A1

Es gibt in het Duits

Es gibt

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

In het kort

Met es gibt zeg je dat iets bestaat, aanwezig of beschikbaar is: Es gibt einen Park betekent ‘Er is een park’ en Es gibt viele Leute betekent ‘Er zijn veel mensen’. Gibt blijft dus gelijk bij enkelvoud en meervoud, en wat na es gibt komt, staat in de Akkusativ.

Overzicht

Het Nederlands gebruikt er is bij enkelvoud en er zijn bij meervoud. Het Duits kiest in beide gevallen meestal dezelfde vaste combinatie: es gibt. Daarmee kun je vertellen wat er in een stad, gebouw of situatie aanwezig is, wat ergens verkrijgbaar is en wat er zal gebeuren: In der Stadt gibt es ein Museum, Heute gibt es Suppe en Morgen gibt es ein Konzert.

Dit is een basispatroon van niveau A1, maar het is ook op hogere niveaus voortdurend bruikbaar. Je hoort en leest het in gesprekken, routebeschrijvingen, nieuwsberichten, advertenties en zakelijke teksten. Wie het patroon als één geheel leert, vermijdt twee typische Nederlandse fouten: gibt vervangen door een meervoudsvorm en vergeten dat er een Akkusativ volgt.

De Akkusativ is een naamval: een vorm die de grammaticale functie van een woordgroep laat zien. Na es gibt is die vorm verplicht. Dat valt vooral op bij mannelijke woorden, omdat ein dan einen wordt: Es gibt einen Supermarkt.

Zo werkt het

De vaste bouwsteen

De eenvoudigste opbouw is:

Functie Duits Nederlands
vaste aanduiding es er
werkwoord gibt is / zijn
aanwezige zaak of persoon een woordgroep in de Akkusativ een zelfstandig naamwoord of voornaamwoord

In Es gibt einen Park is es het grammaticale onderwerp (het zinsdeel waarmee het werkwoord formeel verbonden is). Einen Park noemt wat aanwezig is. Hoewel je in het Nederlands ‘een park’ niet als lijdend voorwerp ervaart, behandelt de Duitse constructie deze woordgroep grammaticaal als Akkusativ.

Het werkwoord geben betekent normaal ‘geven’, maar vertaal es gibt niet woord voor woord als ‘het geeft’. De hele combinatie betekent hier ‘er is’, ‘er zijn’, ‘er bestaat’ of ‘er zijn beschikbaar’.

Enkelvoud en meervoud

Gibt is altijd de derde persoon enkelvoud. Het aantal dingen dat erop volgt, verandert het werkwoord niet.

Aantal Duits Nederlands
enkelvoud Es gibt ein Problem. Er is een probleem.
meervoud Es gibt zwei Probleme. Er zijn twee problemen.

Dat verschil met het Nederlands is belangrijk. In Es gibt viele Möglichkeiten staat gibt, niet geben, ook al zijn er meerdere mogelijkheden.

De Akkusativ na es gibt

Bij het onbepaalde lidwoord zie je de Akkusativ alleen duidelijk bij het mannelijk enkelvoud. Een lidwoord is een woord als der of ein dat bij een zelfstandig naamwoord staat.

Geslacht / aantal Nominativ Na es gibt Voorbeeld
mannelijk ein einen Es gibt einen Bahnhof.
vrouwelijk eine eine Es gibt eine Apotheke.
onzijdig ein ein Es gibt ein Hotel.
meervoud — / viele — / viele Es gibt viele Hotels.

Ook het bepaalde lidwoord staat in de Akkusativ: den bij mannelijk, die bij vrouwelijk en meervoud, en das bij onzijdig. In de praktijk staat na es gibt vaak een onbepaald woord, omdat je juist nieuwe informatie introduceert. Een bepaalde woordgroep is echter mogelijk wanneer de bedoelde persoon of zaak al bekend is: Den Kurs gibt es auch online.

Na een getal of een woord als viele, wenige of mehrere is de naamval vaak niet zichtbaar: Es gibt drei Ausgänge. De regel geldt nog steeds.

Plaats en tijd in de zin

Een gewone mededelende hoofdzin begint vaak met es:

Es + gibt + aanvulling
Es gibt hier einen Geldautomaten.

Je kunt ook een tijd- of plaatsbepaling vooropzetten. Het vervoegde werkwoord blijft dan op de tweede zinsplaats en es komt erachter:

Vandaag / hier + gibt + es + aanvulling
Heute gibt es Fisch.
In diesem Dorf gibt es keinen Bahnhof.

Let op het verschil tussen de twee kleine woorden:

  • es hoort bij de vaste constructie;
  • hier, dort of een andere plaatsbepaling zegt waar iets aanwezig is.

Het Nederlandse er kan beide functies vervullen: ‘Er is hier een café.’ In het Duits heb je daarom vaak zowel es als hier: Gibt es hier ein Café?

Vragen

In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan:

Gibt + es + aanvulling?
Gibt es hier eine Toilette?

Bij een vraagwoord staat dat vraagwoord eerst, gevolgd door gibt es:

  • Was gibt es heute zu essen? — Wat is er vandaag te eten?
  • Wie viele Zimmer gibt es? — Hoeveel kamers zijn er?
  • Wo gibt es hier eine Apotheke? — Waar is hier een apotheek?

Ontkenning met kein

Wil je zeggen dat iets niet aanwezig is, dan gebruik je meestal kein bij het zelfstandig naamwoord. Kein krijgt dezelfde Akkusativuitgangen als ein.

Vorm Voorbeeld Betekenis
mannelijk Es gibt keinen Aufzug. Er is geen lift.
vrouwelijk Es gibt keine Küche. Er is geen keuken.
onzijdig Es gibt kein WLAN. Er is geen wifi.
meervoud Es gibt keine freien Plätze. Er zijn geen vrije plaatsen.

Nicht ontkent eerder de hele mededeling of een specifiek onderdeel. Bij een gewoon onbepaald zelfstandig naamwoord is kein de natuurlijke keuze. Vergelijk Es gibt keinen Bus (‘Er rijdt/is geen bus’) met Den Bus gibt es heute nicht (‘Die bus is er vandaag niet’).

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Es gibt einen Park. Er is een park. Mannelijk: ein wordt einen.
Gibt es hier ein Café? Is hier een café? Ja-neevraag: gibt staat vooraan.
Es gibt viele Leute auf dem Markt. Er zijn veel mensen op de markt. Ook bij meervoud blijft het gibt.
In der Nähe gibt es eine Apotheke. In de buurt is een apotheek. De plaatsbepaling staat vooraan.
Heute gibt es Suppe und Salat. Vandaag is er soep en salade. Veelgebruikt bij menu’s en maaltijden.
In diesem Hotel gibt es keinen Aufzug. In dit hotel is geen lift. Keinen is mannelijk Akkusativ.
Gibt es noch freie Plätze? Zijn er nog vrije plaatsen? Vraag naar beschikbaarheid.
Wie viele Teilnehmer gibt es? Hoeveel deelnemers zijn er? Vraag met een vraagwoordgroep.
Es gibt ein Problem mit der Heizung. Er is een probleem met de verwarming. Onzijdig: ein verandert niet.
Morgen gibt es ein Konzert im Park. Morgen is er een concert in het park. Een geplande gebeurtenis.
Für diese Aufgabe gibt es mehrere Lösungen. Voor deze opdracht zijn er meerdere oplossingen. Abstract bestaan, niet alleen een plaats.
Was gibt es heute Abend im Fernsehen? Wat is er vanavond op televisie? Vraag naar het programma.
Den Kurs gibt es auch online. De cursus is ook online beschikbaar. Bekende informatie staat vooraan.
Weil es keinen Zug gibt, fahren wir mit dem Bus. Omdat er geen trein is, gaan we met de bus. In de bijzin staat gibt achteraan.

Veelgemaakte fouten

Het werkwoord aan het meervoud aanpassen

  • Fout: Es geben viele Restaurants.
  • Goed: Es gibt viele Restaurants.
  • Waarom: Es bepaalt de vaste enkelvoudsvorm gibt. Het Nederlands wisselt tussen ‘er is’ en ‘er zijn’, maar het Duits niet.

De Nominativ gebruiken bij een mannelijk woord

  • Fout: Es gibt ein Supermarkt.
  • Goed: Es gibt einen Supermarkt.
  • Waarom: Na es gibt staat de woordgroep in de Akkusativ. Bij mannelijk ein wordt dat einen.

Sind letterlijk naar het Duits overzetten

  • Fout: Es sind einen Park in der Nähe.
  • Goed: Es gibt einen Park in der Nähe.
  • Waarom: Nederlands ‘er is/er zijn’ wordt voor algemeen bestaan of beschikbaarheid meestal es gibt. Es sind hoort niet in dit patroon.

Nicht gebruiken waar kein nodig is

  • Fout: Es gibt nicht Bahnhof.
  • Goed: Es gibt keinen Bahnhof.
  • Waarom: Een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord ontken je hier met kein. Omdat Bahnhof mannelijk is en in de Akkusativ staat, krijg je keinen.

Es weglaten na een vooropgeplaatste bepaling

  • Fout: Heute gibt ein Konzert.
  • Goed: Heute gibt es ein Konzert.
  • Waarom: Wanneer heute vooraan staat, verhuist es naar de positie na het werkwoord; het verdwijnt niet.

Nederlandse woordvolgorde in een bijzin gebruiken

  • Fout: Ich weiß, dass es gibt ein Problem.
  • Goed: Ich weiß, dass es ein Problem gibt.
  • Waarom: In een Duitse bijzin met dass staat het vervoegde werkwoord aan het einde.

Gebruiksnotities

Es gibt is neutraal en past zowel in gesprekken als in verzorgde schrijftaal. Het kan slaan op concrete zaken (Es gibt einen Balkon), personen (Es gibt hier viele Touristen), gebeurtenissen (Es gibt morgen eine Sitzung) en abstracte mogelijkheden of redenen (Es gibt zwei Möglichkeiten).

Niet elke Nederlandse zin met ‘er is’ wordt automatisch es gibt. Als je de precieze plaats of toestand van een al bekende zaak beschrijft, is sein vaak natuurlijker:

  • Der Schlüssel ist auf dem Tisch. — De sleutel ligt/is op tafel.
  • Im Zimmer ist ein Mann. — In de kamer is een man.
  • Im Hotel gibt es ein Restaurant. — In het hotel is een restaurant aanwezig.

De laatste twee patronen kunnen soms allebei, maar het perspectief verschilt. Es gibt presenteert het bestaan of de beschikbaarheid als informatie. Da ist / dort ist wijst vaker iets concreets aan: Da ist ein Taxi! (‘Daar is een taxi!’). Bij meervoud past da sind: Da sind deine Freunde.

In spreektaal wordt gibt es vaak samengetrokken tot gibt’s: Was gibt’s? of Heute gibt’s Pizza. In neutrale of formele schrijftaal schrijf je meestal de volledige vorm.

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.

Andere tijden

Omdat gibt een vorm van geben is, verandert het werkwoord wanneer de tijd verandert:

Duits Nederlands Tijd
Früher gab es hier ein Kino. Vroeger was hier een bioscoop. verleden tijd (Präteritum)
So etwas hat es noch nie gegeben. Zoiets is nog nooit voorgekomen. voltooide tijd (Perfekt)
Nächstes Jahr wird es neue Kurse geben. Volgend jaar zullen er nieuwe cursussen zijn. toekomende tijd (Futur I)

In de gesproken taal is gab es opvallend gangbaar, ook al gebruikt het Duits bij veel andere werkwoorden liever de voltooide tijd. Es hat ... gegeben is eveneens correct en legt vaak nadruk op wat heeft plaatsgevonden.

Woordgroepen vooropzetten

Een woordgroep kan voor nadruk vóór gibt es staan:

  • Einen direkten Zug gibt es nicht. — Een rechtstreekse trein is er niet.
  • Solche Probleme gibt es überall. — Zulke problemen zijn er overal.

De vooropgeplaatste groep blijft Akkusativ. Dat zie je duidelijk aan einen direkten Zug. Deze volgorde is nuttig om een contrast te maken of aan te sluiten bij iets dat al genoemd is.

Es gibt ... zu met een infinitief

Es gibt + iets + zu + infinitief drukt uit dat iets gedaan kan of moet worden. Een infinitief is de onvervoegde vorm van het werkwoord, zoals tun of sehen.

  • Es gibt viel zu tun. — Er is veel te doen.
  • Hier gibt es nichts zu sehen. — Hier is niets te zien.
  • Es gibt noch einiges zu klären. — Er moet nog het een en ander worden opgehelderd.

De precieze Nederlandse vertaling hangt van de context af; ‘er is ... te ...’ werkt vaak, maar soms klinkt ‘er moet ... worden’ natuurlijker.

Vaste uitroepen

Enkele veelgebruikte uitdrukkingen hebben een betekenis die je als geheel moet leren:

  • Das gibt’s doch nicht! — Dat meen je niet! / Dat kan toch niet!
  • Was gibt’s Neues? — Wat is er voor nieuws?
  • So etwas gibt es nicht. — Zoiets bestaat niet.

Hier blijft de kernbetekenis ‘bestaan/voorkomen’ herkenbaar, maar de natuurlijke Nederlandse vertaling is niet altijd letterlijk.

Oefentips

  1. Koppel het lidwoord aan een echte plek. Kijk naar een straat, station of hotel en maak vier zinnen: Es gibt einen ..., eine ..., ein ... en keine .... Zo oefen je betekenis en Akkusativ tegelijk.
  2. Zet elke mededeling om in een vraag en ontkenning. Maak van Es gibt einen Bus achtereenvolgens Gibt es einen Bus? en Es gibt keinen Bus. Daardoor wordt de woordvolgorde snel automatisch.
  3. Vergelijk bewust met het Nederlands. Onderstreep in Nederlandse zinnen ‘er is/er zijn’ en beslis daarna of het Duits bestaan of beschikbaarheid uitdrukt (es gibt) of de plaats van iets bekends beschrijft (sein).

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Accusatief met lidwoorden in het DuitsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Es gibt in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen