C1

Future Perfect

Futuro Anteriore

De Futuro Anteriore in het Italiaans

Overzicht

De futuro anteriore (voltooid toekomende tijd) gebruik je voor twee dingen: acties die voltooid zullen zijn vóór een ander toekomstig moment, en veronderstellingen over het verleden.

In het Nederlands: "Als jij aankomt, zal ik al klaar zijn." — de "zal klaar zijn" is de futuro anteriore. En: "Hij zal het wel vergeten zijn." — een veronderstelling over wat waarschijnlijk is gebeurd.

Hoe het werkt

Vorming

Futuro semplice van avere/essere + voltooid deelwoord

Met avere:

Persoon avere (futuro) + deelwoord
io avrò parlato
tu avrai parlato
lui/lei avrà parlato
noi avremo parlato
voi avrete parlato
loro avranno parlato

Met essere:

Persoon essere (futuro) + deelwoord
io sarò andato/a
tu sarai andato/a
lui/lei sarà andato/a
noi saremo andati/e
voi sarete andati/e
loro saranno andati/e

Gebruik 1: Toekomstige voltooide actie

Beschrijft een actie die zal zijn afgerond op een toekomstig tijdstip of vóór een andere toekomstige actie:

  • Quando arriverai, avrò già finito. — Als jij aankomt, zal ik al klaar zijn.
  • Tra un anno ci saremo laureati. — Over een jaar zullen we zijn afgestudeerd.
  • Prima che tu arrivi, avrò preparato tutto. — Voordat jij aankomt, zal ik alles hebben klaargemaakt.

Gebruik 2: Veronderstelling over het verleden

Sarà già partito (hij zal al vertrokken zijn) = hij is waarschijnlijk al vertrokken:

  • Sarà stata una giornata difficile. — Het moet een moeilijke dag geweest zijn.
  • Avrà dimenticato l'appuntamento. — Hij zal het afspraakje vergeten zijn.
  • Dove saranno andati? — Waar zouden ze naartoe zijn gegaan?

Vergelijking met futuro semplice voor veronderstelling

Constructie Tijdsreferentie
Sarà in ufficio. (futuro semplice) Veronderstelling heden: hij is waarschijnlijk op kantoor
Sarà andato in ufficio. (futuro anteriore) Veronderstelling verleden: hij is waarschijnlijk naar kantoor gegaan

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
Quando arriverai, avrò già finito. Als jij aankomt, zal ik al klaar zijn. toekomstige voltooide actie
Sarà stata una giornata difficile. Het moet een moeilijke dag geweest zijn. veronderstelling over verleden
Avrà dimenticato l'appuntamento. Hij zal het afspraakje vergeten zijn. veronderstelling
Tra un anno ci saremo laureati. Over een jaar zijn we afgestudeerd. toekomstig moment
Dove saranno andati? Waar zouden ze naartoe zijn gegaan? veronderstelling (vraag)
Quando torneremo, avranno già cenato. Als we terugkomen, zullen ze al gegeten hebben. toekomstig
Sarà arrivato tardi e quindi non ha trovato posto. Hij zal te laat zijn aangekomen en dus geen plek hebben gevonden. oorzaak in verleden
Avranno già visto il film. Ze zullen de film al hebben gezien. veronderstelling
Prima di partire, avrò finito tutto. Voordat ik vertrek, zal ik alles klaar hebben. toekomstig
Chissà cosa sarà successo! Wie weet wat er gebeurd is! uitroep + veronderstelling

Veelgemaakte fouten

Deelwoord niet buigen bij essere

  • Fout: Sarò andato (voor vrouwelijk onderwerp)
  • Correct: Sarò andata
  • Waarom: Bij essere-werkwoorden buigt het deelwoord mee met het onderwerp.

Futuro anteriore voor gelijktijdige toekomst

  • Fout: Quando arriverai, finirò (wil zeggen dat je al klaar bent als ze aankomt)
  • Correct: Quando arriverai, avrò già finito.
  • Waarom: Als je wilt benadrukken dat de actie al voltooid is vóór het toekomstige moment, gebruik je de futuro anteriore.

Gebruiksnotities

In de dagelijkse spreektaal gebruiken Italianen soms de gewone futuro semplice of zelfs de passato prossimo waar strikt genomen de futuro anteriore hoort: Quando arrivi, ho già finito. Dit is informeel maar gangbaar.

De veronderstelling over het verleden met de futuro anteriore is een elegante manier om te speculeren over wat er waarschijnlijk is gebeurd, zonder het zeker te weten.

Oefentips

  1. Schrijf vijf zinnen over dingen die je zult hebben gedaan over een jaar: Tra un anno avrò..., sarò...
  2. Oefen de veronderstelling: bedenk situaties waarover je speculeert en formuleer ze met futuro anteriore: Starà ancora dormendo? Sarà già uscito?
  3. Oefen de tijdsvolgorde: zin met quando + futuro semplice in de bijzin en futuro anteriore in de hoofdzin.

Verwante concepten

Prerequisite

Simple FutureB1

More C1 concepts

Want to practice Future Perfect and more Italian grammar? Create a free account to study with spaced repetition.

Get Started Free