

Veelgemaakte fouten

1. Het hulpwerkwoord in de tegenwoordige tijd zetten

  • Onjuist: Quando arriverai, ho già finito.
  • Juist: Quando arriverai, avrò già finito.
  • Waarom: voor een voltooiing die vanuit de toekomst wordt bekeken, moet ook het hulpwerkwoord in de toekomst staan. Ho finito beschrijft normaal een voltooid feit vanuit het heden.

2. Altijd avere gebruiken

  • Onjuist: Giulia avrà arrivato prima di noi.
  • Juist: Giulia sarà arrivata prima di noi.
  • Waarom: arrivare vormt samengestelde tijden met essere. Bovendien krijgt arrivata hier de vrouwelijke uitgang die bij Giulia past.

3. De overeenkomst na essere vergeten

  • Onjuist: Le studentesse saranno partito.
  • Juist: Le studentesse saranno partite.
  • Waarom: na essere komt het voltooid deelwoord overeen met het onderwerp. Meervoud en vrouwelijk geven hier -e: partite.

4. De Nederlandse tijd letterlijk kopiëren

  • Onjuist: Quando sei pronto, chiamami domani als specifiek bedoeld wordt: ‘Bel me morgen wanneer je klaar bent.’
  • Juist: Quando sarai pronto, chiamami.
  • Waarom: het Nederlands gebruikt in een toekomstige bijzin vaak ‘bent’ of ‘hebt’, terwijl het Italiaans daar geregeld sarai of avrai gebruikt. Als de voltooiing nadrukkelijk vóór een volgende handeling ligt, krijg je bijvoorbeeld quando avrai finito.

5. Elk verleden vermoeden als een vaststaand feit vertalen

  • Misleidend: Avrà dimenticato l'appuntamento weergeven als ‘Hij heeft de afspraak vergeten.’
  • Beter: ‘Hij zal de afspraak wel vergeten zijn.’
  • Waarom: zonder context kan avrà dimenticato een toekomstige voltooiing zijn, maar als reactie op iemands afwezigheid drukt het onzekerheid uit. Woorden als ‘wel’, ‘waarschijnlijk’ en ‘vermoedelijk’ brengen die nuance in het Nederlands over.

Gebruiksnotities

De futuro anteriore komt zowel in verzorgde spreektaal als in schrijftaal voor. Voor afspraken, plannen, termijnen en prognoses is hij heel normaal: Entro giugno avremo concluso i lavori. In alledaagse gesprekken kan een spreker soms een eenvoudigere vorm kiezen als de tijdsvolgorde al volkomen duidelijk is. Toch is het verschil betekenisvol: quando finirai richt de aandacht op het afronden zelf, terwijl quando avrai finito het resultaat ‘klaar zijn’ als voorwaarde voor de volgende stap presenteert.

Bij vermoedens is intonatie en context belangrijk. Marco sarà uscito kan geen neutrale mededeling over een gepland vertrek zijn als de spreker naar een lege kamer kijkt; het betekent dan eerder ‘Marco zal wel naar buiten zijn gegaan’. Wil je de onzekerheid expliciet maken, dan kun je ook woorden gebruiken als forse (misschien), probabilmente (waarschijnlijk) of presumibilmente (vermoedelijk). Die woorden zijn echter niet nodig: de toekomstige vorm kan de inschatting zelf al dragen.

Let ook op het verschil met het Nederlands. ‘Zal wel’ kan in het Nederlands soms berusting, irritatie of onverschilligheid uitdrukken, zoals in ‘het zal wel’. De Italiaanse epistemische toekomst — een vorm waarmee je aangeeft hoe zeker je kennis is — hoeft zo'n houding niet te hebben. Vaak is het gewoon een neutrale gevolgtrekking.

Verder dan de basis

Verschil met de passato prossimo

Vergelijk deze twee vragen:

  • Perché Paolo non è venuto? Ha perso il treno. — Waarom is Paolo niet gekomen? Hij heeft de trein gemist.
  • Perché Paolo non è venuto? Avrà perso il treno. — Waarom is Paolo niet gekomen? Hij zal de trein wel gemist hebben.

De passato prossimo presenteert het missen als een feit. De futuro anteriore presenteert het als een aannemelijke verklaring. Het verschil zit dus niet in het tijdstip van het missen, maar in de zekerheid waarmee de spreker erover praat.

De precieze relatie tussen twee toekomstige handelingen

Niet iedere reeks toekomstige gebeurtenissen vereist automatisch de futuro anteriore. Met twee vormen in de futuro semplice vertel je vaak gewoon wat er achtereenvolgens gebeurt: Arriverai e parleremo (‘Je komt aan en we zullen praten’). Met quando avrai finito, parleremo maak je van het voltooide resultaat een duidelijke grens: pas wanneer je klaar bent, begint het gesprek.

Daarom kan de keuze een subtiel betekenisverschil geven:

Vorm Nadruk
Quando finirai il lavoro? Wanneer rond je het werk af?
Quando avrai finito il lavoro, chiamami. Bel me zodra het werk volledig af is.

Overeenkomst met een voorafgaand voornaamwoord

Na avere blijft het voltooid deelwoord meestal onveranderd. Staat er echter vóór het werkwoord een lijdend-voorwerpsvoornaamwoord zoals lo, la, li of le, dan komt het deelwoord daarmee doorgaans overeen:

  • La relazione? L'avrò finita entro domani. — Het verslag? Ik zal het uiterlijk morgen af hebben.
  • Le chiavi? Le avrò lasciate in ufficio. — De sleutels? Ik zal ze wel op kantoor hebben laten liggen.

Dit is geen aparte regel van de futuro anteriore, maar een algemene regel bij samengestelde tijden met avere. In verzorgde taal is deze overeenkomst belangrijk, vooral in schrift.

Vermoedens kunnen verschillende personen betreffen

De vermoedensbetekenis beperkt zich niet tot de derde persoon. Je kunt ook over jezelf of je gesprekspartner gissen wanneer het geheugen of de informatie onvolledig is:

  • Avrò capito male. — Ik zal het wel verkeerd begrepen hebben.
  • Avrai avuto molto da fare. — Je zult het wel erg druk hebben gehad.

De tweede zin kan ook beleefd en meelevend klinken. De grammaticale vorm geeft onzekerheid aan; de situatie bepaalt of de uitspraak klinkt als een vraag, een veronderstelling of een tactvolle verklaring.

Oefentips

  1. Teken twee punten op een tijdlijn. Schrijf bij het eerste punt een vorm in de futuro anteriore en bij het tweede een vorm in de futuro semplice: avrò preparato tutto → arriveranno gli ospiti. Maak daarna één zin met quando, entro of prima che zonder de tijdsvolgorde te veranderen.
  2. Oefen avere en essere apart. Maak vijf zinnen met avrò/avrai/avrà... en vijf met sarò/sarai/sarà.... Controleer bij essere steeds de uitgang van het voltooid deelwoord.
  3. Raad oorzaken van alledaagse situaties. Zie je een gesloten winkel, een lege stoel of een gemiste oproep, formuleer dan een vermoeden: Avranno chiuso prima, Sarà già andata via, Avrà chiamato mentre ero fuori. Zo oefen je de betekenis die met een Nederlandse letterlijke vertaling het gemakkelijkst verloren gaat.

Verwante onderwerpen

  • Voorwaarde: Futuro semplice — je hebt de toekomstige vormen van avere en essere nodig om de futuro anteriore te maken.

Vereiste kennis

Futuro semplice in het ItaliaansB1

Meer C1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen