B1

Relatieve bijzinnen in het Deens

Relativsætninger

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.

In het kort

Een Deense relatieve bijzin geeft extra informatie over een persoon, zaak, plaats of tijd. Gebruik meestal der of som als onderwerp, alleen som als lijdend voorwerp, hvis voor bezit en hvor voor een plaats: manden, der bor her; bogen, (som) jeg læste; kvinden, hvis søn jeg kender; huset, hvor vi bor. Alleen som als voorwerp kan vaak worden weggelaten.

Overzicht

Een relatieve bijzin is een bijzin die meer vertelt over een woord of woordgroep ervoor: manden, der bor her betekent ‘de man die hier woont’. Dat eerdere woord heet het antecedent: de persoon of zaak waarop de relatieve bijzin terugwijst. Relatieve bijzinnen maken het mogelijk om informatie te combineren zonder telkens een nieuwe hoofdzin te beginnen.

Op B1-niveau is vooral de keuze tussen som en der belangrijk. Die keuze lijkt op Nederlands die en dat, maar de systemen lopen niet gelijk. In het Deens hangt de vorm niet af van het grammaticale geslacht of van enkelvoud en meervoud. Zowel manden als huset en bøgerne kunnen dus door som of, in de juiste functie, der worden gevolgd.

Je hebt hierbij ook de gewone regels voor Deense bijzinnen nodig. Met name een zinsbijwoord zoals ikke staat in een bijzin vóór de persoonsvorm (het vervoegde werkwoord): bogen, som jeg ikke har læst. Dat verschilt zichtbaar van de hoofdzin Jeg har ikke læst bogen.

Hoe het werkt

Eerst bepalen: welke functie ontbreekt?

Kijk niet alleen naar de Nederlandse vertaling. Vraag welke rol het betrekkelijke woord binnen de Deense bijzin heeft.

Betekenis of functie Gebruik Voorbeeld Nederlandse betekenis
onderwerp: wie of wat de handeling uitvoert der of som en mand, der/som arbejder her een man die hier werkt
lijdend voorwerp: wie of wat de handeling ondergaat som of niets en mand, (som) jeg kender een man die ik ken
bezit of relatie hvis en kvinde, hvis bil er rød een vrouw van wie de auto rood is
plaats hvor byen, hvor hun bor de stad waar zij woont

Deze functietest is betrouwbaar. In manden, der bor her staat na der meteen bor: der is zelf het onderwerp van bor. In manden, som jeg kender heeft de bijzin al een onderwerp, jeg. Het ontbrekende zinsdeel is het lijdend voorwerp van kender, dus som kan staan of worden weggelaten.

Der en som als onderwerp

Als het betrekkelijke woord het onderwerp is, zijn zowel der als som mogelijk:

  • Pigen, der spiller klaver, er min nabo. — Het meisje dat piano speelt, is mijn buurmeisje.
  • Pigen, som spiller klaver, er min nabo. — Dezelfde betekenis.

Der is heel gebruikelijk als betrekkelijk onderwerp. Som is eveneens normaal en kan handig zijn wanneer je dezelfde vorm consequent wilt gebruiken. Er is hier geen onderscheid zoals Nederlands die bij de-woorden en dat bij het-woorden:

  • manden, der kommer — de man die komt
  • huset, der ligger ved havet — het huis dat aan zee ligt
  • bøgerne, som står på bordet — de boeken die op tafel staan

Let op: der kan in deze constructie alleen de open plek van het onderwerp vullen. Als de bijzin al een expliciet onderwerp heeft, is der dus niet het juiste betrekkelijke woord.

Som als voorwerp — en wanneer het weg kan

Als het ontbrekende zinsdeel een voorwerp is, gebruik je som, niet der:

  • Bogen, som jeg læste, var spændende.
  • Bogen, jeg læste, var spændende.

Beide betekenen ‘Het boek dat ik las, was spannend.’ In de tweede versie is het betrekkelijke woord stilzwijgend aanwezig. Dit heet een nulrelatief: de relatie wordt begrepen zonder uitgesproken betrekkelijk woord.

De eenvoudige regel luidt:

  • onderwerp: personen, som/der ringedesom/der moet blijven staan;
  • voorwerp: personen, (som) jeg ringede tilsom mag vaak weg.

Vergelijk:

  • Kvinden, som så Peter — de vrouw die Peter zag; som is onderwerp.
  • Kvinden, som Peter så — de vrouw die Peter zag; Peter is onderwerp en som is voorwerp.

De Nederlandse vertaling is in beide gevallen dubbelzinnig. De Deense woordvolgorde laat zien wie wie zag. Laat bij twijfel som staan; dat is correct en maakt de structuur duidelijk.

Voorzetsels blijven meestal achteraan

In alledaags Deens staat een voorzetsel vaak aan het einde van de relatieve bijzin:

  • den kollega, (som) jeg talte med — de collega met wie ik sprak
  • det emne, (som) vi tænkte på — het onderwerp waaraan we dachten
  • den stol, (som) hun sad på — de stoel waarop zij zat

Dit voelt voor Nederlandstaligen vaak vertrouwd, omdat ook de collega met wie ik sprak en informeler de collega die ik mee sprak vergelijkbare keuzes laten zien. Deens gebruikt echter niet zomaar der als voorwerp na een voorzetsel. In verzorgde, formele stijl kan bij personen ook een combinatie met hvem voorkomen, bijvoorbeeld den person, med hvem jeg talte. In gewone gesprekken klinkt den person, jeg talte med natuurlijker.

Als som het voorwerp van het voorzetsel is en het voorzetsel achteraan staat, kan som meestal ook weg: filmen, vi talte om.

Hvis drukt bezit of een nauwe relatie uit

Hvis betekent ‘wiens’, ‘wier’ of ‘van wie/waarvan’. Het verandert niet naar geslacht of aantal:

  • manden, hvis datter læser medicin — de man wiens dochter geneeskunde studeert
  • kvinden, hvis søn jeg kender — de vrouw van wie ik de zoon ken
  • firmaet, hvis kontor ligger i Aarhus — het bedrijf waarvan het kantoor in Aarhus ligt

Na hvis volgt de bezeten persoon of zaak doorgaans zonder bepaald lidwoord: hvis søn, niet hvis sønnen. Dat lijkt op Nederlands wiens zoon: ook daar komt niet nog eens de zoon na wiens.

Hvis kan naar mensen, organisaties en zaken verwijzen. Bij zaken kan een omschrijving met een voorzetsel soms natuurlijker zijn, maar hvis is grammaticaal niet tot personen beperkt.

Hvor voor een plaats

Gebruik hvor wanneer de relatieve bijzin het antecedent als plaats voorstelt:

  • Huset, hvor vi bor, er gammelt. — Het huis waar wij wonen, is oud.
  • Den café, hvor vi mødtes, er lukket. — Het café waar we elkaar ontmoetten, is gesloten.

Vaak is een constructie met voorzetsel ook mogelijk: huset, som vi bor i. Het verschil zit vooral in het perspectief:

  • hvor = daar, op die plaats;
  • som ... i/på = het huis of voorwerp als aanvulling bij het voorzetsel.

Gebruik hvor niet automatisch voor elk Nederlands waar. In het onderwerp waarover we spraken is ‘onderwerp’ geen plaats. Deens gebruikt dan emnet, (som) vi talte om, niet emnet, hvor vi talte.

Woordvolgorde in de relatieve bijzin

Een relatieve bijzin volgt de woordvolgorde van een bijzin. Een nuttig patroon is:

betrekkelijk element + onderwerp (als dat nog nodig is) + zinsbijwoord + persoonsvorm + rest

  • en bog, som jeg ikke har læst — een boek dat ik niet heb gelezen
  • en nabo, der aldrig kommer for sent — een buur die nooit te laat komt

Wanneer der of som zelf onderwerp is, volgt er natuurlijk geen tweede onderwerp: en nabo, der ikke ryger. Vergelijk dit met een hoofdzin: Naboen ryger ikke. De plaats van ikke is een handige controle of je de bijzinstructuur goed hebt toegepast.

Beperkende en uitbreidende informatie

Een beperkende relatieve bijzin bepaalt over welke persoon of zaak je spreekt:

  • De elever, der har afleveret opgaven, kan gå. — De leerlingen die de opdracht hebben ingeleverd, mogen gaan.

Hier gaat het alleen om de leerlingen die aan de voorwaarde voldoen. Een uitbreidende relatieve bijzin voegt extra informatie toe over een al geïdentificeerde persoon of zaak:

  • Min bror, der bor i Odense, kommer i morgen. — Mijn broer, die in Odense woont, komt morgen.

De context en intonatie maken dit onderscheid duidelijk; komma's helpen in geschreven Deens, maar het Deense kommasysteem werkt niet precies zoals het Nederlandse.

Voorbeelden in context

Deens Nederlands Opmerking
Manden, der bor her, er lærer. De man die hier woont, is leraar. der is onderwerp.
Jeg kender en kvinde, som taler fire sprog. Ik ken een vrouw die vier talen spreekt. som is onderwerp en kan niet weg.
Bogen, som jeg læste i ferien, var spændende. Het boek dat ik in de vakantie las, was spannend. som is lijdend voorwerp.
Bogen, jeg læste i ferien, var spændende. Het boek dat ik in de vakantie las, was spannend. Het voorwerps-som is weggelaten.
Det er den film, vi talte om i går. Dat is de film waarover we gisteren spraken. Voorzetsel achteraan; nulrelatief.
Kvinden, hvis søn jeg kender, arbejder på hospitalet. De vrouw van wie ik de zoon ken, werkt in het ziekenhuis. hvis drukt een relatie van bezit uit.
Vi besøgte et firma, hvis produkter sælges i hele Europa. We bezochten een bedrijf waarvan de producten in heel Europa worden verkocht. hvis kan ook naar een organisatie verwijzen.
Huset, hvor vi bor, blev bygget i 1920. Het huis waar wij wonen, is in 1920 gebouwd. hvor stelt het huis als plaats voor.
Huset, som vi bor i, blev bygget i 1920. Het huis waarin wij wonen, is in 1920 gebouwd. Alternatief met som ... i.
Jeg leder efter en computer, der ikke vejer så meget. Ik zoek een computer die niet zo veel weegt. ikke staat vóór de persoonsvorm.
De mennesker, jeg arbejder sammen med, er hjælpsomme. De mensen met wie ik samenwerk, zijn behulpzaam. som is weggelaten; med blijft achteraan.
Min søster, som aldrig drikker kaffe, bestilte te. Mijn zus, die nooit koffie drinkt, bestelde thee. Extra informatie; aldrig staat vóór het werkwoord.

Veelgemaakte fouten

Der gebruiken terwijl de bijzin al een onderwerp heeft

  • Onjuist: Bogen, der jeg læste, var god.
  • Juist: Bogen, som jeg læste, var god. / Bogen, jeg læste, var god.
  • Waarom: jeg is al het onderwerp. Het ontbrekende zinsdeel is het voorwerp van læste, en daarvoor gebruik je som of niets.

Het betrekkelijke onderwerp weglaten

  • Onjuist: Manden, bor her, er læge.
  • Juist: Manden, der bor her, er læge. / Manden, som bor her, er læge.
  • Waarom: Alleen een voorwerps-som kan normaal worden weggelaten. Hier moet iemand het onderwerp van bor zijn.

De Nederlandse die/dat-regel overnemen

  • Onjuist idee: som hoort bij personen en der bij zaken.
  • Juist: manden, der kommer én huset, der ligger her zijn mogelijk; ook som kan in beide zinnen.
  • Waarom: De Deense keuze hangt hier af van de zinsfunctie, niet van persoon versus zaak en ook niet van de-woord versus het-woord.

Hoofdzinvolgorde gebruiken met ikke

  • Onjuist: en bog, som jeg har ikke læst
  • Juist: en bog, som jeg ikke har læst
  • Waarom: In een bijzin staat ikke vóór de persoonsvorm har.

Een bepaald lidwoord na hvis toevoegen

  • Onjuist: kvinden, hvis sønnen bor i Malmö
  • Juist: kvinden, hvis søn bor i Malmö
  • Waarom: hvis bepaalt de bezitsrelatie al. De vorm hvis søn is vergelijkbaar met ‘wiens zoon’.

Hvor gebruiken voor iets dat geen plaats is

  • Onjuist: problemet, hvor vi talte om
  • Juist: problemet, som vi talte om / problemet, vi talte om
  • Waarom: Problemet is hier het voorwerp bij om, geen plaats waar iets gebeurt.

Gebruiksnotities

Komma's: twee aanvaarde systemen

Bij Deense komma's kun je teksten met verschillende keuzes tegenkomen. In het traditionele systeem staat er vaak een komma vóór een bijzin. In het officiële systeem zonder startkomma kan die komma vóór de bijzin worden weggelaten. Een afsluitende komma blijft nodig wanneer de bijzin midden in de hoofdzin eindigt.

Daardoor kun je bijvoorbeeld zowel Manden, der bor her, er lærer als Manden der bor her, er lærer tegenkomen, afhankelijk van het gekozen systeem en de functie van de informatie. Het belangrijkste is dat je binnen één tekst consequent bent. Neem niet blind de Nederlandse interpunctie over; volg de huisstijl van je opleiding, werkgever of publicatie.

Keuze tussen der en som

Als onderwerp zijn der en som vaak beide neutraal en gangbaar. Der maakt de onderwerpsfunctie onmiddellijk zichtbaar; som is veelzijdiger omdat het ook een voorwerp kan zijn. In natuurlijke taal wordt de keuze mede beïnvloed door ritme, stijl en wat er in de zin nog volgt. Voor een leerder is de veilige kernregel: gebruik der alleen als onderwerp, en gebruik som als je één vorm wilt die zowel onderwerp als voorwerp kan zijn.

Weglaten en stijl

Het weglaten van voorwerps-som is niet slordig; het is heel normaal in gesproken én geschreven Deens. In een lange of ingewikkelde zin kan som de structuur wel duidelijker maken. Bij formele formuleringen met een vooropgeplaatst voorzetsel, zoals med hvem, wordt het betrekkelijke element niet weggelaten.

Verder dan de basis

Relatieve bijzinnen zonder uitgesproken zelfstandig naamwoord

Det, der ... en det, som ... betekenen vaak ‘datgene wat’ of eenvoudig ‘wat’:

  • Det, der overraskede mig, var prisen. — Wat mij verraste, was de prijs.
  • Det, som du siger, er vigtigt. — Wat je zegt, is belangrijk.

Ook hier geldt de functietest. In de eerste zin is der onderwerp van overraskede. In de tweede is du het onderwerp en som het voorwerp van siger.

Som in een bredere verwijzing

Een relatieve bijzin kan soms terugwijzen naar de inhoud van een hele voorafgaande mededeling, niet alleen naar één zelfstandig naamwoord:

  • Han kom for sent, som jeg havde forventet. — Hij kwam te laat, zoals ik had verwacht.

Hier betekent som eerder ‘zoals’ dan Nederlands die/dat. Dit is een nuttige uitbreiding, maar niet de kernconstructie die je als eerste hoeft te produceren.

Plaats, tijd en abstracte kaders

Naast hvor voor plaatsen kom je woorden tegen die een tijd of situatie als kader introduceren:

  • den dag, da vi mødtes — de dag waarop we elkaar ontmoetten
  • en situation, hvor ingen vidste, hvad de skulle gøre — een situatie waarin niemand wist wat hij of zij moest doen

Bij abstracte woorden zoals situation is hvor mogelijk omdat het woord als een figuurlijk kader wordt opgevat. Bij een gewoon onderwerp van gesprek, zoals emne of problem, ligt een constructie met som ... om meestal meer voor de hand. De grens wordt dus door betekenis en gebruik bepaald, niet alleen door het zelfstandig naamwoord.

Ingebedde voorzetselgroepen

Gevorderde schrijftaal kan een voorzetsel vóór hvilken/hvilket/hvilke plaatsen, bijvoorbeeld en aftale, ifølge hvilken ... (‘een overeenkomst volgens welke ...’). Zulke vormen zijn formeel en komen vooral in zakelijke, academische of juridische teksten voor. Voor dagelijks Deens zijn som, een achteraan geplaatst voorzetsel en hvor meestal belangrijker en natuurlijker.

Oefentips

  1. Doe de functietest. Neem tien zinnen en markeer in elke relatieve bijzin het onderwerp. Ontbreekt juist het onderwerp, kies dan der/som; staat het onderwerp er al, probeer dan som of weglating.
  2. Maak tweetallen. Schrijf bijvoorbeeld huset, hvor vi bor naast huset, som vi bor i. Zo leer je dat dezelfde gedachte vanuit een plaats of vanuit een voorzetselconstructie kan worden opgebouwd.
  3. Controleer bijzinsvolgorde hardop. Oefen paren als Jeg kender ham ikke en manden, som jeg ikke kender. Let bij luisteren en lezen speciaal op ikke, aldrig en ofte vóór de persoonsvorm in de bijzin.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Bijzinnen — legt de Deense bijzinsvolgorde uit, waaronder de plaats van ikke.
  • Volgende stap: Soorten bijzinnen — plaatst relatieve bijzinnen naast andere typen Deense bijzinnen.

Vereiste kennis

Bijzinnen in het DeensA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Relativsætninger in Deens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Deens · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen