B2

Indirecte rede in het Grieks

Πλάγιος Λόγος

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Grieks op Settemila Lingue.

In het kort

In de Griekse indirecte rede leid je een mededeling meestal in met ότι of πως (‘dat’), een ja-neevraag met αν (‘of’) en een verzoek of bevel met να. Anders dan in het Nederlands hoeft de tijd van het oorspronkelijke werkwoord na een verleden tijd niet automatisch te veranderen: Είπε ότι είναι κουρασμένη betekent natuurlijk ‘Ze zei dat ze moe was.’

Overzicht

Met de indirecte rede geef je iemands woorden, gedachten of vragen weer zonder ze letterlijk te citeren. De directe uitspraak «Είμαι κουρασμένη» (‘Ik ben moe’) kan bijvoorbeeld worden weergegeven als Είπε ότι είναι κουρασμένη (‘Ze zei dat ze moe was’). De bijzin — het zinsdeel dat afhankelijk is van zei, vroeg of dacht — vertelt dan de inhoud van de oorspronkelijke woorden.

Dit onderwerp hoort bij B2, omdat je verschillende soorten zinnen moet herkennen en tegelijk het perspectief moet aanpassen. Wie spreekt er nu? Naar wie verwijzen een voornaamwoord en een werkwoordsvorm? Is iets nog steeds waar, of gold het alleen toen? In gesprekken, nieuwsberichten en verhalen komt de indirecte rede voortdurend voor.

Voor Nederlandstaligen is vooral het gebruik van de tijden opvallend. In het Nederlands zeggen we doorgaans ‘Ze zei dat ze moe was’, ook als haar eigen woorden ‘Ik ben moe’ waren. Het Grieks kan na είπε (‘zei’) gewoon de tegenwoordige tijd είναι behouden. Je vertaalt een Griekse werkwoordstijd daarom niet blind met dezelfde Nederlandse tijd.

Hoe het werkt

Kies het verbindingswoord op basis van de boodschap

Soort boodschap Grieks patroon Functie Voorbeeld
mededeling of gedachte werkwoord + ότι/πως + gewone zin ‘dat’ Ξέρω ότι έχει δίκιο.
ja-neevraag vraagwerkwoord + αν + gewone zin ‘of’ Ρώτησε αν θα πάμε.
vraag met vraagwoord vraagwerkwoord + vraagwoord + gewone zin ‘waarom/wanneer/hoe…’ Ρώτησε πότε φεύγουμε.
verzoek, bevel of advies werkwoord + να + afhankelijke werkwoordsvorm gewenste handeling Μου είπε να περιμένω.

Mededelingen met ότι en πως

Ότι en πως leiden een inhoudsbijzin in en betekenen hier allebei ‘dat’. Ότι is in alle registers neutraal en zeer gebruikelijk. Πως is eveneens normaal, vooral in alledaagse taal. Na beide volgt een zin met de normale Griekse persoonsvorm:

  • Λέει ότι δεν έχει χρόνο. — Hij/zij zegt dat hij/zij geen tijd heeft.
  • Νομίζω πως κατάλαβα. — Ik denk dat ik het begrepen heb.

Let op de spelling. ότι (‘dat’) is niet hetzelfde als ό,τι (‘wat dan ook/alles wat’): Πάρε ό,τι θέλεις betekent ‘Neem wat je wilt’. Ook πως (‘dat’) verschilt van πώς (‘hoe’): Δεν ξέρω πώς έγινε betekent ‘Ik weet niet hoe het gebeurd is’.

In informeel Grieks kan het verbindingswoord soms wegvallen na veelgebruikte werkwoorden, bijvoorbeeld Νομίζω έχει φύγει (‘Ik denk dat hij/zij vertrokken is’). Voor helder, neutraal Grieks is Νομίζω ότι/πως έχει φύγει de veiligste keuze.

Indirecte vragen

Een vraag waarop alleen ‘ja’ of ‘nee’ mogelijk is, krijgt αν:

  • direct: «Θα έρθεις;» — ‘Kom je?’
  • indirect: Ρώτησε αν θα έρθω. — ‘Hij/zij vroeg of ik zou komen.’

Een vraag met een vraagwoord behoudt dat vraagwoord:

  • direct: «Πού μένεις;» — ‘Waar woon je?’
  • indirect: Με ρώτησε πού μένω. — ‘Hij/zij vroeg me waar ik woonde.’

De indirecte vraag krijgt geen Nederlandse inversie, en ook in het Grieks blijft de bijzin gewoon opgebouwd. Meestal staat er aan het einde van de hele zin geen vraagteken, want Με ρώτησε πού μένω. is als geheel een mededeling. Alleen wanneer de hele zin zelf een vraag is, past een vraagteken: Ξέρεις πού μένει; (‘Weet je waar hij/zij woont?’).

Αν kan ook ‘als/indien’ betekenen. Het hoofdwerkwoord maakt meestal duidelijk welke lezing bedoeld is: na ρωτάω (‘vragen’) gaat het vaak om ‘of’, terwijl Αν βρέξει, θα μείνουμε σπίτι ‘Als het regent, blijven we thuis’ betekent.

Verzoeken en bevelen met να

Modern Grieks gebruikt geen gewone infinitief zoals Nederlands komen in ‘Hij vroeg me te komen’. Na werkwoorden van vragen, opdragen, aanraden of willen volgt daarom vaak να plus een vervoegde werkwoordsvorm. Die vorm laat zien wie de handeling moet uitvoeren:

  • Μου ζήτησε να έρθω. — Hij/zij vroeg mij te komen.
  • Του είπα να περιμένει. — Ik zei tegen hem dat hij moest wachten.
  • Μας συμβούλεψε να φύγουμε νωρίς. — Hij/zij raadde ons aan vroeg te vertrekken.

Na να gebruik je voor ontkenning μη(ν), niet δεν: Μου είπε να μην αργήσω (‘Hij/zij zei me niet te laat te komen’). De keuze tussen de tegenwoordige stam en de aoriststam hangt samen met het aspect (hoe je het verloop van de handeling voorstelt). Vergelijk Μου είπε να διαβάζω κάθε μέρα (‘Hij/zij zei dat ik elke dag moest lezen’: herhaald) met Μου είπε να διαβάσω το άρθρο (‘Hij/zij zei dat ik het artikel moest lezen’: als één afgeronde taak).

Tijden: geen automatische verschuiving

Het Grieks kent niet de strikte regel dat iedere tijd na een verleden hoofdwerkwoord één stap naar het verleden moet. De tijd kan dicht bij die van de oorspronkelijke woorden blijven.

Directe woorden Indirecte rede Natuurlijke Nederlandse weergave
«Είμαι κουρασμένη.» Είπε ότι είναι κουρασμένη. Ze zei dat ze moe was.
«Θα έρθω αύριο.» Είπε ότι θα έρθει την επόμενη μέρα. Hij/zij zei dat hij/zij de volgende dag zou komen.
«Ήξερα την απάντηση.» Είπε ότι ήξερε την απάντηση. Hij/zij zei dat hij/zij het antwoord wist.

Het behouden van de tegenwoordige tijd kan de oorspronkelijke formulering volgen of aangeven dat de inhoud nog actueel is. Een verleden tijd is echter ook mogelijk wanneer de spreker de situatie duidelijk in het verleden plaatst: Είπε ότι ήταν κουρασμένη (‘Ze zei dat ze moe was’). Het verschil is dus betekenis en gezichtspunt, geen eenvoudige omzettingstabel.

Ook θα blijft het gewone middel om toekomst of verwachting uit te drukken. Nederlands maakt daar na een verleden hoofdwerkwoord vaak ‘zou’ van: Μου είπε ότι θα τηλεφωνήσει — ‘Hij/zij zei me dat hij/zij zou bellen.’

Pas persoon, bezitsvorm en tijdsaanduiding aan

Bij indirect weergeven verschuift het perspectief vaak. Ik uit het citaat kan hij worden; mijn kan zijn worden; morgen kan de volgende dag worden. In het Grieks zie je de persoon vaak alleen aan de werkwoordsuitgang:

  • direct: Η Μαρία είπε: «Έχασα τα κλειδιά μου». — Maria zei: ‘Ik ben mijn sleutels kwijtgeraakt.’
  • indirect: Η Μαρία είπε ότι έχασε τα κλειδιά της. — Maria zei dat ze haar sleutels was kwijtgeraakt.

Mogelijke aanpassingen zijn σήμερα (‘vandaag’) → εκείνη τη μέρα (‘die dag’), αύριο (‘morgen’) → την επόμενη μέρα (‘de volgende dag’) en εδώ (‘hier’) → εκεί (‘daar’). Ze zijn niet verplicht wanneer plaats of tijd nog vanuit hetzelfde standpunt wordt beschreven. Wie dezelfde dag op dezelfde plek verslag doet, kan dus gewoon σήμερα en εδώ behouden.

Voorbeelden in context

Grieks Nederlands Toelichting
Είπε ότι είναι κουρασμένη. Ze zei dat ze moe was. De Griekse tegenwoordige tijd hoeft niet mee te verschuiven.
Νόμιζα ότι ήξερες. Ik dacht dat je het wist. Een gedachte als inhoudsbijzin.
Μου είπε πως δεν μπορεί να έρθει. Hij/zij zei me dat hij/zij niet kon komen. πως is hier ‘dat’.
Η Άννα είπε ότι έχασε το λεωφορείο. Anna zei dat ze de bus had gemist. Perspectief en persoon passen zich aan.
Ρώτησε αν θα έρθω. Hij/zij vroeg of ik zou komen. Ja-neevraag met αν.
Δεν ξέρω αν είναι ανοιχτό το μουσείο. Ik weet niet of het museum open is. Een ingebedde ja-neevraag.
Με ρώτησε πού μένω. Hij/zij vroeg me waar ik woonde. Het vraagwoord πού blijft staan.
Θέλω να μάθω γιατί έφυγε. Ik wil weten waarom hij/zij vertrok. Indirecte vraag met γιατί.
Ξέρεις πότε αρχίζει η ταινία; Weet je wanneer de film begint? De hele zin is een vraag en krijgt dus een vraagteken.
Μου ζήτησε να έρθω. Hij/zij vroeg me te komen. Verzoek met να en de ik-vorm.
Ο γιατρός μου είπε να ξεκουραστώ. De arts zei dat ik rust moest nemen. Eén gewenste handeling, met aoriststam.
Της είπα να μην ανησυχεί. Ik zei tegen haar dat ze zich geen zorgen moest maken. Ontkenning na να met μην.
Μας συμβούλεψαν να ελέγχουμε συχνά το email μας. Ze raadden ons aan onze e-mail vaak te controleren. Herhaalde handeling met de tegenwoordige stam.
Υποσχέθηκε ότι θα τηλεφωνήσει την επόμενη μέρα. Hij/zij beloofde de volgende dag te zullen bellen. θα blijft staan; de tijdsaanduiding verandert.

Veelgemaakte fouten

De Nederlandse tijdsverschuiving letterlijk kopiëren

  • Onhandig als automatische regel: Είπε ότι ήταν κουρασμένη. alleen gebruiken omdat Nederlands ‘was’ heeft
  • Ook correct en vaak natuurlijk: Είπε ότι είναι κουρασμένη.
  • Waarom: Grieks kan de oorspronkelijke tegenwoordige tijd behouden. ήταν is niet fout, maar plaatst de vermoeidheid nadrukkelijker in het verleden. Kies op betekenis, niet op de Nederlandse vertaling.

ότι en ό,τι verwarren

  • Fout: Είπε ό,τι θα έρθει.
  • Goed: Είπε ότι θα έρθει.
  • Waarom: ότι betekent ‘dat’; ό,τι betekent ‘wat dan ook’ of ‘alles wat’.

πως en πώς verwarren

  • Fout: Δεν ξέρω πως το έκανε. als je ‘hoe’ bedoelt
  • Goed: Δεν ξέρω πώς το έκανε.
  • Waarom: Het beklemtoonde vraagwoord πώς betekent ‘hoe’. Het onbeklemtoonde πως kan een bijzin met de betekenis ‘dat’ inleiden.

ότι gebruiken voor een ja-neevraag

  • Fout: Με ρώτησε ότι θα πάω.
  • Goed: Με ρώτησε αν θα πάω.
  • Waarom: Een indirecte vraag waarop ja of nee het antwoord is, begint met αν (‘of’), niet met ότι (‘dat’).

Een Nederlandse infinitief nabootsen

  • Fout: Μου ζήτησε έρθω.
  • Goed: Μου ζήτησε να έρθω.
  • Waarom: Modern Grieks gebruikt hier να plus een vervoegd werkwoord. De uitgang van έρθω laat zien dat ‘ik’ moet komen.

δεν na να zetten

  • Fout: Μου είπε να δεν φύγω.
  • Goed: Μου είπε να μην φύγω.
  • Waarom: Een ontkennende να-constructie gebruikt μη of μην. Δεν hoort bij gewone mededelende persoonsvormen, bijvoorbeeld Είπε ότι δεν θα φύγει.

Gebruiksnotities

Ότι is een veilige keuze in zowel verzorgde spreektaal als schrijftaal. Πως klinkt vaak soepel in gesprekken en verhalende tekst. Wisseling tussen beide voorkomt soms herhaling, maar verandert de basisbetekenis niet.

Het werkwoord λέω kan zowel een mededeling als een opdracht introduceren. Vergelijk Μου είπε ότι φεύγει (‘Hij/zij zei me dat hij/zij wegging’) met Μου είπε να φύγω (‘Hij/zij zei dat ik weg moest gaan’). Het verbindingswoord bepaalt dus mede hoe je de bedoeling begrijpt.

Voor ‘vragen’ is het onderscheid tussen ρωτάω/ρωτώ en ζητάω/ζητώ belangrijk. Ρωτάω vraagt om informatie: Με ρώτησε αν είμαι καλά (‘Hij/zij vroeg me of het goed met me ging’). Ζητάω vraagt om iets of verzoekt iemand iets te doen: Μου ζήτησε να βοηθήσω (‘Hij/zij vroeg me te helpen’). Het Nederlandse werkwoord vragen verbergt dat verschil.

Verder dan de basis

In formeler of literair Grieks kun je naast een gewone inhoudsbijzin ook vormen tegenkomen die meer afstand tot de bewering uitdrukken. Zo kan ότι na werkwoorden van zeggen neutraal verslag doen, terwijl de keuze van hoofdwerkwoord — bijvoorbeeld ισχυρίστηκε (‘beweerde’) in plaats van είπε (‘zei’) — laat zien hoeveel vertrouwen de verteller in de boodschap heeft. Die houding zit dus vaak in het verslaggevende werkwoord, niet in een aparte grammaticale vorm.

Bij indirecte vragen kan in verzorgd taalgebruik soms εάν staan waar alledaags Grieks meestal αν gebruikt: Δεν γνωρίζω εάν θα συμμετάσχει (‘Ik weet niet of hij/zij zal deelnemen’). Εάν klinkt formeler; voor normaal spreken is αν voldoende.

Een verslag kan ook bewust dicht bij de oorspronkelijke woorden blijven. Dat heet soms vrije indirecte rede: de verteller schrijft in de derde persoon, maar woordkeus en uitroepen voelen alsof ze van het personage komen. Dit is vooral een stijlmiddel in verhalen. Voor actief B2-gebruik is het belangrijker dat je betrouwbaar kiest tussen ότι/πως, αν, een vraagwoord en να.

Ten slotte kan dezelfde Nederlandse zin verschillende Griekse constructies vereisen. ‘Hij zei dat ik moest gaan’ kan een opdracht zijn: Μου είπε να φύγω. Gaat het om een mededeling over een verplichting, dan past Είπε ότι έπρεπε να φύγω (‘Hij zei dat ik weg moest’). Vraag dus altijd: worden woorden gemeld, wordt informatie gevraagd, of wordt iemand tot een handeling aangezet?

Oefentips

  1. Zet één citaat op vier manieren om. Begin bijvoorbeeld met «Θα φύγω αύριο». Verander daarna de spreker, de persoon en het moment van vertellen: Είπε ότι θα φύγει την επόμενη μέρα. Zo oefen je meer dan alleen het verbindingswoord.
  2. Sorteer luistervoorbeelden op functie. Noteer tijdens een podcast zinnen met ότι/πως, αν en να. Schrijf ernaast: mededeling, ja-neevraag of verzoek. Let ook op de tijd die na een verleden hoofdwerkwoord staat.
  3. Vertaal niet woord voor woord vanuit het Nederlands. Bepaal eerst wat de oorspronkelijke boodschap was. Kies daarna de Griekse constructie en maak pas als laatste een natuurlijke Nederlandse vertaling.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Betrekkelijke bijzinnen in het GrieksB1

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen