Vietnamees grammatica

Verken 80 grammaticaconcepten — van beginner tot gevorderd.

Dit is de grammaticaboom die Settemila Lingue aandrijft — elk concept wordt een gerichte oefendeck met AI-gegenereerde flashcards.

A1 (30)

Het Vietnamese alfabetChữ Quốc Ngữ

Het Vietnamese schrift, Chữ Quốc Ngữ, gebruikt 29 Latijnse letters. Klinkertekens maken van een letter een andere letter, terwijl vijf toonmarkeringen samen met de ongemarkeerde toon zes tonen aangeven. Schrijf daarom altijd alle tekens: a, ă, â, á en ạ zijn niet onderling verwisselbaar.

Tonen in het VietnameesThanh Điệu

In het Vietnamees heeft iedere lettergreep een toon, en die toon hoort bij het woord: ma, mà, má, mả, mã en mạ kunnen dus verschillende betekenissen hebben. Het Standaardvietnamees onderscheidt zes tonen: ngang, huyền, sắc, hỏi, ngã en nặng. Vijf daarvan krijgen een toonteken; alleen ngang blijft ongemarkeerd.

Persoonlijke voornaamwoorden in het VietnameesĐại Từ Nhân Xưng

Vietnamese persoonlijke voornaamwoorden geven niet alleen aan wie er spreekt, maar vaak ook hoe spreker en gesprekspartner zich tot elkaar verhouden. Voor een veilig begin gebruik je tôi voor ‘ik’ en bạn voor ‘jij’ bij een bekende van ongeveer dezelfde leeftijd; in echte gesprekken hoor je daarnaast vaak anh, chị en em. Het werkwoord verandert niet wanneer je een ander voornaamwoord kiest.

Là in het VietnameesĐộng Từ Là

Gebruik là om te zeggen wie of wat iemand of iets is: Tôi là giáo viên betekent “Ik ben leraar.” Là verandert nooit van vorm. Waar het Nederlands “zijn” gebruikt met een eigenschap, laat het Vietnamees là meestal weg: Cô ấy mệt is “Zij is moe”.

Có in het Vietnamees: hebben en er isĐộng Từ Có

Het onveranderlijke woord có betekent in de eenvoudigste zinnen zowel ‘hebben’ als ‘er is/er zijn’: Tôi có xe is ‘Ik heb een auto’, terwijl Có nước ‘Er is water’ betekent. Zet không ervoor voor een ontkenning (không có) en gebruik có ... không? voor veel ja-neevragen. Op zo’n vraag kan Có ook als kort bevestigend antwoord dienen.

Basisstructuur van Vietnamese werkwoordenCấu Trúc Động Từ

Een Vietnamees werkwoord verandert niet met de persoon of de tijd: tôi ăn betekent afhankelijk van de context ‘ik eet’ of ‘ik eet gewoonlijk’, en anh ấy ăn ‘hij eet’. De gewone volgorde is onderwerp + werkwoord + lijdend voorwerp. Met đang, đã en sẽ vóór het werkwoord, of met een tijdsaanduiding zoals hôm qua ‘gisteren’, maak je duidelijk of iets bezig, eerder gebeurd of toekomstig is.

Bijvoeglijke naamwoorden in het VietnameesTính Từ

Een Vietnamees bijvoeglijk naamwoord kan zelf het gezegde zijn: Nhà lớn betekent in een volledige zin ‘Het huis is groot’. Zet er dus niet automatisch là (‘zijn’) voor. Binnen een naamwoordgroep staat de eigenschap meestal na het zelfstandige naamwoord: nhà lớn kan dan ‘een groot huis’ betekenen.

Ontkenning in het VietnameesPhủ Định

Zet không vóór een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord: Tôi không hiểu betekent ‘Ik begrijp het niet’. Ontken een identiteit met không phải (là), gebruik chưa voor ‘nog niet’ en đừng voor een negatief bevel: ‘doe dat niet’. Deze woorden veranderen niet van vorm.

Vraagvorming in het VietnameesCâu Hỏi

Voor een ja-neevraag blijft de gewone Vietnamese woordvolgorde meestal staan en voeg je không toe aan het einde, of zet je het gezegde tussen có ... không: Bạn bận không? en Bạn có bận không? betekenen allebei ‘Heb je het druk?’ Een vraagwoord zoals gì, ai of đâu staat doorgaans op de plek waar het antwoord zou staan: Bạn ở đâu? — ‘Waar ben je?’

Classificatoren in het VietnameesLoại Từ

Bij een telbaar Vietnamees naamwoord staat tussen het getal en het naamwoord meestal een classificator: getal + classificator + naamwoord. Zo zeg je ba con chó voor ‘drie honden’ en năm cuốn sách voor ‘vijf boeken’. Welke classificator je kiest, hangt af van het soort persoon, dier of voorwerp.

Getallen en kloktijd in het VietnameesSố Đếm và Thời Gian

Vietnamese telwoorden veranderen niet van vorm. Je bouwt getallen regelmatig op met mười (tien), mươi (tigtal) en trăm (honderd), maar let op mốt, tư en lăm in bepaalde samengestelde getallen. Voor kloktijd zet je het getal vóór giờ: ba giờ is drie uur; met mấy giờ vraag je hoe laat het is en met bao nhiêu vraag je naar een hoeveelheid of prijs.

Basisvoorzetsels in het VietnameesGiới Từ

Met ở, trên, trong, dưới, cạnh, trước en sau vertel je waar iemand of iets is. De basisvolgorde is ở + plaats of plaatswoord + zelfstandig naamwoord: ở nhà betekent “thuis”, trên bàn “op de tafel” en trong phòng “in de kamer”. In een volledige zin maakt ở de plaatsrelatie vaak extra duidelijk: Quyển sách ở trên bàn — “Het boek ligt op de tafel.”

Aanwijzende woorden in het VietnameesTừ Chỉ Định

Bij een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip) staat het Vietnamese aanwijzende woord normaal achteraan: cái bàn này betekent ‘deze tafel’ en người đó ‘die persoon’. Gebruik này voor iets dichtbij, đó voor iets verder weg of al genoemd en kia voor iets duidelijk verder weg. Voor een plaats gebruik je vooral đây ‘hier’ en đấy/đó ‘daar’.

Verwantschapstermen als aanspreekvorm in het VietnameesXưng Hô

In het Vietnamees kunnen anh, chị, em, cô en chú zowel een familierelatie als “ik”, “jij” of “u” uitdrukken. Je kiest niet één vast woord voor “jij”, maar benoemt de verhouding: anh/chị – em bij een klein leeftijdsverschil en vaak cô/chú – cháu bij een generatieverschil. Leeftijd, geslacht, vertrouwdheid en de situatie bepalen samen welke combinatie natuurlijk klinkt.

Veelvoorkomende werkwoorden in het VietnameesĐộng Từ Phổ Biến

Vietnamese werkwoorden veranderen niet naar persoon of tijd: tôi đi betekent ‘ik ga’, bạn đi ‘jij gaat’ en hôm qua tôi đi ‘gisteren ging ik’. Wie handelt, wanneer iets gebeurt en of een handeling bezig of voltooid is, blijkt uit het onderwerp, de context, tijdwoorden en woorden als đang, đã en sẽ. Met negen veelgebruikte werkwoorden — đi, đến, ăn, uống, ngủ, làm, nói, viết en đọc — kun je daardoor snel veel eenvoudige zinnen maken.

Basiswoorden voor tijd in het VietnameesTừ Chỉ Thời Gian

Met hôm nay (vandaag), hôm qua (gisteren), ngày mai (morgen) en bây giờ (nu) kun je een Vietnamese zin direct in de tijd plaatsen. Zo’n tijdsbepaling staat vaak vooraan of achteraan, en het werkwoord verandert niet: Hôm qua tôi làm việc is “Gisteren werkte ik” en Ngày mai tôi làm việc is “Morgen werk ik”. Voor dagdelen gebruik je onder meer sáng, trưa, chiều en tối.

Bezit in het VietnameesSở Hữu

In het Vietnamees komt de bezitter na het bezit: sách của tôi betekent ‘mijn boek’, letterlijk ‘boek van mij’. Het woord của betekent hier ongeveer ‘van’. In korte, vertrouwde combinaties kan het vaak weg: nhà bạn is ‘jouw huis’.

Basisvoegwoorden in het VietnameesLiên Từ Cơ Bản

Met và verbind je gelijkwaardige delen, hoặc/hay geven een keuze, nhưng drukt een tegenstelling uit, vì noemt een oorzaak, nên een gevolg en rồi zet gebeurtenissen na elkaar. De basisvolgorde blijft meestal eenvoudig: deel A + voegwoord + deel B.

Basisbijwoorden in het VietnameesPhó Từ Cơ Bản

Met enkele korte woorden kun je een Vietnamese zin veel preciezer maken. Rất staat vóór een eigenschap (rất ngon, heel lekker), terwijl quá en lắm er meestal achter staan (ngon quá, wat lekker; ngon lắm, erg lekker). Cũng, đều, chỉ en còn staan doorgaans vóór het werkwoord of de eigenschap waarop ze betrekking hebben: cũng thích (ook leuk vinden), đều biết (allemaal weten), chỉ có một (er maar één hebben) en còn mệt (nog moe zijn).

Basisuitdrukkingen in het VietnameesBiểu Cảm Cơ Bản

Met xin chào begroet je iemand, met tạm biệt neem je afscheid, xin lỗi betekent „sorry” of „pardon” en không sao stelt iemand gerust. Voor een beleefde reactie gebruik je vaak vâng of dạ; met ơi na een naam of aanspreekwoord roep je iemand: Lan ơi! of em ơi! De woorden zijn kort, maar de keuze van een passend aanspreekwoord is in het Vietnamees belangrijker dan in het Nederlands.

Basiscommando’s en verzoeken in het VietnameesCâu Mệnh Lệnh

Een eenvoudig Vietnamees commando bestaat vaak alleen uit een werkwoord met de nodige aanvulling: Ngồi xuống betekent ‘Ga zitten’. Het werkwoord krijgt geen aparte gebiedende vorm. Met hãy, xin of làm ơn vóór de handeling en met nhé of đi erna kun je de bedoeling en toon bijstellen; een verbod begint meestal met đừng.

Speciale medeklinkercombinaties in het VietnameesPhụ Âm Đặc Biệt

Vietnamese combinaties als ng, ngh, nh, tr, ch, gi en qu vormen vaste schrijfpatronen aan het begin van een lettergreep. Lees ze niet letter voor letter op zijn Nederlands: ngh in nghe begint met één neusklank, nh in nhà met een zachte nj-achtige klank en qu in quốc ongeveer met kw. De uitspraak van vooral tr, ch en gi verschilt per regio, maar de spelling blijft gelijk.

Het Vietnamese klinkersysteemNguyên Âm

Het Vietnamees gebruikt twaalf klinkerletters: a, ă, â, e, ê, i, o, ô, ơ, u, ư, y. Tekens als het boogje op ă, het dakje op â, ê, ô en het haakje aan ơ, ư horen bij de klinker zelf; een extra teken geeft de toon aan. Leer daarom niet alleen losse letters, maar ook veelvoorkomende lettergroepen zoals ai, ao, ươi en oai als één klankkern.

Plaatswoorden in het VietnameesTừ Chỉ Nơi Chốn

Met woorden als nhà (huis, thuis), trường (school), chợ (markt), bệnh viện (ziekenhuis) en nhà hàng (restaurant) kun je al veel dagelijkse situaties beschrijven. Gebruik meestal ở + plaats voor waar iemand is, đi + plaats of activiteit voor ergens heen gaan en đến + plaats voor de bestemming of aankomst: Tôi ở nhà betekent “Ik ben thuis” en Tôi đến bệnh viện “Ik kom bij het ziekenhuis aan” of “Ik ga naar het ziekenhuis”.

Kleuren en vormen in het VietnameesMàu Sắc và Hình Dạng

In een Vietnamese woordgroep staat een kleur of vorm gewoonlijk na het zelfstandig naamwoord (een woord voor een mens, dier, ding of begrip): áo đỏ is een rood shirt en bàn tròn een ronde tafel. Als de kleur het gezegde van een zin vormt, is meestal geen apart werkwoord voor “zijn” nodig: Trời xanh betekent “De lucht is blauw.”

Familietermen in het VietnameesGia Đình

Vietnamese woorden voor familieleden geven vaak niet alleen de familieband aan, maar ook leeftijd en onderlinge verhouding. Anh is een oudere broer of een iets oudere man, chị een oudere zus of vrouw, em een jongere broer, zus of persoon, en con een kind of de manier waarop een kind zichzelf tegenover een ouder aanduidt. Bezit komt meestal ná het familiewoord: mẹ tôi betekent ‘mijn moeder’.

Thích, muốn, cần en ghét in het VietnameesThích, Muốn, Cần

Met thích (leuk vinden, graag doen), muốn (willen), cần (nodig hebben, nodig zijn) en ghét (haten, een hekel hebben aan) druk je voorkeuren, wensen en behoeften uit. Daarna volgt meteen een werkwoord of een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding of idee): thích ăn ‘graag eten’, muốn đi ‘willen gaan’, cần nước ‘water nodig hebben’. De woorden worden niet vervoegd en er is geen apart Vietnamees woord zoals te nodig.

Weten, kennen en begrijpen in het VietnameesBiết và Hiểu

Gebruik biết voor een feit of aangeleerde vaardigheid, hiểu voor iets wat je begrijpt en quen voor iemand die je persoonlijk kent of iets waarmee je vertrouwd bent. Met biết + werkwoord zeg je dat iemand weet hoe hij of zij iets moet doen: Tôi biết nấu ăn betekent ‘Ik kan koken’ of letterlijk ‘Ik weet hoe ik moet koken’.

Được in het VietnameesTừ Được

Được heeft niet één vaste Nederlandse vertaling. Na een werkwoord drukt het vaak uit dat iets kan of lukt (nói được), vóór een werkwoord vaak dat iets mag (được nghỉ), en zelfstandig kan het oké betekenen (Được rồi). De plaats en de situatie bepalen dus of je het vertaalt met ‘kunnen’, ‘mogen’, ‘erin slagen’, ‘krijgen’ of ‘goed’.

Dagen, maanden en datums in het VietnameesNgày Tháng

Vietnamese weekdagen bestaan meestal uit thứ + een getal: thứ hai is maandag en thứ bảy is zaterdag; zondag heet chủ nhật. Een datum zet je in de volgorde dag–maand–jaar en bij het uitspreken noem je de onderdelen: ngày 2 tháng 9 năm 2026 betekent ‘2 september 2026’. Je gebruikt daarbij geen rangtelwoord zoals het Nederlandse tweede.

A2 (10)

Tijds- en aspectmarkeerders in het VietnameesThì và Thể

Vietnamese werkwoorden veranderen niet van vorm: tôi đi, anh ấy đi en chúng tôi đi bevatten allemaal hetzelfde werkwoord đi (‘gaan’). Tijd en het verloop van een handeling blijken uit de context, een tijdsbepaling of woorden als đã (eerder/verleden), đang (bezig), sẽ (later/toekomst), rồi (al/afgelopen), từng (ooit meegemaakt), hay en thường (vaak/gewoonlijk). Anders dan in het Nederlands hoeft zo’n markeerder niet in elke zin te staan.

Opeenvolgende werkwoorden in het VietnameesĐộng Từ Nối Tiếp

In het Vietnamees kunnen twee of meer werkwoorden direct achter elkaar staan: đi ăn betekent ‘gaan eten’ en chạy vào ‘naar binnen rennen’. Er komt meestal geen woord als Nederlands te of en tussen. De volgorde laat zien hoe de handelingen, richting en bedoeling met elkaar samenhangen.

Modale werkwoorden in het VietnameesĐộng Từ Tình Thái

Vietnamese modale werkwoorden veranderen niet van vorm. Meestal staan ze vóór het hoofdwerkwoord: phải đi (moeten gaan), nên nghỉ (beter rusten), muốn ăn (willen eten). Được vraagt extra aandacht: vóór een werkwoord betekent het vaak ‘mogen’ of ‘de kans krijgen’, terwijl het ná een werkwoord vaak ‘kunnen’ of ‘erin slagen’ uitdrukt.

Vergelijken in het VietnameesSo Sánh

Zet voor een vergrotende trap hơn na de eigenschap: Xe này nhanh hơn xe kia betekent ‘Deze auto is sneller dan die auto’. Gebruik nhất voor ‘het meest/de …ste’, bằng voor een werkelijk gelijke mate en như voor een overeenkomst. Vietnamese bijvoeglijke woorden veranderen daarbij niet van vorm.

Gevorderde classificeerders in het VietnameesLoại Từ Nâng Cao

In het Vietnamees staat tussen een getal en veel zelfstandige naamwoorden een classificeerder: een telwoord dat laat zien wat voor eenheid je telt. Zo krijg je hai tờ vé ‘twee kaartjes’, một miếng bánh ‘één stuk taart’ en một đôi giày ‘één paar schoenen’. Voor herhaalde handelingen staat lần meestal na het werkwoord: đi ba lần ‘drie keer gaan’.

Gevorderde voorzetsels in het VietnameesGiới Từ Nâng Cao

Met từ...đến geef je een traject of bereik aan, giữa betekent ‘tussen’ of ‘midden in’ en xung quanh betekent ‘rond(om)’. Đối với kadert in op wie of wat een uitspraak betrekking heeft, terwijl theo een bron, richtlijn of gevolgde lijn aangeeft. Deze woorden staan vóór de naamwoordgroep (een woordgroep rond een persoon, zaak, plaats of begrip) waarop ze betrekking hebben.

Hoeveelheidswoorden in het VietnameesTừ Chỉ Số Lượng

Vietnamese hoeveelheidswoorden staan meestal vóór het zelfstandig naamwoord: nhiều người (veel mensen), ít tiền (weinig geld) en mỗi ngày (elke dag). Bij telbare zaken kan tussen het hoeveelheidswoord en het zelfstandig naamwoord een telwoord staan, zoals vài cuốn sách (een paar boeken). Het zelfstandig naamwoord zelf krijgt geen meervoudsuitgang.

Tijdsverbindingen in het VietnameesTừ Nối Thời Gian

Met khi, trước khi, sau khi, trong khi, ngay khi en từ khi geef je aan wanneer gebeurtenissen plaatsvinden en hoe ze zich in de tijd tot elkaar verhouden. Het Vietnamese werkwoord verandert daarbij niet van vorm: tijdwoorden en markeerders zoals đã, đang en sẽ maken duidelijk of iets voorbij, bezig of toekomstig is.

Wederkerende en wederkerige vormen in het VietnameesPhản Thân và Tương Hỗ

Gebruik tự vóór een werkwoord als iemand iets zelf of uit eigen beweging doet, en tự mình als je dat extra wilt benadrukken. Voor een handeling over en weer staat meestal nhau of lẫn nhau na het werkwoord; với nhau betekent vaak ‘met elkaar’ of ‘samen’. Vertaal het Nederlandse zich niet automatisch met tự: het Vietnamees laat zo'n wederkerend woord vaak helemaal weg.

Resultaatcomplementen in het VietnameesBổ Ngữ Kết Quả

In het Vietnamees kan na een werkwoord een tweede woord aangeven welk resultaat de handeling heeft opgeleverd: tìm is ‘zoeken’, maar tìm được is ‘vinden’ of ‘erin slagen iets te vinden’. Veelgebruikte aanvullingen zijn hết ‘helemaal op’, xong ‘af’, hiểu ‘begrijpen’, thấy ‘waarnemen’ en được ‘met succes bereikt’.

B1 (14)

Betrekkelijke bijzinnen in het VietnameesMệnh Đề Quan Hệ

Een Vietnamese betrekkelijke bijzin staat na het zelfstandig naamwoord dat hij nader omschrijft: cuốn sách (mà) tôi đọc betekent ‘het boek dat ik lees’. Mà kan de bijzin inleiden, maar wordt vaak weggelaten; anders dan Nederlands die, dat, wie en waar verandert het niet van vorm en heeft het geen eigen functie in de bijzin.

Voorwaardelijke zinnen in het VietnameesCâu Điều Kiện

Een Vietnamese voorwaardelijke zin heeft vaak de vorm nếu + voorwaarde, (thì) + gevolg: Nếu trời mưa, tôi không đi betekent ‘Als het regent, ga ik niet’. Werkwoorden krijgen geen aparte vorm voor ‘zou’ of ‘had gedaan’; tijdsaanduidingen, woorden als sẽ en đã, en vooral de context laten zien of de situatie mogelijk, toekomstig of onwerkelijk is. Thì maakt de overgang naar het gevolg duidelijk, maar kan vaak wegblijven.

De lijdende vorm in het VietnameesBị Động

In een Vietnamese passieve zin staat meestal bị bij een ongewenste of nadelige gebeurtenis en được bij een gunstige of neutraal voorgestelde gebeurtenis: Anh ấy bị đánh betekent ‘Hij werd geslagen’, terwijl Cô ấy được chọn ‘Zij werd uitgekozen’ betekent. Het basispatroon is ondergane persoon of zaak + bị/được + (uitvoerder) + werkwoord. Anders dan het Nederlandse worden drukken bị en được dus vaak ook uit hoe de spreker de gebeurtenis beoordeelt.

Causatief met *cho* in het VietnameesCấu Trúc Cho

Met A cho B + werkwoord zeg je dat A aan B toestaat of de gelegenheid geeft om iets te doen: Mẹ cho tôi đi betekent ‘Mijn moeder laat me gaan’. Voor een veroorzaakt gevolg gebruik je vaak làm cho B + handeling of toestand: Tin đó làm cho tôi buồn betekent ‘Dat nieuws maakt me verdrietig’. Het Vietnamees zet de werkwoorden rechtstreeks achter elkaar; er komt dus geen tegenhanger van Nederlands te tussen.

Uitroepen en nadruk in het VietnameesCâu Cảm Thán

In het Vietnamees zet je woorden als quá, thật en biết bao meestal na de eigenschap of toestand die je benadrukt: Đẹp quá! betekent ‘Wat mooi!’ De omramende vorm mới ... làm sao is nadrukkelijker: Mới khó làm sao! betekent ‘Wat is dat moeilijk!’ Let vooral op de plaats van het nadrukwoord; die bepaalt mede of quá ‘wat/zo’ of ‘te’ betekent.

Doelzinnen met để in het VietnameesCấu Trúc Để

Met để verbind je een handeling met het doel ervan: Tôi học để thi betekent ‘Ik studeer om examen te doen’. Staat na để een andere handelende persoon, dan lijkt de constructie vaak op Nederlands zodat: Tôi nói chậm để mọi người hiểu — ‘Ik praat langzaam, zodat iedereen het begrijpt’. Aan het begin van Để tôi giúp bạn heeft để een andere praktische functie: ‘Laat mij je helpen’.

Plaatsing van bijwoorden in het VietnameesVị Trí Trạng Từ

De plaats van een Vietnamees bijwoord hangt vooral af van wat het bepaalt. Een tijdsbepaling staat vaak vooraan of achteraan, een bijwoord van frequentie meestal vóór het werkwoord, een bijwoord van wijze vaak ná de handeling en een graadwoord zoals rất vóór een bijvoeglijk woord. Let wel op woorden als lắm en quá: die staan juist vaak erachter.

Gevorderde passieve constructies in het VietnameesBị Động Nâng Cao

In een uitgebreid Vietnamees passief staat de persoon of zaak die iets ondergaat voorop, gevolgd door bị of được, eventueel de handelende persoon, en dan het werkwoord: Tôi bị bạn lừa — ‘Ik ben door een vriend bedrogen.’ Bị presenteert de gebeurtenis meestal als nadelig of ongewenst; được als gunstig, gewenst of in elk geval niet nadelig. Anders dan in het Nederlands verandert het Vietnamese werkwoord niet van vorm.

Resultaat en gevolg in het VietnameesCấu Trúc Kết Quả

Zet in een gewone Vietnamese zin de oorzaak vóór nên en het gevolg erna: Trời mưa nên tôi ở nhà — ‘Het regende, dus ik bleef thuis.’ Vì vậy en do đó verwijzen vaker terug naar een al genoemde oorzaak; kết quả là kondigt het concrete eindresultaat aan. Na zo’n verbindingswoord blijft de normale Vietnamese volgorde staan: onderwerp + werkwoord, zonder de Nederlandse omkering van daarom bleef ik.

Gebeurtenissen vertellen in het VietnameesCâu Tường Thuật

Zet de stappen van een verhaal in een duidelijke volgorde met đầu tiên (eerst), sau đó (daarna), tiếp theo (vervolgens) en cuối cùng (ten slotte). Vietnamese werkwoorden worden niet vervoegd: de tijd blijkt vaak uit de context, terwijl woorden als đã, đang, rồi en xong aangeven of iets eerder gebeurde, bezig was of voltooid is.

Richtingswerkwoorden in het VietnameesĐộng Từ Hướng

In het Vietnamees staat een richtingswerkwoord vaak na het werkwoord dat de beweging beschrijft: chạy ra is ‘naar buiten rennen’ en bước xuống is ‘naar beneden stappen’. Ra, vào, lên en xuống geven een ruimtelijke richting aan; đi en lại kunnen daar het perspectief ‘van het uitgangspunt af’ of ‘ernaartoe/terug’ aan toevoegen. Anders dan Nederlandse werkwoordsvormen worden deze woorden niet vervoegd of gescheiden.

Toegevende zinnen met mà in het VietnameesMệnh Đề Nhượng Bộ Với Mà

Met mà verbind je twee feiten die botsen met wat je normaal zou verwachten: Mệt mà vẫn đi betekent ‘Moe, maar toch gaan’. Thế mà en vậy mà leiden vaak een verrassende uitkomst in, terwijl mặc dù...mà de tegenstelling expliciet maakt: ‘hoewel..., toch...’. Het woord vẫn (‘nog steeds’, ‘toch’) onderstreept vaak dat de handeling ondanks de hindernis doorgaat.

Definiëren en uitleggen in het VietnameesCấu Trúc Định Nghĩa

Vraag met X là gì? wat X is, gebruik nghĩa là voor ‘betekent’, tức là om een gevolg of herformulering in te leiden en gọi là voor ‘(wordt) genoemd’. Deze vormen lijken allemaal iets uit te leggen, maar zijn niet vrij onderling verwisselbaar: là gì vraagt om een definitie, nghĩa là om betekenis, tức là verduidelijkt een hele gedachte en gọi là geeft een naam.

Wensen en hoop in het VietnameesCâu Ước

Gebruik ước gì voor een sterke wens, giá mà voor ‘had/was ... maar’ en vaak ook voor spijt, en mong of hy vọng voor iets waarop je werkelijk hoopt. Het Vietnamees heeft hiervoor geen aparte aanvoegende wijs: tijdswoorden, aspectwoorden zoals đã en sẽ, en de context laten zien of de wens over vroeger, nu of later gaat.

B2 (10)

Voegwoorden en verbindingswoorden in het VietnameesLiên Từ

Vietnamese voegwoorden verbinden woorden of zinsdelen, zoals và (en), nhưng (maar), hoặc/hay (of) en vì (omdat). Verbindingswoorden zoals vì vậy (daarom), do đó (derhalve), tuy nhiên (echter) en hơn nữa (bovendien) maken het verband tussen hele mededelingen duidelijk. Anders dan in het Nederlands verandert de woordvolgorde na zo'n woord normaal niet.

Indirecte rede in het VietnameesLời Nói Gián Tiếp

In het Vietnamees leid je een weergegeven uitspraak vaak in met rằng of là: Anh ấy nói rằng anh ấy mệt betekent ‘Hij zei dat hij moe was’. Anders dan in het Nederlands hoef je de werkwoordstijd niet automatisch naar het verleden te verschuiven. Bij vragen en verzoeken gebruik je onder meer hỏi ... có ... không, hỏi xem, bảo en nhờ.

Geavanceerde voorwaarden in het VietnameesCâu Điều Kiện Nâng Cao

Met miễn là geef je een voldoende voorwaarde (“zolang”, “mits”), met trừ khi een uitzondering (“tenzij”) en met dù / cho dù ... vẫn een uitkomst die ondanks de voorwaarde blijft gelden (“zelfs als ... toch”). Nếu không betekent afhankelijk van zijn plaats “als ... niet” of “anders”. Het Vietnamees verandert daarbij het werkwoord niet: tijd en hypothetische betekenis blijken uit de context, tijdsbepalingen en woorden zoals đã, sẽ en vẫn.

Correlatieve constructies in het VietnameesCấu Trúc Tương Liên

Vietnamese correlatieve constructies bestaan uit twee woorden of woordgroepen die samen een verband aangeven: càng...càng koppelt twee toenemende graden, vừa...vừa voegt twee eigenschappen of handelingen samen, không những...mà còn breidt een eerste punt nadrukkelijk uit en hoặc...hoặc stelt twee alternatieven tegenover elkaar. Zet de twee delen zo veel mogelijk in dezelfde grammaticale vorm: werkwoord naast werkwoord, eigenschap naast eigenschap of volledige zin naast volledige zin.

Sino-Vietnamese woordenschat in het VietnameesTừ Hán Việt

Từ Hán Việt zijn Vietnamese woorden of woorddelen van Chinese oorsprong, zoals quốc gia ‘land’, giáo dục ‘onderwijs’, kinh tế ‘economie’ en tự do ‘vrijheid’. Ze komen bijzonder veel voor in bestuur, nieuws, onderwijs, wetenschap en literatuur. Leer ze als vaste Vietnamese woorden en als herkenbare woordfamilies; probeer niet ieder woord telkens letterlijk uit afzonderlijke lettergrepen te vertalen.

Complexe zinnen in het VietnameesCâu Phức

Het Vietnamees verbindt twee zinsdelen vaak met een herkenbaar paar: vì...nên geeft oorzaak en gevolg aan, nếu...thì voorwaarde en gevolg, tuy...nhưng tegenstelling, en chẳng những...mà còn een versterkende opsomming. Meestal staat het eerste woord vóór het eerste zinsdeel en het tweede vóór het zinsdeel dat erop reageert. Als de samenhang al duidelijk is, kan één helft van zo’n paar vaak wegvallen.

Geavanceerde causatieve constructies in het VietnameesCấu Trúc Sai Khiến Nâng Cao

Het Vietnamees kiest verschillende werkwoorden naargelang iemand iets veroorzaakt, afdwingt, verzoekt, voorstelt of beveelt: khiến, bắt, yêu cầu, đề nghị en ra lệnh zijn dus niet onderling verwisselbaar. Na deze woorden staat het tweede werkwoord gewoon in zijn basisvorm: Tôi yêu cầu anh nộp báo cáo betekent ‘Ik verzoek u het verslag in te dienen’.

Vietnamese zinseindpartikels voor halfgevorderdenTiểu Từ Cuối Câu

De Vietnamese woorden thôi, chứ, mà, cơ en hả voegen aan het einde van een zin vooral houding toe: beperking, bevestiging, aandringen, nadruk of verbazing. Ze veranderen meestal niet de feitelijke inhoud, maar wel hoe de luisteraar de zin moet opvatten. Er bestaat zelden één vaste Nederlandse vertaling; woorden als maar, toch, hoor, heus en echt? geven slechts een benadering.

Tekstverbinders in het VietnameesTừ Nối Văn Bản

Vietnamese tekstverbinders maken duidelijk hoe een nieuwe zin aansluit op wat ervoor staat: thứ nhất ordent, ngoài ra voegt informatie toe, mặt khác toont een andere kant, nói cách khác herformuleert en tóm lại vat samen. Ze staan vaak vooraan, gevolgd door een komma, maar veranderen de gewone Vietnamese woordvolgorde niet.

Gevorderde indirecte rede in het VietnameesLời Nói Gián Tiếp Nâng Cao

Met gevorderde indirecte rede geef je niet alleen door wat iemand zei, maar ook of die persoon iets toegaf, ontkende, bevestigde, vroeg, voorstelde of opdroeg. Het Vietnamees gebruikt daarvoor werkwoorden als thừa nhận, phủ nhận, khẳng định, hỏi, gợi ý en yêu cầu. Het werkwoord verandert niet van tijd zoals een Nederlands werkwoord dat kan doen; tijd, voltooiing en perspectief blijken uit de context en uit woorden als đã, đang, sẽ, hôm đó en hôm sau.

C1 (9)

Formeel VietnameesNgôn Ngữ Trang Trọng

Formeel Vietnamees is geen aparte grammatica, maar een combinatie van passende aanspreekvormen, vaste beleefdheidsformules, precieze woordkeus en een zakelijke zinsbouw. In een brief of e-mail openen Kính gửi en afsluiten Trân trọng vaak het formele kader; binnen de tekst maken onder meer xin, kính, đề nghị en zorgvuldig gekozen Hán-Việt-woorden de toon beleefd en professioneel.

Modale partikels in het VietnameesTiểu Từ Tình Thái

Vietnamese slotpartikels veranderen niet de zakelijke inhoud van een zin, maar wel hoe de spreker die zin bedoelt. Zo maakt nhé een voorstel of verzoek vriendelijk, vraagt nhỉ om instemming, spoort đi iemand aan en leggen đấy/đó nadruk. Er bestaat meestal geen vast Nederlands woord dat je één op één kunt vertalen: intonatie en gesprekssituatie bepalen de beste weergave.

Administratieve taal in het VietnameesVăn Phong Hành Chính

Vietnamese bestuurstaal herken je aan vaste tekstformules, compacte zinnen en veel formele Hán-Việt-samenstellingen: căn cứ ‘op grond van’, ban hành ‘uitvaardigen’ en thi hành ‘ten uitvoer leggen’. De formulering legt vooral vast wie bevoegd is, wat geldt, voor wie het geldt en vanaf wanneer. Letterlijk vertalen levert vaak onnatuurlijk Nederlands op; leer daarom hele woordverbindingen en de functie die ze in een document hebben.

Formeel passief en onpersoonlijk VietnameesCâu Bị Động Trang Trọng

Formeel Vietnamees vertaalt Nederlandse zinnen met worden, er wordt of het is bekend dat niet volgens één vast passief schema. Afhankelijk van de bedoeling kies je voor được + werkwoord, een onpersoonlijke formule zoals có thể thấy rằng, een algemene handelende partij zoals người ta, een concrete bron, of een zin waarin de uitvoerder eenvoudig ontbreekt. Bị blijft vooral passend wanneer de gebeurtenis nadelig of ongewenst is.

Noord-zuidverschillen in het VietnameesKhác Biệt Bắc Nam

Noordelijk en zuidelijk Vietnamees delen vrijwel dezelfde spelling en grammatica, maar verschillen hoorbaar in klanken en tonen en soms in alledaagse woorden en zinsdeeltjes. Zo staat naast noordelijk quả, bố en thế à? vaak zuidelijk trái, ba en vậy hả?. Leer de varianten eerst herkennen; je hoeft niet bij elk woord van uitspraakvariant te wisselen.

Literair VietnameesTiếng Việt Văn Học

Literair Vietnamees is geen aparte grammatica, maar een register: een stijl die door woordkeus, ritme, weglating, beeldspraak en parallelle bouw afwijkt van alledaagse taal. Een regel als Sông dài biển rộng is compact en evenwichtig; een natuurlijke Nederlandse vertaling heeft juist extra woorden nodig: “De rivier is lang en de zee is uitgestrekt.” Op C1-niveau leer je zulke vormen vooral nauwkeurig lezen en pas daarna zelf gedoseerd gebruiken.

Nadruk en vooropplaatsing in het VietnameesCấu Trúc Nhấn Mạnh

Met thì zet je vaak eerst vast waarover je iets zegt: Sách thì tôi đã đọc rồi betekent ongeveer ‘Wat het boek betreft: dat heb ik al gelezen.’ Met chính wijs je juist het element aan dat de luisteraar als doorslaggevend moet zien; chính là betekent dan vaak ‘is precies’ of ‘is juist’. In tegenstelling tot het Nederlands veroorzaakt vooropplaatsing in het Vietnamees geen omkering van onderwerp en werkwoord.

Vietnamese nieuws- en mediataalNgữ Pháp Báo Chí

Vietnamese journalistieke taal brengt veel informatie compact en onpersoonlijk: koppen laten voorspelbare woorden weg, bronnen worden gemarkeerd met theo, cho biết of dẫn lời, en tijd blijkt vaak uit đã, đang, sẽ of uit de context. In indirecte rede verandert de werkwoordsvorm niet zoals vaak in het Nederlands; belangrijker is dat duidelijk blijft wie iets beweert en hoe zeker de informatie is.

Bijzondere zinspatronen in het VietnameesCâu Đặc Biệt

Het Vietnamees bouwt een uiting vaak op als onderwerp van gesprek + mededeling daarover, en niet als één Nederlandse zin met een strak grammaticaal onderwerp. Daardoor zijn zinnen als Con mèo này, lông nó mượt (‘Deze kat heeft een zachte vacht’) en Đi thì đi (‘Goed, ga dan maar’) natuurlijk. Bij zulke patronen bepalen context, intonatie en register minstens zoveel als de losse woorden.

C2 (7)

Informeel Vietnamees en tiếng lóngTiếng Lóng

Informeel Vietnamees is meer dan een verzameling hippe woorden: de keuze voor bồ, tui, mày, chém gió of OK luôn laat ook nabijheid, regio, leeftijd en houding horen. Op C2-niveau gaat het daarom vooral om pragmatiek (wat taal in een bepaalde sociale situatie doet): herken eerst de lading en gebruik een vorm pas wanneer je weet bij wie hij past.

Spreekwoorden en uitdrukkingen in het VietnameesThành Ngữ và Tục Ngữ

Vietnamese thành ngữ zijn vaste, vaak beeldende uitdrukkingen; tục ngữ zijn doorgaans volledige uitspraken die een ervaring, oordeel of levensles samenvatten. De betekenis zit niet alleen in de woorden: ăn cháo đá bát gaat letterlijk over pap eten en daarna de kom wegschoppen, maar verwijt iemand in werkelijkheid ondankbaarheid. Op C2-niveau moet je vooral aanvoelen wie zo'n uitdrukking tegen wie kan gebruiken, met welke toon en in welke situatie.

Archaïsche en klassieke woorden in het VietnameesTừ Cổ

Vietnamese từ cổ zijn oude woorden en betekenissen die in het dagelijkse gesprek grotendeels zijn vervangen, maar voortleven in poëzie, spreekwoorden, historische romans en kostuumdrama's. Woorden als thiếp, chàng, nàng en huynh geven niet alleen een persoon aan: ze roepen ook een tijd, relatie, sociale rang en vertelstijl op. Op C2-niveau is correct herkennen belangrijker dan ze zelf veelvuldig gebruiken.

Vietnamese internettaal en sociale-mediataalNgôn Ngữ Mạng

Vietnamese internettaal is geen vast woordenboek, maar een verzameling veranderlijke schrijfgewoonten: không wordt bijvoorbeeld ko of k, được wordt đc/dc, en Engelse platformwoorden krijgen Vietnamese grammatica, zoals ib mình nhé of fix lỗi. Om zulke taal goed te begrijpen, moet je niet alleen de afkorting ontcijferen, maar ook letten op relatie, toon, platform en context.

Academisch VietnameesPhong Cách Học Thuật

Academisch Vietnamees (phong cách học thuật) is de stijl van scripties, onderzoeksartikelen, vakboeken en wetenschappelijke presentaties. De kern is niet moeilijk taalgebruik, maar een controleerbare redenering: formuleer een vraag of stelling, verbind die met bronnen en gegevens, geef de grenzen van het bewijs aan en trek een passende conclusie. Typische patronen zijn Nghiên cứu cho thấy rằng... (onderzoek laat zien dat...), Theo tác giả... (volgens de auteur...) en Có thể kết luận rằng... (er kan worden geconcludeerd dat...).

Regionale Vietnamese dialecten buiten Noord-ZuidNgôn Ngữ Vùng Miền

Het Vietnamese taalgebied bestaat niet alleen uit een noordelijke en een zuidelijke variant. Vooral in Midden-Vietnam hoor je regionale woorden als mô ‘waar’, chi ‘wat’, rứa ‘zo/dat’ en, in bepaalde noordelijk-centrale gebieden, nỏ ‘niet/nee’. De precieze betekenis en gevoelswaarde hangen af van plaats, spreker en situatie; leer deze vormen daarom eerst herkennen en zet ze niet zomaar allemaal in één zelfgemaakte “centrale” zin.

Retorische stijlmiddelen in het VietnameesBiện Pháp Tu Từ

Vietnamese retorische stijlmiddelen (biện pháp tu từ) geven een tekst extra beeldkracht, ritme of nadruk. Bij so sánh wordt iets uitdrukkelijk vergeleken, bij ẩn dụ blijft de vergelijking impliciet, nhân hóa maakt iets niet-menselijks menselijk, điệp ngữ herhaalt woorden en phép đối zet evenwichtige zinsdelen naast of tegenover elkaar. Op C2-niveau gaat het niet alleen om het etiket, maar vooral om de werking van zo’n keuze in de context.

Klaar om Vietnamees te leren? Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Oefen met AI-gegenereerde flashcards als je klaar bent om rond te kijken.

Gratis beginnen