C1

De Trapassato Remoto in het Italiaans

Trapassato Remoto

Overzicht

De trapassato remoto is een samengestelde verleden tijd die uitsluitend in literaire en formele schrijftaal voorkomt. Je gebruikt hem in bijzinnen na tijdsvoegwoorden (quando, dopo che, appena) wanneer de hoofdzin in de passato remoto staat, om aan te geven dat de bijzinactie nog eerder plaatsvond.

In het dagelijks Italiaans kom je deze tijd vrijwel nooit tegen — hij is een kenmerk van de klassieke literatuur en formele historische beschrijvingen. Passief herkennen is dus de prioriteit; actief gebruiken is voor schrijvers en academici.

Hoe het werkt

Vorming

Passato remoto van avere/essere + voltooid deelwoord

Met avere:

Persoon avere (passato remoto) + deelwoord
io ebbi parlato
tu avesti parlato
lui/lei ebbe parlato
noi avemmo parlato
voi aveste parlato
loro ebbero parlato

Met essere:

Persoon essere (passato remoto) + deelwoord
io fui andato/a
tu fosti andato/a
lui/lei fu andato/a
noi fummo andati/e
voi foste andati/e
loro furono andati/e

Gebruik: na tijdsvoegwoorden + passato remoto in hoofdzin

De trapassato remoto verschijnt altijd in de bijzin (na quando, dopo che, appena, non appena) terwijl de hoofdzin in de passato remoto staat:

  • Dopo che ebbe finito, partì. — Nadat hij klaar was, vertrok hij.
  • Quando fu arrivato, tutti tacquero. — Toen hij was aangekomen, zweeg iedereen.
  • Appena ebbe saputo la notizia, pianse. — Zodra ze het nieuws had vernomen, weende ze.
  • Non appena l'ebbe visto, scappò. — Nauwelijks had ze hem gezien of ze vluchtte.

Vergelijking: trapassato prossimo vs. trapassato remoto

Tijdsvorm Gebruik
Trapassato prossimo Na passato prossimo / in het heden; algemeen gebruik
Trapassato remoto Uitsluitend na passato remoto in literaire/formele taal

Parallel:

  • Quando sono arrivato, era già partita. (trapassato prossimo — spreektaal)
  • Quando arrivò, fu già partita / ebbe già finito. (trapassato remoto — literaire taal)

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
Dopo che ebbe finito, partì. Nadat hij klaar was, vertrok hij. dopo che + trapassato remoto
Quando fu arrivato, tutti tacquero. Toen hij was aangekomen, zweeg iedereen. essere: fu arrivato
Appena ebbe saputo la notizia, pianse. Zodra ze het nieuws had vernomen, weende ze. appena
Non appena l'ebbe visto, scappò. Nauwelijks had ze hem gezien, of ze vluchtte. non appena
Dopo che l'ebbero letto, lo bruciarono. Nadat ze het gelezen hadden, verbrandden ze het. meervoud
Quando si fu alzato, si vestì. Nadat hij was opgestaan, kleedde hij zich aan. reflexief
Appena ebbero terminato, festeggiarono. Zodra ze klaar waren, vierden ze het. meervoud
Dopo che fu guarita, riprese il lavoro. Nadat ze was genezen, hervatte ze het werk. essere vrouwelijk

Veelgemaakte fouten

Trapassato remoto in normale spreektaal

  • In de spreektaal: gebruik quando sono arrivato, era già partita (trapassato prossimo)
  • De trapassato remoto hoort niet thuis in normale gesproken Italiaans.
  • Waarom: De trapassato remoto is uitsluitend literaire/formele schrijftaal.

Trapassato remoto zonder passato remoto in hoofdzin

  • Fout: Dopo che ebbe finito, sono uscito. (hoofdzin in passato prossimo)
  • Correct: Dopo che ebbe finito, uscì. (passato remoto) of Dopo che ho finito, sono uscito. (trapassato prossimo)
  • Waarom: De trapassato remoto vereist een passato remoto in de hoofdzin.

Gebruiksnotities

Je vindt de trapassato remoto in de grote romans van de Italiaanse literatuur: Manzoni's I Promessi Sposi, Verga's I Malavoglia, Sciascia's historische verhalen. Herkennen is essentieel voor goed tekstbegrip op C1-niveau.

Als actief schrijver van formele Italiaanse teksten of als docent Italiaans heb je deze tijd nodig. Voor gewone communicatie en zelfs voor de meeste schrijfsituaties volstaat de trapassato prossimo.

Oefentips

  1. Lees een kort fragment uit een Italiaanse klassieke roman en zoek de trapassato remoto-vormen.
  2. Schrijf drie-vier zinnen in literaire stijl waarbij je passato remoto combineert met trapassato remoto.
  3. Memoriseer de trapassato remoto van essere (fui, fosti, fu, fummo, foste, furono) en avere (ebbi, avesti, ebbe, avemmo, aveste, ebbero) als tabel.

Verwante concepten

  • Vereiste: Passato remoto — de enkelvoudige verleden tijd van de literaire taal

Vereiste kennis

De Passato Remoto in het ItaliaansC1

Meer C1-concepten

Wil je De Trapassato Remoto in het Italiaans en meer Italiaans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen