Tijd en datums in het Frans
Heure et Date
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Voor een kloktijd gebruikt het Frans meestal il est + getal + heure(s): Il est une heure en Il est trois heures. Een datum krijgt doorgaans le + dagnummer + maand: le 15 août. Een losse weekdag heeft meestal geen lidwoord (lundi), maar le lundi betekent dat iets elke maandag gebeurt.
Overzicht
Tijd en datum behoren tot de eerste onderwerpen op A1-niveau. Je hebt ze nodig om een afspraak te maken, openingstijden te begrijpen, een reis te plannen of te vertellen wanneer je werkt. De basis bestaat uit enkele vaste patronen. Als je de hoofdtelwoorden al kent, hoef je vooral te leren waar heure, le, à en en staan.
Voor Nederlandstaligen voelt een groot deel vertrouwd: zowel in het Nederlands als in het Frans staat in een datum het dagnummer vóór de maand, zoals le 15 août tegenover ‘15 augustus’. Bij kloktijden denkt het Frans echter anders. Nederlands ‘half vier’ is trois heures et demie, letterlijk drie uur en een half, en dus niet iets met quatre. Ook het lidwoord bij weekdagen vraagt aandacht: lundi kan één bepaalde maandag zijn, terwijl le lundi een gewoonte uitdrukt.
De eenvoudige regels hieronder zijn genoeg voor alledaagse gesprekken. Daarna volgen ook formelere tijdsaanduidingen, verschillende manieren om vragen te stellen en enkele bijzonderheden die je pas later actief hoeft te beheersen.
Zo werkt het
De tijd vragen
De vaste, neutrale vraag is:
- Quelle heure est-il ? — Hoe laat is het?
Heure is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip). Daarom staat er quelle, de vrouwelijke vorm van ‘welke’. Als je vraagt hoe laat een handeling plaatsvindt, gebruik je à quelle heure:
- À quelle heure tu pars ? — Hoe laat vertrek je?
- À quelle heure est-ce que le film commence ? — Hoe laat begint de film?
- À quelle heure pars-tu ? — Hoe laat vertrek je?
Deze drie vraagvormen verschillen vooral in stijl. Tu pars ? met stijgende intonatie is heel gewoon in gesprekken. Est-ce que is neutraal en duidelijk. Inversie (omkering van werkwoord en onderwerp), zoals pars-tu, klinkt verzorgder en komt vaker voor in formele gesprekken en schrijftaal.
Hele uren
Het basispatroon is il est + tijd. Alleen bij één uur staat heure in het enkelvoud.
| Tijd | Frans | Nederlands |
|---|---|---|
| 1.00 | Il est une heure. | Het is één uur. |
| 2.00 | Il est deux heures. | Het is twee uur. |
| 12.00 overdag | Il est midi. | Het is twaalf uur 's middags. |
| 0.00 | Il est minuit. | Het is middernacht. |
Gebruik dus niet c'est voor een gewone kloktijd. Il est trois heures is het normale patroon. Bij midi en minuit staat geen heure.
Minuten, kwartieren en halve uren
Na het uur kun je het aantal minuten rechtstreeks noemen:
- Il est huit heures cinq. — Het is vijf over acht.
- Il est dix heures vingt. — Het is tien voor half elf, oftewel 10.20 uur.
- Il est seize heures quarante. — Het is 16.40 uur.
In alledaagse twaalfuursnotatie zijn deze vaste uitdrukkingen zeer gebruikelijk:
| Frans patroon | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| et quart | kwart over | deux heures et quart |
| et demie | half na het genoemde uur | trois heures et demie |
| moins le quart | kwart voor | six heures moins le quart |
| moins dix | tien voor | neuf heures moins dix |
| pile | precies | midi pile |
Let vooral op et demie. Demie hoort bij het vrouwelijke woord heure en krijgt daarom een -e. Na de mannelijke woorden midi en minuit is het demi: midi et demi, minuit et demi.
Het grote verschil met het Nederlands zit in het halve uur. Il est trois heures et demie is 3.30 uur, dus ‘half vier’. Vertaal ‘half vier’ nooit woord voor woord vanuit het Nederlands; bepaal eerst welk uur al begonnen is.
Twaalf of vierentwintig uur
In een gesprek gebruikt men vaak een twaalfuursindeling en voegt men zo nodig een dagdeel toe:
- Il est huit heures du matin. — Het is acht uur 's ochtends.
- Il est deux heures de l'après-midi. — Het is twee uur 's middags.
- Il est neuf heures du soir. — Het is negen uur 's avonds.
Dienstregelingen, openingstijden, nieuwsberichten en officiële afspraken gebruiken vaak de vierentwintiguursnotatie:
- Le train part à quatorze heures trente. — De trein vertrekt om 14.30 uur.
- Le magasin ferme à dix-neuf heures. — De winkel sluit om 19.00 uur.
In lopende Franse tekst zie je ook de schrijfwijze 14 h 30. De letter h staat voor heure(s). Een vorm als 14:30 wordt digitaal wel begrepen, maar 14 h 30 is de kenmerkende Franse schrijfwijze.
Een tijdstip of tijdsduur aangeven
Voor ‘om’ vóór een kloktijd gebruikt het Frans à:
- Le cours commence à neuf heures. — De les begint om negen uur.
- On se retrouve à midi. — We spreken om twaalf uur af.
Andere nuttige voorzetsels en patronen zijn:
| Patroon | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| vers + tijd | rond, ongeveer | vers huit heures |
| de ... à ... | van ... tot ... | de neuf heures à midi |
| entre ... et ... | tussen ... en ... | entre deux et trois heures |
| pendant + duur | gedurende | pendant deux heures |
Verwar een tijdstip niet met een duur. À deux heures betekent ‘om twee uur’; pendant deux heures betekent ‘twee uur lang’.
De weekdagen
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| lundi | maandag |
| mardi | dinsdag |
| mercredi | woensdag |
| jeudi | donderdag |
| vendredi | vrijdag |
| samedi | zaterdag |
| dimanche | zondag |
Weekdagen krijgen in het Frans geen hoofdletter, behalve natuurlijk aan het begin van een zin. Voor één concrete dag staat meestal geen lidwoord:
- Je viens lundi. — Ik kom maandag.
- Le rendez-vous est mardi. — De afspraak is dinsdag.
Le + weekdag geeft meestal een herhaling of gewoonte aan:
- Je travaille le lundi. — Ik werk op maandagen/elke maandag.
- Le dimanche, nous déjeunons en famille. — Op zondag eten we met de familie.
Je kunt de herhaling extra duidelijk maken met tous les: tous les lundis betekent ‘elke maandag’. Let op het meervoud van lundis.
De maanden en seizoenen
| Frans | Nederlands | Frans | Nederlands |
|---|---|---|---|
| janvier | januari | juillet | juli |
| février | februari | août | augustus |
| mars | maart | septembre | september |
| avril | april | octobre | oktober |
| mai | mei | novembre | november |
| juin | juni | décembre | december |
Ook maandnamen krijgen normaal geen hoofdletter. Voor een maand gebruik je meestal en:
- Je pars en avril. — Ik vertrek in april.
- Il fait froid en janvier. — Het is koud in januari.
Je kunt ook au mois de gebruiken: au mois de septembre. Dat is langer, maar soms handig om nadruk te leggen of misverstanden te vermijden.
Bij seizoenen is het patroon niet helemaal gelijk: au printemps, maar en été, en automne en en hiver. Dit is vooral woordenschat om als vaste combinaties te onthouden.
Datums formuleren
Het normale patroon is:
le + hoofdtelwoord + maand (+ jaar)
- le 15 août — 15 augustus
- le 24 décembre 2026 — 24 december 2026
Een hoofdtelwoord is een gewoon telwoord zoals één, twee of vijftien. Alleen de eerste dag van de maand gebruikt doorgaans een rangtelwoord (een woord dat een plaats in een reeks aangeeft):
- le premier mai — 1 mei
- le deux mai — 2 mei
Zeg dus niet standaard le quinzième août. Anders dan bij sommige Nederlandse formuleringen met ‘de vijftiende’ gebruikt de Franse datum normaal het gewone getal: le quinze août.
Om naar de datum te vragen, kun je zeggen:
- Quelle est la date ? — Wat is de datum?
- On est quel jour ? — Welke dag/datum is het? (alledaags)
Mogelijke antwoorden zijn Nous sommes le 15 août, On est le 15 août en C'est le 15 août. Voor de weekdag hoor je bijvoorbeeld Nous sommes lundi of informeler On est lundi.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Il est trois heures et demie. | Het is half vier. | Het genoemde uur is al begonnen. |
| Quelle heure est-il ? | Hoe laat is het? | Vaste algemene vraag. |
| À quelle heure tu pars ? | Hoe laat vertrek je? | Gewone spreektaal. |
| Le musée ouvre à dix heures. | Het museum opent om tien uur. | À geeft het tijdstip aan. |
| Notre train arrive à dix-huit heures vingt. | Onze trein komt om 18.20 uur aan. | Vierentwintiguursnotatie. |
| On se retrouve vers midi. | We spreken rond het middaguur af. | Vers betekent ‘ongeveer’. |
| Je ne travaille pas lundi. | Ik werk maandag niet. | Eén concrete maandag. |
| Je ne travaille pas le lundi. | Ik werk op maandagen niet. | Terugkerende situatie. |
| Elle fait du sport tous les mercredis. | Ze sport elke woensdag. | Herhaling met tous les. |
| Nous partons en juillet. | We vertrekken in juli. | Maand met en. |
| Mon anniversaire est le 9 février. | Mijn verjaardag is op 9 februari. | Datum met le. |
| La fête a lieu le premier mai. | Het feest vindt plaats op 1 mei. | Alleen dag één is premier. |
| Le rendez-vous est le mardi 15 août à neuf heures. | De afspraak is op dinsdag 15 augustus om negen uur. | Volledige dag, datum en tijd. |
| Le bureau est ouvert de huit heures à midi. | Het kantoor is open van acht uur tot twaalf uur. | Begin- en eindtijd. |
Veelgemaakte fouten
Nederlands ‘half vier’ vanuit vier uur opbouwen
- Fout: Il est quatre heures et demie. voor 3.30 uur
- Goed: Il est trois heures et demie.
- Waarom: Het Frans telt een halfuur bij het begonnen uur op. Quatre heures et demie is 4.30 uur, oftewel half vijf.
Heure altijd in het enkelvoud zetten
- Fout: Il est deux heure.
- Goed: Il est deux heures.
- Waarom: Alleen na une staat het enkelvoud: une heure. Vanaf twee is heures meervoud.
À vergeten bij een afspraak
- Fout: Le cours commence neuf heures.
- Goed: Le cours commence à neuf heures.
- Waarom: Voor een precies tijdstip staat à, zoals Nederlands ‘om’, al kun je de twee woorden niet in elke context één op één vertalen.
Onbedoeld van één maandag een gewoonte maken
- Fout: Je pars le lundi. als je alleen komende maandag bedoelt
- Goed: Je pars lundi.
- Waarom: Le lundi duidt meestal op elke maandag. Zonder lidwoord gaat het vaak om de maandag die uit de context blijkt.
Hoofdletters bij dagen en maanden gebruiken
- Fout: Lundi 15 Août
- Goed: lundi 15 août
- Waarom: Franse dag- en maandnamen worden normaal met een kleine letter geschreven. De Nederlandse gewoonte helpt hier eigenlijk: ook in het Nederlands schrijf je ze klein.
Een rangtelwoord voor elke datum gebruiken
- Fout: le quinzeième août / le quinzième août
- Goed: le quinze août
- Waarom: Datums gebruiken gewone telwoorden. Alleen de eerste dag is le premier.
Gebruiksnotities
In roosters en aankondigingen wordt de tijd vaak zonder volledige zin genoteerd: ouvert de 9 h à 18 h of départ : 7 h 45. Bij het uitspreken voeg je heure(s) wel toe: sept heures quarante-cinq. In formele contexten vermindert de vierentwintiguursnotatie twijfel over ochtend en avond.
In informele gesprekken kan Quelle heure est-il ? beleefder worden met s'il vous plaît: Excusez-moi, quelle heure est-il, s'il vous plaît ? Tegen iemand die je tutoyeert gebruik je s'il te plaît.
Het accent circonflexe in août hoort bij de standaardspelling. Bij février en décembre zijn de accenten eveneens belangrijk. Ze zijn geen versiering: leer de maandnamen meteen met hun spelling.
Verder dan de basis
De volgende nuances hoef je op A1-niveau nog niet allemaal actief te gebruiken, maar je zult ze wel tegenkomen.
Demi vóór en na een zelfstandig naamwoord
Na heure past demi zich aan het vrouwelijke woord aan: une heure et demie. Vóór het zelfstandig naamwoord blijft het onveranderd en staat er een koppelteken: une demi-heure (‘een halfuur’). Vergelijk ook deux heures et demie (‘tweeënhalf uur’ als tijd of duur, afhankelijk van de context) met deux heures et demie de route.
Vertrekken vanaf het hele uur
In de gebruikelijke twaalfuursvorm kun je na het halve uur terugrekenen vanaf het volgende uur: Il est cinq heures moins vingt is 4.40 uur. In dienstregelingen zegt men eerder rechtstreeks quatre heures quarante of seize heures quarante. Beide systemen zijn correct; de context bepaalt wat natuurlijk klinkt.
Een specifieke dag tegenover een terugkerende dag
Het onderscheid zonder en met lidwoord is sterk, maar context blijft belangrijk. Le lundi 15 août bevat le omdat er een volledige, specifieke datum volgt; het betekent dan niet ‘elke maandag’. Bij herhaling kun je met tous les lundis elke twijfel wegnemen.
Grenzen van on est quel jour ?
On est quel jour ? kan afhankelijk van de situatie vragen naar de weekdag of naar de datum. Wie een ondubbelzinnig antwoord nodig heeft, vraagt Quel jour de la semaine sommes-nous ? voor de weekdag en Quelle est la date ? voor de kalenderdatum.
Jaar en eeuw
Een jaartal staat zonder voorzetsel direct na de datum: le 14 juillet 1789. Voor alleen een jaar staat en: en 2026. Eeuwen worden met een rangtelwoord geschreven en uitgesproken, bijvoorbeeld au vingt et unième siècle (‘in de eenentwintigste eeuw’). Dat laatste hoort bij een later niveau, maar verklaart waarom rangtelwoorden wel bij eeuwen en niet bij gewone dagdatums voorkomen.
Oefentips
- Kijk op willekeurige momenten naar de klok. Zeg de tijd eerst met losse minuten en daarna, waar mogelijk, met et quart, et demie of moins le quart. Controleer extra goed bij Nederlandse halve uren.
- Maak een weekagenda in het Frans. Schrijf één concrete afspraak zonder lidwoord (mardi) en één wekelijkse activiteit met lidwoord (le mardi). Zo wordt het betekenisverschil zichtbaar.
- Lees data hardop. Neem verjaardagen, feestdagen en vertrekdata. Oefen le premier voor de eerste en gewone telwoorden voor alle andere dagen; voeg daarna een kloktijd met à toe.
Verwante onderwerpen
- Vereiste voorkennis: Hoofdtelwoorden — nodig om uren, minuten, dagnummers en jaren te vormen.
Vereiste kennis
Hoofdtelwoorden in het FransA1Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Heure et Date in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen