A1

Meervoudsvorming in het Tsjechisch

Množné Číslo

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Tsjechisch op Settemila Lingue.

In het kort

Het Tsjechische meervoud hangt af van het geslacht en het verbuigingspatroon van het zelfstandig naamwoord. In de nominatief, de vorm voor het onderwerp, zie je onder meer dům → domy, žena → ženy, město → města en bij mannelijke personen student → studenti of kluk → kluci. Anders dan in het Nederlands kun je dus niet simpelweg altijd -en of -s toevoegen.

Overzicht

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, ding, plaats of begrip, bijvoorbeeld student ‘student’, žena ‘vrouw’ of město ‘stad’. Zodra je over meer dan één persoon of zaak praat, heb je het meervoud nodig. Dit onderwerp hoort bij A1, want vormen als domy ‘huizen’ en ženy ‘vrouwen’ komen al in de eenvoudigste gesprekken voor.

Voor een Nederlandstalige leerder is vooral de keuze van de uitgang nieuw. Het Nederlands kent hoofdzakelijk meervouden op -en en -s, plus enkele onregelmatige vormen. Het Tsjechisch deelt zelfstandige naamwoorden eerst in als mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Mannelijke woorden worden bovendien verdeeld in bezield (mensen en dieren) en onbezield (dingen en begrippen). Die grammaticale groep bepaalt mede welke meervoudsuitgang past.

Dit artikel begint met de nominatief meervoud. De nominatief is de naamval die je normaal gebruikt voor het onderwerp: wie of wat iets doet of in een bepaalde toestand is. In Studenti čekají ‘De studenten wachten’ is studenti het onderwerp. Tsjechische zelfstandige naamwoorden veranderen ook in andere naamvallen, afhankelijk van hun functie in de zin. Dat bredere systeem komt later; hier staat eerst de vorm centraal die je in woordenboeken en eenvoudige onderwerpzinnen het vaakst nodig hebt.

Hoe het werkt

Eerst het geslacht en het woordpatroon bepalen

De laatste letter geeft vaak een bruikbare aanwijzing. Een mannelijk woord eindigt vaak op een medeklinker, een vrouwelijk woord vaak op -a, en een onzijdig woord vaak op -o, -e of . Dit zijn echter aanwijzingen, geen waterdichte regels. Leer een nieuw woord daarom liefst meteen met zijn geslacht en zijn meervoud.

Groep Veelvoorkomend patroon Voorbeeld
mannelijk onbezield medeklinker → -y of -e dům → domy, stroj → stroje
mannelijk bezield medeklinker → -i, -ové of student → studenti, učitel → učitelé
vrouwelijk op -a -a → -y žena → ženy
vrouwelijk met een zacht patroon vaak -e of -i růže → růže, kost → kosti
onzijdig op -o -o → -a město → města
onzijdig op -e/-í vaak -e of onveranderd moře → moře, náměstí → náměstí

Met een verbuigingspatroon bedoelen we een vaste familie van woorden die bij verandering van getal en naamval vergelijkbare uitgangen krijgt. Je hoeft de traditionele Tsjechische namen van al die patronen nog niet uit het hoofd te kennen. Voor een goede start is het belangrijker dat je het enkelvoud en meervoud als paar herkent.

Mannelijk onbezield

Veel mannelijke woorden voor dingen, plaatsen en begrippen eindigen op een medeklinker en krijgen -y in de nominatief meervoud.

Enkelvoud Meervoud Nederlands
dům domy huis → huizen
hrad hrady kasteel → kastelen
obchod obchody winkel → winkels
vlak vlaky trein → treinen
stůl stoly tafel → tafels

Bij dům → domy en stůl → stoly verandert ook de klinker in de stam. Een stam is het deel van het woord vóór de uitgang. De lange ů wordt hier kort o. De vorm důmy is dus niet correct, ook al lijkt die op het eerste gezicht logisch.

Woorden met een zachter patroon hebben vaak -e:

Enkelvoud Meervoud Nederlands
stroj stroje machine → machines
pokoj pokoje kamer → kamers
počítač počítače computer → computers
klíč klíče sleutel → sleutels

Je kunt niet bij elk mannelijk woord alleen aan de betekenis zien of -y dan wel -e nodig is. De slotklank en het verbuigingspatroon zijn doorslaggevend.

Mannelijk bezield

Bij mannelijke woorden voor mensen en dieren komen in de nominatief meervoud vooral -i, -ové en voor.

Enkelvoud Meervoud Nederlands
student studenti student → studenten
kamarád kamarádi vriend → vrienden
muž muži man → mannen
kluk kluci jongen → jongens
Čech Češi Tsjech → Tsjechen
pán pánové heer → heren
učitel učitelé docent → docenten

Voor -i kan de laatste medeklinker veranderen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in kluk → kluci: k wordt c. In Čech → Češi wordt ch een š. Zo'n verandering heet een medeklinkerwisseling. Bij student → studenti blijft de stam juist herkenbaar en wordt alleen -i toegevoegd.

De uitgangen zijn niet volledig vrij uitwisselbaar. Učitelé en pánové moet je als normale woordvormen leren; maak er niet op eigen initiatief učiteli of páni van in elke context. Sommige woorden hebben meer dan één mogelijke vorm met een verschil in gebruik of betekenis, maar voor A1 is één gangbare vorm per woord voldoende.

Vrouwelijk

De grootste en duidelijkste groep bestaat uit vrouwelijke woorden op -a. Meestal verdwijnt -a en komt er -y voor in de plaats.

Enkelvoud Meervoud Nederlands
žena ženy vrouw → vrouwen
škola školy school → scholen
kniha knihy boek → boeken
mapa mapy kaart → kaarten
sestra sestry zus → zussen

Niet alle vrouwelijke woorden eindigen op -a. Woorden met een zacht patroon kunnen dezelfde vorm houden of een andere uitgang krijgen:

Enkelvoud Meervoud Nederlands
růže růže roos → rozen
ulice ulice straat → straten
píseň písně lied → liederen
kost kosti bot → botten

Dat růže en ulice in enkelvoud en meervoud gelijk zijn, betekent niet dat de hele zin gelijk blijft. Het werkwoord en eventuele bijvoeglijke naamwoorden laten vaak alsnog zien dat het om een meervoud gaat: Ta ulice je dlouhá ‘Die straat is lang’ tegenover Ty ulice jsou dlouhé ‘Die straten zijn lang’.

Onzijdig

Onzijdige woorden op -o vormen meestal een helder patroon: -o wordt -a.

Enkelvoud Meervoud Nederlands
město města stad → steden
okno okna raam → ramen
auto auta auto → auto's
slovo slova woord → woorden

Bij woorden op -e blijft de uitgang vaak -e, terwijl veel woorden op onveranderd blijven:

Enkelvoud Meervoud Nederlands
moře moře zee → zeeën
vejce vejce ei → eieren
náměstí náměstí plein → pleinen

Er zijn belangrijke onregelmatige of uitgebreidere vormen. Zo wordt dítě ‘kind’ in het meervoud děti en kuře ‘kippenkuiken’ wordt kuřata. Leer zulke veelgebruikte paren als één geheel.

De rest van de zin verandert mee

In het Tsjechisch staat het meervoud niet alleen op het zelfstandig naamwoord. Aanwijzende woorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden kunnen ermee overeenstemmen: hun vorm past zich aan het getal en soms ook het geslacht aan.

Groep Voorbeeld Nederlands
mannelijk bezield noví studenti nieuwe studenten
mannelijk onbezield nové domy nieuwe huizen
vrouwelijk nové knihy nieuwe boeken
onzijdig nová města nieuwe steden

Vooral noví studenti tegenover nové domy is belangrijk. Het Nederlands gebruikt in beide gevallen gewoon nieuwe. Het Tsjechisch houdt in de nominatief meervoud rekening met het verschil tussen mannelijk bezield en de andere groepen.

Voorbeelden in context

Tsjechisch Nederlands Toelichting
To jsou staré domy. Dat zijn oude huizen. mannelijk onbezield op -y
Ženy čekají na autobus. De vrouwen wachten op de bus. vrouwelijk op -a → -y
Ta města jsou daleko od sebe. Die steden liggen ver van elkaar. onzijdig op -o → -a
Studenti píšou test. De studenten maken een toets. mannelijk bezield op -i
Kluci hrají fotbal. De jongens voetballen. k → c vóór -i
Na stole leží nové knihy. Op tafel liggen nieuwe boeken. vrouwelijk meervoud
Na nádraží stojí vlaky. Op het station staan treinen. mannelijk onbezield
Muži pracují v kanceláři. De mannen werken op kantoor. zachte mannelijke vorm muži
Učitelé mluví pomalu. De docenten spreken langzaam. mannelijk bezield op
Děti si hrají v parku. De kinderen spelen in het park. onregelmatig dítě → děti
Na stole jsou čtyři vejce. Er liggen vier eieren op tafel. enkelvoud en meervoud zien er gelijk uit
Tady jsou dvě náměstí. Hier zijn twee pleinen. vorm op blijft gelijk
Ty ulice jsou dlouhé. Die straten zijn lang. ulice blijft gelijk; ty toont het meervoud

Veelgemaakte fouten

Alleen een uitgang toevoegen zonder de stam te veranderen

  • Fout: důmy
  • Goed: domy
  • Waarom: Bij dům → domy wordt ů weer o. Leer daarom niet alleen een losse regel op -y, maar het volledige woordpaar.

De vorm voor een lijdend voorwerp als onderwerp gebruiken

  • Fout: Kluky hrají fotbal.
  • Goed: Kluci hrají fotbal.
  • Waarom: Het onderwerp — wie de handeling uitvoert — staat hier in de nominatief. Kluky is onder meer de accusatief meervoud, de vorm die vaak wordt gebruikt voor het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat): Vidím kluky ‘Ik zie de jongens’.

Bij alle mannelijke woorden -y gebruiken

  • Fout: studenty čekají
  • Goed: studenti čekají
  • Waarom: Student is mannelijk bezield en krijgt als onderwerp in het meervoud studenti. Studenty hoort bij andere zinsfuncties.

Het Nederlandse meervoudspatroon volgen

  • Fout: městy voor ‘steden’ als onderwerp
  • Goed: města
  • Waarom: Město is onzijdig. In de nominatief verandert -o in -a; de Nederlandse uitgang geeft geen aanwijzing voor de Tsjechische vorm.

De overeenkomst in de woordgroep vergeten

  • Fout: nové studenti
  • Goed: noví studenti
  • Waarom: Een bijvoeglijk naamwoord bij een mannelijk bezield onderwerp krijgt in het meervoud de passende vorm . Vergelijk nové domy, want domy zijn mannelijk onbezield.

Na elk getal de gewone nominatief gebruiken

  • Fout: pět domy
  • Goed: pět domů
  • Waarom: Na dva/dvě, tři, čtyři zie je doorgaans het gewone meervoud: dva domy, tři ženy, čtyři města. Vanaf pět staat het zelfstandig naamwoord normaal in de genitief meervoud, een bezits- en hoeveelheidsnaamval: pět domů, pět žen, pět měst.

Gebruiksnotities

Tsjechisch heeft geen lidwoorden die rechtstreeks overeenkomen met Nederlands de, het en een. Daardoor kun je niet op een lidwoord vertrouwen om enkelvoud en meervoud te herkennen. In Ulice je dlouhá ‘De straat is lang’ en Ulice jsou dlouhé ‘De straten zijn lang’ geven vooral het werkwoord en het bijvoeglijk naamwoord het verschil aan.

Bij mensen kan de uitgang -ové nadrukkelijk of plechtig klinken, maar dat betekent niet dat iedere vorm op -ové formeel is. Voor sommige woorden is hij gewoon gebruikelijk, zoals pánové. Familienamen kunnen er eveneens een groep of familie mee aanduiden. De precieze keuze tussen -i, -ové en is daarom grotendeels woordgebonden.

In alledaagse taal hoor je de uitgangen soms minder scherp dan je als beginner zou willen. Vertrouw daarom niet uitsluitend op klank. Let ook op woorden als ti/ty/ta ‘die’, de vorm van het bijvoeglijk naamwoord en het werkwoord.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je al vroeg kunt tegenkomen.

Andere naamvallen hebben andere meervouden

De nominatief is maar één vakje in het Tsjechische naamvalsysteem. Hetzelfde woord kan in het meervoud verschillende uitgangen krijgen:

Functie Tsjechisch Nederlands
onderwerp Studenti čekají. De studenten wachten.
lijdend voorwerp Vidím studenty. Ik zie de studenten.
met ‘met’ Mluvím se studenty. Ik praat met de studenten.

Daarom is studenty niet simpelweg een fout meervoud; het is alleen fout wanneer de zin juist studenti als onderwerp vereist. Hetzelfde geldt voor veel vormen die in een andere context wel correct zijn.

Getallen sturen de naamval

Na twee, drie en vier staat meestal een meervoudsvorm zoals dva studenti of čtyři města. Na vijf en hogere getallen volgt doorgaans de genitief meervoud: pět studentů, deset měst. Ook hoeveelheidswoorden werken vaak zo: hodně lidí ‘veel mensen’ en málo času ‘weinig tijd’. Dit is een belangrijk verschil met het Nederlands, waar het zelfstandig naamwoord na ieder telwoord gewoon dezelfde meervoudsvorm houdt.

Sterk onregelmatige en alleen-meervoudsvormen

Enkele zeer gewone woorden hebben een onverwacht meervoud. Člověk ‘mens’ wordt meestal lidé ‘mensen’, oko ‘oog’ wordt oči en ucho ‘oor’ wordt uši. Daarnaast bestaan woorden die grammaticaal alleen in het meervoud worden gebruikt, bijvoorbeeld dveře ‘deur/deuren’, nůžky ‘schaar’ en kalhoty ‘broek’. Het Nederlandse woord kan daarbij enkelvoudig zijn, maar het Tsjechische werkwoord en bijvoeglijk naamwoord staan in het meervoud.

Overeenkomst in de verleden tijd

In de verleden tijd is het verschil tussen mannelijk bezield en andere groepen zichtbaar in de spelling: Studenti přišli ‘De studenten kwamen’, Ženy přišly ‘De vrouwen kwamen’ en Města rostla ‘De steden groeiden’. Bij een gemengde groep met ten minste één mannelijke persoon gebruikt verzorgd geschreven Tsjechisch doorgaans de mannelijke bezielde vorm op -i. Dit detail wordt pas later echt belangrijk, maar het bouwt rechtstreeks voort op de indeling die je bij het meervoud leert.

Oefentips

  1. Leer woordparen in plaats van losse woorden. Noteer bijvoorbeeld dům — domy, žena — ženy, město — města en student — studenti. Zeg ook het geslacht erbij.
  2. Sorteer tien nieuwe woorden in vier groepen. Maak kolommen voor mannelijk bezield, mannelijk onbezield, vrouwelijk en onzijdig. Vorm daarna pas het meervoud. Zo voorkom je dat je blind een uitgang kiest.
  3. Maak korte zinnen met to jsou. Oefen bijvoorbeeld To jsou domy, To jsou knihy en To jsou města. Voeg daarna een bijvoeglijk naamwoord toe: To jsou nové domy, nové knihy, nová města.
  4. Markeer veranderingen in de stam. Gebruik een andere kleur voor dům → domy, kluk → kluci en dítě → děti. Zulke vormen blijven beter hangen wanneer je het verschil bewust ziet.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Geslacht van Tsjechische zelfstandige naamwoordenA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Množné Číslo in Tsjechisch met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Tsjechisch · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen