B1

Futuro simples in het Portugees

Futuro Simples

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

Kort gezegd

De Portugese futuro simples vormt één werkwoord van de infinitief (de onbepaalde vorm, zoals falar) plus een uitgang: falarei, falarás, falará, falaremos, falareis, falarão. Alleen fazer, dizer en trazer hebben veelgebruikte afwijkende stammen: far-, dir- en trar-. In gesprekken klinkt ir + infinitief vaak natuurlijker, terwijl de futuro simples veel voorkomt in formele mededelingen, geschreven voorspellingen en nadrukkelijke toezeggingen.

Overzicht

De futuro simples, voluit ook futuro do presente do indicativo, geeft meestal aan dat een handeling of toestand na het spreekmoment ligt. A empresa abrirá uma nova loja betekent bijvoorbeeld dat het bedrijf een nieuwe winkel zal openen. Dit onderwerp hoort bij B1: de basisvorm is regelmatig, maar goed gebruik vraagt gevoel voor stijl en voor het verschil met ir + infinitief.

In het Nederlands hebben we geen vergelijkbare reeks uitgangen. We gebruiken meestal zullen + infinitief (“wij zullen vertrekken”), gaan + infinitief (“wij gaan vertrekken”) of zelfs de tegenwoordige tijd (“wij vertrekken morgen”). Al die Nederlandse mogelijkheden kunnen, afhankelijk van de context, een Portugese futuro simples opleveren. Vertaal “zullen” daarom niet automatisch met deze tijd: in een ontspannen gesprek is vamos partir amanhã vaak gewoner dan partiremos amanhã.

De futuro simples is beslist geen louter ouderwetse vorm. Je komt hem tegen in nieuwsberichten, weersverwachtingen, zakelijke correspondentie, regels, aankondigingen en beloften. Bovendien kan hij een vermoeden uitdrukken: Estará em casa kan betekenen “hij/zij zal wel thuis zijn”. Dat gebruik heeft in het Nederlands dus ook vaak zal wel als equivalent.

Hoe het werkt

Infinitief plus één reeks uitgangen

Bij regelmatige werkwoorden laat je de hele infinitief staan en voeg je dezelfde uitgangen toe, ongeacht of het werkwoord eindigt op -ar, -er of -ir. De persoonsuitgang (het laatste deel dat aangeeft wie handelt) draagt meestal de klemtoon.

Persoon Uitgang falar (spreken) comer (eten) partir (vertrekken)
eu -ei falarei comerei partirei
tu -ás falarás comerás partirás
ele/ela/você falará comerá partirá
nós -emos falaremos comeremos partiremos
vós -eis falareis comereis partireis
eles/elas/vocês -ão falarão comerão partirão

Onthoud de rij als één geheel: -ei, -ás, -á, -emos, -eis, -ão. Alleen -ás en hebben een accent aigu. De uitgang -ão heeft een tilde en klinkt anders dan -am. Dat spellingverschil is betekenisvol: falaram is “zij spraken/hebben gesproken”, maar falarão is “zij zullen spreken”.

Het onderwerp wordt vaak weggelaten als de context en de uitgang duidelijk genoeg zijn:

  • Chegarei às oito. — Ik zal om acht uur aankomen.
  • Voltaremos em setembro. — Wij zullen in september terugkomen.
  • Aceitarão a proposta? — Zullen zij de offerte accepteren?

De vorm bij vós is grammaticaal correct, maar in hedendaagse omgangstaal beperkt tot bepaalde regio's en bijzondere contexten. Met het veel algemenere vocês gebruik je de derde persoon meervoud: vocês receberão, niet vocês recebereis.

Werkwoorden die elders onregelmatig zijn

Veel werkwoorden met een onregelmatige tegenwoordige tijd volgen in de futuro simples toch gewoon de infinitief. Je hoeft dus niet uit te gaan van vormen als sou, tenho of vou.

Infinitief eu nós eles/elas/vocês
ser serei seremos serão
estar estarei estaremos estarão
ter terei teremos terão
ir irei iremos irão
vir virei viremos virão
poder poderei poderemos poderão
haver haverei haveremos haverão

Bij onpersoonlijk haver in de betekenis “er zijn” gebruik je alleen de derde persoon enkelvoud: Haverá mudanças (“Er zullen veranderingen zijn”). Het meervoud mudanças maakt van haverá dus geen haverão.

Drie belangrijke afwijkende stammen

De voornaamste onregelmatigheden zijn heel systematisch. De uitgangen blijven gelijk, maar een deel van de infinitief verdwijnt.

Infinitief Stam eu ele/ela/você nós eles/elas/vocês
fazer far- farei fará faremos farão
dizer dir- direi dirá diremos dirão
trazer trar- trarei trará traremos trarão

Dezelfde stam verschijnt in afgeleide werkwoorden. Zo volgt contradizer het patroon van dizer: contradirei. Voor praktisch B1-gebruik is het vooral belangrijk dat je geen vormen als fazerei, dizerei of trazerei maakt.

Ontkenningen en vragen

Voor een ontkenning staat não vóór het vervoegde werkwoord: Não viajaremos este ano (“We zullen dit jaar niet reizen”). Ook bij een vraag blijft de normale woordvolgorde meestal behouden; intonatie en het vraagteken maken er een vraag van: Virás amanhã? (“Kom je morgen?”). Met een vraagwoord krijg je bijvoorbeeld Quando começarão as aulas? (“Wanneer beginnen de lessen?”).

Let daarbij op een verschil met het Nederlands. In “Wanneer je aankomt, bel me” gaat wanneer niet om een vraag, maar leidt het een bijzin in. Het Portugees gebruikt voor zo'n nog niet verwezenlijkte toekomstige handeling doorgaans een andere vorm: Quando chegares, liga-me. Chegares is de futuro do conjuntivo (een vorm voor een toekomstige, nog onzekere handeling in een bijzin), niet de futuro simples.

Futuro simples, ir + infinitief of tegenwoordige tijd?

Deze drie keuzes kunnen allemaal naar de toekomst verwijzen, maar ze leggen niet altijd hetzelfde accent.

Vorm Typische functie Voorbeeld
futuro simples geschreven of formele toekomst; voorspelling; nadrukkelijke belofte Enviarei o contrato amanhã.
ir + infinitief plan, intentie of voorspelling in gewone spreektaal Vou enviar o contrato amanhã.
tegenwoordige tijd vaststaand of afgesproken feit met duidelijke tijdsaanduiding Envio o contrato amanhã.

Het label “nabije toekomst” bij ir + infinitief mag je niet te letterlijk nemen. Ook Daqui a dez anos vou morar no campo is mogelijk. Omgekeerd kan de futuro simples iets noemen dat al over vijf minuten gebeurt. Afstand in de tijd is dus minder doorslaggevend dan context, bedoeling en register.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Toelichting
Amanhã irei ao cinema. Morgen zal ik naar de bioscoop gaan. Regelmatige vorm van ir; vrij verzorgd.
Terás de esperar. Je zult moeten wachten. ter de + infinitief drukt noodzaak uit.
Faremos o trabalho juntos. We zullen het werk samen doen. fazer krijgt de stam far-.
Dirão a verdade? Zullen ze de waarheid vertellen? Vraag met de stam dir-.
A conferência começará às nove. De conferentie begint om negen uur. Formele planning of aankondiging.
Não poderei participar na reunião. Ik zal niet aan de vergadering kunnen deelnemen. não staat vóór de werkwoordsvorm.
Traremos os documentos na segunda-feira. We zullen de documenten maandag meebrengen. trazer krijgt de stam trar-.
Vocês receberão uma confirmação por correio eletrónico. Jullie ontvangen een bevestiging per e-mail. vocês neemt de derde persoon meervoud.
Haverá tempo para perguntas no final. Aan het einde zal er tijd zijn voor vragen. Onpersoonlijk haverá blijft enkelvoud.
O preço aumentará no próximo mês. De prijs stijgt volgende maand. Typische formulering in nieuws of berichtgeving.
Prometo que voltarei. Ik beloof dat ik terugkom. De futuro simples versterkt de toezegging.
Quem ficará responsável pelo projeto? Wie wordt verantwoordelijk voor het project? Vraagwoord met toekomstige situatie.
Ela estará no escritório. Ze zal wel op kantoor zijn. Mogelijk een vermoeden over het heden.
Será que eles sabem disso? Zouden ze dat weten? Vaste, veelgebruikte inleiding voor twijfel of een voorzichtige vraag.

Veelgemaakte fouten

De infinitief inkorten bij regelmatige werkwoorden

  • Fout: Nós falemos amanhã.
  • Goed: Nós falaremos amanhã.
  • Waarom: de futuro simples bewaart de hele infinitief falar. Falemos is een andere werkwoordsvorm en betekent hier niet “wij zullen spreken”.

-am schrijven in plaats van -ão

  • Fout: Eles chegaram amanhã.
  • Goed: Eles chegarão amanhã.
  • Waarom: chegaram verwijst naar een afgerond verleden; chegarão verwijst naar de toekomst. Koppel amanhã bewust aan de geschreven uitgang -ão.

Een regelmatige vorm maken van fazer, dizer of trazer

  • Fout: Eu fazerei o possível.
  • Goed: Eu farei o possível.
  • Waarom: deze drie werkwoorden gebruiken far-, dir- en trar-: farei, direi, trarei.

Vocês behandelen als vós

  • Fout: Vocês partireis cedo.
  • Goed: Vocês partirão cedo.
  • Waarom: vocês betekent wel “jullie”, maar hoort grammaticaal bij de derde persoon meervoud. De uitgang -eis hoort bij vós.

In elk gesprek de futuro simples kiezen

  • Correct maar vaak te plechtig: Logo à noite telefonarei à Ana.
  • Gewoon in een gesprek: Logo à noite vou telefonar à Ana.
  • Waarom: Nederlandse “zal”-zinnen verleiden je tot één-op-éénvertaling. In gesproken Portugees is ir + infinitief vaak spontaner.

De futuro simples gebruiken na toekomstig quando

  • Fout: Quando chegarás, manda uma mensagem.
  • Goed: Quando chegares, manda uma mensagem.
  • Waarom: in een tijdsbepalende bijzin over een nog toekomstige gebeurtenis staat vaak de futuro do conjuntivo. In een echte vraag is Quando chegarás? wél juist.

Gebruiksnotities

Zowel in Portugal als in Brazilië is ir + infinitief zeer gebruikelijk in gesprekken. De futuro simples staat sterker in verzorgde schrijftaal, officiële mededelingen, journalistiek en zakelijke voorspellingen. Toch is de grens niet absoluut. Een spreker kan farei juist kiezen om vastberadenheid te tonen, terwijl een krantenkop soms de tegenwoordige tijd gebruikt om directer te klinken.

De combinatie met bepaalde werkwoorden komt vaak terug in institutionele taal: deverá apresentar (“dient te overleggen / zal moeten overleggen”), poderá consultar (“kan raadplegen”) en será necessário (“het zal nodig zijn”). Een letterlijke Nederlandse vertaling met “zal” klinkt dan soms onnatuurlijk. Vertaal de functie van de hele zin, niet elk hulpwerkwoord afzonderlijk.

In Braziliaanse omgangstaal hoor je vaak a gente vai fazer voor “we gaan het doen”. In formele tekst ligt nós faremos meer voor de hand. In Europees Portugees is vamos fazer eveneens een heel gewone spreektaalkeuze. Regionale voorkeur verandert dus vooral hoe vaak en in welke stijl je de vormen hoort; de vervoeging zelf blijft dezelfde.

Verder dan de basis

Een vermoeden over nu

De naam “toekomende tijd” dekt niet elk gebruik. De futuro simples kan een inschatting, onzekerheid of voorzichtige conclusie uitdrukken. De bedoelde tijd blijkt dan uit de context:

  • Onde estará o Rui? — Waar zou Rui zijn?
  • Terá uns quarenta anos. — Hij/zij zal een jaar of veertig zijn.
  • Serão já cinco horas? — Zou het al vijf uur zijn?
  • Haverá algum engano. — Er zal wel een vergissing zijn.

Dit is een belangrijk verschil met een simpele toekomstvoorspelling. Amanhã estará em casa gaat waarschijnlijk over morgen; Estará em casa agora is een vermoeden over nu.

Voornaamwoorden midden in de werkwoordsvorm

In zeer formele schrijftaal, vooral in Europees Portugees, kan een onbeklemtoond objectvoornaamwoord (een kort woord als me, te, o of lhe dat “mij”, “je”, “hem/haar/het” of “aan hem/haar” vervangt) tussen de infinitiefstam en de uitgang staan. Dit heet mesóclise:

Formele vorm Betekenis Gewoner alternatief
Dir-te-ei amanhã. Ik zal het je morgen zeggen. Vou dizer-te amanhã. / Vou te dizer amanhã.
Enviar-lhe-emos os dados. We zullen hem/haar/u de gegevens sturen. Vamos enviar-lhe os dados.
Ajudá-los-ei. Ik zal hen helpen. Vou ajudá-los.

Bij ajudar + os verandert de spelling in ajudá-los; daarna volgt de toekomstige uitgang. Een woord dat een voorgeplaatst voornaamwoord aantrekt, voorkomt de mesóclise: Não te direi nada (“Ik zal je niets zeggen”). Voor de meeste leerders is herkennen belangrijker dan zelf produceren. Vooral in alledaags Braziliaans Portugees zijn constructies met een voornaamwoord vóór het werkwoord of met ir + infinitief veel normaler.

Verwantschap met de condicional en de voltooide toekomst

De condicional (de vorm voor onder meer “zou”) gebruikt dezelfde infinitief of afwijkende stam, maar andere uitgangen: farei tegenover faria, dirão tegenover diriam. Daardoor kun je de stammen voor beide onderwerpen tegelijk onthouden.

De futuro composto of voltooide toekomst gebruikt ter in de futuro simples plus een voltooid deelwoord (een vorm zoals Nederlands “gedaan”): terei terminado betekent “ik zal klaar zijn / ik zal voltooid hebben”. Die tijd kijkt vanuit een toekomstig moment terug op iets dat dan al voltooid is.

Oefentips

  1. Bouw vormen vanuit de infinitief. Neem dagelijks drie werkwoorden uit verschillende groepen en vervoeg ze met de rij -ei, -ás, -á, -emos, -eis, -ão. Voeg daarna fazer, dizer en trazer toe als aparte geheugenrij.
  2. Schrijf dezelfde boodschap in drie stijlen. Vergelijk bijvoorbeeld Amanhã telefono, Amanhã vou telefonar en Amanhã telefonarei. Noteer erbij: afspraak, gewoon plan of formele/nadrukkelijke toezegging.
  3. Zoek vormen in echte teksten. Markeer in nieuws en officiële berichten uitgangen als -ará, -erão en -irá. Vraag telkens: gaat dit werkelijk over later, of drukt de vorm een vermoeden uit?

Verwante onderwerpen

  • Vooraf: Futuro próximo: ir + infinitief — de gebruikelijke gesproken constructie waarmee je de futuro simples het best vergelijkt.
  • Volgende stap: Condicional — gebruikt dezelfde regelmatige en onregelmatige stammen voor betekenissen met “zou”.
  • Verdieping: Futuro composto — beschrijft wat op een toekomstig moment al voltooid zal zijn.

Vereiste kennis

Nabije toekomst met *ir* + infinitief in het PortugeesA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Futuro Simples in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen