A1

Getallen en tijd in het Noors

Tall og Tid

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Noors op Settemila Lingue.

Kort gezegd

In modern Noors zet je bij getallen als tjueen (21) en førtifem (45) het tiental vóór de eenheid. Kloktijden lijken vaak op het Nederlands: halv fire is half vier, dus 3.30 uur. Gebruik bij een weekdag, i bij een maand of jaar en meestal een rangtelwoord bij een datum: på mandag, i mai, den første mai.

Overzicht

Getallen en tijd behoren tot de eerste onderwerpen op A1-niveau. Je hebt ze meteen nodig om een prijs te begrijpen, je leeftijd te noemen, een telefoonnummer te geven, een afspraak te maken of te vragen wanneer een trein vertrekt. Onder tall og tid vallen hier de hoofdtelwoorden van 0 tot 100, de belangrijkste rangtelwoorden, kloktijden, kalenderdata, weekdagen, maanden en seizoenen.

Een hoofdtelwoord geeft een hoeveelheid aan: één, twee, twintig. Een rangtelwoord geeft aan op welke plaats iets staat: eerste, tweede, twintigste. Het verschil is vooral zichtbaar bij data. De geschreven vorm 5. juni bevat een punt, omdat 5. als rangtelwoord wordt gelezen: den femte juni.

Voor Nederlandstaligen is een deel van het systeem vertrouwd. mandag, fredag en sommer zijn goed herkenbaar, en halv åtte werkt precies als Nederlands “half acht”. Een belangrijke afwijking zit in samengestelde getallen: waar het Nederlands “een-en-twintig” zegt, gebruikt modern Noors de volgorde “twintig-één”: tjueen.

Hoe het werkt

De getallen van 0 tot 20

Deze vormen kun je het best als vaste woordenschat leren.

Cijfer Noors Cijfer Noors
0 null 11 elleve
1 en / ei / ett 12 tolv
2 to 13 tretten
3 tre 14 fjorten
4 fire 15 femten
5 fem 16 seksten
6 seks 17 sytten
7 sju / syv 18 atten
8 åtte 19 nitten
9 ni 20 tjue
10 ti

Voor het getal één zijn en, ei en ett van belang. De vorm past bij het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip):

  • en billett — één kaartje
  • ei krone — één kroon; en krone is in Bokmål eveneens gebruikelijk
  • ett minutt — één minuut

Bij gewoon tellen hoor je en, to, tre. Als “één” nadruk krijgt, kan een accent het onderscheiden van het onbepaalde lidwoord: én billett, ikke to (één kaartje, niet twee). Bij een onzijdig woord blijft de vorm ett: ett år.

Voor 7 bestaan sju en syv naast elkaar. Beide zijn correct in Bokmål. Sju is een veilige, veelgebruikte vorm; syv hoor en lees je ook vaak.

Tientallen en getallen tot 100

Leer eerst de tientallen. Daarna plaats je de eenheid er direct achter.

Cijfer Noors Voorbeeld
20 tjue 21: tjueen
30 tretti 32: trettito
40 førti 46: førtiseks
50 femti 58: femtiåtte
60 seksti 63: sekstitre
70 sytti 74: syttifire
80 åtti 87: åttisju
90 nitti 99: nittini
100 hundre / ett hundre 100: ett hundre

Samengestelde getallen onder 100 worden doorgaans aaneengeschreven: tjuefem, trettini, sekstito. Voor een Nederlandstalige vraagt vooral de volgorde oefening. Vertaal niet woord voor woord vanuit “zesentachtig”, maar begin meteen met het tiental: åttiseks.

Tyve voor 20 en tredve voor 30 komen nog voor, maar tjue en tretti zijn de neutrale moderne vormen om zelf te gebruiken. In oudere teksten kun je ook een oudere eenheid-eerstvolgorde aantreffen. Voor actief hedendaags Noors volstaat het tiental-eerstpatroon.

Bij een hoeveelheid staat het zelfstandig naamwoord normaal in het meervoud zodra het getal hoger is dan één: to minutter, tjueen kroner, førti elever. Na één staat het enkelvoud: ett minutt, én krone.

De belangrijkste rangtelwoorden

Rangtelwoorden heten in het Noors ordenstall. De eerste vormen zijn niet volledig voorspelbaar en moet je dus apart leren.

Cijfer Noors Cijfer Noors
1. første 6. sjette
2. andre 7. sjuende / syvende
3. tredje 8. åttende
4. fjerde 9. niende
5. femte 10. tiende
11. ellevte 20. tjuende
12. tolvte 21. tjueførste
17. syttende 30. trettiende

In een bepaalde woordgroep staat vaak den, det of de vóór het rangtelwoord: den første dagen, det tredje forsøket, de første ukene. “Bepaald” betekent hier dat het om een concrete, aangewezen dag, poging of periode gaat.

Bij “de andere” of “de tweede” zie je meestal andre: den andre dagen. Zonder zo'n bepaalde vorm bestaan annen bij mannelijke en vrouwelijke woorden en annet bij onzijdige woorden: en annen dag, et annet år. De aparte verdieping over rangtelwoorden behandelt dit patroon uitgebreider.

Vragen en antwoorden over de klok

De gewone vraag is Hva er klokka? of Hvor mye er klokka? In een eenvoudig antwoord gebruik je Klokka er .... Voor een afspraak kan klokka rechtstreeks vóór de tijd staan.

Tijd Noors Nederlandse betekenis
3.00 klokka tre drie uur
3.05 fem over tre vijf over drie
3.15 kvart over tre kwart over drie
3.25 fem på halv fire vijf voor half vier
3.30 halv fire half vier
3.35 fem over halv fire vijf over half vier
3.45 kvart på fire kwart voor vier
3.50 ti på fire tien voor vier

Over telt vanaf het uur dat net is begonnen; telt terug naar het volgende ijkpunt. Daarom verwijst kvart på fire al naar vier uur. Rond het halve uur werkt het Noors ook zoals informeel Nederlands: fem på halv fire is 3.25 en fem over halv fire is 3.35.

Het 24-uursysteem is heel gebruikelijk in roosters, openingstijden en digitale berichten: kl. 08.15, 14.30, 22.05. In een gesprek wordt 14.30 vaak gewoon halv tre als uit de situatie blijkt dat het om de middag gaat. Als nauwkeurigheid belangrijk is, kan de digitale tijd als fjorten tretti worden uitgesproken.

Maak onderscheid tussen een tijdstip en een tijdsduur:

  • Vi møtes klokka tre. — We spreken om drie uur af.
  • Møtet varer i tre timer. — De vergadering duurt drie uur.
  • Møtet begynner om tre timer. — De vergadering begint over drie uur.

Dat is een belangrijke valkuil vanuit het Nederlands. Nederlands gebruikt “om” voor een kloktijd, maar Noors gebruikt daar klokka of de afkorting kl.; om tre timer betekent juist “over drie uur”.

Weekdagen

Nederlands Noors Nederlands Noors
maandag mandag vrijdag fredag
dinsdag tirsdag zaterdag lørdag
woensdag onsdag zondag søndag
donderdag torsdag

Net als in het Nederlands krijgen weekdagen normaal geen hoofdletter. Voor een concrete dag gebruik je vaak : på mandag, på fredag kveld. Een datum of rooster kan het voorzetsel weglaten: Møtet er mandag 8. april.

Maanden en kalenderdata

Nederlands Noors Nederlands Noors
januari januar juli juli
februari februar augustus august
maart mars september september
april april oktober oktober
mei mai november november
juni juni december desember

Ook maandnamen beginnen met een kleine letter. In lopende tekst schrijf je bijvoorbeeld 3. juni. De punt na 3 is geen zinseinde, maar markeert het rangtelwoord. Je kunt die datum uitspreken als den tredje juni. Het bepaalde woordje den komt veel voor bij volledig uitgesproken data, zoals in het kernvoorbeeld Det er den første mai.

Bij een maand en een jaar gebruik je i: i oktober, i 2026. Voor een datum zelf is meestal geen Nederlandsachtig “op” nodig: Jeg kommer 12. august (ik kom op 12 augustus).

Seizoenen

Nederlands Noors Algemene tijdsaanduiding
lente vår om våren
zomer sommer om sommeren
herfst høst om høsten
winter vinter om vinteren

De constructie om + bepaalde vorm beschrijft vaak wat gewoonlijk in dat seizoen gebeurt: Om vinteren er dagene korte (in de winter zijn de dagen kort). Voor één specifieke periode bestaan uitdrukkingen als i vinter en til vinteren. Het precieze tijdsperspectief hangt daarbij van de context af; voor A1 is om vinteren de veiligste vorm voor een algemene uitspraak.

Een praktisch overzicht van voorzetsels

Situatie Patroon Voorbeeld
weekdag på + dag på torsdag
maand of jaar i + maand/jaar i mars, i 2027
duur i + tijdseenheid i to uker
over een tijd vanaf nu om + tijdseenheid om ti minutter
algemeen seizoen om + bepaalde seizoensvorm om høsten
kloktijd klokka / kl. + tijd klokka seks, kl. 18

Voorbeelden in context

Noors Nederlands Opmerking
Klokka er tre. Het is drie uur. Een vol uur.
Vi møtes klokka halv fire. We spreken om half vier af. halv fire is 3.30 of 15.30.
Bussen går kvart over åtte. De bus vertrekt om kwart over acht. går wordt vaak voor een dienstregeling gebruikt.
Butikken stenger ti på seks. De winkel sluit om tien voor zes. telt terug naar het volgende uur.
Jeg har tjueen kroner. Ik heb eenentwintig kronen. Tiental vóór eenheid.
Hun er tretti år. Ze is dertig jaar. Leeftijd met er, niet met “hebben”.
Vi trenger ett minutt. We hebben één minuut nodig. minutt is onzijdig, dus ett.
Det er den første mai. Het is één mei. De datum gebruikt een rangtelwoord.
Nasjonaldagen er 17. mai. De nationale feestdag is op 17 mei. De punt markeert syttende.
Jeg kommer på mandag. Ik kom maandag. bij een weekdag.
Kurset begynner i september. De cursus begint in september. i bij een maand.
Toget går om ti minutter. De trein vertrekt over tien minuten. Toekomst gerekend vanaf nu.
Vi ventet i tjue minutter. We wachtten twintig minuten. i geeft de duur aan.
Om sommeren spiser vi ute. In de zomer eten we buiten. Algemene gewoonte in een seizoen.
Hun bor i andre etasje. Ze woont op de tweede verdieping. Rangtelwoord na i.

Veelgemaakte fouten

De Nederlandse getalvolgorde kopiëren

  • Fout: entjue kroner of en og tjue kroner
  • Goed: tjueen kroner
  • Waarom: In neutraal modern Noors komen de tientallen eerst en wordt het getal aaneengeschreven. Bouw 48 dus als førti + åtte = førtiåtte.

Altijd en voor “één” gebruiken

  • Fout: en år of en minutt
  • Goed: ett år, ett minutt
  • Waarom: år en minutt zijn onzijdig. Het telwoord één heeft daar de vorm ett. Vergelijk en dag en ei/en uke.

om gebruiken voor een kloktijd

  • Fout: Vi møtes om tre.
  • Goed: Vi møtes klokka tre.
  • Waarom: Het Nederlandse “om drie uur” kun je niet letterlijk overzetten. Om tre timer betekent “over drie uur”, niet “om drie uur”.

Het verkeerde uur nemen bij halv

  • Fout begrip: halv ni is 9.30 uur.
  • Goed begrip: halv ni is 8.30 uur.
  • Waarom: Het Noors noemt, net als het Nederlands, het uur waar je naartoe gaat: halverwege naar negen.

Een datum als hoofdtelwoord lezen

  • Fout: Det er en mai.
  • Goed: Det er den første mai.
  • Waarom: Een kalenderdatum drukt een plaats in de maand uit en gebruikt daarom een rangtelwoord. 1. mai wordt (den) første mai.

Hoofdletters of verkeerde voorzetsels gebruiken

  • Fout: på Mandag, på oktober, i fredag
  • Goed: på mandag, i oktober, på fredag
  • Waarom: Dagen en maanden krijgen een kleine letter. Gebruik als beginnersregel bij weekdagen en i bij maanden.

Gebruiksnotities

Klokka heeft in Bokmål ook de vorm klokken. In alledaagse spraak is klokka zeer gebruikelijk; in aankondigingen en formele contexten kun je klokken zien of horen. De afkorting kl. past in roosters, uitnodigingen en openingstijden.

Noorse prijzen staan vaak met cijfers geschreven, maar je spreekt de munteenheid uit: 21 kr wordt tjueen kroner. Het enkelvoud is én krone; vanaf twee gebruik je kroner. Bij telefoonnummers en codes worden cijfers meestal afzonderlijk of in overzichtelijke groepjes gelezen. Null is nul.

De vormen sju/syv en tjue/tyve laten variatie binnen Bokmål zien. Dat betekent niet dat je alle varianten actief hoeft te gebruiken. Kies één moderne reeks voor je eigen spreken — bijvoorbeeld sju, tjue, tretti — en leer de andere vormen vooral herkennen.

Voorbij de basis

De volgende details hoef je op A1 nog niet volledig te beheersen, maar ze maken het systeem later preciezer.

Bij herhaalde weekdagen kun je på mandager zeggen: Jeg trener på mandager (ik train op maandagen). Voor een voorbije specifieke dag bestaan vaste vormen als i går (gisteren) en i mandags (afgelopen maandag). På mandag verwijst zonder verdere context vaak naar de relevante of eerstvolgende maandag, maar voeg neste of forrige toe als misverstanden mogelijk zijn.

Ook seizoensuitdrukkingen veranderen met het perspectief. Om sommeren beschrijft een gewoonte of algemene waarheid, til sommeren wijst vooruit naar de komende zomer en i sommer verwijst naar de zomer die in de gesprekssituatie centraal staat. Zulke verschillen sluiten aan op de latere leerstof over tijdsuitdrukkingen.

Jaartallen hebben meerdere natuurlijke uitspraakpatronen. Een jaar als 2026 kan als to tusen og tjueseks worden gelezen. Bij twintigste-eeuwse jaren hoor je vaak een patroon als nitten nittiåtte voor 1998. Als beginner kun je jaartallen eerst rustig als volledige getallen leren; het belangrijkste is dat de luisteraar de cijfers ondubbelzinnig begrijpt.

Rangtelwoorden gedragen zich grotendeels als bijvoeglijke woorden, dus als woorden die iets over een zelfstandig naamwoord zeggen. Daardoor krijg je vormen als den andre dagen, maar en annen dag en et annet sted. Dit onderscheid tussen andre, annen en annet is nuttig, maar hoort inhoudelijk bij de verdere verdieping over rangtelwoorden.

Oefentips

  1. Draai de Nederlandse volgorde bewust om. Schrijf tien willekeurige getallen tussen 21 en 99. Zeg eerst het Noorse tiental en voeg daarna de eenheid toe: 54 → femti + fire → femtifire.
  2. Maak een Noorse weekagenda. Noteer voor vijf activiteiten een dag en tijd, bijvoorbeeld På tirsdag jobber jeg klokka ni en På fredag spiser vi klokka halv sju. Lees de agenda daarna hardop.
  3. Oefen drie betekenissen naast elkaar. Maak telkens een zin met een tijdstip, een duur en een tijd vanaf nu: klokka fem, i fem timer, om fem timer. Zo voorkom je dat Nederlands “om” je op het verkeerde spoor zet.

Verwante begrippen

  • Verdieping: Rangtelwoorden — meer over første, andre, annen/annet en rangtelwoorden bij data en volgordes.
  • Volgende stap: Tijdsuitdrukkingen — breidt de basis uit met onder meer i går, i morgen, for ... siden en uitdrukkingen voor duur.

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Tall og Tid in Noors met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Noors · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen