B1

De konditionalis in het Deens

Konditionalis

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.

In het kort

Het Deens drukt Nederlands zou/zouden meestal uit met ville + infinitief: Jeg ville komme betekent “Ik zou komen”. Deze combinatie dient voor denkbeeldige gevolgen, voorzichtige wensen en toekomst gezien vanuit het verleden. In beleefde vragen is vaak kunne du ...? natuurlijker dan een letterlijke vertaling met ville.

Overzicht

De konditionalis is de manier waarop je aangeeft wat onder bepaalde omstandigheden zou gebeuren, wat iemand graag zou willen of wat vanuit een moment in het verleden nog toekomst was. Het Deens heeft daarvoor geen aparte reeks uitgangen. Je gebruikt meestal de verleden vorm ville met een infinitief (de onverbogen werkwoordsvorm, zoals komme, “komen”).

De vorm zelf is op B1-niveau vrij snel te leren. Het lastigste is de keuze: een Nederlands “zou” wordt niet altijd automatisch ville. Een beleefd verzoek klinkt bijvoorbeeld vaak beter met kunne (“kunnen”), terwijl een gewone reële voorwaarde soms helemaal geen konditionalis nodig heeft.

Voor Nederlandstaligen is de overeenkomst met zou + infinitief handig: vi ville vente lijkt sterk op “wij zouden wachten”. Toch zijn er verschillen. Deens ville verandert niet met de persoon of het getal, er staat geen at voor de infinitief en de Deense woordvolgorde blijft gelden wanneer een bijzin of ander zinsdeel vooropstaat.

Zo werkt het

De basis: ville + infinitief

Ville is de verleden vorm van vil. Het is een modaal werkwoord (een hulpwerkwoord dat bijvoorbeeld wens, mogelijkheid of noodzaak uitdrukt). Na een modaal werkwoord volgt in het Deens een infinitief zonder at.

Persoon Deense vorm Nederlandse betekenis
ik jeg ville komme ik zou komen
jij du ville komme jij zou komen
hij/zij han/hun ville komme hij/zij zou komen
wij vi ville komme wij zouden komen
jullie I ville komme jullie zouden komen
zij de ville komme zij zouden komen

Er is dus maar één vorm: ville. Let bij I (“jullie”) op de hoofdletter, ook midden in een zin.

Vergelijk ook tegenwoordige en verleden vorm:

  • Jeg vil tale med hende. — Ik wil/zal met haar praten.
  • Jeg ville tale med hende. — Ik zou met haar praten; afhankelijk van de context ook: ik wilde met haar praten.

Die dubbele betekenis van ville is belangrijk. Zonder voldoende context kan de vorm zowel een vroegere wil als een denkbeeldige handeling uitdrukken.

Geen at voor de infinitief

Na ville staat het hoofdwerkwoord rechtstreeks in de infinitief:

  • Vi ville købe huset. — Wij zouden het huis kopen.
  • Hun ville blive hjemme. — Zij zou thuisblijven.

At is de Deense infinitiefmarkeerder, ongeveer zoals “te” in “proberen te komen”. Na ville hoort die niet thuis: niet ville at købe, maar ville købe. Hetzelfde patroon ken je van andere modale werkwoorden: kan svømme, skal arbejde, må gå.

Wensen met ville gerne

De vaste combinatie ville gerne drukt een vriendelijke wens uit. Gerne betekent hier “graag”. In winkels, cafés en gesprekken klinkt dit meestal beleefd en gewoon, niet overdreven formeel.

  • Jeg ville gerne have en kaffe. — Ik zou graag koffie willen.
  • Vi ville gerne bestille et bord. — Wij zouden graag een tafel reserveren.
  • Hun ville gerne vide mere. — Zij zou graag meer willen weten.

Nederlands stapelt gemakkelijk “zou graag willen”. In het Deens is ville gerne al voldoende; voeg niet nog eens vil toe.

Een denkbeeldig gevolg

In een hypothetische zin noemt de bijzin met hvis (“als”) de voorwaarde en de hoofdzin het gevolg:

hvis + verleden tijd, ville + infinitief

  • Hvis jeg havde tid, ville jeg besøge dig. — Als ik tijd had, zou ik je bezoeken.
  • Hvis vejret var bedre, ville vi spise ude. — Als het weer beter was, zouden we buiten eten.

De verleden tijd in de hvis-bijzin verwijst hier niet noodzakelijk naar het verleden. Hij schept afstand tot de werkelijkheid: de spreker heeft waarschijnlijk geen tijd of het weer is niet goed. Dit lijkt op Nederlands “als ik tijd had”.

Gebruik normaal geen ville in beide zinsdelen. De voorwaarde staat in de verleden tijd; ville staat in het gevolg. Hvis jeg ville have tid ... is daarom geen goede letterlijke omzetting van “als ik tijd zou hebben”. Ville kan wel in een hvis-bijzin wanneer het echt “willen/bereid zijn” betekent: Hvis du ville hjælpe, kunne vi blive færdige (“Als je bereid was te helpen, konden we klaar raken”).

Woordvolgorde in hoofdzin en bijzin

In een gewone hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede plaats. Komt de hvis-bijzin eerst, dan telt die als het eerste zinsdeel en volgt meteen ville vóór het onderwerp:

  • Jeg ville blive glad, hvis du kom.
  • Hvis du kom, ville jeg blive glad.

Niet: Hvis du kom, jeg ville blive glad. Deze fout ligt voor Nederlandstaligen op de loer, hoewel ook het Nederlands inversie gebruikt: “dan zou ik”.

Bij ontkenning staat ikke in een hoofdzin doorgaans na ville: Jeg ville ikke gøre det. In een bijzin staat ikke vóór ville: Hun sagde, at hun ikke ville gøre det.

Beleefde vragen: kunne, ville en vil

Voor een verzoek kiest het Deens vaak kunne du ...?: letterlijk “kon je ...?”, maar functioneel vaak “zou je ... kunnen?”.

  • Kunne du hjælpe mig? — Zou je me kunnen helpen?
  • Kunne I tale lidt langsommere? — Zouden jullie iets langzamer kunnen praten?

Ville du ...? vraagt eerder naar bereidheid en kan eveneens een beleefd verzoek zijn: Ville du lukke vinduet? (“Zou je het raam willen sluiten?”). Vil du ...? is directer en heel gebruikelijk in alledaagse verzoeken. De precieze beleefdheid hangt ook af van toon, situatie en woorden als tak.

Toekomst vanuit het verleden

Na een werkwoord in de verleden tijd kan ville aangeven dat iets op dat vroegere moment nog moest gebeuren. Dit heet toekomst vanuit het verleden.

  • Hun sagde, at hun ville komme senere. — Ze zei dat ze later zou komen.
  • Jeg vidste, at det ville blive svært. — Ik wist dat het moeilijk zou worden.

Deze zinnen zijn niet per se denkbeeldig. Ville plaatst de latere gebeurtenis alleen gezien vanuit een eerder tijdstip.

Voorbeelden in context

Deens Nederlands Toelichting
Jeg ville gerne have kaffe. Ik zou graag koffie willen. beleefde wens
Vi ville gerne se menuen. Wij zouden graag de menukaart zien. gebruik in een restaurant
Hvis jeg havde tid, ville jeg komme. Als ik tijd had, zou ik komen. denkbeeldige situatie nu
Hvis hun boede tættere på, ville vi ses oftere. Als zij dichterbij woonde, zouden we elkaar vaker zien. gewoonte als gevolg
Jeg ville ikke købe den uden garanti. Ik zou hem niet zonder garantie kopen. voorwaardelijk advies/oordeel
Hvad ville du gøre i min situation? Wat zou jij in mijn situatie doen? vraag naar een denkbeeldige keuze
Kunne du hjælpe mig? Zou je me kunnen helpen? beleefd verzoek met kunne
Ville du sende mig adressen? Zou je me het adres willen sturen? verzoek om bereidheid
Hun sagde, at hun ville komme. Ze zei dat ze zou komen. toekomst vanuit het verleden
Vi troede, at toget ville være forsinket. We dachten dat de trein vertraging zou hebben. verwachting vanuit het verleden
Hvis du kom tidligere, ville vi have mere tid. Als je eerder kwam, zouden we meer tijd hebben. bijzin voorop; inversie in de hoofdzin
Uden din hjælp ville det være umuligt. Zonder jouw hulp zou het onmogelijk zijn. voorwaarde zonder hvis
Jeg ville hellere blive hjemme. Ik zou liever thuisblijven. voorkeur met hellere
Det ville nok være bedst at vente. Het zou waarschijnlijk het beste zijn om te wachten. voorzichtige aanbeveling

Veelgemaakte fouten

At toevoegen na ville

  • Onjuist: Jeg ville at købe bilen.
  • Juist: Jeg ville købe bilen.
  • Waarom: na een Deens modaal werkwoord staat de infinitief zonder at.

Ville in de voorwaarde kopiëren uit het Nederlands

  • Onjuist: Hvis jeg ville have mere tid, ville jeg rejse.
  • Juist: Hvis jeg havde mere tid, ville jeg rejse.
  • Waarom: Nederlands gebruikt soms “als ik meer tijd zou hebben”, maar het Deens gebruikt voor een onwerkelijke huidige voorwaarde gewoon de verleden tijd. Alleen bij echte bereidheid kan ville in de bijzin passen.

Geen inversie na een vooropgeplaatste bijzin

  • Onjuist: Hvis det var billigere, jeg ville købe det.
  • Juist: Hvis det var billigere, ville jeg købe det.
  • Waarom: na het eerste zinsdeel komt in een Deense hoofdzin het vervoegde werkwoord; daarna pas het onderwerp.

Elk beleefd Nederlands zou met ville vertalen

  • Minder natuurlijk: Ville du kunne hjælpe mig?
  • Vaak natuurlijker: Kunne du hjælpe mig?
  • Waarom: voor een eenvoudig beleefd verzoek volstaat kunne du meestal. Ville du kunne bestaat, maar is langer en vraagt nadrukkelijker of iets mogelijk zou zijn.

Vil en ville verwarren

  • Onjuist voor een hypothese: Hvis jeg havde råd, vil jeg købe huset.
  • Juist: Hvis jeg havde råd, ville jeg købe huset.
  • Waarom: vil geeft een huidige wil of toekomst aan; ville past bij het denkbeeldige gevolg.

Ikke op de verkeerde plaats zetten

  • Onjuist: Hun sagde, at hun ville ikke komme.
  • Juist: Hun sagde, at hun ikke ville komme.
  • Waarom: in een Deense bijzin staat een zinsbijwoord als ikke vóór het vervoegde werkwoord.

Gebruiksnotities

Ville gerne is een veilige, gangbare keuze om een wens netjes te formuleren. In een café kun je ook directer Jeg vil gerne have ... zeggen: dat betekent “ik wil graag ...” en klinkt in het Deens normaal beleefd. Jeg ville gerne have ... kan nog wat voorzichtiger klinken of een wens in een bepaalde situatie uitdrukken. Het Nederlandse gevoel dat “ik wil” per definitie bot is, mag je dus niet zonder meer op het Deens projecteren.

Bij advies verzacht ville de uitspraak: Jeg ville vente lidt kan in de juiste context betekenen “Ik zou even wachten”. Wil je expliciet “als ik jou was” zeggen, gebruik dan Hvis jeg var dig, ville jeg vente lidt. Met nok (“waarschijnlijk/wel”) klinkt een oordeel minder stellig: Det ville nok være en god idé.

Een voorwaarde hoeft niet altijd met hvis te beginnen. Ze kan ook uit de context blijken of in een voorzetselgroep staan: Med mere tid ville resultatet være bedre (“Met meer tijd zou het resultaat beter zijn”). Daardoor kan ville ook in losse zinnen voorkomen zonder dat de denkbeeldige voorwaarde wordt genoemd.

Verwar ten slotte vorm en functie niet. In Som barn ville han altid sidde ved vinduet betekent ville eerder “wilde hij altijd” en beschrijft het een vroegere neiging. In Han sagde, at han ville ringe markeert het toekomst vanuit het verleden. Alleen de context maakt duidelijk welke lezing bedoeld is.

Verder dan de basis

Een onwerkelijk verleden

Voor een gevolg dat in het verleden niet is gebeurd, gebruikt het Deens ville have + voltooid deelwoord. Een voltooid deelwoord is de vorm in bijvoorbeeld gjort (“gedaan”) of spist (“gegeten”). Bij werkwoorden die in de voltooide tijd være nemen, staat vaak ville være + voltooid deelwoord.

  • Hvis jeg havde vidst det, ville jeg have ringet. — Als ik dat had geweten, zou ik hebben gebeld.
  • Hvis bussen var kommet til tiden, ville vi være nået frem tidligere. — Als de bus op tijd was gekomen, zouden we eerder zijn aangekomen.

De voorwaarde gebruikt havde/var + voltooid deelwoord; het gevolg gebruikt ville have/være + voltooid deelwoord. Dit hoort inhoudelijk bij uitgebreidere voorwaardelijke zinnen op B2-niveau.

Alternatieven die de betekenis verfijnen

Niet elke denkbeeldige mogelijkheid draait om ville. Andere verleden vormen van modale werkwoorden geven een preciezere nuance:

  • kunne — zou kunnen: Det kunne være sandt. (“Het zou waar kunnen zijn.”)
  • burde — zou moeten: Du burde hvile dig. (“Je zou moeten uitrusten.”)
  • skulle — zou moeten/zou naar verluidt: Det skulle være nemt. (“Het zou gemakkelijk moeten zijn.”)
  • måtte — zou moeten/noodgedwongen zijn, afhankelijk van de context: Vi måtte vente. (“We moesten wachten.”)

Kies dus niet alleen op basis van het Nederlandse woord “zou”, maar vraag wat je bedoelt: gevolg, mogelijkheid, advies, verplichting of verwachting.

Formele voorwaarde zonder hvis

In verzorgd of compact taalgebruik kan de voorwaarde beginnen met het werkwoord, zonder hvis:

  • Havde jeg tid, ville jeg hjælpe. — Had ik tijd, dan zou ik helpen.
  • Var det billigere, ville flere købe det. — Was het goedkoper, dan zouden meer mensen het kopen.

Dit patroon lijkt opvallend veel op Nederlands “Had ik tijd ...”. Het is nuttig om te herkennen, maar voor eigen gebruik is een zin met hvis vaak eenvoudiger.

Oefentips

  1. Maak zinnen in paren. Begin met een feit, bijvoorbeeld Jeg har ikke tid, så jeg kommer ikke. Zet dit daarna om in een hypothese: Hvis jeg havde tid, ville jeg komme. Zo verbind je vorm en betekenis.
  2. Oefen de woordvolgorde hardop. Wissel Jeg ville komme, hvis ... af met Hvis ..., ville jeg komme. Controleer vooral dat na de vooropgeplaatste bijzin ville vóór het onderwerp staat.
  3. Sorteer Nederlandse zinnen met “zou”. Bepaal eerst of ze een gevolg, verzoek, advies of toekomst vanuit het verleden uitdrukken. Kies pas daarna tussen ville, kunne, burde en een andere vorm.

Verwante onderwerpen

  • Basis: Modale werkwoorden — verklaart waarom na ville een infinitief zonder at staat.
  • Volgende stap: Voorwaardelijke zinnen — behandelt reële en onwerkelijke voorwaarden, ook in het verleden.
  • Verder combineren: Causatieve constructies — laat zien hoe je uitdrukt dat iemand een ander iets laat of doet uitvoeren.

Vereiste kennis

Modale werkwoorden in het DeensA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Konditionalis in Deens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Deens · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen