A1

Aanwijzende voornaamwoorden in het Duits

Demonstrativpronomen

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Met dieser, diese, dieses wijs je nadrukkelijk naar deze persoon of dit ding; jener, jene, jenes betekent die of dat daar en klinkt vaak formeler. De uitgang hangt af van het geslacht, het getal en de naamval. Voor de basisvormen in de nominatief geldt: dieser Mann, diese Frau, dieses Buch, diese Leute.

Overzicht

Aanwijzende voornaamwoorden leggen nadruk op een persoon of zaak: niet zomaar een boek, maar dit boek; niet zomaar een vrouw, maar deze vrouw. In het Duits heten ze Demonstrativpronomen. Ze kunnen vóór een zelfstandig naamwoord staan, zoals in dieses Buch, of zelfstandig worden gebruikt, zoals in Dieses ist besser (“dit exemplaar is beter”). Strikt genomen heet de vorm vóór een zelfstandig naamwoord ook wel een aanwijzend lidwoord (Demonstrativartikel), maar de verbuiging is in beide toepassingen vrijwel hetzelfde.

Dit onderwerp komt al op A1 aan bod. Je hebt er veel aan bij aanwijzen, kiezen, vergelijken en personen voorstellen. De eenvoudigste regel is: leer eerst de vier vormen van de nominatief, de naamval van het onderwerp (wie of wat iets doet): dieser, diese, dieses, diese.

Voor Nederlandstaligen is vooral de verbuiging nieuw. Het Nederlands kiest tussen deze/dit en die/dat, maar verandert die woorden niet omdat iets een onderwerp, lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp is. Het Duits doet dat wel. Bovendien heeft elk Duits zelfstandig naamwoord een grammaticaal geslacht: mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Daardoor kan Nederlands dit bijvoorbeeld zowel dieses als een andere naamvalsvorm opleveren.

Zo werkt het

Betekenis: dichtbij en verder weg

  • dieser / diese / dieses betekent meestal deze / dit en wijst naar iets dat dichtbij is, net genoemd wordt of centraal staat.
  • jener / jene / jenes betekent meestal die / dat (daar) en zet iets verder weg tegenover iets dichterbij.

In hedendaagse spreektaal is dieser heel gewoon. Jener is correct, maar klinkt vaak schrijftaliger of nadrukkelijker. Duitsers gebruiken in een gewoon gesprek voor “die daar” dikwijls der da, die da of das da. Je moet jener dus herkennen en kunnen gebruiken, maar niet elke Nederlandse die automatisch ermee vertalen.

De basis in de nominatief

De nominatief is de naamval van het onderwerp: de persoon of zaak die iets doet of iets is.

Geslacht/getal dies- jen- Voorbeeld
mannelijk enkelvoud dieser jener Dieser Mann wartet.
vrouwelijk enkelvoud diese jene Diese Frau wartet.
onzijdig enkelvoud dieses jenes Dieses Kind wartet.
meervoud diese jene Diese Leute warten.

Deze uitgangen lijken sterk op die van der, die, das. Dat is een handige eerste kapstok: der Mann → dieser Mann, die Frau → diese Frau, das Buch → dieses Buch, die Bücher → diese Bücher.

Alle vier naamvallen

Een naamval laat zien welke rol een woordgroep in de zin heeft. De vier Duitse naamvallen zijn:

  • nominatief: het onderwerp (wie of wat iets doet);
  • accusatief: meestal het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat);
  • datief: vaak het meewerkend voorwerp (aan of voor wie iets gebeurt), en na bepaalde voorzetsels;
  • genitief: bezit of verbondenheid, vooral in geschreven en formeler Duits.

De onderstaande tabel geeft dieser. Voor jener vervang je alleen dies- door jen-; de uitgangen blijven gelijk.

Naamval Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
nominatief dieser diese dieses diese
accusatief diesen diese dieses diese
datief diesem dieser diesem diesen
genitief dieses dieser dieses dieser

En dus bijvoorbeeld:

  • nominatief: Dieser Zug fährt nach Köln.
  • accusatief: Ich nehme diesen Zug.
  • datief: Mit diesem Zug fahren wir nach Köln.
  • genitief: Die Abfahrt dieses Zuges ist um acht Uhr.

Let vooral op het mannelijk: dieser wordt in de accusatief diesen. Bij vrouwelijk, onzijdig en meervoud is er tussen nominatief en accusatief geen verschil.

Vóór een zelfstandig naamwoord

Als het aanwijzende woord direct vóór een zelfstandig naamwoord staat, draagt het zelf de duidelijke naamvalsuitgang:

  • dieser alte Tisch
  • diese nette Kollegin
  • dieses kleine Hotel
  • diese neuen Schuhe

Een bijvoeglijk naamwoord tussen dieser en het zelfstandig naamwoord krijgt meestal een zwakke uitgang, net als na der/die/das: dieser alt*e Tisch*, mit diesem alt*en Tisch*. Voor het basisgebruik hoef je vooral te onthouden dat de uitgang van dieser zichtbaar blijft; de volledige bijvoeglijke verbuiging is een apart onderwerp.

Zelfstandig gebruikt

Als duidelijk is over welke personen of zaken je praat, kan het zelfstandig naamwoord wegvallen:

  • Welcher Pullover gefällt dir? – Dieser. — Welke trui vind je mooi? – Deze.
  • Welche Tasche nimmst du? – Diese. — Welke tas neem je? – Deze.
  • Welches Handy ist deins? – Dieses. — Welke telefoon is van jou? – Deze.
  • Welche Schuhe kaufst du? – Diese. — Welke schoenen koop je? – Deze.

De vorm blijft aansluiten bij het weggelaten zelfstandig naamwoord. Pullover is mannelijk, dus dieser; Tasche is vrouwelijk, dus diese. Ook de naamval blijft tellen: Mit welchem Bus fährst du? – Mit diesem.

Dieser en jener tegenover elkaar

Met dieser … jener kun je twee personen of zaken tegenover elkaar zetten. Meestal is dieser de dichterbij gelegen of laatstgenoemde, en jener de verder weg gelegen of eerdergenoemde. In eenvoudige situaties werkt het letterlijk:

Dieser Stuhl hier ist frei, jener dort nicht. — Deze stoel hier is vrij, die daar niet.

Bij verwijzingen in een langere tekst kan de precieze verwijzing meer aandacht vragen. Gebruik daarom op beginnersniveau liever een zelfstandig naamwoord erbij als er twijfel mogelijk is: dieser Vorschlag en jener Vorschlag.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Dieses Buch ist gut. Dit boek is goed. onzijdig onderwerp
Diese Frau kenne ich. Deze vrouw ken ik. vrouwelijk lijdend voorwerp
Dieser Mann ist mein Chef. Deze man is mijn chef. mannelijk onderwerp
Ich kaufe diesen Mantel. Ik koop deze jas. mannelijk accusatief
Kannst du mir diese Tasche zeigen? Kun je mij deze tas laten zien? vrouwelijk accusatief
Mit diesem Schlüssel öffnest du die Tür. Met deze sleutel open je de deur. datief na mit
Wir sprechen mit dieser Ärztin. We spreken met deze arts. vrouwelijk datief
In diesem Hotel gibt es ein gutes Restaurant. In dit hotel is een goed restaurant. datief voor een vaste locatie
Diese Schuhe sind bequemer. Deze schoenen zitten comfortabeler. meervoud nominatief
Ich fahre mit diesen Freunden nach Berlin. Ik ga met deze vrienden naar Berlijn. datief meervoud; ook Freunden krijgt -n
Welches Glas möchtest du? – Dieses. Welk glas wil je? – Dit. zelfstandig, onzijdig
Dieser Kaffee ist heiß, jener ist schon kalt. Deze koffie is heet, die is al koud. tegenstelling dichtbij–verder weg
An jenem Tag war das Wetter schön. Op die dag was het mooi weer. jener in de datief, schrijftaliger
Die Farbe dieses Autos gefällt mir. De kleur van deze auto bevalt me. genitief, vooral geschreven taal

Veelgemaakte fouten

Alleen naar het Nederlandse deze of dit kijken

  • Fout: Ich kaufe dieser Mantel.
  • Goed: Ich kaufe diesen Mantel.
  • Waarom: Mantel is het lijdend voorwerp en is mannelijk. De accusatief van dieser is daarom diesen. Het Nederlandse deze laat dat verschil niet zien.

Het geslacht raden op basis van het Nederlands

  • Fout: Diese Buch ist neu.
  • Goed: Dieses Buch ist neu.
  • Waarom: Buch is in het Duits onzijdig: das Buch. Leer een zelfstandig naamwoord daarom altijd samen met zijn lidwoord.

Jener gebruiken voor elke Nederlandse die of dat

  • Onnatuurlijk in een gewoon gesprek: Ich möchte jene Brötchen.
  • Natuurlijker: Ich möchte die Brötchen da.
  • Waarom: jener bestaat zeker, maar is in alledaagse spreektaal minder gewoon. Der/die/das da klinkt vaak spontaner wanneer je letterlijk iets aanwijst.

Na een voorzetsel de nominatief laten staan

  • Fout: mit dieser Mann
  • Goed: mit diesem Mann
  • Waarom: Het voorzetsel mit verlangt altijd de datief. Mannelijk en onzijdig krijgen dan diesem.

De meervouds-n in de datief vergeten

  • Fout: mit diesen Freunde
  • Goed: mit diesen Freunden
  • Waarom: In de datief meervoud staat niet alleen diesen; het zelfstandig naamwoord krijgt meestal ook -n, tenzij het meervoud al op -n of -s eindigt.

Een tweede lidwoord toevoegen

  • Fout: dieses das Buch
  • Goed: dieses Buch
  • Waarom: dieses neemt vóór het zelfstandig naamwoord de plaats van het lidwoord in. Je gebruikt dus niet tegelijk das.

Gebruiksnotities

Dieser kan neutraler “deze/dit” betekenen, maar vaak ook extra nadruk geven. Das Buch ist teuer noemt gewoon het boek; dieses Buch ist teuer kan betekenen dat juist dit boek duur is, bijvoorbeeld in tegenstelling tot een ander. In gesproken Duits draagt de klemtoon veel bij aan die tegenstelling.

Het Nederlandse die heeft meerdere functies. In die man daar is het aanwijzend, maar in de man die daar staat is het een betrekkelijk voornaamwoord dat een bijzin opent. Vertaal dus niet elk Nederlands die met jener of dieser. In de tweede zin gebruikt het Duits bijvoorbeeld der Mann, der dort steht.

Voor verwijzen naar iets wat net is gezegd, gebruikt het Duits vaak gewoon das: Das stimmt (“dat klopt”). Dieses is mogelijk, maar kan nadrukkelijker of formeler klinken. Voor alledaags A1-Duits is Das ist gut, Das weiß ich en Was ist das? meestal natuurlijker dan een geforceerd dieses.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Het algemene dies

Dies zonder uitgang kan zelfstandig naar een hele situatie, uitspraak of abstract idee verwijzen, vooral in verzorgde schrijftaal:

  • Dies ist nur der Anfang. — Dit is pas het begin.
  • Dies bedeutet nicht, dass wir aufgeben. — Dit betekent niet dat we opgeven.

In een gewoon gesprek is das vaak natuurlijker: Das ist nur der Anfang. Gebruik dies niet direct vóór een zelfstandig naamwoord; daar heb je een verbogen vorm nodig: dieser Anfang, dieses Problem.

Genitief en alternatieven

De genitiefvormen dieses/dieser en jenes/jener zijn correct en komen geregeld in geschreven taal voor: wegen dieses Problems, die Folgen jener Entscheidung. In spreektaal kiest men soms een andere constructie, maar na voorzetsels en in formele teksten blijft de genitief belangrijk. Let ook op de uitgang van het mannelijke of onzijdige zelfstandig naamwoord: dieses Problems, jenes Tages.

Verwijzen naar personen

Zelfstandig dieser/diese kan naar mensen verwijzen, maar de toon hangt sterk van de context af. Los over een aanwezige persoon zeggen Dieser ist mein Kollege kan afstandelijk of onnatuurlijk klinken. Das ist mein Kollege of Dieser Mann ist mein Kollege is meestal veiliger. In een keuze of duidelijke tegenstelling klinkt het wel normaal: Welche Ärztin meinst du? – Diese hier.

Nadruk en woordvolgorde

Een woordgroep met dieser kan vooraan staan om een contrast te benadrukken:

Diesen Fehler mache ich nicht noch einmal. — Deze fout maak ik niet nog eens.

Diesen Fehler blijft accusatief, ook al staat het vóór het onderwerp ich. De plaats in de zin bepaalt de naamval dus niet; de functie bepaalt hem. Dat is belangrijk voor Nederlandstaligen, omdat de Duitse woordvolgorde vrijer kan lijken terwijl de uitgangen de rollen duidelijk houden.

Oefentips

  1. Bouw vanuit het lidwoord. Schrijf vier bekende woorden op: der Tisch, die Lampe, das Fenster, die Stühle. Vervang het lidwoord eerst door dieser/diese/dieses/diese en maak daarna bij elk woord een accusatief- en datiefzin.
  2. Oefen met echte keuzes. Kijk naar voorwerpen om je heen en zeg: Dieses Glas ist sauber. Ich nehme diesen Becher. Mit dieser Schere geht es besser. Zo koppel je geslacht en naamval aan een concrete situatie.
  3. Markeer drie vragen bij elke vorm. Vraag: welk zelfstandig naamwoord hoort erbij, welk geslacht/getal heeft het, en welke rol speelt het in de zin? Kies pas daarna de uitgang. Oefen jener apart door telkens twee dingen tegenover elkaar te zetten.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Bepaalde lidwoorden in de Duitse nominatiefA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Demonstrativpronomen in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen