Betrekkelijke bijzinnen in het Grieks
Αναφορικές Προτάσεις
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Grieks op Settemila Lingue.
In het kort
Met een betrekkelijke bijzin voeg je informatie toe over een persoon of zaak: Ο άντρας που μένει εδώ betekent ‘de man die hier woont’. In alledaags Grieks gebruik je meestal het onveranderlijke που, zowel waar het Nederlands die als waar het dat gebruikt. In formelere of nauwkeurigere taal staat ook ο οποίος / η οποία / το οποίο; deze vorm verandert naar geslacht, getal en naamval.
Overzicht
Een betrekkelijke bijzin is een zinsdeel dat meer vertelt over een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, zaak of idee). In το βιβλίο που διάβασα verwijst που διάβασα terug naar το βιβλίο: het vertelt welk boek bedoeld wordt. Het woord waarnaar wordt terugverwezen heet het antecedent — eenvoudiger gezegd: het eerdere woord dat nader wordt omschreven.
Dit onderwerp hoort bij B1, omdat je ermee van losse mededelingen één natuurlijke zin maakt. In plaats van Αυτός είναι ο γείτονας. Ο γείτονας μένει πάνω. kun je zeggen: Αυτός είναι ο γείτονας που μένει πάνω (‘Dit is de buurman die boven woont’). Je komt zulke constructies voortdurend tegen in gesprekken, nieuwsberichten, beschrijvingen en verhalen.
Voor Nederlandstaligen is de basis prettig eenvoudig. Het Nederlands kiest tussen die en dat op grond van het antecedent: de man die, maar het boek dat. Het Griekse που maakt dat onderscheid niet. De moeilijkheid komt later: bij voorzetsels en in formele teksten gebruikt het Grieks vaak een verbogen vorm van ο οποίος, en de vorm daarvan hangt af van de functie binnen de betrekkelijke bijzin.
Hoe het werkt
De basisvorm που
De neutrale woordvolgorde is:
antecedent + που + betrekkelijke bijzin
- η φίλη που τηλεφώνησε — de vriendin die belde
- η φίλη που είδα — de vriendin die ik zag
- το μάθημα που αρχίζει αύριο — de les die morgen begint
- το μάθημα που χάσαμε — de les die we misten
Που blijft altijd hetzelfde. Het verandert niet voor mannelijk, vrouwelijk of onzijdig, niet voor enkelvoud of meervoud en ook niet volgens zijn functie in de bijzin. In het eerste voorbeeld is de vriendin het onderwerp (degene die handelt); in het tweede is zij het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). Toch blijft de vorm που.
Het onderwerp van de betrekkelijke bijzin hoeft niet hetzelfde te zijn als het antecedent. Vergelijk:
- Ο γιατρός που μίλησε ήταν ευγενικός. — De arts die sprak was vriendelijk.
- Ο γιατρός που συνάντησα ήταν ευγενικός. — De arts die ik ontmoette was vriendelijk.
In de tweede zin blijkt uit συνάντησα (‘ik ontmoette’) dat de arts niet het onderwerp maar het lijdend voorwerp is. Grieks zet geen apart persoonlijk voornaamwoord naast που.
De verbogen vorm ο οποίος
Ο οποίος betekent eveneens ‘die/dat/wie/welke’, maar klinkt nadrukkelijker, verzorgder of formeler. Je ziet deze vorm veel in geschreven taal, officiële informatie en zinnen waarin που onduidelijk zou kunnen zijn. Hij bestaat uit een lidwoord en een verbogen deel. Beide woorden veranderen samen.
De naamval geeft aan welke taak de vorm binnen de betrekkelijke bijzin heeft. De nominatief is voor het onderwerp, de accusatief meestal voor het lijdend voorwerp en na veel voorzetsels, en de genitief drukt onder meer bezit of een relatie uit.
| Functie | Mannelijk | Vrouwelijk | Onzijdig |
|---|---|---|---|
| onderwerp, enkelvoud | ο οποίος | η οποία | το οποίο |
| lijdend voorwerp, enkelvoud | τον οποίο | την οποία | το οποίο |
| bezit/relatie, enkelvoud | του οποίου | της οποίας | του οποίου |
| onderwerp, meervoud | οι οποίοι | οι οποίες | τα οποία |
| lijdend voorwerp, meervoud | τους οποίους | τις οποίες | τα οποία |
| bezit/relatie, meervoud | των οποίων | των οποίων | των οποίων |
Er gelden twee beslissingen tegelijk:
- Geslacht en getal volgen het antecedent.
- Naamval volgt de taak van het betrekkelijk voornaamwoord binnen zijn eigen bijzin.
In Η γυναίκα την οποία είδα is γυναίκα vrouwelijk enkelvoud, dus de vorm is vrouwelijk. Omdat de vrouw degene is die ik zag, staat de accusatief την οποία. In Η γυναίκα η οποία με είδε blijft het vrouwelijk enkelvoud, maar nu handelt de vrouw zelf; daarom staat de nominatief η οποία.
Voorzetsels: meestal ο οποίος
Na een voorzetsel is ο οποίος vaak de duidelijkste en meest verzorgde keuze. Het voorzetsel bepaalt gewoonlijk de naamval, meestal de accusatief:
- το σπίτι στο οποίο μένουμε — het huis waarin we wonen
- η συνάδελφος με την οποία συνεργάζομαι — de collega met wie ik samenwerk
- οι λόγοι για τους οποίους έφυγε — de redenen waarom hij/zij vertrok
- η πόλη από την οποία κατάγομαι — de stad waar ik vandaan kom
Let op de samentrekking: σε + το = στο, dus στο οποίο. In gewone spreektaal kiest een Griek vaak een natuurlijker constructie met που en plaatst het voorzetsel bij een persoonlijk voornaamwoord of bijwoord: το σπίτι που μένουμε σ’ αυτό komt voor, maar kan omslachtiger klinken. Voor een leerder is στο οποίο in zorgvuldige taal een veilige oplossing. Bij plaatsen is όπου vaak nog natuurlijker: το σπίτι όπου μένουμε.
Bezit: του οποίου, της οποίας, των οποίων
Voor Nederlands van wie of wiens/wier gebruikt verzorgd Grieks de genitief van ο οποίος:
- ο άντρας του οποίου η κόρη σπουδάζει εδώ — de man van wie de dochter hier studeert
- η γυναίκα της οποίας ο γιος είναι γιατρός — de vrouw van wie de zoon arts is
- οι μαθητές των οποίων οι εργασίες λείπουν — de leerlingen van wie de opdrachten ontbreken
De vorm richt zich naar de bezitter, niet naar het bezetene. Daarom staat bij η γυναίκα της οποίας, ook al is ο γιος mannelijk. Het zelfstandig naamwoord na de genitief behoudt zijn eigen lidwoord: της οποίας ο γιος.
In gesprekken wordt bezit vaak eenvoudiger uitgedrukt, bijvoorbeeld met που en een bezittelijk voornaamwoord: η γυναίκα που ο γιος της είναι γιατρός. Letterlijk staat er ongeveer ‘de vrouw die haar zoon arts is’. Dit is in modern gesproken Grieks heel gewoon.
Bepalend of alleen extra informatie
Een beperkende betrekkelijke bijzin vertelt welke persoon of zaak bedoeld wordt. Zonder die informatie verandert de verwijzing:
- Οι φοιτητές που πέρασαν την εξέταση γιόρτασαν. — De studenten die voor het examen slaagden, vierden feest. Alleen de geslaagde studenten worden bedoeld.
Een niet-beperkende bijzin voegt alleen extra informatie toe. In geschreven Grieks staat die informatie tussen komma’s:
- Η Μαρία, που μένει στην Πάτρα, θα έρθει αύριο. — Maria, die in Patras woont, komt morgen.
Net als in het Nederlands kunnen komma’s dus de betekenis beïnvloeden. Που kan in beide soorten bijzinnen staan; je hoeft voor extra informatie niet automatisch ο οποίος te kiezen.
Voorbeelden in context
| Grieks | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Ο άντρας που μένει εδώ είναι δάσκαλος. | De man die hier woont, is leraar. | που is onderwerp van μένει. |
| Το βιβλίο που διάβασα ήταν εξαιρετικό. | Het boek dat ik las, was uitstekend. | που is lijdend voorwerp van διάβασα. |
| Αυτή είναι η καφετέρια που ανοίγει νωρίς. | Dit is het café dat vroeg opengaat. | Alledaags, onveranderlijk που. |
| Βρήκα τα κλειδιά που έχασες. | Ik heb de sleutels gevonden die je kwijt was. | Een meervoudig antecedent verandert που niet. |
| Η γυναίκα την οποία συνάντησες είναι η καθηγήτριά μου. | De vrouw die je ontmoette, is mijn docente. | Vrouwelijk enkelvoud, accusatief. |
| Ο κύριος ο οποίος μίλησε πρώτος είναι ο διευθυντής. | De meneer die als eerste sprak, is de directeur. | Formeler; nominatief omdat de man spreekt. |
| Το σπίτι στο οποίο μένουμε είναι παλιό. | Het huis waarin we wonen, is oud. | σε + το οποίο wordt στο οποίο. |
| Η φίλη με την οποία ταξίδεψα ζει στην Κρήτη. | De vriendin met wie ik reisde, woont op Kreta. | Voorzetsel met vrouwelijke accusatief. |
| Η γυναίκα της οποίας ο γιος εργάζεται εδώ είναι αρχιτέκτονας. | De vrouw van wie de zoon hier werkt, is architect. | Genitief voor bezit of relatie. |
| Οι εταιρείες των οποίων τα γραφεία έκλεισαν έκαναν ανακοίνωση. | De bedrijven waarvan de kantoren sloten, brachten een verklaring uit. | των οποίων geldt voor alle geslachten in het meervoud. |
| Η Αθήνα, όπου γεννήθηκε, άλλαξε πολύ. | Athene, waar hij/zij geboren is, is sterk veranderd. | όπου verwijst naar een plaats. |
| Ψάχνουμε κάποιον που να μιλάει ολλανδικά. | We zoeken iemand die Nederlands spreekt. | να omdat het om een gezochte, nog niet geïdentificeerde persoon gaat. |
Veelgemaakte fouten
Die en dat letterlijk proberen te onderscheiden
- Onjuist: το βιβλίο το που διάβασα
- Juist: το βιβλίο που διάβασα
- Waarom: Nederlands gebruikt het boek dat, maar Grieks zet geen onzijdig lidwoord vóór που. Που is voor alle geslachten dezelfde vorm.
De naamval laten afhangen van de hoofdzin
- Onjuist: Η γυναίκα η οποία είδα είναι γιατρός.
- Juist: Η γυναίκα την οποία είδα είναι γιατρός.
- Waarom: In de hoofdzin is η γυναίκα onderwerp, maar binnen de betrekkelijke bijzin is zij degene die ik zag. Daarom staat την οποία in de accusatief.
Het voorzetsel vergeten
- Onjuist: Το σπίτι το οποίο μένουμε είναι μικρό.
- Juist: Το σπίτι στο οποίο μένουμε είναι μικρό.
- Waarom: Het werkwoord μένω krijgt hier een plaatsbepaling met σε. Zoals het Nederlands in het huis nodig heeft, vereist deze constructie Grieks στο οποίο.
De bezitsvorm naar het verkeerde woord richten
- Onjuist: Η γυναίκα του οποίου ο γιος...
- Juist: Η γυναίκα της οποίας ο γιος...
- Waarom: De bezitter is η γυναίκα, vrouwelijk enkelvoud. Het geslacht van ο γιος bepaalt de vorm niet.
Een overbodig voornaamwoord toevoegen
- Onjuist: Ο άντρας που αυτός μένει εδώ...
- Juist: Ο άντρας που μένει εδώ...
- Waarom: Που vervult de verbindende functie al. Αυτός is alleen mogelijk als er echt nadruk of contrast nodig is, niet als standaardvertaling van Nederlands die.
Που en πού verwarren
- Onjuist: Το βιβλίο πού διάβασα...
- Juist: Το βιβλίο που διάβασα...
- Waarom: Het betrekkelijke που heeft geen accent. Πού met accent is het vragende ‘waar?’ of een beklemtoond vraagwoord.
Gebruik en register
Που is de normale keuze in bijna alle dagelijkse situaties. Het is niet slordig en ook niet uitsluitend spreektaal. Een zin als η ταινία που είδαμε is zowel in een gesprek als in gewone geschreven tekst natuurlijk. Gebruik dus niet overal ο οποίος alleen omdat die vorm uitgebreider lijkt; een opeenstapeling ervan kan zwaar of ambtelijk klinken.
Ο οποίος is nuttig wanneer een voorzetsel nodig is, wanneer bezit precies moet worden uitgedrukt, wanneer meerdere mogelijke antecedenten verwarring geven, of wanneer de stijl formeel is. Ook kan de vorm nadruk leggen: ο ίδιος ο άνθρωπος, ο οποίος... In juridische, administratieve en academische teksten komt hij vaker voor dan in een gesprek.
Voor een plaats kan όπου (‘waar’) bondiger zijn dan στο οποίο: το χωριό όπου μεγάλωσα. Toch zijn de vormen niet altijd willekeurig verwisselbaar. Όπου legt een plaatsrelatie; που heeft een bredere verbindende functie. Nederlands waar kan bovendien in woorden als waarmee of waarover opgaan. Grieks kiest dan vaak een voorzetsel plus ο οποίος: με το οποίο, για το οποίο.
De komma verdient aandacht. Schrijf geen komma puur omdat een Nederlandse vertaling er natuurlijk één lijkt te hebben. Vraag eerst: selecteert de bijzin een bepaalde groep, of geeft hij alleen extra informatie? In gesproken taal hoor je bij extra informatie vaak een korte pauze, maar schriftelijk maken de komma’s het verschil zichtbaar.
Verder dan de basis
Betrekkelijke bijzinnen met να
Wanneer het antecedent niet als een concrete, bekende persoon of zaak wordt voorgesteld, kan in de betrekkelijke bijzin να met een werkwoordsvorm van de conjunctief staan. De conjunctief is hier een werkwoordsvorm die onder meer wens, mogelijkheid of iets nog niet gerealiseerds uitdrukt:
- Θέλω ένα βιβλίο που να εξηγεί τη γραμματική απλά. — Ik wil een boek dat de grammatica eenvoudig uitlegt.
- Δεν υπάρχει κανείς που να ξέρει την απάντηση. — Er is niemand die het antwoord weet.
- Ψάχνει ένα μέρος όπου να μπορεί να δουλέψει ήσυχα. — Hij/zij zoekt een plek waar hij/zij rustig kan werken.
Vergelijk Ξέρω κάποιον που μιλάει ολλανδικά (‘Ik ken iemand die Nederlands spreekt’): die persoon bestaat en is bekend. In Ψάχνω κάποιον που να μιλάει ολλανδικά is de geschikte persoon nog niet gevonden. Να is dus geen automatisch onderdeel van elke betrekkelijke bijzin; de betekenis bepaalt de keuze.
Ό,τι en οτιδήποτε
Ό,τι betekent ‘wat(ever)’ of ‘alles wat’ zonder uitgesproken antecedent:
- Πάρε ό,τι χρειάζεσαι. — Neem wat je nodig hebt.
- Ό,τι είπε ήταν αλήθεια. — Alles wat hij/zij zei, was waar.
De komma in ό,τι hoort bij de spelling van het woord en scheidt het van ότι (‘dat’ als voegwoord): Είπε ότι θα έρθει (‘Hij/zij zei dat hij/zij zou komen’). Οτιδήποτε betekent ‘wat dan ook’ en is nadrukkelijker: Ρώτησέ με οτιδήποτε (‘Vraag me wat dan ook’).
Samengestelde onbepaalde vormen
Vormen als οποιοσδήποτε / οποιαδήποτε / οποιοδήποτε betekenen ‘wie dan ook’, ‘welke dan ook’ of ‘om het even welke’. Ze worden verbogen en horen vooral bij een hoger niveau:
- Μπορείς να διαλέξεις οποιοδήποτε βιβλίο. — Je kunt om het even welk boek kiezen.
- Όποιος θέλει μπορεί να έρθει. — Wie wil, mag komen.
Hier staat niet noodzakelijk een antecedent vóór de vorm. Zulke vrije betrekkelijke constructies nemen zelf de plaats in van ‘de persoon die’ of ‘datgene wat’.
Onduidelijkheid vermijden
In Μίλησα με τον αδελφό του Γιάννη που ζει στη Θεσσαλονίκη kan που grammaticaal naar de broer of naar Jannis verwijzen. De context lost dat soms op, maar in zorgvuldige taal kun je de zin herschrijven, het bedoelde zelfstandig naamwoord herhalen of een passende vorm van ο οποίος dichter bij het antecedent zetten. Duidelijkheid is belangrijker dan koste wat kost één lange zin behouden.
Oefentips
- Combineer telkens twee zinnen. Maak van Αγόρασα ένα βιβλίο. Το βιβλίο είναι στα ελληνικά. de zin Αγόρασα ένα βιβλίο που είναι στα ελληνικά. Wissel daarna tussen een antecedent als onderwerp en als lijdend voorwerp.
- Oefen de dubbele beslissing bij ο οποίος. Onderstreep eerst het antecedent en bepaal geslacht en getal. Kijk daarna alleen naar de betrekkelijke bijzin en bepaal daar de functie en naamval. Zo voorkom je dat de hoofdzin je keuze verkeerd stuurt.
- Luister gericht naar που. Noteer in een podcast of serie vijf zinnen met που. Schrijf er een Nederlandse vertaling bij en kijk of Nederlands die, dat, waar of van wie gebruikt. Zo leer je dat één Griekse vorm meerdere Nederlandse patronen kan dekken.
Verwante onderwerpen
- Vooraf: De conjunctief — helpt bij betrekkelijke bijzinnen over gezochte, gewenste of niet-bestaande personen en zaken.
- Vervolg: Indirecte rede — laat zien hoe je uitspraken en gedachten in een grotere zin inbedt.
- Vervolg: Redengevende en doelzinnen — breidt je repertoire van complexe bijzinnen verder uit.
Vereiste kennis
De aanvoegende wijs in het GrieksA2Concepten die hierop voortbouwen
Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Αναφορικές Προτάσεις in Grieks met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Grieks · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen