A2

Eenvoudige betrekkelijke bijzinnen in het Welsh

Cymalau Perthynol Sylfaenol

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Welsh op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Gebruik sy of sydd wanneer het voorafgaande woord de handelende persoon of zaak van een bevestigende bijzin in de tegenwoordige tijd is. In het veelvoorkomende patroon sy'n + werkwoordnaam vervangt sy'n het gewone mae ... yn: y dyn sy'n gweithio yma betekent ‘de man die hier werkt’.

Overzicht

Een betrekkelijke bijzin is een zinsdeel dat extra informatie geeft over een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip). In de vrouw die naast ons woont vertelt die naast ons woont welke vrouw bedoeld wordt. Zulke beschrijvingen zijn onmisbaar zodra je mensen, plaatsen en voorwerpen nauwkeuriger wilt aanduiden.

In het Welsh leer je dit basispatroon op A2-niveau met sy en sydd. Deze vormen worden gebruikt wanneer het beschreven woord zelf het onderwerp is — dus degene of datgene dat iets doet of zich ergens bevindt — en de bijzin bevestigend en tegenwoordig is. Ze komen overeen met Nederlands die of dat, maar werken grammaticaal niet precies hetzelfde: sy/sydd neemt in deze constructie ook de plaats in van een vorm van bod (‘zijn’), zoals mae.

Dat laatste verschil is voor Nederlandstaligen belangrijk. Je vertaalt niet woord voor woord die + is + aan het werken. Het Welsh maakt van de gewone zin Mae'r dyn yn gweithio yma (‘De man werkt hier’) de woordgroep y dyn sy'n gweithio yma (‘de man die hier werkt’). Eén element, sy'n, doet dus werk waarvoor je in het Nederlands meestal alleen die/dat ziet, terwijl de Welsh vorm van mae verdwijnt.

Hoe het werkt

Van een gewone zin naar een betrekkelijke bijzin

Begin met een gewone bevestigende zin in de tegenwoordige tijd:

  • Mae'r dyn yn gweithio yma. — De man werkt hier.
  • Mae'r ci yn yr ardd. — De hond is in de tuin.
  • Mae'r plant yn chwarae. — De kinderen spelen.

Wil je het onderwerp beschrijven, dan zet je eerst het zelfstandig naamwoord en vervang je mae door sy of sydd:

Gewone zin Beschrijvende woordgroep Betekenis
Mae'r dyn yn gweithio yma. y dyn sy'n gweithio yma de man die hier werkt
Mae'r ci yn yr ardd. y ci sydd yn yr ardd de hond die in de tuin is
Mae'r plant yn chwarae. y plant sy'n chwarae de kinderen die spelen

Het kernschema is:

zelfstandig naamwoord + sy/sydd + rest van de beschrijving

Sy/sydd verandert niet voor mannelijk of vrouwelijk en evenmin voor enkelvoud of meervoud. Nederlands kiest tussen die en dat op grond van het antecedent (het woord waarnaar de bijzin terugwijst): de man die, het huis dat. Het Welsh gebruikt in alle vier de gevallen dezelfde vorm:

  • y dyn sy'n canu — de man die zingt
  • y ferch sy'n canu — het meisje dat zingt
  • y ci sy'n cysgu — de hond die slaapt
  • y plant sy'n cysgu — de kinderen die slapen

Sy, sydd en sy'n

Sy en sydd zijn varianten van dezelfde betrekkelijke vorm. In alledaags Welsh is sy heel gebruikelijk; sydd is de vollere vorm en komt vaak voor in zorgvuldiger geschreven taal. Beide kunnen door yn worden gevolgd.

Vorm Gebruik Voorbeeld
sy'n sy + yn; zeer gebruikelijk vóór een werkwoordnaam, bijvoeglijk naamwoord of naamwoordelijk deel y bachgen sy'n darllen — de jongen die leest
sydd yn volle vorm vóór yn; vaak in geschreven of nadrukkelijker taal y ci sydd yn yr ardd — de hond die in de tuin is
sydd vóór een ander element dan yn y bobl sydd wedi cyrraedd — de mensen die zijn aangekomen

Een werkwoordnaam is de basisvorm van een Welsh werkwoord, bijvoorbeeld gweithio (‘werken’), chwarae (‘spelen’) of darllen (‘lezen’). In gewone tegenwoordige zinnen staat die vaak na bod + yn:

  • Mae hi'n darllen. — Zij leest.
  • y fenyw sy'n darllen — de vrouw die leest

De apostrof in sy'n geeft aan dat yn aan sy is vastgeschreven. Schrijf daarom niet zomaar syn zonder apostrof. De volle combinatie sydd yn is eveneens mogelijk: y fenyw sydd yn darllen. Voor een beginner is sy'n bij een gewone handeling het handigste vaste patroon.

Let op dat yn twee functies kan hebben. Vóór een werkwoordnaam of bijvoeglijk naamwoord is het een verbindend woordje: sy'n gweithio, sy'n hapus. In yn yr ardd betekent yn ‘in’. Daardoor is y ci sydd yn yr ardd letterlijk opgebouwd als ‘de hond die zich in de tuin bevindt’. Je hoeft dat verschil niet telkens te ontleden om de zin goed te gebruiken.

Wat kan na sy/sydd staan?

Het basispatroon is niet beperkt tot lopende handelingen.

Type beschrijving Patroon Voorbeeld
handeling of gewoonte sy'n + werkwoordnaam pobl sy'n siarad Cymraeg — mensen die Welsh spreken
eigenschap sy'n + bijvoeglijk naamwoord llyfr sy'n ddiddorol — een boek dat interessant is
plaats sydd + plaatsbepaling y gwesty sydd ger yr orsaf — het hotel dat bij het station ligt
afgeronde handeling sydd wedi + werkwoordnaam y trên sydd wedi cyrraedd — de trein die is aangekomen
zeer recente handeling sydd newydd + werkwoordnaam y fenyw sydd newydd adael — de vrouw die net is vertrokken

Na yn kunnen beginmedeklinkers veranderen door de zachte mutatie. Zo wordt diddorol in dit patroon ddiddorol: sy'n ddiddorol. Dat is geen verandering die speciaal door een betrekkelijke bijzin wordt veroorzaakt; het is hetzelfde yn-patroon als in Mae'r llyfr yn ddiddorol.

Alleen wanneer het beschreven woord het onderwerp is

Vergelijk deze twee Nederlandse zinnen:

  1. de vrouw die mij helpt
  2. de vrouw die ik help

In de eerste zin verricht de vrouw de handeling. Zij is het onderwerp, en daarom past sy:

  • y fenyw sy'n fy helpu i — de vrouw die mij helpt

In de tweede zin verricht ik de handeling en ondergaat de vrouw die handeling. Zij is het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). Dit valt buiten de eenvoudige sy/sydd-regel. Een gangbaar patroon is:

  • y fenyw dw i'n ei helpu — de vrouw die ik help

Gebruik sy/sydd dus niet automatisch voor ieder Nederlands die of dat. Stel eerst de eenvoudige vraag: ‘Doet of is het beschreven woord zelf wat er in de bijzin staat?’ Zo ja, dan is sy/sydd in een bevestigende tegenwoordige beschrijving waarschijnlijk de juiste keuze.

Voorbeelden in context

Welsh Nederlands Toelichting
Dyma'r athro sy'n dysgu Cymraeg. Dit is de leraar die Welsh geeft. De leraar verricht de handeling.
Dw i'n nabod rhywun sy'n byw ym Mangor. Ik ken iemand die in Bangor woont. sy'n + byw voor woonplaats.
Mae'r plant sy'n chwarae tu allan yn swnllyd. De kinderen die buiten spelen zijn luidruchtig. De hele bijzin bepaalt om welke kinderen het gaat.
Ble mae'r bws sy'n mynd i'r ganolfan? Waar is de bus die naar het centrum gaat? Beschrijving binnen een vraag; de bijzin zelf blijft bevestigend.
Mae hi'n chwilio am lyfr sy'n hawdd ei ddarllen. Ze zoekt een boek dat gemakkelijk te lezen is. Eigenschap met sy'n.
Dyna'r ci sydd yn yr ardd. Daar is de hond die in de tuin is. Plaats met de volle vorm sydd yn.
Ydy hwn y trên sy'n mynd i Gaerdydd? Is dit de trein die naar Cardiff gaat? y trên is het onderwerp van mynd.
Mae'r caffi sydd ger y banc ar agor. Het café dat bij de bank ligt, is open. sydd direct vóór een plaatsbepaling.
Pwy sy'n gweithio heddiw? Wie werkt er vandaag? Hetzelfde betrekkelijke patroon na pwy.
Mae gen i ffrind sy'n gallu helpu. Ik heb een vriend die kan helpen. gallu staat binnen het gewone yn-patroon.
Y bobl sydd wedi archebu sy'n mynd gyntaf. De mensen die gereserveerd hebben, gaan eerst. sydd wedi verwijst naar een afgeronde handeling.
Dyma'r meddyg sydd newydd gyrraedd. Dit is de arts die net is aangekomen. sydd newydd drukt ‘net’ uit.

Veelgemaakte fouten

Mae na sy/sydd laten staan

  • Onjuist: y dyn sy mae'n gweithio yma
  • Juist: y dyn sy'n gweithio yma
  • Waarom: Sy vervangt in deze bevestigende betrekkelijke bijzin de gewone vorm mae. Je gebruikt ze niet allebei.

Sy'n behandelen als een letterlijke vertaling van Nederlands die

  • Onjuist: y fenyw sy'n dw i'n ei helpu
  • Juist: y fenyw dw i'n ei helpu
  • Waarom: De vrouw is hier niet degene die helpt; ik help haar. Sy'n hoort in het basispatroon bij een beschreven woord dat zelf onderwerp is.

De apostrof vergeten

  • Onjuist: y plant syn chwarae
  • Juist: y plant sy'n chwarae
  • Waarom: Sy'n bestaat uit sy + yn. De apostrof markeert de samengetrokken vorm.

De Nederlandse keuze tussen die en dat overnemen

  • Onjuist idee: voor tŷ (‘huis’) is een andere betrekkelijke vorm nodig dan voor menyw (‘vrouw’).
  • Juist: y tŷ sy'n wag en y fenyw sy'n aros.
  • Waarom: Welsh sy/sydd maakt geen onderscheid naar geslacht, persoon of aantal.

Sy gebruiken in een ontkennende beschrijving

  • Onjuist: y dyn sy ddim yn gweithio
  • Juist, gevorderd patroon: y dyn nad yw'n gweithio
  • Waarom: De eenvoudige regel met sy/sydd geldt voor bevestigende bijzinnen. Ontkennende betrekkelijke bijzinnen gebruiken andere verbindingsvormen; leer die later als een apart patroon.

Gebruiksnotities

In gesprekken hoor je vaak sy en vooral sy'n. Sydd is niet fout of uitsluitend formeel: het is een normale volle vorm, die bijzonder duidelijk is vóór plaatsbepalingen en woorden als wedi en newydd. Verwacht dus variatie tussen sprekers, regio's en schrijfstijlen zonder aan iedere variant een star betekenisverschil toe te kennen.

Het Nederlands gebruikt die voor de-woorden en meervouden en dat voor het-woorden. Dat onderscheid helpt in het Welsh niet. Richt je liever op de rol binnen de bijzin. De snelle controlevraag ‘Wie doet dit?’ voorkomt meer fouten dan nadenken over het Nederlandse lidwoord.

Ook in vragen als Pwy sy'n dod? (‘Wie komt er?’) verschijnt sy'n. Na pwy is de onbekende persoon zelf het onderwerp van dod. Daardoor sluit dit vraagpatroon logisch aan bij de betrekkelijke bijzinnen uit dit artikel.

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze wel tegenkomen. Sy/sydd is namelijk maar één deel van het Welshe systeem van betrekkelijke bijzinnen.

Voor een ontkenning of een andere tijd gebruik je niet simpelweg sydd met een extra tijdwoord. Vergelijk:

  • y ferch sy'n hapus — het meisje dat gelukkig is
  • y ferch nad oedd yn hapus — het meisje dat niet gelukkig was

Wanneer het antecedent niet het onderwerp is, gebruikt Welsh vaak een indirect patroon en soms een hervattend voornaamwoord: een voornaamwoord binnen de bijzin dat opnieuw naar het antecedent verwijst. Bijvoorbeeld:

  • y tŷ dw i'n byw ynddo — het huis waarin ik woon

Ynddo betekent hier ongeveer ‘erin’ en verwijst terug naar y tŷ. Bezit, voorzetselrelaties, ontkenning en bijzinnen in verleden of toekomst horen daarom bij gevorderde betrekkelijke bijzinnen. Probeer zulke vormen niet te maken door overal sy voor te zetten.

Sy/sydd komt bovendien voor in nadrukzinnen, waarin een element vooropstaat om het contrast te dragen:

  • Siân sy'n coginio heno. — Het is Siân die vanavond kookt.

De vorm lijkt hetzelfde als in een gewone betrekkelijke beschrijving, maar de hele zin legt nadruk op Siân. Dit gebruik wordt later belangrijk bij de Welshe zinsbouw met nadruk.

Oefentips

  1. Bouw telkens een paar. Schrijf eerst Mae'r nyrs yn gweithio yma en verander dit daarna in y nyrs sy'n gweithio yma. Zo oefen je bewust dat mae verdwijnt.
  2. Controleer de handelende persoon of zaak. Onderstreep het beschreven woord en vraag wie de handeling verricht. Gebruik voorlopig alleen sy/sydd wanneer dat onderstreepte woord het antwoord is.
  3. Verzamel vaste blokken. Leer combinaties als sy'n gweithio, sy'n byw, sydd wedi cyrraedd en sydd ger als bruikbare gehelen. Maak daarna eigen voorbeelden met mensen en plaatsen uit je dagelijks leven.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Bod in de tegenwoordige tijd in het WelshA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen