B2

Samengestelde betrekkelijke voornaamwoorden in het Frans

Pronoms Relatifs Composés

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Na een voorzetsel verwijst het Frans vaak met lequel, laquelle, lesquels of lesquelles terug naar een genoemd zelfstandig naamwoord: la chaise sur laquelle je suis assis. Met à en de ontstaan vormen als auquel en duquel. Zonder concreet antecedent gebruik je voor ‘wat/datgene wat’ meestal ce qui, ce que of ce dont, afhankelijk van hun functie in de bijzin.

Overzicht

Een betrekkelijk voornaamwoord verbindt twee zinnen en verwijst terug naar een antecedent (het woord of de gedachte waarnaar het verwijst). In la table sur laquelle j’écris is la table het antecedent en leidt sur laquelle de bijzin j’écris in. Het Nederlands gebruikt hier vaak een combinatie met waar: ‘de tafel waarop ik schrijf’. Het Frans bouwt die combinatie anders op: voorzetsel + een vorm van lequel.

Op B2-niveau is vooral de keuze tussen lequel, auquel, duquel, dont en de vormen met ce belangrijk. Daarvoor kijk je naar twee zaken: welk voorzetsel vereist het werkwoord of de uitdrukking, en welke functie heeft het betrekkelijk voornaamwoord in de bijzin? Een onderwerp verricht de handeling, een lijdend voorwerp ondergaat die rechtstreeks, en een voorzetselvoorwerp hoort bij een werkwoord met bijvoorbeeld à of de.

Voor Nederlandstaligen zit de moeilijkheid niet zozeer in de betekenis, maar in de vorm. Nederlandse woorden als waarop, waarmee, waaraan verbergen soms welk voorzetsel er precies nodig is. Bovendien heeft het Nederlands geen overeenkomst in geslacht en getal zoals lequel/laquelle/lesquels/lesquelles. In het Frans moet die overeenkomst zichtbaar zijn.

Zo werkt het

1. Voorzetsel + lequel

Na voorzetsels als avec, pour, sans, sur, sous, dans, devant, derrière, parmi en contre kan een vorm van lequel naar een zaak of dier verwijzen. De vorm komt overeen met het antecedent in geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en getal (enkelvoud of meervoud).

Antecedent Vorm Voorbeeld
mannelijk enkelvoud lequel le fauteuil dans lequel…
vrouwelijk enkelvoud laquelle la table sur laquelle…
mannelijk meervoud lesquels les projets pour lesquels…
vrouwelijk meervoud lesquelles les raisons pour lesquelles…

Het voorzetsel wordt bepaald door de betekenis of door de vaste constructie:

  • écrire sur une tablela table sur laquelle j’écris
  • travailler avec des outilsles outils avec lesquels je travaille
  • se battre pour une causela cause pour laquelle ils se battent

Bij personen is voorzetsel + qui vaak natuurlijker: la collègue avec qui je travaille. Vooral na avec, pour, sans en chez is dat heel gewoon. Avec laquelle is niet fout, maar kan nadrukkelijker of formeler klinken. Na samengestelde voorzetsels met de zijn vormen van duquel vaak wel nodig, ook bij personen: le collègue auprès duquel je me suis renseigné.

2. De vormen met à: auquel

À trekt samen met lequel en lesquels, net zoals à + le = au en à + les = aux. Bij de vrouwelijke vormen vindt geen samentrekking plaats.

Antecedent à + vorm Voorbeeld
mannelijk enkelvoud auquel le sujet auquel je pense
vrouwelijk enkelvoud à laquelle la question à laquelle je réponds
mannelijk meervoud auxquels les détails auxquels il tient
vrouwelijk meervoud auxquelles les règles auxquelles nous obéissons

Gebruik deze reeks wanneer het werkwoord of de uitdrukking à vereist: penser à, répondre à, tenir à, s’intéresser à, faire référence à. Vertaal dus niet woord voor woord vanuit het Nederlands. ‘Iets beantwoorden’ heeft in het Nederlands geen voorzetsel, maar Frans répondre krijgt à: la question à laquelle je réponds.

Voor een persoon kan à qui naast auquel/à laquelle staan: l’ami à qui je pense. Dat klinkt in alledaags Frans vaak soepeler dan l’ami auquel je pense. Bij zaken gebruik je auquel en de bijbehorende vormen: le problème auquel je pense.

3. De vormen met de: duquel

Ook de trekt samen met de mannelijke vormen:

Antecedent de + vorm Voorbeeld
mannelijk enkelvoud duquel le bâtiment près duquel…
vrouwelijk enkelvoud de laquelle la maison près de laquelle…
mannelijk meervoud desquels les arbres près desquels…
vrouwelijk meervoud desquelles les rues près desquelles…

De belangrijkste vraag is hier: dont of duquel?

Gebruik dont wanneer de rechtstreeks bij een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord hoort:

  • avoir besoin de quelque chosece dont j’ai besoin
  • parler d’un projetle projet dont nous parlons
  • être fier de quelque chosele résultat dont elle est fière
  • le nom d’un collèguele collègue dont j’ai oublié le nom

Gebruik een vorm van duquel na een langer voorzetsel of een voorzetselgroep die op de eindigt, zoals près de, à côté de, en face de, au-dessus de, au sujet de, auprès de:

  • la rivière près de laquelle nous habitons
  • le dossier au sujet duquel ils discutent
  • les enfants à côté desquels elle s’est assise

Je kunt dont dus niet simpelweg overal vervangen door duquel. Dont neemt de functie van alleen de over; in près de of à côté de moet het eerste deel behouden blijven.

4. Ce qui, ce que en ce dont: ‘wat’ zonder genoemd antecedent

Soms verwijst de betrekkelijke bijzin niet terug naar een genoemd zelfstandig naamwoord. Dan betekent ce ongeveer ‘datgene’. De grammaticale functie in de bijzin bepaalt de keuze.

Vorm Functie in de bijzin Handige test Voorbeeld
ce qui onderwerp wat doet/is er iets? Ce qui m’intéresse…
ce que / ce qu’ lijdend voorwerp iemand doet/wil wat? Ce que je cherche…
ce dont aanvulling met de de quoi? Ce dont j’ai besoin…

In Ce qui m’intéresse verricht ce qui grammaticaal de werking van intéresser: ‘datgene interesseert mij’. In Ce que je cherche is je het onderwerp en is ce que datgene wat gezocht wordt. Voor een klinker wordt ce que verkort tot ce qu’: ce qu’elle veut.

Bij andere voorzetsels gebruik je ce + voorzetsel + quoi, waarbij het voorzetsel vóór quoi staat: ce à quoi, ce sur quoi, ce avec quoi, ce pour quoi. Vergelijk:

  • Je pense à cette possibilité.Voilà ce à quoi je pense.
  • Nous travaillons sur ce dossier.C’est ce sur quoi nous travaillons.
  • Il coupe le pain avec ce couteau.Montre-moi ce avec quoi il coupe le pain.

Het Nederlandse waar- helpt soms: waaraance à quoi, waaroverce sur quoi. Maar controleer altijd de Franse constructie, want Nederlands en Frans kiezen niet noodzakelijk hetzelfde voorzetsel.

5. Concreet antecedent of hele gedachte?

Vergelijk de twee patronen:

  • Le livre que je lis est passionnant.que verwijst naar het genoemde le livre.
  • Ce que je lis est passionnant. — er staat geen zelfstandig naamwoord voor; ce que betekent ‘wat/datgene wat’.

Hetzelfde verschil bestaat bij dont:

  • Le livre dont j’ai besoin est épuisé. — een genoemd boek.
  • Ce dont j’ai besoin est épuisé. — ‘datgene wat ik nodig heb’.

Gebruik na een concreet antecedent dus niet automatisch ce qui of ce que. Na tout, quelque chose, rien, peu en een hele voorafgaande mededeling komen ook constructies met ce qui/ce que/ce dont voor: Il a refusé, ce qui m’a surpris — zijn weigering als geheel verraste mij.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
La table sur laquelle j’écris est trop basse. De tafel waarop ik schrijf is te laag. vrouwelijk enkelvoud na sur
Voici les outils avec lesquels nous travaillons. Dit zijn de gereedschappen waarmee we werken. mannelijk meervoud na avec
C’est une décision contre laquelle ils ont protesté. Het is een besluit waartegen ze hebben geprotesteerd. protester contre
L’ami auquel je pense habite à Lyon. De vriend aan wie ik denk woont in Lyon. penser à; bij een persoon kan ook à qui
Les valeurs auxquelles elle tient ne sont pas négociables. Over de waarden waaraan zij hecht valt niet te onderhandelen. tenir à
La maison près de laquelle nous nous sommes garés est à vendre. Het huis waar vlakbij we hebben geparkeerd staat te koop. près de vereist de laquelle
Le rapport au sujet duquel nous nous réunissons est confidentiel. Het rapport waarover we vergaderen is vertrouwelijk. voorzetselgroep au sujet de
Le projet dont nous parlons commencera en septembre. Het project waarover we praten begint in september. rechtstreeks parler dedont
Ce qui m’intéresse, c’est la méthode. Wat mij interesseert, is de methode. ce qui is onderwerp van intéresse
Je comprends ce que tu veux dire. Ik begrijp wat je bedoelt. ce que is lijdend voorwerp van dire
Voilà ce dont j’ai besoin pour terminer. Dat is wat ik nodig heb om het af te maken. avoir besoin de
Ce à quoi elle aspire demande du courage. Datgene waarnaar ze streeft vergt moed. aspirer àce à quoi
Il a changé d’avis, ce qui a compliqué la situation. Hij is van gedachten veranderd, wat de situatie ingewikkelder maakte. verwijst naar de hele vorige mededeling
Elle n’a pas expliqué ce pour quoi elle avait payé. Ze heeft niet uitgelegd waarvoor ze had betaald. ander voorzetsel + quoi

Veelgemaakte fouten

1. De basisvorm niet laten overeenkomen

  • Fout: la chaise sur lequel je suis assis
  • Goed: la chaise sur laquelle je suis assis
  • Waarom: Chaise is vrouwelijk enkelvoud; daarom is de vorm laquelle. Het Nederlands laat bij ‘waarop’ geen geslacht zien, maar het Frans wel.

2. À lequel of de lesquels schrijven

  • Fout: le problème à lequel je pense; les sujets de lesquels nous parlons
  • Goed: le problème auquel je pense; les sujets dont nous parlons
  • Waarom: À + lequel trekt samen tot auquel. Voor rechtstreeks parler de gebruik je doorgaans dont, niet de lesquels.

3. Dont gebruiken na een samengesteld voorzetsel

  • Fout: la banque à côté dont j’habite
  • Goed: la banque à côté de laquelle j’habite
  • Waarom: À côté de is één voorzetselgroep. Alleen de kan door dont worden vervangen; hier moet à côté de intact blijven.

4. Ce qui en ce que verwisselen

  • Fout: Je ne sais pas ce qui tu veux.
  • Goed: Je ne sais pas ce que tu veux.
  • Waarom: Tu is al het onderwerp van veux. Het gezochte element is het lijdend voorwerp: jij wilt wat? Daarom staat ce que.

5. Ce que gebruiken waar het werkwoord de vereist

  • Fout: C’est ce que j’ai besoin.
  • Goed: C’est ce dont j’ai besoin.
  • Waarom: De Franse uitdrukking is avoir besoin de. Het vereiste de zit in dont. De Nederlandse vertaling ‘nodig hebben’ waarschuwt niet voor dat voorzetsel.

6. Het Nederlandse voorzetsel letterlijk overnemen

  • Fout: la question sur laquelle je réponds
  • Goed: la question à laquelle je réponds
  • Waarom: Frans zegt répondre à une question. Leer een werkwoord daarom samen met zijn Franse voorzetsel.

Gebruiksnotities

In zorgvuldig geschreven Frans zijn de vormen van lequel onmisbaar, maar in gesprekken kiest men bij personen vaak de kortere vorm qui: la personne avec qui je voyage, l’homme à qui elle téléphone. Bij zaken kan lequel na een voorzetsel niet zomaar door qui worden vervangen.

Dont is zeer gebruikelijk en meestal lichter dan een vorm van duquel. Schrijf le livre dont je parle, niet het omslachtige le livre duquel je parle. De reeks duquel/de laquelle/desquels/desquelles is vooral duidelijk en natuurlijk wanneer een volledig voorzetsel als près de of à propos de dat vereist.

Let ook op dubbel voorzetselgebruik. Omdat dont al de bevat, zeg je le sujet dont nous parlons, niet le sujet dont nous parlons de. Hetzelfde geldt voor auquel: le projet auquel je participe, niet auquel je participe à.

De Nederlandse vertaling met waar- is niet altijd mooi of zelfs mogelijk. La raison pour laquelle wordt vaak gewoon ‘de reden waarom’; ce dont il est fier wordt ‘waar hij trots op is’. Gebruik de Nederlandse zin om de betekenis te begrijpen, maar ontleed voor de Franse vorm steeds de Franse bijzin.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Verwijzen naar een hele zin

Na een komma kunnen ce qui, ce que en ce dont naar de volledige voorafgaande mededeling verwijzen:

  • Elle a accepté, ce qui nous a rassurés. — Haar instemming stelde ons gerust.
  • Il a enfin répondu, ce que personne n’attendait plus. — Hij antwoordde eindelijk, iets wat niemand meer verwachtte.
  • Ils ont annulé le contrat, ce dont le directeur se réjouit. — Ze hebben het contract opgezegd, waar de directeur blij om is.

Ook hier beslist de functie in de nieuwe bijzin: ce qui is onderwerp, ce que lijdend voorwerp en ce dont hoort bij een constructie met de.

Dont en bezit

Dont kan een bezitsrelatie uitdrukken, ongeveer zoals Nederlands ‘van wie’ of ‘waarvan’. De woordvolgorde blijft Frans:

  • une autrice dont j’admire les romans — een schrijfster van wie ik de romans bewonder
  • une entreprise dont les produits sont recyclables — een bedrijf waarvan de producten recyclebaar zijn

Er komt geen extra bezittelijk voornaamwoord bij. Zeg dus niet une autrice dont j’admire ses romans: dont geeft de bezitsrelatie al aan.

Ce à quoi tegenover auquel

Wanneer er een concreet antecedent staat, gebruik je de passende lequel-vorm: la proposition à laquelle je réfléchis. Zonder genoemd antecedent wordt dat ce à quoi je réfléchis. Dit contrast werkt ook met andere voorzetsels:

Met concreet antecedent Zonder concreet antecedent
le dossier sur lequel je travaille ce sur quoi je travaille
l’outil avec lequel je répare la porte ce avec quoi je répare la porte
la raison pour laquelle il est parti ce pour quoi il est parti

Pourquoi is daarentegen het gewone vraagwoord ‘waarom’. Ce pour quoi legt letterlijker de relatie met pour en betekent vaak ‘datgene waarvoor’ of ‘de reden waarom’. In veel gewone zinnen klinkt la raison pour laquelle of eenvoudig pourquoi natuurlijker.

Lequel als vraagwoord

Dezelfde vormen kunnen ook ‘welke?’ betekenen: Lequel préfères-tu ? Laquelle est à toi ? Dat is geen betrekkelijke bijzin, maar de overeenkomst in geslacht en getal werkt hetzelfde. Het herkennen van die tweede functie helpt bij het lezen, al blijft de zinsbouw anders.

Oefentips

  1. Leer het voorzetsel samen met het werkwoord. Noteer niet alleen répondre, maar répondre à; niet alleen avoir besoin, maar avoir besoin de. Maak daarna meteen een paar: la question à laquelle…, ce dont….
  2. Bouw twee korte zinnen om tot één. Begin met Je travaille sur ce dossier. Ce dossier est urgent. Maak daarvan Le dossier sur lequel je travaille est urgent. Zo zie je waar het voorzetsel vandaan komt.
  3. Gebruik een functietest voor ce-vormen. Vul de bijzin eerst aan met quelque chose: quelque chose m’intéressece qui; je veux quelque chosece que; j’ai besoin de quelque chosece dont.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Où en dont in Franse betrekkelijke bijzinnenB1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronoms Relatifs Composés in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen