A2

Spaanse betrekkelijke voornaamwoorden *que* en *quien*

Pronombres Relativos: que, quien

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Gebruik meestal que om extra informatie over een persoon of zaak te geven: el libro que leo en la mujer que vive aquí. Que verandert nooit. Quien en quienes verwijzen alleen naar personen en staan vooral na een voorzetsel: la amiga con quien viajé.

Overzicht

Met een betrekkelijk voornaamwoord verbind je twee mededelingen die over dezelfde persoon of zaak gaan. Van Tengo un vecino. El vecino trabaja de noche maak je bijvoorbeeld Tengo un vecino que trabaja de noche: ‘Ik heb een buurman die ’s nachts werkt.’ Het deel que trabaja de noche heet een betrekkelijke bijzin: een bijzin die nader bepaalt over wie of wat je spreekt.

Op A2-niveau is de belangrijkste regel eenvoudig: que is de veilige standaardkeuze. Het kan naar mensen, dieren en zaken verwijzen en kan in de bijzin zowel onderwerp zijn (wie of wat de handeling uitvoert) als lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). Voor personen gebruik je quien of quienes vooral wanneer er een voorzetsel voor staat, zoals con, de, a of para.

Voor Nederlandstaligen voelt que soms vreemd breed. Het Nederlands verdeelt dezelfde functie over onder meer die, dat en wie. Spaans que maakt dat onderscheid niet: het past bij mannelijke en vrouwelijke woorden, bij enkelvoud en meervoud, en bij personen en zaken. Je kiest dus niet op basis van het Nederlandse vertaalwoord.

Zo werkt het

Eén woord voor veel situaties: que

Que is onveranderlijk: de vorm krijgt geen mannelijk, vrouwelijk of meervoudig einde. Het antecedent (het woord waarnaar het betrekkelijk voornaamwoord terugwijst) bepaalt de betekenis, maar niet de vorm van que.

Antecedent Functie in de bijzin Spaans voorbeeld Nederlandse betekenis
persoon, enkelvoud onderwerp la médica que trabaja aquí de arts die hier werkt
personen, meervoud onderwerp los vecinos que llegaron de buren die aankwamen
zaak, enkelvoud lijdend voorwerp la película que vimos de film die we zagen
zaken, meervoud lijdend voorwerp los mensajes que recibí de berichten die ik ontving

Vergelijk de twee functies:

  • El hombre que habla es mi padre. — De man die spreekt, is mijn vader. Que is het onderwerp van habla.
  • El libro que leo es bueno. — Het boek dat ik lees, is goed. Yo is het verzwegen onderwerp van leo; que is het lijdend voorwerp.

Net als in standaard Nederlands mag het betrekkelijk voornaamwoord hier niet weg. In het Spaans is el libro leo dus geen verkorte vorm van ‘het boek dat ik lees’; je hebt que nodig: el libro que leo.

Quien en quienes: alleen personen

Quien verwijst naar één persoon; quienes naar meer personen. De vorm geeft alleen het getal aan, niet het geslacht.

Aantal personen Vorm Voorbeeld
één quien la profesora con quien hablé
meer dan één quienes los amigos con quienes viajé

De nuttigste A2-constructie is:

persoon + voorzetsel + quien/quienes + bijzin

  • la chica con quien hablé — het meisje met wie ik sprak
  • el compañero de quien te hablé — de collega over wie ik je vertelde
  • las personas para quienes cocinamos — de mensen voor wie we koken

Het voorzetsel komt voort uit de betekenis of uit het werkwoord. Je zegt hablar con alguien (met iemand praten), dus ook la persona con quien hablé. Je zegt depender de alguien (van iemand afhangen), dus la persona de quien depende el proyecto.

Wanneer que en wanneer quien?

Gebruik deze beslisroute:

  1. Verwijs je naar een zaak, idee of dier? Kies que. Quien kan niet naar een zaak verwijzen.
  2. Verwijs je naar een persoon zonder voorzetsel? Kies voor de gewone, bepalende bijzin meestal que: la mujer que llamó.
  3. Staat er een voorzetsel voor en verwijs je naar een persoon? Quien/quienes is vaak een natuurlijke keuze: el hombre con quien trabajo.
  4. Let bij quien op enkelvoud of meervoud; que blijft altijd gelijk.

Na een voorzetsel bestaan ook constructies met el que, la que, los que, las que: la mujer con la que trabajo. Die zijn zeer gebruikelijk en maken geslacht en getal zichtbaar. Voor de kern van dit onderwerp volstaat het contrast que tegenover quien/quienes; verderop komen deze alternatieven kort terug.

Bepalende en uitbreidende informatie

Een bepalende bijzin vertelt welke persoon of zaak bedoeld wordt. Zonder die informatie verandert de verwijzing:

  • Los estudiantes que estudiaron aprobaron. — De studenten die hadden gestudeerd, slaagden. Mogelijk slaagden niet alle studenten.

Een uitbreidende bijzin geeft slechts extra informatie. In geschreven taal staat die tussen komma’s:

  • Mi hermana, que vive en Sevilla, viene mañana. — Mijn zus, die in Sevilla woont, komt morgen.

Komma’s zijn dus niet alleen een adempauze. Ze kunnen de betekenis veranderen. Vergelijk Mis amigos que viven en Madrid... (alleen mijn vrienden in Madrid) met Mis amigos, que viven en Madrid,... (al mijn bedoelde vrienden wonen daar).

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
El hombre que habla es mi padre. De man die spreekt, is mijn vader. Que verwijst naar een persoon en is onderwerp.
El libro que leo es bueno. Het boek dat ik lees, is goed. Que verwijst naar een zaak en is lijdend voorwerp.
La chica con quien hablé vive en Valencia. Het meisje met wie ik sprak, woont in Valencia. Persoon na con.
Los estudiantes que vinieron tomaron apuntes. De studenten die kwamen, maakten aantekeningen. Que blijft gelijk in het meervoud.
Busco una mochila que tenga muchos bolsillos. Ik zoek een rugzak die veel vakken heeft. Zaak: daarom que, niet quien.
La receta que me enviaste es muy fácil. Het recept dat je me stuurde, is heel eenvoudig. Que is wat je stuurde.
Estos son los vecinos con quienes compartimos el jardín. Dit zijn de buren met wie we de tuin delen. Meerdere personen: quienes.
El médico a quien llamaste llegará pronto. De arts die je belde, komt snel. De persoonlijke a blijft voor quien staan.
La persona de quien depende la decisión está de vacaciones. De persoon van wie de beslissing afhangt, is met vakantie. Depender de vereist de.
Mi abuela, quien siempre se levanta temprano, ya ha salido. Mijn oma, die altijd vroeg opstaat, is al vertrokken. Uitbreidende bijzin; quien klinkt hier wat verzorgder.
No conozco al señor que está en la puerta. Ik ken de meneer die bij de deur staat niet. Zonder voorzetsel is que de gewone keuze.
Las llaves que estaban en la mesa han desaparecido. De sleutels die op tafel lagen, zijn verdwenen. Een meervoudige zaak krijgt nog steeds que.

Veelgemaakte fouten

Quien gebruiken voor een zaak

  • Onjuist: El coche quien está fuera es mío.
  • Juist: El coche que está fuera es mío.
  • Waarom: Quien en quienes verwijzen uitsluitend naar personen. Voor el coche gebruik je que.

Quien als automatische vertaling van Nederlands wie of die

  • Onjuist: La mujer quien llamó dejó un mensaje.
  • Juist: La mujer que llamó dejó un mensaje.
  • Waarom: In een gewone bepalende bijzin zonder voorzetsel gebruikt het Spaans que, ook wanneer het antecedent een persoon is. Vertaal Nederlands die dus niet woord voor woord.

Het meervoud van quien vergeten

  • Onjuist: Los colegas con quien trabajo son argentinos.
  • Juist: Los colegas con quienes trabajo son argentinos.
  • Waarom: Quien richt zich in getal naar de persoon of personen waarnaar het verwijst. Bij los colegas hoort quienes.

Het voorzetsel laten verdwijnen

  • Onjuist: La amiga quien viajé es de Chile.
  • Juist: La amiga con quien viajé es de Chile.
  • Waarom: Je reist con alguien. Dat con blijft nodig in de betrekkelijke constructie. Denk eerst aan de volledige combinatie van werkwoord en voorzetsel.

Que aanpassen aan geslacht of aantal

  • Onjuist: las canciones ques escuchamos
  • Juist: las canciones que escuchamos
  • Waarom: Que is altijd onveranderlijk. Er bestaan wel vormen als las que, maar daarin is las een afzonderlijk lidwoord; het is geen uitgang van que.

Qué met accent schrijven

  • Onjuist: El libro qué compré es caro.
  • Juist: El libro que compré es caro.
  • Waarom: Betrekkelijk que heeft geen accentteken. Qué met accent hoort bij directe of indirecte vragen en uitroepen: ¿Qué compraste? en No sé qué compraste.

Gebruik en nuance

In alledaags Spaans is que verreweg de frequentste en minst opvallende vorm. Een Nederlandse vertaling kan die, dat, wie of soms waarmee bevatten, maar dat zegt niet rechtstreeks welke Spaanse vorm nodig is. Kijk naar het antecedent, de functie in de bijzin en een eventueel voorzetsel.

Na een voorzetsel kun je bij personen vaak kiezen tussen quien en een vorm met lidwoord plus que: la compañera con quien trabajo en la compañera con la que trabajo. Beide zijn correct. De vormen met el/la/los/las que zijn heel gewoon in gesproken en geschreven taal. Quien kan iets compacter of verzorgder klinken, vooral na langere voorzetsels, maar is niet uitsluitend formeel.

Bij uitbreidende bijzinnen over personen kan quien ook zonder voorafgaand voorzetsel staan: Ana, quien dirige el equipo, hablará primero. In neutraal dagelijks taalgebruik is Ana, que dirige el equipo,... vaak natuurlijker. Let op de komma’s: zonder komma’s is la persona que... voor een bepalende bijzin de standaard.

De persoonlijke a verdient extra aandacht. Een bepaald menselijk lijdend voorwerp krijgt vaak a: Vi a la profesora. In een betrekkelijke bijzin kun je daarom la profesora a quien vi zeggen. Ook la profesora que vi komt veel voor, vooral wanneer que zonder voorzetsel wordt gebruikt. Met quien moet de a er echter staan: niet la profesora quien vi.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze geregeld tegenkomen.

Zelfstandige quien: ‘wie’ of ‘degene die’

Soms staat er geen genoemd antecedent voor quien. Het woord betekent dan ‘wie’ of ‘degene die’:

  • Quien llegue primero abre la puerta. — Wie het eerst aankomt, doet de deur open.
  • Quienes quieran participar deben inscribirse. — Degenen die willen deelnemen, moeten zich inschrijven.

Dit gebruik komt vaak voor in spreuken, algemene regels en verzorgde schrijftaal. Een veelgehoord alternatief is el que / la que / los que / las que: El que llegue primero...

El que en el cual na voorzetsels

Na voorzetsels zijn er meerdere betrekkelijke vormen. Bij een persoon kunnen bijvoorbeeld alle volgende zinnen voorkomen:

  • la mujer con quien hablé
  • la mujer con la que hablé
  • la mujer con la cual hablé

De eerste twee zijn doorgaans het nuttigst. El cual, la cual, los cuales, las cuales klinkt vaak formeler en komt vooral van pas na langere voorzetsels of wanneer extra duidelijkheid nodig is. Dit hoort bij het vervolgniveau over cual.

Lo que: verwijzen naar een hele gedachte

Lo que betekent vaak ‘wat’ of ‘datgene wat’ en verwijst niet naar één eerder genoemd zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, zaak of idee):

  • No entiendo lo que dices. — Ik begrijp niet wat je zegt.
  • Perdió el tren, lo que causó un problema. — Hij miste de trein, wat een probleem veroorzaakte.

Verwar dit niet met eenvoudig que na een concreet antecedent: Entiendo la explicación que das.

Betrekkelijk of vragend: accent maakt verschil

Naast que tegenover qué bestaat hetzelfde verschil bij quien en quién:

  • La persona con quien hablé — de persoon met wie ik sprak
  • ¿Con quién hablaste? — met wie sprak je?
  • No sé con quién hablaste. — ik weet niet met wie je sprak

In een vraag, ook een indirecte vraag, krijgt quién/quiénes een accent. Een betrekkelijk voornaamwoord krijgt dat niet.

Oefentips

  1. Voeg telkens twee zinnen samen. Begin met paren als Tengo una amiga. Trabajo con ella. Maak daarvan Tengo una amiga con quien trabajo. Zo ontdek je vanzelf welk voorzetsel moet blijven staan.
  2. Markeer drie dingen in leesteksten: het antecedent, het betrekkelijk voornaamwoord en het werkwoord van de bijzin. Vraag daarna: is que/quien hier onderwerp, lijdend voorwerp of onderdeel van een voorzetselgroep?
  3. Oefen contrasten hardop. Maak een reeks met que voor mensen en zaken (la mujer que..., el tren que...) en daarna een reeks met voorzetsel plus quien/quienes (con quien, de quien, para quienes). Zo voorkom je dat je quien simpelweg aan ‘persoon’ gelijkstelt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het SpaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronombres Relativos: que, quien in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen