A1

Accusatief (lidwoorden) in het Duits

Akkusativ (Artikel)

Overzicht

In het Duits verandert de vorm van lidwoorden afhankelijk van de rol die een naamwoordgroep in de zin speelt. De accusatief is de naamval van het lijdend voorwerp — het ding of de persoon waarop de handeling gericht is. In het Nederlands kennen we dit onderscheid nauwelijks meer, maar in het Duits is het essentieel.

Het goede nieuws: er verandert maar één lidwoordvorm daadwerkelijk. Het mannelijke bepaalde lidwoord gaat van der (nominatief) naar den (accusatief). Vrouwelijke en onzijdige naamwoorden blijven onveranderd. Toch moeten alle naamvallen consequent worden geleerd.

Hoe het werkt

Geslacht Nominatief (onderwerp) Accusatief (lijdend vw.)
Mannelijk der Mann den Mann
Vrouwelijk die Frau die Frau
Onzijdig das Kind das Kind
Meervoud die Männer die Männer

Onbepaalde lidwoorden:

Geslacht Nominatief Accusatief
Mannelijk ein einen
Vrouwelijk eine eine
Onzijdig ein ein

Hoe herken je het lijdend voorwerp? Stel de vraag 'wie of wat + werkwoord + onderwerp?'

  • Ich sehe den Mann. → Wie/wat zie ik? → den Mann → accusatief

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich sehe den Mann. Ik zie de man. der → den (mannelijk)
Er kauft einen Hund. Hij koopt een hond. ein → einen (mannelijk)
Wir haben die Bücher. Wij hebben de boeken. Geen verandering (meervoud)
Sie trinkt den Kaffee. Zij drinkt de koffie. der → den
Ich nehme das Brot. Ik neem het brood. Geen verandering (onzijdig)
Er liebt eine Frau. Hij houdt van een vrouw. Geen verandering (vrouwelijk)
Wir besuchen einen Freund. Wij bezoeken een vriend. ein → einen
Ich brauche keinen Kaffee. Ik wil geen koffie. kein → keinen (mannelijk)
Siehst du den Bus? Zie jij de bus? der → den in vraagzin
Sie hat einen Bruder. Zij heeft een broer. ein → einen

Veelgemaakte fouten

"der" blijven gebruiken als lijdend voorwerp

  • Fout: Ich sehe der Mann.
  • Correct: Ich sehe den Mann.
  • Waarom: Mannelijke naamwoorden krijgen den (bepaald) of einen (onbepaald) in de accusatief.

Denken dat alle naamwoorden veranderen

  • Fout: Sie trinkt die Tee.
  • Correct: Sie trinkt den Tee. (Tee is mannelijk!)
  • Waarom: Alleen mannelijke naamwoorden veranderen. Maar je moet het geslacht wel kennen.

Accusatief na sein toepassen

  • Fout: Er ist einen Lehrer.
  • Correct: Er ist ein Lehrer.
  • Waarom: Na sein gebruik je de nominatief. Sein verbindt twee gelijkwaardige zinsdelen.

Oefentips

  1. Oefen haben met verschillende naamwoorden: "Ich habe einen Bruder, eine Schwester, ein Fahrrad."
  2. Onthoud: alleen mannelijk verandert (der → den, ein → einen). Maak een ezelsbruggetje.
  3. Maak boodschappenlijstjes in het Duits: "Ich brauche einen Apfel, eine Flasche Wasser, ein Brot."

Verwante concepten

Vereiste kennis

Bepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Wil je Accusatief (lidwoorden) in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen