B1

Toekomst uitdrukken in het Deens

Fremtid

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.

In het kort

Het Deens heeft geen aparte vervoegde toekomende tijd. Je gebruikt meestal skal + infinitief voor een plan, afspraak of bedoeling, vil + infinitief voor een voorspelling, kommer til at + infinitief voor een verwachte ontwikkeling of een waarschijnlijk gevolg, en de tegenwoordige tijd wanneer een tijdsaanduiding de toekomst duidelijk maakt. Welke vorm je kiest, zegt dus niet alleen wanneer iets gebeurt, maar ook hoe de spreker ertegen aankijkt.

Overzicht

De toekomst uitdrukken in het Deens betekent niet dat je een nieuwe reeks werkwoordsuitgangen moet leren. Je combineert bestaande vormen: een modaal werkwoord (een werkwoord zoals skal of vil dat de houding van de spreker aangeeft) met een infinitief (de basisvorm van het werkwoord, zoals rejse, ‘reizen’), of je gebruikt gewoon de tegenwoordige tijd. Op B1-niveau leer je vooral welke keuze natuurlijk is in een bepaalde situatie.

Voor Nederlandstaligen voelt het systeem deels vertrouwd. Ook in het Nederlands kun je zeggen: ‘Ik vertrek morgen’, ‘Ik ga morgen vertrekken’ en ‘Het zal morgen regenen’. Toch kun je Nederlandse hulpwerkwoorden niet woord voor woord omzetten. Deens skal kan verplichting betekenen, maar duidt in toekomstzinnen heel vaak op een plan of afspraak. Vil kan een voorspelling uitdrukken, maar betekent met een persoon als onderwerp soms eerder ‘willen’ dan neutraal ‘zullen’.

Het verschil draait daarom vaak om perspectief. Staat de handeling in de agenda? Is het een voorspelling? Lijkt een gevolg onvermijdelijk? Of is de toekomstige betekenis al duidelijk door woorden als i morgen (‘morgen’) en næste uge (‘volgende week’)?

Hoe het werkt

Vier hoofdkeuzes

Vorm Basisbetekenis Typische Nederlandse weergave Voorbeeld
skal + infinitief plan, afspraak, bedoeling; soms verplichting gaan, zullen, moeten Jeg skal rejse i morgen.
vil + infinitief voorspelling of inschatting; soms bereidheid/wens zal, waarschijnlijk; willen Det vil regne.
kommer til at + infinitief verwachte ontwikkeling of waarschijnlijk gevolg gaat, zal uiteindelijk Hun kommer til at blive læge.
tegenwoordige tijd vaststaand of concreet toekomstig feit met context tegenwoordige tijd Vi tager afsted næste uge.

Deze betekenissen overlappen. Er bestaat dus niet altijd precies één juiste vorm. De keuze legt een ander accent.

Skal: plannen, afspraken en bedoelingen

Gebruik skal wanneer iets gepland, afgesproken of voorzien is. De vorm verandert niet per persoon:

Persoon Vorm Betekenis
jeg jeg skal rejse ik ga/zal reizen
du du skal rejse jij gaat/zult reizen
han/hun han/hun skal rejse hij/zij gaat/zal reizen
vi vi skal rejse wij gaan/zullen reizen
I I skal rejse jullie gaan/zullen reizen
de de skal rejse zij gaan/zullen reizen

Na skal staat de infinitief zonder at: Jeg skal arbejde, niet jeg skal at arbejde. Hetzelfde geldt voor vil.

Skal kan ook echte verplichting uitdrukken: Du skal aflevere opgaven i morgen kan betekenen dat je de opdracht morgen móét inleveren. De context, intonatie en degene die de afspraak bepaalt maken het verschil. Vergelijk:

  • Jeg skal mødes med Sara klokken otte. — Ik heb om acht uur met Sara afgesproken.
  • Du skal være hjemme klokken otte. — Je moet om acht uur thuis zijn.

Een veelvoorkomende constructie is skal + richting/plaats, zonder zichtbaar hoofdwerkwoord: Vi skal til Danmark til sommer (‘We gaan deze zomer naar Denemarken’). Een werkwoord als rejse of tage wordt daarbij begrepen.

Vil: voorspelling, verwachting en bereidheid

Gebruik vil vaak wanneer je voorspelt wat er zal gebeuren:

  • Priserne vil stige næste år. — De prijzen zullen volgend jaar stijgen.
  • Det vil tage cirka en time. — Het zal ongeveer een uur duren.

Ook vil blijft bij alle personen gelijk en wordt direct gevolgd door de infinitief: vil komme, vil regne, vil være.

Let op bij personen. Hun vil rejse kan afhankelijk van de context betekenen:

  1. ‘Ze zal reizen’ — een voorspelling;
  2. ‘Ze wil reizen’ — een wens of voornemen.

In alledaagse situaties wordt de tweede lezing vaak vanzelfsprekend. Voor een concreet plan is Hun skal rejse på fredag daarom meestal duidelijker. Bij een onpersoonlijk onderwerp, een natuurverschijnsel of een algemene ontwikkeling is vil gemakkelijker als voorspelling te herkennen: Det vil blive koldere (‘Het zal kouder worden’).

Vil kan bovendien bereidheid aangeven: Jeg vil gerne hjælpe betekent ‘Ik help graag’ of ‘Ik zou graag helpen’, niet simpelweg ‘Ik zal helpen’. Gerne stuurt de betekenis duidelijk richting wens of bereidheid.

Kommer til at: wat naar verwachting gaat gebeuren

De vaste constructie is:

onderwerp + kommer til at + infinitief

Hier hoort at er juist wél bij:

  • Det kommer til at regne. — Het gaat regenen.
  • Du kommer til at elske København. — Je gaat Kopenhagen geweldig vinden.
  • Hun kommer til at blive læge. — Ze gaat arts worden.

Deze vorm past goed bij een ontwikkeling, gevolg of uitkomst die de spreker verwacht. Vaak is het geen agenda-afspraak maar iets dat uit de omstandigheden voortvloeit. Jeg skal arbejde sent klinkt als een plan of noodzaak; Jeg kommer til at arbejde sent klinkt eerder als de verwachte uitkomst: het werk zal wel uitlopen.

De constructie kan ook waarschuwend klinken: Du kommer til at fryse uden en jakke (‘Je krijgt het koud zonder jas’). Dat betekent niet dat iemand van plan is kou te lijden.

De tegenwoordige tijd voor de toekomst

Als een tijdsaanduiding of de situatie het toekomstige moment duidelijk maakt, is de gewone tegenwoordige tijd zeer natuurlijk:

  • Toget kører klokken 7.12. — De trein vertrekt om 7.12 uur.
  • Vi ses i morgen. — We zien elkaar morgen.
  • Jeg arbejder hjemme på fredag. — Ik werk vrijdag thuis.

Dit gebruik lijkt sterk op het Nederlands. Het komt vooral voor bij roosters, concrete afspraken en gebeurtenissen die als vaststaand worden voorgesteld. Zonder tijdscontext kan de zin dubbelzinnig zijn: Jeg arbejder hjemme betekent doorgaans ‘Ik werk thuis’, niet vanzelf ‘Ik zal thuis werken’.

Woordvolgorde en ontkenning

In een gewone hoofdzin staat ikke meestal na het vervoegde werkwoord:

  • Jeg skal ikke arbejde i morgen. — Ik werk morgen niet / ik hoef morgen niet te werken.
  • Det vil ikke tage lang tid. — Het zal niet lang duren.
  • Hun kommer ikke til at glemme det. — Ze zal dat niet vergeten.

Begint de zin met een tijdsaanduiding, dan komt het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp. Dit is de Deense V2-regel: het vervoegde werkwoord staat op de tweede zinsplaats.

  • I morgen skal jeg arbejde hjemme. — Morgen werk ik thuis.
  • Næste år vil priserne stige. — Volgend jaar zullen de prijzen stijgen.

In een bijzin (een zinsdeel dat niet zelfstandig de hoofdmededeling vormt) staat ikke vóór het vervoegde werkwoord:

  • Jeg tror, at det ikke vil regne. — Ik denk dat het niet zal regenen.
  • Hun siger, at hun ikke skal arbejde fredag. — Ze zegt dat ze vrijdag niet hoeft te werken / niet werkt.

Voorbeelden in context

Deens Nederlands Toelichting
Jeg skal rejse i morgen. Ik ga morgen op reis. Een concreet plan.
Vi skal spise hos Mette på lørdag. We gaan zaterdag bij Mette eten. Afspraak of uitnodiging.
Du skal ringe til lægen i morgen. Je moet morgen de dokter bellen. Skal drukt hier noodzaak uit.
Det vil regne senere i dag. Het zal later vandaag regenen. Voorspelling.
Mødet vil vare omkring to timer. De vergadering zal ongeveer twee uur duren. Neutrale inschatting.
Jeg vil gerne lære mere dansk. Ik wil graag meer Deens leren. Wens, geen neutrale toekomst.
Hun kommer til at blive læge. Ze gaat arts worden. Verwachte ontwikkeling.
Det kommer til at koste mere end forventet. Het gaat meer kosten dan verwacht. Waarschijnlijk gevolg.
Du kommer til at savne dem. Je zult hen gaan missen. Verwachting over een reactie.
Vi tager afsted næste uge. We vertrekken volgende week. Tegenwoordige tijd met tijdsaanduiding.
Bussen kommer om fem minutter. De bus komt over vijf minuten. Dienstregeling of concreet feit.
I morgen skal jeg mødes med min chef. Morgen heb ik een afspraak met mijn leidinggevende. Tijdsbepaling voorop; omgekeerde woordvolgorde.
Jeg tror, at det ikke vil tage så lang tid. Ik denk dat het niet zo lang zal duren. Ikke staat vóór vil in de bijzin.
Når du kommer hjem, laver vi mad. Als je thuiskomt, maken we eten. Tegenwoordige tijd na når, hoewel het om later gaat.

Veelgemaakte fouten

Na skal of vil ten onrechte at gebruiken

  • Fout: Jeg skal at arbejde i morgen.
  • Goed: Jeg skal arbejde i morgen.
  • Waarom: na de modale werkwoorden skal en vil volgt de infinitief rechtstreeks. Nederlands ‘te’ helpt hier niet als geheugensteun; ook waar het Nederlands ‘te’ kan oproepen, gebruikt deze Deense constructie geen at.

At weglaten in kommer til at

  • Fout: Det kommer til regne.
  • Goed: Det kommer til at regne.
  • Waarom: kommer til at is een vaste constructie. Anders dan na skal en vil is at hier verplicht.

Overal vil gebruiken als vertaling van ‘zal’

  • Minder natuurlijk voor een afspraak: Jeg vil mødes med tandlægen klokken ni.
  • Natuurlijker: Jeg skal til tandlægen klokken ni.
  • Waarom: bij een persoon kan vil als ‘willen’ worden opgevat. Een afspraak of vast plan krijgt meestal skal of de tegenwoordige tijd.

Skal altijd als ‘moeten’ begrijpen

  • Verkeerde interpretatie: Vi skal til Odense på fredag = ‘We moeten vrijdag naar Odense.’
  • Gebruikelijke interpretatie: ‘We gaan vrijdag naar Odense.’
  • Waarom: skal beschrijft vaak eenvoudigweg wat gepland staat. Alleen context maakt er een plicht van.

Nederlandse woordvolgorde na een vooropgeplaatste tijdsbepaling houden

  • Fout: I morgen jeg skal arbejde hjemme.
  • Goed: I morgen skal jeg arbejde hjemme.
  • Waarom: in een Deense hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats. Na i morgen volgen dus skal en daarna het onderwerp jeg.

Een toekomstvorm gebruiken waar de tijd al volkomen duidelijk is

  • Zwaar of onnodig: Toget vil køre klokken syv als je alleen de dienstregeling noemt.
  • Gewoon: Toget kører klokken syv.
  • Waarom: bij roosters en vaststaande gebeurtenissen is de tegenwoordige tijd vaak de meest neutrale keuze. Vil kan de zin als voorspelling of formele mededeling laten klinken.

Gebruiksnotities

In alledaags Deens zijn skal en de tegenwoordige tijd bijzonder gewoon voor persoonlijke plannen. Een Nederlandstalige die steeds vil gebruikt omdat ‘zal’ logisch lijkt, kan daardoor afstandelijk, nadrukkelijk of dubbelzinnig klinken. Vraag jezelf af of je een agenda-item noemt of een voorspelling doet.

In vragen heeft skal vaak de betekenis ‘zullen we?’ of ‘wat is de bedoeling?’: Skal vi gå? (‘Zullen we gaan?’) en Hvornår skal du rejse? (‘Wanneer ga je op reis?’). Vil vraagt vaker naar wens of bereidheid: Vil du med? (‘Wil je mee?’) en Vil du hjælpe mig? (‘Wil je me helpen?’). Dit contrast is praktisch belangrijker dan een starre koppeling aan tijd.

Kommer til at is heel gebruikelijk in gesproken en geschreven Deens, maar kan meer nadruk leggen op het verwachte verloop dan een eenvoudige tegenwoordige tijd. Vergelijk Det regner i morgen (‘Morgen regent het’, stellig) met Det kommer til at regne i morgen (‘Het gaat morgen regenen’, een verwachting op grond van wat we nu weten).

Na tijdswoorden als når (‘wanneer/als’), før (‘voordat’) en efter at (‘nadat’) gebruikt het Deens vaak de tegenwoordige tijd voor een toekomstige gebeurtenis: Jeg ringer, når jeg kommer hjem (‘Ik bel als ik thuiskom’). Zet niet automatisch vil in beide zinsdelen naar Nederlands voorbeeld.

Verder dan de basis

Een handeling die vóór een toekomstig moment voltooid zal zijn

Voor een voltooid toekomstperspectief kun je vil have of skal have + voltooid deelwoord gebruiken. Het voltooid deelwoord is de werkwoordsvorm in combinaties als Nederlands ‘gedaan’ of ‘geschreven’.

  • Til december vil hun have afsluttet uddannelsen. — Tegen december zal ze de opleiding hebben afgerond.
  • Jeg skal have skrevet rapporten inden fredag. — Ik moet/zal het rapport vóór vrijdag geschreven hebben.

Vil have presenteert dit meestal als voorspelling. Skal have kan een deadline, vereiste of afgesproken resultaat aangeven. De context blijft bepalend.

Toekomst bekeken vanuit het verleden

Wanneer je vanuit een moment in het verleden vooruitkijkt, verschijnen vaak de verleden vormen skulle en ville:

  • Jeg skulle rejse dagen efter. — Ik zou de volgende dag vertrekken.
  • Hun vidste, at det ville blive svært. — Ze wist dat het moeilijk zou worden.

Skulle kan een toenmalig plan aanduiden; ville een toenmalige voorspelling. Deze vormen hebben daarnaast andere functies, zoals beleefdheid en voorwaardelijkheid. Vertaal ze daarom niet automatisch altijd met ‘zou’ zonder naar de hele zin te kijken.

Nuances van zekerheid zijn geen wiskundige schaal

Het is verleidelijk om vil, kommer til at en de tegenwoordige tijd op een vaste schaal van onzeker naar zeker te zetten. Zo werkt natuurlijk taalgebruik niet. De tegenwoordige tijd kan een gebeurtenis als vaststaand presenteren, kommer til at kan een sterke verwachting uitdrukken, en vil kan variëren van voorzichtige inschatting tot stellige voorspelling. Woorden zoals måske (‘misschien’), nok (‘waarschijnlijk/wel’) en helt sikkert (‘zeker weten’) geven de zekerheid vaak duidelijker aan:

  • Det kommer nok til at gå godt. — Het zal waarschijnlijk wel goed gaan.
  • Hun skal helt sikkert med. — Ze gaat beslist mee.
  • Måske bliver vi hjemme. — Misschien blijven we thuis.

Skal en informatie uit een andere bron

In nieuwsachtige of formele context kan skal aangeven dat iets volgens berichten of beweringen het geval is: Den nye ordning skal træde i kraft næste år kan betekenen dat de regeling volgens de planning volgend jaar ingaat. Soms krijgt skal zelfs de nuance ‘naar verluidt’. Voor een B1-leerder is de hoofdregel voldoende, maar bij lezen is het nuttig te weten dat skal niet altijd een persoonlijke bedoeling of bevel uitdrukt.

Oefentips

  1. Maak één situatie vier keer. Neem bijvoorbeeld een reis en formuleer een plan met skal, een voorspelling met vil, een verwacht gevolg met kommer til at en een vaste afspraak in de tegenwoordige tijd. Leg telkens in één Nederlandse zin uit waarom je die vorm koos.
  2. Luister naar de bedoeling, niet alleen naar de tijd. Noteer in Deense gesprekken vijf zinnen met skal of vil en label ze als plan, plicht, voorspelling, wens of bereidheid. Zo voorkom je dat je beide woorden als simpele vertalingen van ‘zullen’ leert.
  3. Oefen woordvolgorde in paren. Schrijf eerst Jeg skal arbejde hjemme i morgen en zet daarna de tijd voorop: I morgen skal jeg arbejde hjemme. Voeg vervolgens een bijzin met ikke toe om ook de plaats van de ontkenning te trainen.

Verwante onderwerpen

  • Voorwaarde: Modale werkwoorden — behandelt de basisvormen en kernbetekenissen van onder meer skal en vil, waarop de Deense toekomst voortbouwt.

Vereiste kennis

Modale werkwoorden in het DeensA1

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Fremtid in Deens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Deens · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen