Betrekkelijke bijzinnen met 的 in het Chinees
定语从句
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Chinees op Settemila Lingue.
In het kort
In het Mandarijn staat een betrekkelijke bijzin vóór het zelfstandig naamwoord dat hij beschrijft: 我买的书 betekent ‘het boek dat ik heb gekocht’. Het vaste basispatroon is beschrijvende bijzin + 的 + naamwoord. Begin dus niet, zoals in het Nederlands, met ‘het boek’ of ‘de persoon’, maar bouw eerst de beschrijving.
Overzicht
Een betrekkelijke bijzin is een zinsdeel dat duidelijk maakt over welke persoon, zaak, plaats of tijd je het hebt. In ‘de vrouw die daar werkt’ is ‘die daar werkt’ de betrekkelijke bijzin. Het zelfstandig naamwoord — hier ‘vrouw’ — wordt ook wel het hoofdnaamwoord genoemd: het is de kern van de hele woordgroep.
Het opvallendste verschil met het Nederlands is de richting. Een Nederlandstalige noemt eerst het hoofdnaamwoord en zet de extra informatie erachter: ‘de koffie die jij hebt besteld’. In het Chinees komt de volledige beschrijving eerst en pas daarna de kern: 你点的咖啡, letterlijk opgebouwd als ‘jij-bestelt-的-koffie’. Chinese betrekkelijke bijzinnen hebben bovendien geen apart betrekkelijk voornaamwoord zoals ‘die’, ‘dat’, ‘wie’ of ‘wat’. 的 markeert de grens tussen de beschrijving en het naamwoord.
Dit patroon, in het Chinees 定语从句 genoemd, hoort bij B1. De basis sluit echter aan bij het veel eerdere gebruik van 的 voor bezit: 我的书 is ‘mijn boek’, terwijl 我昨天买的书 ‘het boek dat ik gisteren heb gekocht’ betekent. De plaats vóór het naamwoord blijft hetzelfde; alleen de bepaling vóór 的 groeit van één woord naar een hele bijzin.
Hoe het werkt
Het basispatroon
De vorm kan als volgt worden samengevat:
| Onderdeel | Functie | Voorbeeld |
|---|---|---|
| beschrijvende bijzin | zegt welke persoon of zaak bedoeld wordt | 我昨天买 |
| 的 | sluit de beschrijving af | 的 |
| hoofdnaamwoord | noemt de persoon of zaak | 书 |
| volledige woordgroep | kan als één geheel in een zin staan | 我昨天买的书 |
我昨天买的书 betekent dus ‘het boek dat ik gisteren heb gekocht’. Binnen de beschrijvende bijzin is 我 het onderwerp (degene die de handeling verricht), 昨天 de tijdsbepaling en 买 het werkwoord. Het boek zelf wordt niet nogmaals achter 买 genoemd, want 书 komt als hoofdnaamwoord na 的.
Gebruik als eerste leerregel:
[wie/wat + verdere informatie + handeling] + 的 + [persoon of zaak]
Die formule is alleen een geheugensteun. Een Chinese betrekkelijke bijzin kan kort zijn, maar ook tijd, plaats, ontkenning, een hulpwerkwoord of een lijdend voorwerp bevatten. Het lijdend voorwerp is wie of wat rechtstreeks door de handeling wordt geraakt.
Als het hoofdnaamwoord de handeling ondergaat
In 我买的书 is het boek datgene wat wordt gekocht. De plaats waar 书 binnen de kleine zin ‘我买书’ zou staan, blijft vóór 的 leeg:
- gewone zin: 我买书。 — Ik koop boeken.
- woordgroep: 我买的书 — het boek dat ik koop of heb gekocht
- volledige zin: 我买的书很好看。 — Het boek dat ik heb gekocht is erg leuk om te lezen.
Hetzelfde gebeurt in 你要的东西 (‘het ding dat jij wilt’) en 她做的菜 (‘het eten dat zij maakt/heeft gemaakt’). Zet het object niet zowel in de bijzin als na 的.
Als het hoofdnaamwoord zelf handelt
Het hoofdnaamwoord kan ook degene zijn die de handeling verricht. In 住在北京的人 is 人 degene die in Beijing woont. Ook dan verandert het patroon niet:
- 住在北京的人 — iemand/mensen die in Beijing wonen
- 会说中文的医生 — een arts die Chinees kan spreken
- 刚才给你打电话的人 — de persoon die je zojuist belde
Waar het Nederlands afwisselt tussen ‘die’, ‘dat’ en soms ‘wie’, gebruikt het Chinees steeds dezelfde bouwrichting. Uit de betekenis van het werkwoord en de rest van de zin blijkt welke rol het hoofdnaamwoord heeft.
Personen, zaken, plaatsen en tijden
Na 的 staan vaak algemene naamwoorden die de betekenis van de bijzin afronden:
| Hoofdnaamwoord | Betekenis | Voorbeeld | Nederlandse weergave |
|---|---|---|---|
| 人 | persoon, mensen | 帮助我的人 | degene die mij helpt |
| 东西 | ding, spullen | 你要的东西 | wat jij wilt; het ding dat jij wilt |
| 话 | woorden, wat iemand zegt | 他说的话 | wat hij zei; zijn woorden |
| 地方 | plaats | 我们见面的地方 | de plek waar wij elkaar ontmoeten |
| 时候 | moment, tijd | 我到北京的时候 | toen ik in Beijing aankwam; het moment waarop ik aankwam |
| 原因 | reden | 他没来的原因 | de reden waarom hij niet kwam |
| 方法 | manier, methode | 老师教的方法 | de methode die de docent onderwijst |
Nederlandse woorden als ‘waar’, ‘wanneer’ en ‘waarom’ hebben dus niet altijd een afzonderlijke Chinese tegenhanger binnen de bijzin. 我们见面的地方 is opgebouwd als ‘wij ontmoeten + 的 + plaats’. Het hoofdnaamwoord 地方 maakt duidelijk dat de relatie om een plaats gaat.
De hele woordgroep gebruiken
Een betrekkelijke constructie gedraagt zich als één naamwoordgroep. Ze kan op verschillende plaatsen in een grotere zin staan:
- als onderwerp: 住在楼上的人是我老师。 — De persoon die boven woont, is mijn docent.
- als lijdend voorwerp: 我认识你说的那个人。 — Ik ken de persoon over wie jij sprak.
- na een voorzetselachtig woord: 我跟会说荷兰语的人一起工作。 — Ik werk samen met iemand die Nederlands spreekt.
- als naamwoordelijk deel na 是: 这就是我想找的书。 — Dit is precies het boek dat ik zocht.
Laat je niet misleiden door de lengte. In 我昨天在车站遇到的那个人 hoort alles tot en met 的 bij de beschrijving van 那个人: ‘die persoon die ik gisteren op het station tegenkwam’.
Tijd en voltooiing blijken uit de context
Chinese werkwoorden veranderen niet van vorm voor tegenwoordige of verleden tijd. Daarom kan 我买的书 afhankelijk van de situatie ‘het boek dat ik koop’, ‘het boek dat ik heb gekocht’ of ‘het boek dat ik kocht’ betekenen. Voeg een tijdswoord toe wanneer dat onderscheid belangrijk is:
- 我昨天买的书 — het boek dat ik gisteren kocht
- 我常看的节目 — het programma waar ik vaak naar kijk
- 我以后要读的书 — het boek dat ik later wil lezen
- 他正在看的电影 — de film waar hij nu naar kijkt
Aspectdeeltjes kunnen voorkomen wanneer hun betekenis nodig is. 他写过的文章 verwijst bijvoorbeeld naar artikelen die hij ooit heeft geschreven. Voeg echter niet automatisch 了 toe alleen omdat de Nederlandse vertaling in de verleden tijd staat. Een tijdsaanduiding en de context zijn vaak voldoende, en 了 heeft zijn eigen regels.
Aanwijzende woorden en telwoorden
Wil je ‘dat ene boek’ of ‘die drie mensen’ zeggen, dan staat de betrekkelijke bijzin vaak vóór de reeks met het aanwijzende woord en het maatwoord:
- 我买的那本书 — dat boek dat ik heb gekocht
- 昨天来的那三个人 — die drie mensen die gisteren kwamen
- 你推荐的这家饭店 — dit restaurant dat jij hebt aanbevolen
De gebruikelijke opbouw is dan:
betrekkelijke bijzin + 的 + 这/那 + getal + maatwoord + naamwoord
In 我买的那三本书 zijn 那 (‘die’), 三 (‘drie’) en het maatwoord 本 samen onderdeel van de naamwoordgroep. Het hoofdnaamwoord blijft 书.
Wanneer het naamwoord kan wegvallen
Als uit de context al duidelijk is wat bedoeld wordt, kan het hoofdnaamwoord worden weggelaten. 的 blijft dan staan en de hele constructie betekent ‘degene die’, ‘dat wat’ of ‘het exemplaar dat’:
- 你喜欢哪个?— 我喜欢红色的。 — Welke vind je mooi? — Ik vind de rode mooi.
- 这是我买的。 — Dit is wat ik heb gekocht / dit is het exemplaar dat ik heb gekocht.
- 会开车的请举手。 — Wie kan autorijden, steek je hand op.
- 他说的是真的。 — Wat hij zei is waar.
Bij 我买的 vertelt alleen de context of het om een boek, jas of iets anders gaat. Noem het naamwoord wel wanneer die verwijzing niet vanzelfsprekend is.
Voorbeelden in context
| Chinees | Nederlandse vertaling | Toelichting |
|---|---|---|
| 我买的书很好看。 | Het boek dat ik heb gekocht is erg leuk om te lezen. | 书 is wat werd gekocht. |
| 他说的话很重要。 | Wat hij zei is heel belangrijk. | 话 maakt van de inhoud ‘zijn woorden’. |
| 住在北京的人不一定会说北京话。 | Mensen die in Beijing wonen, spreken niet per se het Beijingse dialect. | 人 verricht de handeling 住. |
| 你要的东西在桌子上。 | Het ding dat je wilt ligt op tafel. | De hele naamwoordgroep is het onderwerp. |
| 我正在找一个会修电脑的人。 | Ik zoek iemand die computers kan repareren. | De bijzin bevat het hulpwerkwoord 会. |
| 这是朋友送给我的礼物。 | Dit is het cadeau dat een vriend mij heeft gegeven. | 礼物 is het gegeven voorwerp. |
| 我们昨天看的电影很有意思。 | De film die we gisteren zagen was erg interessant. | 昨天 maakt het tijdstip duidelijk. |
| 她不喜欢太甜的饮料。 | Ze houdt niet van dranken die te zoet zijn. | Ook een beschrijving met een bijvoeglijk woord gebruikt 的. |
| 我还没读你推荐的那本书。 | Ik heb dat boek dat jij aanbeval nog niet gelezen. | 那本书 volgt op de betrekkelijke bijzin. |
| 刚才给你打电话的人是谁? | Wie is de persoon die je zojuist belde? | Het hoofdnaamwoord is de beller. |
| 这是我们第一次见面的地方。 | Dit is de plek waar we elkaar voor het eerst ontmoetten. | 地方 drukt de plaatsrelatie uit. |
| 他没来上课的原因我不知道。 | Ik weet niet waarom hij niet naar de les kwam. | Letterlijk: ‘de reden dat hij niet kwam’. |
| 她写过的文章都可以在网上找到。 | De artikelen die zij heeft geschreven zijn allemaal online te vinden. | 过 geeft eerdere ervaring aan. |
| 我想买的已经卖完了。 | Wat ik wilde kopen is al uitverkocht. | Het hoofdnaamwoord is uit de context weggelaten. |
Veelgemaakte fouten
1. De Nederlandse volgorde overnemen
- Onjuist: 书我昨天买的
- Juist: 我昨天买的书
- Waarom: Binnen de naamwoordgroep komt de volledige beschrijving vóór 的 en het hoofdnaamwoord erna. Een vooropgeplaatst boek kan in een andere zinsbouw wel als gespreksonderwerp dienen, maar dat is niet de gewone vorm van deze betrekkelijke bijzin.
2. Een Chinees woord voor ‘die’ of ‘dat’ invoegen
- Onjuist: 人谁说中文的
- Juist: 说中文的人
- Waarom: Chinees heeft hier geen betrekkelijk voornaamwoord nodig. 谁 betekent ‘wie?’ in een vraag en vervangt Nederlands ‘die’ niet.
3. Het hoofdnaamwoord in de bijzin herhalen
- Onjuist: 我买书的书
- Juist: 我买的书
- Waarom: Het bedoelde boek staat al na 的. De lege plaats na 买 laat zien dat dit boek het lijdend voorwerp van ‘kopen’ is.
4. 的 vergeten bij een volledige bijzin
- Onjuist: 我昨天买书 wanneer ‘het boek dat ik gisteren kocht’ bedoeld wordt
- Juist: 我昨天买的书
- Waarom: Zonder 的 wordt 我昨天买书 gewoon een mededeling: ‘Ik kocht gisteren boeken.’ Bij een volledige betrekkelijke bijzin is 的 normaal gesproken noodzakelijk.
5. 的 verwarren met 得 of 地
- Onjuist: 他说得话 voor ‘wat hij zei’
- Juist: 他说的话
- Waarom: De drie tekens klinken allemaal als de, maar hebben verschillende functies. 的 verbindt hier een bepaling met een naamwoord; 得 leidt vaak een aanvulling na een werkwoord in, zoals 说得很好 (‘heel goed spreken’), en 地 markeert vaak de manier vóór een werkwoord.
6. Automatisch 了 toevoegen voor elke verleden tijd
- Minder natuurlijk als losse leervertaling: 我昨天买了的书
- Gewoonlijk: 我昨天买的书
- Waarom: 昨天 maakt al duidelijk dat de koop in het verleden plaatsvond. 了 is geen algemene verleden-tijdsuitgang en wordt niet mechanisch in elke betrekkelijke bijzin gezet.
Gebruiksnotities
Eén vorm voor enkelvoud en meervoud
De constructie zelf laat niet zien of het hoofdnaamwoord enkelvoud of meervoud is. 住在这里的人 kan ‘de persoon die hier woont’ of ‘de mensen die hier wonen’ betekenen. De ruimere context, een getal of woorden als 这些 (‘deze’) geven uitsluitsel: 住在这里的三个人 is ‘de drie mensen die hier wonen’.
Bepaaldheid komt uit de situatie
Het Chinees heeft geen lidwoorden die precies overeenkomen met Nederlands ‘de’, ‘het’ en ‘een’. 会说中文的人 kan daarom, afhankelijk van de context, ‘iemand die Chinees spreekt’, ‘de persoon die Chinees spreekt’ of ‘mensen die Chinees spreken’ betekenen. Gebruik bijvoorbeeld 一个 voor een niet nader geïdentificeerde persoon of 那个 voor een specifieke: 一个会说中文的人 tegenover 会说中文的那个人.
Geen komma als standaardgrens
In het Nederlands kan extra, niet-noodzakelijke informatie tussen komma’s staan: ‘Mijn broer, die in Utrecht woont, komt morgen.’ Het Chinees zet ook zulke beschrijvingen vóór het naamwoord en maakt het onderscheid niet op dezelfde manier met komma’s binnen de naamwoordgroep. Vaak kiest men een natuurlijkere formulering, bijvoorbeeld twee zinnen, als een lange tussenzin in het Nederlands slechts extra informatie geeft. Probeer Nederlandse komma’s dus niet één op één na te bouwen.
Houd lange bepalingen overzichtelijk
Grammatisch kan er veel vóór 的 staan, maar een zeer lange reeks belast de lezer omdat het hoofdnaamwoord pas laat verschijnt. In gesprekken worden lange beschrijvingen vaak opgesplitst. In plaats van één zwaar blok kun je eerst de persoon of zaak introduceren en daarna meer vertellen. Correcte grammatica is niet automatisch de duidelijkste stijl.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
Betrekkelijke bijzinnen stapelen
Een naamwoord kan meer dan één bepaling krijgen:
我昨天在书店买的那本很贵的词典 — dat dure woordenboek dat ik gisteren in de boekhandel kocht
Hier beschrijft 我昨天在书店买的 welk woordenboek bedoeld wordt, terwijl 很贵的 een eigenschap noemt. Zulke stapelingen zijn mogelijk, maar de volgorde hangt samen met betekenis en focus. Maak op B1 liever twee korte, duidelijke bepalingen dan een lange reeks die je zelf niet meer kunt overzien.
Hoofdloze vormen en dubbelzinnigheid
Een constructie op 的 zonder hoofdnaamwoord is handig, maar kan meerdere betekenissen hebben. 他说的 kan ‘wat hij zegt’, ‘wat hij zei’ of, in een geschikte context, ‘het exemplaar dat hij bedoelt’ betekenen. Tijdwoorden en de gesprekssituatie lossen dit meestal op. Voeg 话, 东西, 事 (‘zaak’) of een specifieker naamwoord toe zodra nauwkeurigheid belangrijk is.
所 in formelere taal
In geschreven of formeler Chinees verschijnt soms 所 vóór het werkwoord in een betrekkelijke constructie:
- 我所知道的事情 — de zaken die ik weet
- 他所写的文章 — de artikelen die hij heeft geschreven
所 benadrukt dat het latere hoofdnaamwoord de handeling ondergaat. In alledaagse taal is 我知道的事情 of 他写的文章 meestal voldoende. Gebruik 所 dus niet als verplicht Chinees equivalent van ‘die’ of ‘dat’; het is een formelere uitbreiding van een patroon dat zonder 所 al compleet is.
Niet verwarren met 是……的
的 komt ook voor in het patroon 是……的, waarmee bijvoorbeeld tijd, plaats of wijze van een voltooide gebeurtenis wordt benadrukt: 我是昨天来的 (‘Ik ben gisteren gekomen’, met nadruk op gisteren). Dat lijkt aan de oppervlakte op een hoofdloze betrekkelijke vorm, maar heeft een andere functie. In 昨天来的客人 beschrijft 昨天来的 het naamwoord 客人; in 客人是昨天来的 vertelt 是……的 wanneer de gast kwam.
De relatie hoeft niet letterlijk te worden uitgesproken
Bij plaats, tijd of reden laat het Chinees de precieze relatie vaak aan het hoofdnaamwoord over:
- 他工作的公司 — het bedrijf waar hij werkt
- 我出生的城市 — de stad waar ik ben geboren
- 我们见面的时候 — het moment waarop wij elkaar ontmoeten
Een Nederlandstalige zoekt hier al snel naar aparte woorden voor ‘waar’ of ‘waarop’. Meestal zijn die niet nodig. Juist het hoofdnaamwoord 公司, 城市 of 时候 maakt de relatie begrijpelijk.
Oefentips
- Bouw van rechts naar links. Kies eerst het hoofdnaamwoord, bijvoorbeeld 书. Bedenk dan welke beschrijving ervoor moet: ‘ik gisteren kocht’. Maak ten slotte 我昨天买的书. Deze werkwijze voorkomt dat je automatisch de Nederlandse volgorde gebruikt.
- Maak paren van een gewone zin en een naamwoordgroep. Zet 她做菜 (‘zij kookt’) om in 她做的菜 (‘het eten dat zij maakt’), en 那个人帮助我 (‘die persoon helpt mij’) in 帮助我的人 (‘de persoon die mij helpt’). Wissel bewust af tussen een hoofdnaamwoord dat handelt en een hoofdnaamwoord dat de handeling ondergaat.
- Luister tot aan het naamwoord. Markeer tijdens het lezen elke 的 en zoek het eerstvolgende hoofdnaamwoord. Vraag daarna: ‘Welk hele stuk vóór 的 beschrijft dit woord?’ Zo leer je lange Chinese naamwoordgroepen als één geheel herkennen.
Verwante onderwerpen
- Vereiste basis: 的 voor bezit — laat zien hoe 的 een bezitter of korte bepaling vóór een naamwoord zet; betrekkelijke bijzinnen breiden precies dat patroon uit.
Vereiste kennis
的 voor bezit in het Mandarijn-ChineesA1Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen 定语从句 in Chinees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Chinees · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen