A1

Can voor kunnen en mogen in het Engels

Can

languages.seo.contextNote

Kort gezegd

Can betekent meestal kunnen bij een vaardigheid en vaak mogen bij toestemming: I can swim en You can sit here. De vorm blijft bij elk onderwerp hetzelfde, waarna direct een werkwoord zonder to volgt. Voor een ontkenning gebruik je can't of cannot; in een vraag komt can voor het onderwerp: Can you help me?

Overzicht

Can is een modaal hulpwerkwoord: een werkwoord dat iets zegt over bijvoorbeeld mogelijkheid, vaardigheid of toestemming. Het werkt samen met een ander werkwoord. In She can drive is she het onderwerp (de persoon die iets doet), drukt can de vaardigheid uit en noemt drive de handeling.

Dit is basisstof op A1-niveau. Met één onveranderlijke vorm kun je zeggen wat iemand kan, vragen of iets mogelijk is en toestemming geven of vragen. Dat maakt can eenvoudiger dan de Engelse present simple: er komt bij he, she en it geen -s bij en voor vragen of ontkenningen is geen do of does nodig.

Voor Nederlandstaligen voelt de basis vaak vertrouwd: I can swim lijkt sterk op ik kan zwemmen. Toch vallen de talen niet volledig samen. Nederlands kunnen kan soms toestemming uitdrukken, maar we kiezen ook vaak mogen. Engels gebruikt in alledaagse situaties heel gemakkelijk can voor beide betekenissen. De context vertelt dan of het om vermogen of toestemming gaat.

Hoe het werkt

De basisbouw

Een bevestigende zin heeft dit patroon:

onderwerp + can + infinitief zonder to

De infinitief is de onverbogen vorm van een werkwoord, zoals swim, read of come. Na can staat de zogenoemde kale infinitief: dezelfde vorm, maar zonder to.

Onderwerp Vorm Voorbeeld Betekenis
I can I can cook. Ik kan koken.
you can You can cook. Jij kunt koken. / Jullie kunnen koken.
he / she / it can She can cook. Zij kan koken.
we can We can cook. Wij kunnen koken.
they can They can cook. Zij kunnen koken.

Let vooral op he can en she can. Anders dan bij de present simple krijg je niet cans en ook het hoofdwerkwoord krijgt geen -s: She can drive, niet She cans drive of She can drives.

Vaardigheid: wat iemand kan

Gebruik can voor een huidige of algemene vaardigheid:

  • I can speak English. — Ik kan Engels spreken.
  • Maya can play the piano. — Maya kan piano spelen.
  • My phone can take good photos. — Mijn telefoon kan goede foto's maken.

Het hoeft niet altijd om een aangeleerde vaardigheid te gaan. Ook lichamelijk of praktisch vermogen past hierbij: I can hear you of This lift can carry eight people.

Toestemming: wat iemand mag

In gewone gesprekken gebruik je can om toestemming te vragen of te geven:

  • Can I open the window? — Mag ik het raam opendoen?
  • You can leave early today. — Je mag vandaag vroeg vertrekken.
  • Can we use your kitchen? — Mogen we je keuken gebruiken?

Vertaal hier niet automatisch met kunnen. Can I sit here? vraagt meestal niet of je lichamelijk in staat bent om te zitten, maar of je daar mag zitten.

Ontkenningen met can't en cannot

De ontkenning is cannot of de verkorte vorm can't. Cannot wordt als één woord geschreven. De losse spelling can not is alleen in bijzondere constructies mogelijk en is niet de normale A1-vorm.

onderwerp + can't/cannot + infinitief zonder to

Vorm Gebruik Voorbeeld
can't normaal in gesprekken en informele teksten I can't come tonight.
cannot nadrukkelijker of formeler Guests cannot enter this area.

Een negatieve zin kan onvermogen uitdrukken: She can't drive betekent dat zij niet kan autorijden. Bij regels kan hij ook een verbod uitdrukken: You can't park here betekent dat je hier niet mag parkeren. Opnieuw bepaalt de situatie de betekenis.

De uitspraak verschilt per Engelse variant. In Brits Engels klinkt de klinker van can't vaak lang; in veel Amerikaans Engels is hij korter. In snelle spraak kan de eind-t zwak klinken. Luister daarom ook naar de zinscontext en de klemtoon, want can en can't moeten inhoudelijk goed uit elkaar blijven.

Vragen met can

Voor een vraag zet je can vóór het onderwerp. Er komt geen do of does bij.

can + onderwerp + infinitief zonder to + ?

Soort vraag Patroon Voorbeeld
ja/nee-vraag Can + onderwerp + werkwoord? Can you swim?
vraagwoord Vraagwoord + can + onderwerp + werkwoord? Where can we park?
toestemming Can + I/we + werkwoord? Can I pay by card?
verzoek Can + you + werkwoord? Can you help me?

Bij een vraag als Can you help me? kan de letterlijke betekenis “ben je in staat mij te helpen?” zijn, maar meestal is het gewoon een verzoek: “Kun je me helpen?”

Korte antwoorden

In korte antwoorden herhaal je can, niet het hoofdwerkwoord:

  • Can you swim? — Yes, I can.
  • Can Leo drive? — No, he can't.
  • Can we sit here? — Yes, you can.

Yes, I can swim is grammaticaal, maar als kort antwoord is Yes, I can natuurlijker. Zeg niet Yes, I do: vragen met can krijgen antwoorden met can.

Voorbeelden in context

De voorbeelden hieronder laten zien hoe dezelfde vorm verschillende functies krijgt.

Engels Nederlands Toelichting
I can swim. Ik kan zwemmen. Algemene vaardigheid
She can't drive. Zij kan niet autorijden. Ontbrekende vaardigheid
My grandfather can use video calls. Mijn opa kan videobellen. Aangeleerde vaardigheid
Can your daughter read yet? Kan je dochter al lezen? Vraag naar ontwikkeling
I can't hear you very well. Ik kan je niet zo goed horen. Zintuiglijke mogelijkheid
Can you help me with this box? Kun je me met deze doos helpen? Alledaags verzoek
Can I have some water, please? Mag ik wat water, alstublieft? Beleefd verzoek om iets te krijgen
You can sit here. U kunt hier zitten. / Je mag hier zitten. Mogelijkheid of toestemming volgens de context
Can we take photos in the museum? Mogen we in het museum foto's maken? Toestemming vragen
You can't use your phone during the exam. Je mag tijdens het examen je telefoon niet gebruiken. Verbod
Where can I buy a ticket? Waar kan ik een kaartje kopen? Praktische mogelijkheid
We can meet after work. We kunnen na het werk afspreken. Voorstel of mogelijkheid
This room can get very cold at night. Deze kamer kan 's nachts erg koud worden. Iets wat mogelijk voorkomt
Can Anna come tomorrow? — No, she can't. Kan Anna morgen komen? — Nee, dat kan ze niet. Vraag met kort antwoord

Veelgemaakte fouten

Een -s toevoegen bij he, she of it

  • Onjuist: He cans swim.
  • Juist: He can swim.
  • Waarom: Can heeft voor alle personen dezelfde vorm. De regel van he works uit de present simple geldt hier niet.

Het hoofdwerkwoord vervoegen

  • Onjuist: She can drives.
  • Juist: She can drive.
  • Waarom: Na can staat altijd de kale infinitief. Zowel -s als andere vervoegde vormen zijn hier fout.

To gebruiken na can

  • Onjuist: We can to come early.
  • Juist: We can come early.
  • Waarom: Het Nederlands heeft in kunnen komen ook geen apart woord tussen beide werkwoorden. In het Engels staat na een modaal hulpwerkwoord geen to.

Vragen maken met do of does

  • Onjuist: Do you can help me?
  • Juist: Can you help me?
  • Waarom: Can gaat zelf vóór het onderwerp. Het heeft geen ondersteuning van do of does nodig.

Een ontkenning maken met don't

  • Onjuist: I don't can swim.
  • Juist: I can't swim.
  • Waarom: Zet not rechtstreeks bij can: cannot of can't. Gebruik niet de Nederlandse woordvolgorde als leidraad voor ieder afzonderlijk woord.

Can altijd als kunnen vertalen

  • Misleidend: Can I leave now? → “Kan ik nu vertrekken?”
  • Passend in de meeste situaties: “Mag ik nu vertrekken?”
  • Waarom: De Engelse zin vraagt doorgaans om toestemming. Een letterlijke Nederlandse vertaling kan klinken alsof het om lichamelijke of praktische mogelijkheid gaat.

Gebruiksnotities

Gewoon, beleefd en formeel

Can I ...? en Can you ...? zijn normaal en beleefd genoeg voor de meeste dagelijkse situaties, zeker met please: Can you close the door, please? Voor een voorzichtiger of beleefder verzoek wordt vaak could gebruikt: Could you close the door, please? Dat is geen kritiek op can; het verschil zit vooral in de toon.

Voor formele toestemming bestaat ook may: May I come in? Dat klinkt formeler en soms traditioneler dan Can I come in? In hedendaags gesproken Engels is can heel gebruikelijk. De oude schoolregel dat alleen may toestemming zou mogen uitdrukken, beschrijft het werkelijke taalgebruik dus niet goed.

Toestemming geven en regels noemen

You can go now kan vriendelijke toestemming zijn. You can't enter without a ticket noemt een verbod. Voor een zeer nadrukkelijk verbod kan later ook mustn't voorkomen. Let op dat Nederlands niet hoeven iets anders betekent dan niet mogen; die tegenstelling wordt belangrijk bij must en have to.

Can met werkwoorden van waarneming

Engels gebruikt can vaak met see, hear, feel, smell en taste om te zeggen wat iemand op dat moment waarneemt:

  • I can see the mountains from here.
  • Can you smell smoke?

In het Nederlands laten we kunnen soms weg: “Ik zie de bergen vanaf hier.” Een woord-voor-woordvertaling is daarom niet altijd de natuurlijkste vertaling, ook al is de Engelse zin volkomen normaal.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen. Ze verklaren wel vormen die je al snel in gesprekken, films en teksten tegenkomt.

Verleden: could en was/were able to

Voor een algemene vaardigheid in het verleden gebruik je vaak could:

  • When I was six, I could read. — Toen ik zes was, kon ik lezen.
  • She couldn't swim as a child. — Als kind kon zij niet zwemmen.

Bij één concrete, geslaagde handeling kiezen sprekers vaak was/were able to of managed to: After an hour, we were able to open the door. Met werkwoorden van waarneming en in ontkenningen blijft could wel heel gewoon: I could hear music en We couldn't open the door. Dit onderscheid is voor later; de veilige beginnersregel is eerst can voor het heden en could voor algemene vaardigheid in het verleden.

Andere tijden: be able to

Can heeft geen gewone infinitief met to en geen eigen toekomstvorm. Waar een andere tijd of grammaticale vorm nodig is, gebruik je vaak be able to:

  • I want to be able to speak English well. — Ik wil goed Engels kunnen spreken.
  • We'll be able to finish tomorrow. — We zullen het morgen kunnen afmaken.
  • I've been able to work from home. — Ik heb thuis kunnen werken.

Zeg dus niet to can of will can. In sommige toekomstige situaties is gewoon can mogelijk als de tijd al duidelijk is, bijvoorbeeld I can help you tomorrow. Will be able to legt sterker de nadruk op toekomstige mogelijkheid of vermogen.

Mogelijkheid en gevolgtrekking

Can kan ook algemene mogelijkheid uitdrukken: Winters can be wet here betekent dat winters hier soms nat kunnen zijn. Voor één specifieke toekomstige mogelijkheid gebruikt het Engels vaak may, might of could, niet automatisch can: It might rain tonight.

In de ontkenning kan can't bovendien een sterke conclusie uitdrukken: That can't be true betekent “Dat kan niet waar zijn.” In gevorderd Engels kom je ook He can't have forgotten tegen: de spreker vindt het vrijwel onmogelijk dat hij het vergeten is. Dat gebruik gaat verder dan vaardigheid en toestemming, maar het bouwt voort op het idee van mogelijkheid.

Can in vaste, natuurlijke patronen

Sommige combinaties komen zo vaak voor dat je ze het best als geheel leert:

  • I can't wait. — Ik kan niet wachten / Ik heb er enorm veel zin in.
  • Can I have ...? — Mag ik ...? / Kan ik ... krijgen?
  • How can I help? — Hoe kan ik helpen?
  • You can always ask. — Je kunt het altijd vragen.

Bij I can't wait is de figuurlijke betekenis vaak enthousiaster dan de letterlijke Nederlandse woorden doen vermoeden.

Oefentips

  1. Maak drietallen. Neem één werkwoord, bijvoorbeeld drive, en maak een bevestiging, ontkenning en vraag: I can drive — I can't drive — Can you drive? Herhaal dit met vijf dagelijkse werkwoorden.
  2. Bepaal eerst de betekenis. Schrijf bij elke zin “vaardigheid”, “toestemming”, “verzoek”, “verbod” of “mogelijkheid”. Zo voorkom je dat je can altijd gedachteloos met kunnen vertaalt.
  3. Oefen korte antwoorden hardop. Laat iemand of een kaartje vragen stellen met Can ...? en antwoord direct met Yes, ... can of No, ... can't. Let daarbij extra op het hoorbare verschil tussen can en can't.

Verwante onderwerpen

  • Eerst of tegelijk leren: Present Simple — helpt je het verschil te zien tussen gewone werkwoordsvormen en de onveranderlijke vorm na can.
  • Volgende stap: Should and Must — breidt modale hulpwerkwoorden uit met advies, noodzaak en verbod.

languages.concept.prerequisite

De present simple in het EngelsA1

languages.concept.buildsOn

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.practiceConceptButton