Trapassato remoto in het Italiaans
Trapassato Remoto
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.
In het kort
De trapassato remoto bestaat uit de passato remoto van avere of essere plus een voltooid deelwoord: ebbe finito, fu arrivata. Deze tijd staat vooral in literaire of historische verhalen en geeft in een tijdsbijzin aan dat een handeling voltooid was vlak voordat een andere handeling in de passato remoto plaatsvond: Appena ebbe chiuso la porta, uscì — ‘Zodra hij de deur had gesloten, ging hij weg.’
Overzicht
De trapassato remoto is een samengestelde verleden tijd. ‘Samengesteld’ betekent hier dat de werkwoordsvorm uit twee delen bestaat: een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord (de vorm die in het Nederlands vaak met ge- verschijnt, zoals gemaakt of gezien). In het Italiaans zijn die twee delen bijvoorbeeld ebbe + finito of fu + partita.
Deze tijd hoort bij niveau C1, omdat je hem zelden nodig hebt in een alledaags gesprek. Je komt hem vooral tegen in romans, sprookjes, biografieën, geschiedschrijving en bewust plechtige vertelstijl. Hij werkt nauw samen met de passato remoto: eerst wordt een handeling helemaal afgerond, direct daarna volgt een nieuwe gebeurtenis in het verhaal.
Voor Nederlandstaligen lijkt de vertaling eenvoudig: vaak gebruik je de voltooid verleden tijd met had of was, zoals ‘nadat hij had gegeten’. Toch zijn de gebruiksgebieden niet gelijk. De Nederlandse voltooid verleden tijd kan vrijwel elke eerdere gebeurtenis in het verleden aanduiden. De Italiaanse trapassato remoto is veel beperkter: hij hoort gewoonlijk bij een afgeronde opeenvolging in een vertelling waarvan de hoofdhandeling in de passato remoto staat. Voor een algemenere eerdere toestand of in gewone gesprekken kiest het Italiaans meestal de trapassato prossimo: aveva mangiato of era partito.
Zo werkt het
De basisformule
De bouw is:
passato remoto van avere of essere + voltooid deelwoord
- ebbe parlato — hij/zij had gesproken
- avemmo deciso — wij hadden besloten
- fu uscito — hij was naar buiten gegaan
- furono tornate — zij waren teruggekeerd
Je kiest avere of essere volgens dezelfde hoofdregels als bij andere samengestelde tijden. De meeste overgankelijke werkwoorden — werkwoorden met een lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat) — nemen avere: ebbe letto il messaggio. Veel werkwoorden van beweging of verandering, en wederkerende werkwoorden, nemen essere: fu partita, si furono alzati.
De twee hulpwerkwoorden
| Persoon | avere | essere |
|---|---|---|
| io | ebbi | fui |
| tu | avesti | fosti |
| lui, lei, Lei | ebbe | fu |
| noi | avemmo | fummo |
| voi | aveste | foste |
| loro | ebbero | furono |
Deze vormen zijn de passato remoto van de hulpwerkwoorden. Voeg er daarna het voltooid deelwoord aan toe. Bij regelmatige werkwoorden eindigt dat deelwoord meestal op -ato, -uto of -ito:
| Infinitief (hele werkwoord) | Voltooid deelwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| parlare | parlato | ebbero parlato |
| credere | creduto | ebbi creduto |
| finire | finito | aveste finito |
Veel veelgebruikte werkwoorden hebben een onregelmatig deelwoord, bijvoorbeeld fare → fatto, leggere → letto, scrivere → scritto, vedere → visto, prendere → preso en dire → detto. De tijd zelf maakt zo’n deelwoord niet extra onregelmatig: het is hetzelfde deelwoord als in ho fatto of aveva scritto.
Overeenkomst van het voltooid deelwoord
Met essere past het voltooid deelwoord zich aan het onderwerp aan in geslacht en getal:
- Marco fu partito — Marco was vertrokken.
- Giulia fu partita — Giulia was vertrokken.
- I ragazzi furono entrati — De jongens waren binnengekomen.
- Le ragazze furono entrate — De meisjes waren binnengekomen.
Met avere blijft het deelwoord normaal gesproken onveranderd: Maria ebbe letto le lettere. Staat er echter een lijdend-voorwerpsvoornaamwoord lo, la, li of le vóór de werkwoordsvorm, dan komt het deelwoord daarmee overeen: Quando le ebbe lette, le ripose nel cassetto — ‘Toen zij ze had gelezen, legde zij ze terug in de la.’ Hier verwijst le naar vrouwelijke meervoudige lettere, dus wordt letto lette.
De typische zinsbouw
De trapassato remoto staat meestal in een tijdsbijzin: een deelzin die vertelt wanneer iets gebeurde. Zo’n bijzin begint vaak met:
- dopo che — nadat
- quando — toen
- appena — zodra
- non appena — zodra, nauwelijks ... of
- allorché — toen, op het moment dat; formeel en literair
Het gebruikelijke patroon is:
tijdsvoegwoord + trapassato remoto, hoofdzin in de passato remoto
Dopo che ebbe firmato il documento, uscì dall’ufficio. Nadat hij het document had ondertekend, verliet hij het kantoor.
De bijzin kan ook achteraan staan:
Uscì dall’ufficio dopo che ebbe firmato il documento.
De volgorde op papier verandert dan, maar de tijdsvolgorde blijft gelijk: eerst ondertekende hij, daarna ging hij weg.
Wanneer je niet voor de trapassato remoto kiest
Gebruik voor een gewoon gesprek of een verhaal in de passato prossimo doorgaans de trapassato prossimo:
- Dopo che aveva finito, è uscito. — Nadat hij klaar was, is hij weggegaan.
- niet als neutrale spreektaal: Dopo che ebbe finito, è uscito.
Ook als het om een achtergrondtoestand of om een veel eerder gebeurd feit gaat, is de trapassato prossimo meestal passender:
- Sapeva già che Marta era partita. — Hij wist al dat Marta vertrokken was.
Hier gaat het niet om twee snel opeenvolgende stappen die het verhaal voortstuwen. Era partita geeft achtergrondinformatie bij sapeva.
Voorbeelden in hun context
| Italiaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Dopo che ebbe finito, partì. | Nadat hij klaar was, vertrok hij. | Eerst afronden, daarna vertrekken. |
| Quando fu arrivato, tutti tacquero. | Toen hij was aangekomen, zweeg iedereen. | Arrivare krijgt het hulpwerkwoord essere. |
| Appena ebbe saputo la notizia, pianse. | Zodra zij het nieuws had gehoord, huilde zij. | Saputo is het voltooid deelwoord van sapere. |
| Non appena l’ebbe visto, scappò. | Zodra zij hem had gezien, vluchtte zij. | Lo wordt vóór ebbe afgekort tot l’. |
| Dopo che i soldati ebbero attraversato il ponte, lo distrussero. | Nadat de soldaten de brug waren overgestoken, vernietigden ze hem. | Meervoudig onderwerp: ebbero. |
| Appena Lucia fu entrata, la riunione cominciò. | Zodra Lucia was binnengekomen, begon de vergadering. | Entrata komt overeen met Lucia. |
| Quando le ospiti furono andate via, chiudemmo la porta. | Toen de gasten waren weggegaan, sloten we de deur. | Vrouwelijk meervoud: andate. |
| Dopo che avemmo cenato, facemmo una passeggiata. | Nadat we hadden gegeten, maakten we een wandeling. | Dezelfde persoon voert beide handelingen uit. |
| Non appena ebbero aperto il cancello, la folla entrò. | Zodra zij het hek hadden geopend, kwam de menigte binnen. | De tweede gebeurtenis volgt onmiddellijk. |
| Quando Maria le ebbe lette, bruciò le lettere. | Toen Maria ze had gelezen, verbrandde ze de brieven. | Lette komt overeen met het voorafgaande le. |
| Allorché il re ebbe pronunciato quelle parole, la sala ammutolì. | Toen de koning die woorden had uitgesproken, werd het stil in de zaal. | Bewust plechtige, literaire stijl. |
| Appena si furono seduti, lo spettacolo iniziò. | Zodra zij waren gaan zitten, begon de voorstelling. | Wederkerend werkwoord met essere en meervoudsovereenkomst. |
Let in deze voorbeelden op het vertelritme. De vorm in de trapassato remoto sluit als het ware één stap af; de passato remoto opent meteen de volgende stap. Nederlandse vertalingen met ‘nadat’ en ‘zodra’ geven de volgorde goed weer, maar laten het bijzondere literaire register van de Italiaanse vorm niet altijd voelen.
Veelgemaakte fouten
1. De tijd als gewone Nederlandse voltooid verleden tijd gebruiken
- Onjuist in neutrale spreektaal: Ieri, quando ebbi finito di lavorare, sono andato a casa.
- Beter: Ieri, quando avevo finito di lavorare, sono andato a casa.
- Waarom: Een hoofdhandeling in de passato prossimo (sono andato) past in gewone hedendaagse taal meestal bij de trapassato prossimo (avevo finito). De combinatie met ebbi finito klinkt hier als een onverwachte sprong naar literaire vertelstijl.
2. De verkeerde vorm van het hulpwerkwoord nemen
- Onjuist: Dopo che aveva firmato, uscì. als je bewust de klassieke opeenvolging in de passato remoto wilt uitdrukken
- Juist: Dopo che ebbe firmato, uscì.
- Waarom: Aveva is de imperfetto van avere en vormt samen met het deelwoord de trapassato prossimo. Voor de trapassato remoto heb je hier ebbe nodig.
3. Bij essere de overeenkomst vergeten
- Onjuist: Appena le donne furono arrivato, la cerimonia iniziò.
- Juist: Appena le donne furono arrivate, la cerimonia iniziò.
- Waarom: Na essere volgt het deelwoord het onderwerp. Le donne is vrouwelijk meervoud, dus krijg je arrivate.
4. De Nederlandse woordvolgorde kopiëren
- Onjuist: Dopo che finito ebbe, partì.
- Juist: Dopo che ebbe finito, partì.
- Waarom: In het Nederlands staan ‘had’ en ‘afgemaakt’ in een bijzin vaak uit elkaar of in een andere volgorde. In deze Italiaanse vorm staat het hulpwerkwoord vóór het deelwoord: ebbe finito.
5. Elke verre gebeurtenis met deze tijd weergeven
- Onjuist: Nel 1300 Dante ebbe già cominciato il poema als losse mededeling zonder volgend vertelgebeuren.
- Beter: Nel 1300 Dante aveva già cominciato il poema.
- Waarom: Het woord remoto betekent niet simpelweg dat iets lang geleden gebeurde. De trapassato remoto markeert vooral een voltooide stap vóór een volgende gebeurtenis in een verhaallijn; voor een eerdere stand van zaken is aveva cominciato natuurlijker.
Gebruiksnotities
In hedendaagse gesproken standaardtaal is de trapassato remoto zeldzaam. Zelfs sprekers die de passato remoto geregeld gebruiken, kunnen voor de eerdere handeling de trapassato prossimo kiezen. Receptieve beheersing — de vorm snel herkennen tijdens het lezen — is daarom belangrijker dan hem spontaan in een gesprek kunnen maken.
In geschreven verhalende taal heeft de vorm wel een duidelijke functie. Hij maakt de grens tussen twee gebeurtenissen scherp en geeft vaart: zodra de eerste handeling af is, volgt de tweede. Vooral appena en non appena versterken dat gevoel van onmiddellijke opeenvolging. Dopo che legt neutraler de volgorde ‘eerst dit, daarna dat’ vast.
De regionale verspreiding van de passato remoto verschilt binnen Italië, maar daaruit volgt niet automatisch dat de trapassato remoto overal in dezelfde mate gesproken wordt. Beschouw hem in de eerste plaats als een vorm van verzorgd, literair en historisch vertellen. In een roman kan hij volkomen natuurlijk zijn; in een bericht aan een vriend klinkt hij meestal overdreven plechtig.
Verder dan de basis
Trapassato remoto tegenover trapassato prossimo
Het verschil gaat niet alleen over ‘lang geleden’ tegenover ‘minder lang geleden’. Kijk vooral naar de rol in het verhaal:
| Trapassato remoto | Trapassato prossimo |
|---|---|
| Appena ebbe mangiato, uscì. | Aveva già mangiato quando lo chiamai. |
| Een afgeronde stap, direct gevolgd door een nieuwe gebeurtenis. | Een eerdere toestand of achtergrond bij een later moment. |
| Vooral literair; vaak samen met de passato remoto. | Gewoon in spreken en schrijven; bruikbaar bij verschillende verleden tijden. |
In ebbe mangiato zie je de maaltijd als afgesloten schakel in een reeks. In aveva mangiato is het relevante gegeven dat het eten op het genoemde moment al achter de rug was. Het Nederlands kan beide met ‘had gegeten’ vertalen en maakt dit stijlverschil dus niet in de werkwoordsvorm zichtbaar.
Voornaamwoorden tussen voegwoord en werkwoord
Korte voornaamwoorden staan vóór het vervoegde hulpwerkwoord:
- Non appena lo ebbe visto, cambiò strada. — Zodra hij hem had gezien, nam hij een andere weg.
- Quando se ne fu accorta, era troppo tardi. — Toen zij het had gemerkt, was het te laat.
- Dopo che li ebbero salutati, partirono. — Nadat zij hen hadden begroet, vertrokken zij.
Bij li ebbero salutati dwingt het voorafgaande lijdend-voorwerpsvoornaamwoord li de vorm salutati af. Bij wederkerende en voornaamwoordelijke werkwoorden bepaalt het onderwerp de overeenkomst, omdat het hulpwerkwoord essere wordt gebruikt: si furono accorte voor een vrouwelijke meervoudsgroep.
Een stilistisch alternatief
In zeer compacte schrijftaal kan een schrijver soms een impliciete constructie met een voltooid deelwoord gebruiken, bijvoorbeeld Terminato il lavoro, uscì — ‘Toen het werk klaar was, ging hij weg.’ Dat is geen trapassato remoto: er staat geen vervoegd hulpwerkwoord. De betekenis van afgeronde voorafgaandheid kan vergelijkbaar zijn, maar de grammaticale bouw is anders. Herken daarom niet alleen het deelwoord, maar zoek naar vormen als ebbe, ebbero, fu en furono.
Een nuttige grens
De trapassato remoto geeft normaal een gebeurtenis weer die vóór het referentiepunt voltooid raakt. Voor twee gelijktijdige handelingen gebruik je hem niet. In Mentre leggeva, il telefono squillò (‘Terwijl zij las, ging de telefoon’) is leggeva onvoltooid en vormt het de achtergrond; ebbe letto zou juist betekenen dat het lezen eerst af was.
Oefentips
- Werk met tweetallen. Schrijf vijf paren volgens het model Appena ebbe/ fu ..., ...ò. Controleer steeds welke gebeurtenis eerst klaar is en of de tweede werkwoordsvorm in de passato remoto staat.
- Markeer tijdens het lezen drie dingen. Omcirkel het tijdsvoegwoord, onderstreep het hulpwerkwoord en markeer het deelwoord. Zo leer je non appena l’ebbe riconosciuta als één grammaticale eenheid herkennen.
- Vergelijk registers. Herschrijf een literaire zin in alledaagse taal: Dopo che ebbe chiuso, partì wordt bijvoorbeeld Dopo che aveva chiuso, è partito. Daardoor oefen je niet alleen de vorm, maar ook wanneer hij wel en niet natuurlijk klinkt.
Verwante begrippen
- Vereiste voorkennis: Passato remoto — levert de vormen ebbi, ebbe, fui, fu en de verhalende hoofdzin waarop de trapassato remoto aansluit.
Vereiste kennis
De passato remoto in het ItaliaansC1Meer C1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Trapassato Remoto in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · C1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen