A1

Avoir (hebben) in het Frans

Le Verbe Avoir

Overzicht

Avoir (hebben) is samen met être het meest gebruikte werkwoord in het Frans. Je hebt het nodig voor bezit, leeftijd, lichamelijke en mentale toestanden, en als hulpwerkwoord voor de samengestelde tijden. De meeste werkwoorden vormen de passé composé met avoir.

De vervoeging is onregelmatig en moet worden gememoriseerd. Let op de vormen il a en ils ont: vóór een volgend klinkerwoord treedt hier liaison op (ils ont klinkt als [ilzɔ̃]).

Een belangrijk verschil met het Nederlands: veel uitdrukkingen die in het Nederlands met "zijn" worden gevormd, gebruiken in het Frans avoir: J'ai faim (Ik heb honger), J'ai froid (Ik heb het koud). Leer deze als vaste combinaties.

Hoe het werkt

Persoon Vorm Vertaling
je ai ik heb
tu as jij hebt
il/elle/on a hij/zij/men heeft
nous avons wij hebben
vous avez u/jullie heeft/hebben
ils/elles ont zij hebben

Veelgebruikte uitdrukkingen met avoir:

Frans Nederlands
avoir faim honger hebben
avoir soif dorst hebben
avoir froid het koud hebben
avoir chaud het warm hebben
avoir peur bang zijn
avoir raison gelijk hebben
avoir tort ongelijk hebben
avoir besoin de nodig hebben
avoir envie de zin hebben in
avoir l'air eruitzien

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
J'ai un chat. Ik heb een kat. bezit
Tu as quel âge ? Hoe oud ben je? leeftijd
Il a vingt ans. Hij is twintig jaar. leeftijd met avoir
Elle a faim. Ze heeft honger. uitdrukking
On a besoin d'aide. We hebben hulp nodig. uitdrukking
Nous avons une voiture. We hebben een auto. bezit
Vous avez raison. U heeft gelijk. uitdrukking
Ils ont l'air content. Ze zien er blij uit. avoir l'air
J'ai peur du chien. Ik ben bang voor de hond. uitdrukking
Tu as de la chance. Jij hebt geluk. hoeveelheidslidwoord

Veelgemaakte fouten

Avoir en être verwisselen bij leeftijd

  • Fout: Je suis vingt ans.
  • Correct: J'ai vingt ans.
  • Waarom: Leeftijd druk je in het Frans altijd uit met avoir, niet être.

Avoir en être verwisselen bij gevoelens/toestanden

  • Fout: Je suis faim.
  • Correct: J'ai faim.
  • Waarom: Lichamelijke toestanden zoals honger, dorst, kou en warmte gebruiken avoir in het Frans.

Vergeten dat avoir hulpwerkwoord is in de passé composé

  • Fout: Je suis mangé.
  • Correct: J'ai mangé.
  • Waarom: De meeste werkwoorden vormen de passé composé met avoir als hulpwerkwoord.

Oefentips

  1. Leer de uitdrukkingen met avoir als losse combinaties: avoir faim, avoir soif, avoir peur. Ze zijn erg nuttig in het dagelijks leven.
  2. Memoriseer de zes vormen: j'ai, tu as, il a, nous avons, vous avez, ils ont. Herhaal ze dagelijks.
  3. Maak een persoonlijk profiel: J'ai ... ans, j'ai un/une ..., j'ai besoin de ..., j'ai envie de ...

Verwante concepten

Vereiste kennis

Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp in het FransA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Wil je Avoir (hebben) in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen