Où en dont in Franse betrekkelijke bijzinnen
Pronoms Relatifs: où, dont
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Où verwijst in een betrekkelijke bijzin naar een plaats of een tijd: la ville où j'habite en le jour où je suis arrivé. Dont vervangt een zinsdeel dat met de begint: je parle de cet homme wordt l'homme dont je parle. Het Nederlandse woord waarmee je vertaalt — waar, waarop, waarvan, over wie of soms helemaal niets — bepaalt dus niet welk Frans voornaamwoord nodig is; de Franse zinsbouw doet dat.
Overzicht
Où en dont zijn betrekkelijke voornaamwoorden: verbindingswoorden die naar een eerder genoemd woord verwijzen en daar extra informatie over geven. In La ville où j'habite est calme is la ville het antecedent (het woord waarnaar het voornaamwoord terugwijst). De bijzin où j'habite vertelt vervolgens iets over die stad.
Dit onderwerp wordt gewoonlijk op B1-niveau behandeld, nadat qui en que bekend zijn. Qui is in de betrekkelijke bijzin het onderwerp (degene of datgene dat de handeling uitvoert), terwijl que het lijdend voorwerp is (wie of wat de handeling ondergaat). Où heeft een andere functie: het geeft de plaats of het tijdstip van de handeling aan. Dont vertegenwoordigt een aanvulling met de.
Voor Nederlandstaligen is vooral dont wennen. In het Nederlands kan één Franse constructie worden weergegeven met waarvan, over wie, wiens, van wie of een zin zonder voorzetsel: le livre dont j'ai besoin betekent eenvoudigweg ‘het boek dat ik nodig heb’. Zoek daarom niet eerst naar een vaste Nederlandse vertaling. Herbouw de gewone Franse zin en controleer of daar de in staat.
Hoe het werkt
Où voor een plaats
Gebruik où als het antecedent een plaats is en de betrekkelijke bijzin aangeeft waar iets gebeurt. Het kan in de gewone zin onder meer een plaatsbepaling met à, dans of sur vervangen. Die voorzetsels blijven niet naast où staan.
| Twee losse mededelingen | Met een betrekkelijke bijzin |
|---|---|
| J'habite dans cette ville. Cette ville est animée. | La ville où j'habite est animée. |
| Nous déjeunons dans ce café. Ce café est fermé. | Le café où nous déjeunons est fermé. |
| J'ai posé les clés sur la table. La table est ronde. | La table où j'ai posé les clés est ronde. |
Het antecedent hoeft niet letterlijk een geografische plaats te zijn. Ook een concreet punt, gebouw, ruimte of situatie die als ‘omgeving’ wordt voorgesteld, kan met où worden verbonden: l'étape où il faut choisir (‘de fase waarin je moet kiezen’).
Let op het verschil met qui. In la femme qui habite ici is de vrouw degene die woont en dus het onderwerp van habite. In la ville où elle habite is de stad de plaats waar zij woont.
Où voor een tijd
Où kan ook naar een tijdstip of periode verwijzen. Het Nederlands gebruikt dan vaak waarop, waarin of toen:
- le jour où nous nous sommes rencontrés — de dag waarop we elkaar hebben ontmoet
- l'année où il a déménagé — het jaar waarin hij is verhuisd
- au moment où le train arrive — op het moment dat de trein aankomt
Bij een tijdswoord is où dus niet letterlijk ‘waar’. Dat is een belangrijk verschil met de eerste Nederlandse reflex. Denk niet alleen aan een plek, maar aan de ruimere vraag: geeft het antecedent aan waar of wanneer de bijzin plaatsvindt?
Dont: zoek de constructie met de
Dont vervangt de + het antecedent. Een betrouwbare werkwijze bestaat uit drie stappen:
- Maak eerst een gewone Franse zin.
- Zoek het zinsdeel dat met de begint.
- Zet het antecedent vooraan en vervang het hele zinsdeel door dont.
| Gewone Franse zin | Antecedent | Betrekkelijke bijzin |
|---|---|---|
| Je parle de cet homme. | l'homme | l'homme dont je parle |
| Elle a besoin de ce dossier. | le dossier | le dossier dont elle a besoin |
| Nous sommes fiers de ce résultat. | le résultat | le résultat dont nous sommes fiers |
| Il se souvient de cette soirée. | la soirée | la soirée dont il se souvient |
De Nederlandse vertaling kan het voorzetsel verbergen. Avoir besoin de betekent ‘nodig hebben’, maar in het Frans blijft het een constructie met de. Daarom zeg je le livre dont j'ai besoin, niet le livre que j'ai besoin.
Veelvoorkomende combinaties zijn onder meer:
- parler de — spreken over
- avoir besoin de — nodig hebben
- se souvenir de — zich herinneren
- rêver de — dromen van
- s'occuper de — zorgen voor, zich bezighouden met
- être fier/fière de — trots zijn op
- être satisfait/satisfaite de — tevreden zijn over
- avoir peur de — bang zijn voor
Leer bij een nieuw werkwoord of bijvoeglijk naamwoord daarom meteen het bijbehorende voorzetsel. Het is de Franse combinatie die de keuze voor dont bepaalt.
Dont bij bezit en andere relaties tussen zelfstandige naamwoorden
Dont kan ook een relatie uitdrukken die in een gewone woordgroep met de wordt gevormd. Vaak gaat het om bezit, familie, een kenmerk of een deel van een geheel:
- le fils de cette femme → la femme dont le fils est médecin
- la couverture de ce livre → le livre dont la couverture est bleue
- les fenêtres de cette maison → la maison dont les fenêtres donnent sur le jardin
Het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) blijft na dont gewoon zijn lidwoord houden: dont le fils, dont la couverture, dont les fenêtres. Het Frans heeft hier geen rechtstreeks equivalent van het Nederlandse wiens dat vóór een zelfstandig naamwoord komt. De letterlijke volgorde ‘de wie de zoon’ klinkt in het Nederlands omslachtig, maar is precies de logica achter de Franse vorm.
Dont bij hoeveelheden
Na een hoeveelheid kan dont ‘waarvan’ of ‘onder wie’ betekenen. De hoeveelheid verwijst dan naar een deel van de eerder genoemde groep:
- J'ai acheté cinq romans, dont deux en français. — Ik heb vijf romans gekocht, waarvan twee in het Frans.
- Trente personnes sont venues, dont plusieurs collègues. — Er zijn dertig mensen gekomen, onder wie meerdere collega's.
Hier volgt na dont vaak geen volledige bijzin met een persoonsvorm. De verkorte constructie is normaal en veelgebruikt.
Een snelle keuze tussen qui, que, où en dont
| Functie in de bijzin | Voornaamwoord | Controlevraag of reconstructie |
|---|---|---|
| onderwerp | qui | Wie of wat voert de handeling uit? |
| lijdend voorwerp | que / qu' | Wie of wat ondergaat de handeling, zonder voorzetsel? |
| plaats of tijd | où | Waar of wanneer gebeurt het? |
| aanvulling met de | dont | Staat in de gewone Franse zin de + antecedent? |
Vergelijk le village qui attire les touristes (het dorp trekt toeristen), le village que les touristes visitent (toeristen bezoeken het dorp), le village où les touristes séjournent (toeristen verblijven in het dorp) en le village dont les touristes parlent (toeristen spreken over het dorp).
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| La ville où j'habite est près de la mer. | De stad waar ik woon ligt dicht bij zee. | Plaats waar iets gebeurt |
| Voilà le café où nous nous retrouvons le samedi. | Daar is het café waar we op zaterdag afspreken. | Concreet ontmoetingspunt |
| Le jour où je suis arrivé, il pleuvait. | Op de dag dat ik aankwam, regende het. | Tijdstip |
| C'était une époque où les billets coûtaient moins cher. | Het was een tijd waarin kaartjes minder kostten. | Langere periode |
| L'homme dont je parle travaille à la mairie. | De man over wie ik praat, werkt op het gemeentehuis. | Parler de quelqu'un |
| Le livre dont j'ai besoin n'est plus disponible. | Het boek dat ik nodig heb, is niet meer beschikbaar. | Avoir besoin de quelque chose |
| Voici le projet dont nous sommes le plus fiers. | Dit is het project waarop we het meest trots zijn. | Être fier de quelque chose |
| Elle a retrouvé une amie dont elle se souvenait bien. | Ze heeft een vriendin teruggevonden die ze zich goed herinnerde. | Se souvenir de quelqu'un |
| J'ai rencontré une musicienne dont le frère vit à Utrecht. | Ik heb een muzikante ontmoet van wie de broer in Utrecht woont. | Familie- of bezitsrelatie |
| Nous louons un appartement dont les fenêtres donnent sur le parc. | We huren een appartement waarvan de ramen op het park uitkijken. | Kenmerk van het antecedent |
| Il a proposé trois solutions, dont une très simple. | Hij heeft drie oplossingen voorgesteld, waarvan één heel eenvoudig. | Deel van een groep |
| Ce dont j'ai peur, c'est de rater le dernier train. | Waar ik bang voor ben, is dat ik de laatste trein mis. | Geen genoemd antecedent: ce dont |
Veelgemaakte fouten
Dont kiezen op basis van de Nederlandse vertaling
- Fout: Le film que nous avons parlé était intéressant.
- Goed: Le film dont nous avons parlé était intéressant.
- Waarom: In het Frans is het parler de quelque chose. Dat Nederlands ‘de film waarover we spraken’ gebruikt, verandert de Franse constructie niet.
Que gebruiken bij avoir besoin de
- Fout: C'est le document que j'ai besoin.
- Goed: C'est le document dont j'ai besoin.
- Waarom: Avoir besoin de bevat altijd de. Que kan alleen een lijdend voorwerp zonder voorzetsel vervangen.
De of en laten staan naast dont
- Fout: La personne dont je parle d'elle habite ici.
- Fout: Le sujet dont j'en parle est délicat.
- Goed: La personne dont je parle habite ici. / Le sujet dont je parle est délicat.
- Waarom: Dont vervangt het hele zinsdeel met de. Nogmaals de + elle of het voornaamwoord en toevoegen, drukt dezelfde functie dubbel uit.
Waarvan automatisch met dont vertalen
- Fout: La ville dont je viens est petite.
- Goed: La ville d'où je viens est petite.
- Waarom: Bij herkomst uit een plaats gebruikt het Frans d'où (‘waarvandaan’). Dont kan niet de plaats van vertrek aangeven, ook al bevat venir de het voorzetsel de.
Où beperken tot letterlijke plaatsen
- Fout: Le jour que nous nous sommes rencontrés...
- Goed: Le jour où nous nous sommes rencontrés...
- Waarom: Où verwijst ook naar tijd. Na jour, moment, année, époque en vergelijkbare tijdsaanduidingen is het vaak de juiste keuze.
Het lidwoord na dont weglaten
- Fout: La femme dont fils est avocat...
- Goed: La femme dont le fils est avocat...
- Waarom: In deze bezitsconstructie vervangt dont alleen de cette femme. Het zelfstandig naamwoord fils behoudt zijn lidwoord le.
Gebruiksnotities
Dont is geen plechtige boekentaal. Het komt veel voor in verzorgde spreektaal én schrijftaal, vooral met vaste combinaties als avoir besoin de, parler de en se souvenir de. In heel informele gesprekken vermijden sprekers soms een ingewikkelde betrekkelijke zin door twee kortere zinnen te maken. Voor duidelijke, correcte Franse zinnen blijft dont echter de gewone keuze.
Où kan zowel met een concreet als een figuurlijk voorgesteld ‘punt’ worden gebruikt: le moment où tout a changé, la situation où personne ne veut décider. Bij abstracte antecedenten zijn soms andere formuleringen mogelijk, maar de kern blijft dat de bijzin een kader van plaats, tijd of situatie aangeeft.
De vorm d'où is een combinatie van de + où en drukt meestal oorsprong of vertrekpunt uit: le pays d'où elle vient en la fenêtre d'où l'on voit la tour. Andere voorzetsels kunnen eveneens vóór où staan, bijvoorbeeld par où (‘waarlangs’) en jusqu'où (‘tot waar’). Dat verschilt van dont, dat zelf al de waarde van de bevat en daarom niet als plaatsaanduiding voor herkomst dient.
Bij personen is dont heel normaal wanneer een werkwoord rechtstreeks de verlangt: la collègue dont je parle. Na een samengesteld voorzetsel zoals à côté de, près de of à cause de gebruik je niet dont, maar doorgaans qui voor een persoon of een vorm van lequel voor een zaak: la collègue à côté de qui je travaille, le bâtiment près duquel nous habitons.
Verder dan de basis
Ce dont zonder genoemd antecedent
Wanneer er geen concreet antecedent staat, kan ce dont ‘datgene wat/waarvan’ betekenen. Ook hier blijft de test met de bruikbaar:
- J'ai besoin de calme. → Ce dont j'ai besoin, c'est de calme.
- Elle parle de son expérience. → Je comprends ce dont elle parle.
Vergelijk dit met ce qui voor een onderwerp en ce que voor een lijdend voorwerp: Ce qui m'étonne... (‘Wat mij verbaast...’), Ce que je comprends... (‘Wat ik begrijp...’) en Ce dont je me souviens... (‘Wat ik me herinner...’). Deze bredere reeks komt uitgebreider terug bij de samengestelde betrekkelijke voornaamwoorden.
Dont en voltooid-deelwoordovereenkomst
Dont is geen lijdend voorwerp. Daarom veroorzaakt het op zichzelf geen overeenkomst van het voltooid deelwoord (de werkwoordsvorm zoals parlé of écrit):
- les lettres que j'ai écrites — que is het voorafgaande lijdend voorwerp, dus écrites krijgt hier een vrouwelijke meervoudsuitgang;
- les lettres dont j'ai parlé — dont staat voor de ces lettres, dus parlé verandert niet.
Dit verschil is vooral belangrijk in verzorgd geschreven Frans. Het helpt tegelijk om te zien dat que en dont grammaticaal echt verschillende functies hebben.
La manière dont
De combinatie la manière dont betekent ‘de manier waarop’: J'aime la manière dont elle explique le problème. Ook la façon dont is zeer gebruikelijk. Voor een Nederlandstalige voelt waarop misschien als een aanwijzing voor où, maar deze vaste Franse formuleringen gebruiken dont. De onderliggende relatie is de cette manière / de cette façon.
Dont als ‘waaronder’
De hoeveelheidsconstructie kan zeer compact zijn en is gangbaar in nieuws, verslagen en alledaagse opsommingen: dix blessés, dont deux grièvement (‘tien gewonden, van wie twee zwaargewond’). Dont selecteert hier een deel uit de eerder genoemde groep. Let erop dat de genoemde hoeveelheid vóór dont de totale groep aangeeft; wat erna komt, is daarin begrepen.
Oefentips
- Werk achteruit vanuit een gewone Franse zin. Schrijf bijvoorbeeld Je rêve de ce voyage en vorm daarna le voyage dont je rêve. Doe hetzelfde met vijf uitdrukkingen met de. Zo leer je de Franse structuur in plaats van Nederlandse vertalingen uit het hoofd.
- Maak viertallen met hetzelfde antecedent. Probeer bij le restaurant een zin met qui, que, où en dont te maken. Door één woord in vier functies te gebruiken, wordt het verschil zichtbaar.
- Markeer plaats, tijd en de-constructies tijdens het lezen. Onderstreep het antecedent en teken een pijl naar où of dont. Controleer bij dont welk werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord normaal de verlangt.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Qui en que in betrekkelijke bijzinnen — legt het verschil tussen onderwerp en lijdend voorwerp in een betrekkelijke bijzin uit.
- Hierna: Samengestelde betrekkelijke voornaamwoorden — behandelt lequel, auquel, duquel en de vormen ce qui, ce que en ce dont.
Vereiste kennis
Betrekkelijke voornaamwoorden *qui* en *que* in het FransA2Concepten die hierop voortbouwen
Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Pronoms Relatifs: où, dont in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen