Meervoudsvorming in het Noors
Flertall
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Noors op Settemila Lingue.
Kort gezegd
De meeste mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden krijgen in het onbepaalde meervoud -er: en bil → biler en ei jente → jenter. Korte onzijdige woorden hebben vaak geen uitgang: et hus → hus, et barn → barn. Er bestaan ook veelgebruikte uitzonderingen, zoals en mann → menn en ei/en bok → bøker.
Overzicht
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, ding of begrip, zoals ‘buurman’, ‘kat’, ‘huis’ of ‘idee’. Het meervoud gebruik je zodra het om meer dan één telbaar exemplaar gaat. In het Noors heet dat flertall. Je komt het al op A1-niveau voortdurend tegen: bij aantallen, boodschappen, familie, reizen en beschrijvingen van wat je ziet.
Voor Nederlandstaligen voelt een deel van het systeem vertrouwd. Ook in het Nederlands krijgen veel woorden een meervoudsuitgang. De precieze keuze is echter anders: Nederlands huizen heeft een uitgang en een veranderde medeklinker, terwijl Noors hus in het onbepaalde meervoud helemaal niet verandert. Andersom moet je bij bok → bøker een Noorse klinkerwisseling onthouden die je niet uit het Nederlandse woord ‘boeken’ kunt afleiden.
Deze uitleg behandelt in de eerste plaats Bokmål, de Noorse schrijftaalvariant die de meeste beginners als eerste leren. Het grammaticale geslacht — mannelijk, vrouwelijk of onzijdig — helpt bij het kiezen van een patroon, maar voorspelt niet iedere vorm. Leer daarom bij een nieuw woord liefst een kleine reeks: en bil – bilen – biler – bilene. Zo leer je geslacht, enkelvoud en meervoud tegelijk.
Zo werkt het
Eerst het verschil tussen onbepaald en bepaald
Het Noors maakt net als het Nederlands onderscheid tussen een onbepaalde en een bepaalde betekenis. Biler betekent ‘auto’s’ zonder dat bepaalde auto’s al bekend hoeven te zijn; bilene betekent ‘de auto’s’. In dit artikel staat de onbepaalde meervoudsvorm centraal, maar de bepaalde vorm hoort bij hetzelfde patroon.
| Noorse reeks | Nederlands | Patroon |
|---|---|---|
| en bil – bilen – biler – bilene | een auto – de auto – auto’s – de auto’s | mannelijk, regelmatig |
| ei jente – jenta – jenter – jentene | een meisje – het meisje – meisjes – de meisjes | vrouwelijk, regelmatig |
| et hus – huset – hus – husene | een huis – het huis – huizen – de huizen | onzijdig, geen uitgang in onbepaald meervoud |
| et eple – eplet – epler – eplene | een appel – de appel – appels – de appels | onzijdig, maar met -er |
Er bestaat geen onbepaald meervoudslidwoord dat overeenkomt met en, ei of et. Je zegt dus en bil, maar eenvoudigweg biler. Met een hoeveelheid kunnen er natuurlijk wel andere woorden voor staan: to biler ‘twee auto’s’, mange biler ‘veel auto’s’ en noen biler ‘enkele auto’s’.
Hoofdregel 1: meestal -er
De meeste mannelijke en vrouwelijke woorden vormen het onbepaalde meervoud met -er:
- en bil → biler — auto → auto’s
- en stol → stoler — stoel → stoelen
- ei/en jente → jenter — meisje → meisjes
- ei/en dør → dører — deur → deuren
- ei/en uke → uker — week → weken
Eindigt het woord al op een onbeklemtoonde -e, dan valt die e weg voordat -er wordt toegevoegd. Het zichtbare resultaat eindigt daardoor gewoon op -er: jente → jenter, niet jenteer. Hetzelfde gebeurt in uke → uker en kake → kaker.
Dat vrouwelijke woorden in het Bokmål vaak ook met en kunnen worden gebruikt, verandert hun gewone meervoud niet. Zowel ei jente als en jente wordt jenter. Ook ei bok / en bok heeft in beide gevallen het meervoud bøker.
Hoofdregel 2: korte onzijdige woorden vaak zonder uitgang
Veel onzijdige zelfstandige naamwoorden van één lettergreep hebben een nuluitgang: dat betekent eenvoudig dat er in het onbepaalde meervoud niets achter komt. Enkelvoud en meervoud zien er dan hetzelfde uit.
- et hus → hus — huis → huizen
- et barn → barn — kind → kinderen
- et år → år — jaar → jaren
- et språk → språk — taal → talen
- et dyr → dyr — dier → dieren
- et bord → bord — tafel → tafels
De rest van de zin maakt duidelijk of de vorm enkelvoud of meervoud is: ett hus ‘één huis’, to hus ‘twee huizen’; barnet sover ‘het kind slaapt’, barna sover ‘de kinderen slapen’.
Maak van deze regel geen regel voor álle onzijdige woorden. Vooral onzijdige woorden met meer lettergrepen krijgen vaak wel -er: et eple → epler, et bilde → bilder, et vindu → vinduer. Ook hier valt een onbeklemtoonde eind-e weg: eple + er → epler.
De bepaalde meervoudsvorm
De gewone bepaalde meervoudsuitgang is -ene. Je voegt die niet altijd simpelweg achter de volledige onbepaalde vorm; het is beter de reeks als patroon te bekijken:
- biler → bilene — auto’s → de auto’s
- jenter → jentene — meisjes → de meisjes
- hus → husene — huizen → de huizen
- epler → eplene — appels → de appels
- bøker → bøkene — boeken → de boeken
Bij veel onzijdige woorden komt in het Bokmål ook een bepaalde meervoudsvorm op -a voor: husene / husa, barna en årene / åra. De vorm barna is bijzonder gangbaar. Als beginner kun je -ene als breed toepasbaar herkenningspunt leren, maar neem veelvoorkomende -a-vormen mee wanneer je ze tegenkomt.
Dit verschilt duidelijk van het Nederlands. Nederlands zet een los lidwoord vóór het woord: ‘de auto’s’. Noors zet de bepaaldheidsuitgang achter het woord: bilene. Schrijf daarom niet de biler als je alleen ‘de auto’s’ bedoelt.
Veelvoorkomende klinkerwisselingen en andere uitzonderingen
Sommige zeer gewone woorden veranderen hun stamklinker in het meervoud. Zulke vormen moet je afzonderlijk leren. Ze zijn niet zeldzaam of alleen literair: woorden als menn, bøker en føtter komen in alledaagse gesprekken voor.
| Noorse vormen | Nederlands | Wat verandert? |
|---|---|---|
| en mann → menn → mennene | een man → mannen → de mannen | a → e, geen -er |
| ei/en bok → bøker → bøkene | een boek → boeken → de boeken | o → ø en -er |
| en fot → føtter → føttene | een voet → voeten → de voeten | klinkerwisseling en dubbele t |
| ei/en hånd → hender → hendene | een hand → handen → de handen | andere stamklinker |
| ei/en tann → tenner → tennene | een tand → tanden → de tanden | a → e |
| ei/en natt → netter → nettene | een nacht → nachten → de nachten | a → e |
| en bror → brødre → brødrene | een broer → broers → de broers | onregelmatige uitgang en klinker |
| ei/en søster → søstre → søstrene | een zus → zussen → de zussen | onbeklemtoonde klinker valt weg |
| et tre → trær → trærne | een boom → bomen → de bomen | onregelmatige stam en uitgang |
Let erop dat et barn → barn wel een uitzondering kan lijken vanuit het Nederlands, maar binnen het Noors juist aansluit bij het veelvoorkomende patroon voor korte onzijdige woorden. En mann → menn is echt onregelmatig.
Woorden op -er, -el en vergelijkbare uitgangen
Bij sommige woorden verdwijnt in het meervoud een onbeklemtoonde klinker. Daardoor kan de stam korter lijken:
- en lærer → lærere — leraar/docent → leraren/docenten
- en sykkel → sykler — fiets → fietsen
- en regel → regler — regel → regels
- en vinter → vintre — winter → winters
Deze spellingen zijn gemakkelijker te onthouden wanneer je de meervoudsvorm hardop samen met het enkelvoud oefent. Probeer niet automatisch -er achter iedere laatste letter te plakken: sykkeler en vinterer zijn fout.
Aantallen en bijvoeglijke naamwoorden
Na een getal hoger dan één staat het zelfstandig naamwoord normaal in het onbepaalde meervoud: to biler, tre jenter, fire hus. Er komt geen en, ei of et meer voor. Bijvoeglijke naamwoorden — woorden die een eigenschap noemen — krijgen in het meervoud meestal -e:
- en stor bil → store biler — een grote auto → grote auto’s
- et stort hus → store hus — een groot huis → grote huizen
- ei gammel bok → gamle bøker — een oud boek → oude boeken
Dat is een nuttig signaal wanneer het zelfstandig naamwoord zelf niet verandert. In store hus laat store mede zien dat de woordgroep meervoudig is.
Voorbeelden in context
| Noors | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Vi har to biler. | We hebben twee auto’s. | Regelmatig meervoud op -er. |
| Det står mange sykler utenfor skolen. | Er staan veel fietsen buiten de school. | Sykkel verliest een onbeklemtoonde e. |
| Hun kjøper tre epler. | Ze koopt drie appels. | Onzijdig woord met -er. |
| De bor i små hus ved sjøen. | Ze wonen in kleine huizen aan zee. | Kort onzijdig woord zonder uitgang. |
| Barna lærer to språk. | De kinderen leren twee talen. | Zowel barn als språk heeft geen uitgang. |
| Jentene spiller fotball. | De meisjes voetballen. | Bepaald meervoud: de meisjes. |
| Hvor er bøkene mine? | Waar zijn mijn boeken? | bok → bøker → bøkene. |
| Det sitter fire menn på kaféen. | Er zitten vier mannen in het café. | Onregelmatig: mann → menn. |
| Jeg har vondt i begge føttene. | Ik heb pijn aan beide voeten. | Bepaald meervoud van fot. |
| Vi pusser tennene hver morgen. | We poetsen elke ochtend onze tanden. | Noors gebruikt hier de bepaalde vorm. |
| De har tre barn. | Ze hebben drie kinderen. | Barn blijft onveranderd. |
| Alle vinduene er åpne. | Alle ramen staan open. | vindu → vinduer → vinduene. |
| Det vokser gamle trær i hagen. | Er groeien oude bomen in de tuin. | Onregelmatig: tre → trær. |
| Lærerne snakker med foreldrene. | De leraren praten met de ouders. | lærer → lærere → lærerne; forelder → foreldre → foreldrene. |
Veelgemaakte fouten
Automatisch -er achter ieder woord zetten
- Fout: to huser, mange barner
- Goed: to hus, mange barn
- Waarom: Veel korte onzijdige woorden hebben geen uitgang in het onbepaalde meervoud. Het getal of een ander zinsdeel maakt het aantal duidelijk.
Denken dat alle onzijdige woorden onveranderd blijven
- Fout: tre eple, flere vindu
- Goed: tre epler, flere vinduer
- Waarom: De nuluitgang komt vooral veel voor bij korte, eenlettergrepige onzijdige woorden. Onzijdige woorden met meer lettergrepen krijgen vaak -er.
De eind-e laten staan voor -er
- Fout: jenteer, epleer
- Goed: jenter, epler
- Waarom: Een onbeklemtoonde -e valt weg voordat de meervoudsuitgang wordt toegevoegd.
Een regelmatige vorm maken van een onregelmatig woord
- Fout: manner, boker, foter
- Goed: menn, bøker, føtter
- Waarom: Deze veelgebruikte woorden veranderen van klinker en soms ook van uitgang. Leer ze als volledige reeks, niet als toepassing van de hoofdregel.
Een Nederlands lidwoord vóór de Noorse meervoudsvorm zetten
- Fout: de biler er nye
- Goed: bilene er nye
- Waarom: In een gewone bepaalde woordgroep zit ‘de’ in de Noorse uitgang -ene. Biler betekent ‘auto’s’; bilene betekent ‘de auto’s’.
Enkelvoud gebruiken na een getal
- Fout: to bil, tre jente
- Goed: to biler, tre jenter
- Waarom: Na twee of meer staat een telbaar zelfstandig naamwoord normaal in het meervoud. Dat het Nederlands ook een meervoud gebruikt, helpt hier; let alleen op de juiste Noorse vorm.
Gebruik en variatie
In het gesproken Noors hoor je grote regionale verschillen, en naast Bokmål bestaat Nynorsk als officiële schrijftaal. Vormen uit dialecten en Nynorsk kunnen daarom afwijken van de Bokmål-reeksen in dit artikel. Voor een beginner is het verstandig één geschreven norm actief te gebruiken en andere vormen eerst vooral te leren herkennen.
Binnen het Bokmål zelf bestaan soms toegestane nevenvormen. Vooral de bepaalde meervoudsuitgang -a is zichtbaar in gewone woorden als barna en husa. Ook kan woordkeuze de vorm beïnvloeden: foreldre betekent normaal ‘ouders’, terwijl forelder het enkelvoud ‘ouder’ is. Een woordenboek vermeldt zulke reeksen doorgaans expliciet.
Niet ieder zelfstandig naamwoord wordt vaak geteld. Stofnamen en abstracte woorden, zoals vann ‘water’ en informasjon ‘informatie’, staan meestal in het enkelvoud wanneer je de stof of het begrip in het algemeen bedoelt. Een meervoud kan wel ontstaan als je soorten of afzonderlijke gevallen bedoelt, maar neem niet automatisch de Nederlandse vorm over. Nederlands ‘informatie’ heeft bijvoorbeeld in standaardtaal evenmin een gewoon meervoud nodig; Noors zegt mye informasjon, niet mange informasjoner voor ‘veel informatie’.
Verder dan de basis
De volgende bijzonderheden hoef je op A1 nog niet allemaal actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.
Sommige woorden hebben een nulmeervoud zonder dat ze onzijdig zijn. Voorbeelden zijn en sko → sko ‘schoen → schoenen’, en ting → ting ‘ding → dingen’ en en feil → feil ‘fout → fouten’. Het woordgeslacht geeft dus een sterke hoofdregel, geen waterdichte voorspelling.
Familiewoorden hebben vaak verkorte of onregelmatige vormen: far → fedre, mor → mødre, datter → døtre, bror → brødre en søster → søstre. In de bepaalde vorm krijg je onder meer fedrene, mødrene en døtrene. Omdat deze woorden inhoudelijk bij elkaar horen, kun je ze het best als groep leren.
Bij leenwoorden en vaktermen kan de verbuiging variëren of minder doorzichtig zijn. Vertrouw dan niet alleen op wat ‘Noors klinkt’, maar controleer de woordenboekreeks. Dat geldt ook wanneer een woord twee meervoudsvormen met een betekenis- of stijlverschil heeft. Voor dagelijks gebruik levert het leren van de meest gangbare woordenboekvorm meer op dan het uit het hoofd leren van zeldzame uitzonderingslijsten.
In bepaalde woordgroepen met een bijvoeglijk naamwoord verschijnt vóór het zelfstandig naamwoord ook de, terwijl de bepaalde uitgang blijft staan: de nye bilene ‘de nieuwe auto’s’, de gamle husene ‘de oude huizen’. Dit heet dubbele bepaaldheid: de bepaaldheid wordt zowel vóór als achter het woord zichtbaar. Verwar dat niet met het foute de biler: zonder bijvoeglijk naamwoord zeg je gewoon bilene.
Oefentips
- Leer viertallen. Noteer niet alleen bil, maar en bil – bilen – biler – bilene. Voor een nulmeervoud schrijf je bewust et hus – huset – hus – husene, zodat de gelijke vormen opvallen.
- Sorteer nieuwe woorden in drie praktische groepen. Maak lijsten voor -er, geen uitgang en onregelmatig. Zet eple bij -er, ook al is het onzijdig; het werkelijke patroon is belangrijker dan een te grove regel.
- Oefen met aantallen en echte voorwerpen. Kijk om je heen en maak zinnen als Jeg ser tre stoler, Det er to vinduer her en Jeg har mange bøker. Wissel daarna naar de bepaalde vorm: stolene, vinduene, bøkene.
Verwante onderwerpen
- Eerst: Geslacht van zelfstandige naamwoorden — en, ei en et helpen je het gewone meervoudspatroon te herkennen.
- Vervolg: De bepaalde vorm — leer hoe Noors ‘de’ en ‘het’ als uitgang aan het zelfstandig naamwoord toevoegt.
- Vervolg: Verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden — bijvoeglijke naamwoorden krijgen in het meervoud meestal -e, zoals in store biler.