A1

Il y a in het Frans

Il y a

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.

In het kort

Het Franse il y a betekent zowel er is als er zijn: Il y a un café en Il y a trois cafés. De vorm verandert dus niet bij enkelvoud of meervoud. In een ontkenning gebruik je meestal il n’y a pas de, en een gewone vraag begint vaak met est-ce qu’il y a.

Overzicht

Met il y a zeg je dat iets of iemand aanwezig is, bestaat of ergens te vinden is. Het is een van de nuttigste vaste uitdrukkingen op A1-niveau: je gebruikt haar om een plek te beschrijven, naar voorzieningen te vragen of een probleem te melden. In het Nederlands kies je tussen er is en er zijn, maar in het Frans blijft il y a altijd hetzelfde.

De uitdrukking bestaat letterlijk uit il en y plus de vorm a van avoir (‘hebben’). Toch kun je haar het best als één geheel leren. Het woord il verwijst hier niet naar een man of een concreet voorwerp; het is een onpersoonlijk onderwerp, een grammaticaal woord zonder eigen betekenis in deze uitdrukking. Ook y vertaal je hier niet apart.

De eenvoudigste regel is dus: zet il y a vóór datgene waarvan je de aanwezigheid noemt. Daarna kan een zelfstandig naamwoord komen (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip), eventueel met een lidwoord of hoeveelheid: un problème, des touristes, beaucoup de monde.

Zo werkt het

De vaste basisvorm

De bouwsteen is altijd:

il y a + persoon, zaak of hoeveelheid

Betekenis Frans patroon Voorbeeld
er is il y a + enkelvoud Il y a une pharmacie.
er zijn il y a + meervoud Il y a deux pharmacies.
er is/zijn een hoeveelheid il y a + hoeveelheid + de Il y a beaucoup de choix.

Let vooral op a zonder accent. A is een vorm van avoir. À met accent is een voorzetsel en betekent vaak ‘in’, ‘naar’ of ‘bij’. De spelling il y à is daarom fout.

In het Nederlands verandert het werkwoord mee: er is één kamer, maar er zijn vijf kamers. Frans doet dat niet:

  • Il y a une chambre. — Er is één kamer.
  • Il y a cinq chambres. — Er zijn vijf kamers.

Lidwoorden na il y a

In een bevestigende zin gebruik je de gewone lidwoorden en hoeveelheidswoorden:

Soort Vorm Voorbeeld
één telbaar ding un / une Il y a une erreur.
meerdere dingen des Il y a des erreurs.
niet-telbare hoeveelheid du / de la / de l’ Il y a du lait.
precieze of vage hoeveelheid getal / beaucoup de, peu de Il y a trois places. / Il y a peu de temps.

Een telbaar ding kun je afzonderlijk tellen, zoals une chaise. Een niet-telbaar woord duidt hier een stof of massa aan, zoals du lait. Na een hoeveelheidsuitdrukking staat meestal de: beaucoup de monde, assez de place, trop de bruit.

Ontkenning: il n’y a pas de

Voor ‘er is geen’ of ‘er zijn geen’ zet je ne … pas rond de werkwoordsvorm a:

il + n’ + y + a + pas + de + zelfstandig naamwoord

  • Il n’y a pas de banque ici. — Er is hier geen bank.
  • Il n’y a pas de bus le dimanche. — Er rijden op zondag geen bussen.
  • Il n’y a pas d’eau chaude. — Er is geen warm water.

Ne wordt n’ omdat y met een klinkerklank begint. Na pas worden un, une, des, du, de la meestal de. Voor een klinker of een stomme h wordt dat d’: pas d’ascenseur, pas d’hôtel. Anders dan in het Nederlands gebruik je dus niet een apart woord dat precies met geen overeenkomt.

Het bepaalde lidwoord blijft wel staan als je een specifiek bekend ding ontkent:

  • Il n’y a pas le directeur aujourd’hui. — De directeur is er vandaag niet.

Zo’n zin gaat niet over het ontbreken van om het even welke directeur, maar over een bepaalde persoon. Voor beginners is pas de de veilige hoofdregel bij ‘geen’.

Vragen stellen

Er zijn drie gangbare manieren om een vraag te maken:

Stijl Patroon Voorbeeld
neutraal en zeer gebruikelijk Est-ce qu’il y a … ? Est-ce qu’il y a un distributeur ici ?
informeel, vooral gesproken Il y a … ? met vraagintonatie Il y a encore du café ?
verzorgd of formeel Y a-t-il … ? Y a-t-il une solution ?

In y a-t-il staat een extra -t- tussen a en il. Die t maakt de uitspraak vloeiend en heeft geen eigen betekenis. De koppeltekens horen bij de spelling. Gebruik dus niet A-t-il y…?; de vaste volgorde is y a-t-il.

Een ontkennende vraag is bijvoorbeeld:

  • Est-ce qu’il n’y a pas de train après 22 heures ? — Is er na 22 uur geen trein?
  • N’y a-t-il pas une autre possibilité ? — Is er geen andere mogelijkheid?

Plaats en tijd toevoegen

Een plaats- of tijdsbepaling kan na de hoofdinhoud staan, maar ook vooraan wanneer je die informatie wilt benadrukken:

  • Il y a un marché sur la place. — Er is een markt op het plein.
  • Dans ce quartier, il y a plusieurs boulangeries. — In deze wijk zijn er verschillende bakkerijen.
  • Le lundi, il n’y a pas de cours. — Op maandag is er geen les.

Frans gebruikt vaak il y a waar natuurlijk Nederlands een ander werkwoord kiest. Il y a un bus toutes les dix minutes vertaal je bijvoorbeeld beter als ‘Er rijdt elke tien minuten een bus’ dan als het stijve ‘Er is elke tien minuten een bus’.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
Il y a un problème. Er is een probleem. Enkelvoud; de vorm blijft il y a.
Il y a beaucoup de monde au musée. Er zijn veel mensen in het museum. Monde is enkelvoud in het Frans, maar wordt hier natuurlijk met ‘mensen’ vertaald.
Il y a trois arrêts avant la gare. Er zijn nog drie haltes voor het station. Een getal kan direct na il y a staan.
Sur la table, il y a du pain et du fromage. Op tafel liggen brood en kaas. Natuurlijk Nederlands gebruikt hier ‘liggen’.
Il y a de la place près de la fenêtre. Er is plaats bij het raam. De la bij een niet-telbare hoeveelheid.
Il n’y a pas de toilettes ici. Er zijn hier geen toiletten. Na pas wordt des vervangen door de.
Il n’y a pas d’ascenseur dans cet immeuble. Er is geen lift in dit gebouw. De wordt d’ voor een klinkerklank.
Est-ce qu’il y a un restaurant près d’ici ? Is er hier in de buurt een restaurant? Neutrale vraagvorm.
Il y a encore des billets ? Zijn er nog kaartjes? Informele vraag met stijgende intonatie.
Y a-t-il une pharmacie ouverte la nuit ? Is er een apotheek die ’s nachts open is? Verzorgde vraagvorm met -t-.
Dans mon village, il y a peu de transports publics. In mijn dorp is er weinig openbaar vervoer. Peu de drukt een kleine hoeveelheid uit.
Demain, il y a une réunion à neuf heures. Morgen is er om negen uur een vergadering. Een tijdsbepaling kan vooraan staan.

Veelgemaakte fouten

Il y a laten meeveranderen met het meervoud

  • Fout: Il y ont deux cafés dans la rue.
  • Goed: Il y a deux cafés dans la rue.
  • Waarom: Il y a is onveranderlijk in deze betekenis. Het aantal cafés bepaalt de vorm niet. De Nederlandse afwisseling er is/er zijn mag je niet naar het Frans overnemen.

Het accent op de verkeerde plaats zetten

  • Fout: Il y à une gare.
  • Goed: Il y a une gare.
  • Waarom: A is hier de derde persoon enkelvoud van avoir. À is een voorzetsel en kan deze werkwoordsvorm niet vervangen.

Het lidwoord na pas behouden

  • Fout: Il n’y a pas des places libres.
  • Goed: Il n’y a pas de places libres.
  • Waarom: Bij een algemene ontkenning worden un, une, des, du, de la meestal de. Voor een klinker wordt dat d’.

Ne of de apostrof vergeten in zorgvuldig Frans

  • Fout in verzorgde schrijftaal: Il y a pas de réseau.
  • Goed: Il n’y a pas de réseau.
  • Waarom: In alledaagse spreektaal valt ne vaak weg, maar in neutrale schrijftaal schrijf je de volledige ontkenning. Omdat ne vóór y staat, wordt het n’.

De formele vraag verkeerd omkeren

  • Fout: Y a il un médecin ?
  • Goed: Y a-t-il un médecin ?
  • Waarom: Bij deze inversie (de omgekeerde volgorde van werkwoord en onderwerp) zijn de koppeltekens en de verbindings-t verplicht.

Être gebruiken naar Nederlands model

  • Fout: Une banque est dans cette rue wanneer je alleen wilt zeggen dat er een bank is.
  • Goed: Il y a une banque dans cette rue.
  • Waarom: Met être beschrijf of lokaliseer je eerder een al bekende bank. Il y a introduceert het bestaan of de aanwezigheid van iets nieuws.

Gebruiksnotities

Est-ce qu’il y a… ? is in vrijwel elke gewone situatie bruikbaar. De korte vorm Il y a… ? klinkt spontaner en hoort vooral bij gesprekken. Y a-t-il… ? komt vaker voor in formele vragen, aankondigingen, journalistieke tekst en verzorgd schrift. Geen van deze drie vormen verandert de basisbetekenis.

In informele spraak hoor je vaak y a zonder duidelijk uitgesproken il: Y a quelqu’un ? (‘Is daar iemand?’). Ook valt ne meestal weg: Y a pas de problème. Zulke vormen zijn heel normaal om te herkennen en in een ontspannen gesprek te horen. Schrijf vooralsnog liever Il y a quelqu’un ? en Il n’y a pas de problème als je neutraal, correct Frans wilt gebruiken.

Let ook op de vertaling naar het Nederlands. Frans kiest vaak één algemene constructie waar Nederlands specifieker klinkt:

  • Il y a un livre sur la table. — Er ligt een boek op tafel.
  • Il y a des enfants dans le jardin. — Er spelen/zijn kinderen in de tuin.
  • Il y a une voiture devant la porte. — Er staat een auto voor de deur.

De Franse zin zegt vooral dát iets aanwezig is. Het Nederlands voegt met liggen, staan of rijden vaak informatie over houding of beweging toe. Probeer daarom niet elk Nederlands werkwoord letterlijk in de Franse zin terug te stoppen.

Verder dan de basis

De volgende toepassingen hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze geregeld tegenkomen.

Il y a als tijdsaanduiding

Voor een tijdsduur kan il y a ook ‘geleden’ betekenen. De bouw is:

handeling + il y a + tijdsduur

  • Je l’ai vu il y a deux jours. — Ik heb hem twee dagen geleden gezien.
  • Nous avons déménagé il y a un an. — We zijn een jaar geleden verhuisd.

Dit is dezelfde geschreven vorm, maar een andere functie. Vergelijk:

  • Il y a deux jours de congé en mai. — Er zijn twee vrije dagen in mei.
  • Je suis arrivé il y a deux jours. — Ik ben twee dagen geleden aangekomen.

De plaats in de zin en de context maken het verschil duidelijk. Verwar dit tijdgebruik niet met depuis, dat een begonnen en nog voortdurende periode aangeeft: J’habite ici depuis deux ans betekent ‘Ik woon hier al twee jaar’.

Andere tijden

Omdat de uitdrukking op avoir is gebouwd, kan ze in andere tijden voorkomen:

Tijd Vorm Voorbeeld Betekenis
onvoltooid verleden il y avait Il y avait beaucoup de monde. Er waren veel mensen.
toekomende tijd il y aura Il y aura une réunion demain. Morgen zal er een vergadering zijn.
voorwaardelijke vorm il y aurait Il y aurait une solution. Er zou een oplossing zijn.
voltooide verleden tijd il y a eu Il y a eu un accident. Er is een ongeluk gebeurd.

Het onpersoonlijke il en y blijven staan; alleen de vorm van avoir verandert. Bij een ontkenning komt ne … pas opnieuw rond de vervoegde werkwoordsvorm: Il n’y aura pas de cours demain.

Il y en a

Wanneer het zelfstandig naamwoord al bekend is, kan het voornaamwoord en het vervangen. Een voornaamwoord is een klein woord dat naar iets verwijst zonder het opnieuw te noemen:

  • Il y a des places ? — Oui, il y en a. — Zijn er plaatsen? — Ja, die zijn er.
  • Il y a du café ? — Non, il n’y en a plus. — Is er koffie? — Nee, die is er niet meer.

En vervangt hier een hoeveelheid of iets dat met de/du/de la/des is ingevoerd. Dit patroon hoort bij een later stadium; op A1 is herkennen voldoende.

Présenter versus localiseren

Il y a introduceert vaak nieuwe informatie. C’est, ce sont en être identificeren of beschrijven vervolgens wat al is genoemd:

  • Il y a un nouveau café dans la rue. C’est un café italien. — Er is een nieuw café in de straat. Het is een Italiaans café.
  • Il y a deux clés sur la table. Elles sont à Paul. — Er liggen twee sleutels op tafel. Ze zijn van Paul.

Dit verschil helpt om Franse teksten natuurlijk op te bouwen: eerst meld je dat iets er is, daarna geef je er meer informatie over.

Oefentips

  1. Maak een rondje door één ruimte. Noem vijf aanwezige dingen en twee ontbrekende dingen: Il y a une fenêtre, Il n’y a pas de télévision. Wissel enkelvoud, meervoud en hoeveelheden af.
  2. Oefen elke vraag op drie manieren. Zet bijvoorbeeld une boulangerie achter Est-ce qu’il y a… ?, Il y a… ? en Y a-t-il… ?. Zo leer je tegelijk een neutrale, informele en formele vorm herkennen.
  3. Vertaal op betekenis, niet woord voor woord. Neem Nederlandse zinnen met staan, liggen, rijden en geen en vorm ze om met il y a of il n’y a pas de. Controleer vooral of je niet per ongeluk a aan het meervoud aanpast.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Avoir in het FransA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Il y a in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen