A1

Có in het Vietnamees: hebben en er is

Động Từ Có

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Vietnamees op Settemila Lingue.


concept: vi-a1-co lang: vi ui: nl title: Có in het Vietnamees: hebben en er is description: >- Leer có gebruiken voor bezit, aanwezigheid, vragen en korte ja-antwoorden in het Vietnamees, met voorbeelden en valkuilen voor Nederlandstaligen. generation: article: version: native-ui-reference-v3.1 model: openai-codex/gpt-5.6-sol at: 2026-07-15T18:18:55Z reviews: spell-check: status: flagged at: 2026-07-15T18:18:55Z score: 0.0017 score-english: 0 score-coverage: 0.0017 suspects: ["Khỏe", "aspectwoord", "aspectwoorden", "khỏe"] criteria: v7 language-mixing: status: clean at: 2026-07-15T19:00:00Z criteria: v2


In het kort

Het onveranderlijke woord betekent in de eenvoudigste zinnen zowel ‘hebben’ als ‘er is/er zijn’: Tôi có xe is ‘Ik heb een auto’, terwijl Có nước ‘Er is water’ betekent. Zet không ervoor voor een ontkenning (không có) en gebruik có ... không? voor veel ja-neevragen. Op zo’n vraag kan ook als kort bevestigend antwoord dienen.

Overzicht

is een van de nuttigste woorden op A1-niveau. Je gebruikt het om te zeggen dat iemand iets bezit, dat iets aanwezig of beschikbaar is en dat een persoon of gebeurtenis ergens voorkomt. Het Nederlands verdeelt die taken over hebben en de constructie er is/er zijn; het Vietnamees kan in beide gevallen hetzelfde woord gebruiken.

Dat maakt aan de ene kant eenvoudig: het wordt niet vervoegd. Het blijft dus bij tôi (ik), bạn (jij/u), anh ấy (hij) en meervoudige onderwerpen. Aan de andere kant moet je leren herkennen welke functie het in de zin heeft. In Lan có một chiếc xe is Lan de bezitter. In Trước nhà có một chiếc xe wordt alleen gemeld dat er voor het huis een voertuig staat.

Nederlandstaligen moeten vooral twee gewoonten loslaten. Ten eerste heeft het Vietnamees geen apart leeg woord als Nederlands er nodig: drukt het bestaan al uit. Ten tweede kun je Nederlands hebben niet altijd letterlijk met vertalen. Leeftijd, lichamelijke toestand en veel vaste Nederlandse combinaties worden in het Vietnamees anders uitgedrukt.

Hoe het werkt

1. Bezit: onderwerp + có + zaak

Het onderwerp (de persoon of zaak waarover de zin gaat) staat voor . Daarna volgt wat die persoon of zaak heeft.

Opbouw Vietnamees Nederlands
persoon + có + zaak Tôi có xe. Ik heb een auto.
persoon + có + aantal + zaak Chị ấy có hai con. Zij heeft twee kinderen.
groep + có + aantal + persoon Gia đình tôi có năm người. Mijn gezin bestaat uit vijf personen.

krijgt geen uitgang:

Onderwerp Voorbeeld Betekenis
Tôi Tôi có thời gian. Ik heb tijd.
Bạn Bạn có thời gian. Jij hebt/u hebt tijd.
Anh ấy Anh ấy có thời gian. Hij heeft tijd.
Chúng tôi Chúng tôi có thời gian. Wij hebben tijd.

Een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip) kan zonder Nederlands lidwoord staan. Daardoor kan Tôi có xe afhankelijk van de context ‘Ik heb een auto’ of algemener ‘Ik heb vervoer/een voertuig’ betekenen. Wil je het aantal nadrukkelijk noemen, dan gebruik je bijvoorbeeld một chiếc xe: letterlijk ‘één + telwoord voor voertuigen + auto’.

Verwar deze zinsbouw niet met bezit door của:

  • Tôi có một cuốn sách. — Ik heb een boek.
  • Cuốn sách của tôi. — Mijn boek/het boek van mij.

De eerste zin vertelt wat iemand heeft. De tweede woordgroep zegt van wie een bepaald boek is. In het Nederlands zit in beide ideeën vaak een vorm van ‘hebben’ of een bezittelijk woord, maar in het Vietnamees zijn de constructies duidelijk verschillend.

2. Bestaan of aanwezigheid: có + persoon of zaak

Staat er geen bezitter voor , dan betekent het vaak ‘er is’ of ‘er zijn’:

  • Có nước. — Er is water.
  • Có ba người ở ngoài. — Er zijn drie mensen buiten.
  • Có người đến. — Er komt iemand/Iemand is gekomen.

Het laatste voorbeeld heeft zonder verdere context geen vaste tijd. Vietnamese werkwoorden veranderen niet van vorm voor heden of verleden. Een tijdsaanduiding, een tijdswoord of de situatie maakt duidelijk of iemand nu komt, onderweg is of al gekomen is.

Een plaats kan vooraan staan als onderwerp van gesprek: je noemt eerst de plek en vertelt daarna wat daar aanwezig is.

Opbouw Voorbeeld Nadruk
plaats + có + zaak Trong tủ lạnh có sữa. Wat is er in de koelkast?
có + zaak + plaats Có sữa trong tủ lạnh. Er is melk; die staat in de koelkast.
zaak + ở + plaats Sữa ở trong tủ lạnh. Waar is de melk?

Dit onderscheid is ook in het Nederlands herkenbaar, maar de Vietnamese woordvolgorde is belangrijk. Trên bàn có một cái cốc introduceert een beker die er staat. Cái cốc ở trên bàn gaat uit van een bekende beker en vertelt waar die is.

3. Ontkenning: không có

Zet không direct voor om ‘niet hebben’, ‘er is niet’ of ‘er zijn geen’ te zeggen:

Bevestigend Ontkennend
Tôi có tiền. — Ik heb geld. Tôi không có tiền. — Ik heb geen geld.
Có người ở đây. — Er is iemand hier. Không có ai ở đây. — Er is niemand hier.
Có vấn đề. — Er is een probleem. Không có vấn đề. — Geen probleem.

Bij personen en zaken met een onbepaalde betekenis zie je vaak ai (wie/iemand) en (wat/iets):

  • Không có ai. — Er is niemand.
  • Không có gì. — Er is niets./Graag gedaan, afhankelijk van de situatie.
  • Không có vấn đề gì. — Er is geen enkel probleem.

Voor ‘nog niet hebben’ of ‘nog niet beschikbaar zijn’ gebruik je chưa có:

  • Tôi chưa có vé. — Ik heb nog geen kaartje.
  • Chưa có kết quả. — Er is nog geen resultaat.

Chưa có laat ruimte voor verandering: het kaartje of resultaat kan later nog komen. Không có constateert alleen afwezigheid.

4. Ja-neevragen met có ... không?

Voor een vraag over bezit zet je không aan het einde:

onderwerp + có + zaak + không?

  • Bạn có xe không? — Heb je/heeft u een auto?
  • Anh có thời gian không? — Heb je tijd? (tegen een man die als anh wordt aangesproken)

Bij bestaan of beschikbaarheid kan de vraag met beginnen:

  • Có nước không? — Is er water?
  • Có ai không? — Is daar iemand?
  • Ở đây có nhà vệ sinh không? — Is hier een toilet?

Er bestaat ook een breder vraagpatroon có + werkwoord of eigenschap + không. De eerste betekent dan niet letterlijk ‘hebben’, maar helpt een ja-neevraag vormen:

  • Bạn có uống cà phê không? — Drink je koffie?
  • Mai có đi không? — Gaat Mai?/Ga je morgen? De context bepaalt of Mai een naam of ‘morgen’ is.

Voor een beginner is het genoeg om het hele paar có ... không? als vraagkader te herkennen. Bij Bạn có xe không? vallen de functie ‘hebben’ en het vraagkader bovendien samen.

5. Korte antwoorden

Op een vraag met có ... không? kun je vaak antwoorden door het kernwoord te herhalen:

  • Bạn có vé không? — Có. — Heb je een kaartje? — Ja.
  • Có cà phê không? — Không có. — Is er koffie? — Nee.
  • Bạn có đi không? — Có, tôi đi. — Ga je? — Ja, ik ga.

is dus in deze omgeving een kort bevestigend antwoord. Het is geen universele vertaling van Nederlands ja. Op Bạn khỏe không? (‘Hoe gaat het?/Ben je in orde?’) klinkt een antwoord als Khỏe of beleefd Dạ, khỏe natuurlijker. Dạ en vâng kunnen een antwoord beleefder maken, vooral tegenover een oudere of iemand met een hogere positie: Dạ, có.

Voorbeelden in context

Vietnamees Nederlands Toelichting
Tôi có xe. Ik heb een auto. Eenvoudig bezit; verandert niet.
Bạn có hộ chiếu không? Heb je/heeft u een paspoort? Vraag over bezit.
Chúng tôi có đủ thời gian. We hebben genoeg tijd. Đủ betekent ‘genoeg’.
Gia đình tôi có năm người. Mijn gezin bestaat uit vijf personen. Samenstelling van een groep, geen letterlijk eigendom.
Có ai không? Is daar iemand? Een gebruikelijke roep bij een deur of in een ruimte.
Có nước không? Is er water? Vraag naar aanwezigheid of beschikbaarheid.
Ở gần đây có ngân hàng không? Is er hier in de buurt een bank? De plaats staat vooraan als kader.
Trên bàn có một cốc nước. Er staat een glas water op tafel. Het Nederlands kiest natuurlijk ‘staan’; Vietnamees gebruikt .
Hôm nay có cuộc họp. Vandaag is er een vergadering. Tijdsaanduiding vooraan.
Có người đến. Er komt iemand/Iemand is gekomen. De tijd volgt uit de situatie.
Tôi không có tiền mặt. Ik heb geen contant geld. Không staat vóór .
Không có vấn đề. Geen probleem. Korte, vaste geruststelling.
Không có ai ở nhà. Er is niemand thuis. Ai krijgt in de ontkenning de betekenis ‘niemand’.
Chưa có tin mới. Er is nog geen nieuws. Chưa betekent ‘nog niet’.
Dạ, có. Ja, dat heb ik/ja, dat is er. Beleefd kort antwoord; de precieze vertaling hangt van de vraag af.

Veelgemaakte fouten

1. Een vorm van toevoegen

  • Onjuist: Tôi là có xe.
  • Juist: Tôi có xe.
  • Waarom: kan zelf het belangrijkste woord van de zin zijn. Er komt geen (‘zijn’ bij identiteit of definitie) voor te staan.

2. De Nederlandse constructie ‘er is’ woord voor woord nabouwen

  • Onjuist: Ở có một quán cà phê gần đây.
  • Juist: Có một quán cà phê gần đây.
  • Ook juist: Ở gần đây có một quán cà phê.
  • Waarom: Het Nederlandse er heeft geen afzonderlijke Vietnamese tegenhanger. betekent ‘zich bevinden/in/op’ en kan niet zomaar als leeg ‘er’ dienen.

3. Không op de verkeerde plaats zetten

  • Onjuist: Tôi có không tiền.
  • Juist: Tôi không có tiền.
  • Waarom: De ontkenning hoort vóór het woord dat wordt ontkend: không + có. Nederlands ‘geen geld’ kan je verleiden om de ontkenning direct bij tiền te zetten.

4. Elk Nederlands ‘hebben’ met vertalen

  • Onjuist: Tôi có ba mươi tuổi.
  • Juist: Tôi ba mươi tuổi.
  • Waarom: In het Vietnamees ‘heb’ je geen aantal jaren; je bent eenvoudigweg dertig jaar. Hetzelfde geldt voor veel toestanden: ‘Ik heb honger’ is Tôi đói, niet Tôi có đói.

5. als antwoord op iedere vraag gebruiken

  • Onjuist: Bạn là giáo viên à? — Có.
  • Beter: Bạn là giáo viên à? — Vâng, đúng vậy.
  • Waarom: Het korte antwoord past vooral goed bij een vraag met có ... không? of een duidelijke vraag naar aanwezigheid of bezit. Vietnamese antwoorden herhalen vaak het relevante werkwoord of gebruiken een passende bevestiging.

6. Bezit met của en hebben met verwarren

  • Onjuist: Tôi của một chiếc xe.
  • Juist: Tôi có một chiếc xe.
  • Waarom: vormt een volledige mededeling: ‘ik heb een auto’. Của verbindt een bezitter aan een naamwoord: chiếc xe của tôi (‘mijn auto’).

Gebruiksnotities

Wat in het Nederlands ‘staan’, ‘liggen’ of ‘zitten’ wordt

Het Nederlands kiest bij aanwezigheid vaak een houdingswerkwoord: ‘Er staat een glas op tafel’, ‘Er ligt een boek op bed’ of ‘Er zit melk in de koelkast’. Vietnamees kan zulke situaties neutraal met presenteren: Trên bàn có một cái cốc. Dat zegt vooral dát het voorwerp er is. Als houding of positie echt belangrijk is, zijn specifiekere werkwoorden mogelijk, maar die zijn voor de basisregel niet nodig.

Weglaten wat al duidelijk is

In een gesprek worden onderwerp en voorwerp vaak weggelaten als iedereen weet waarover het gaat:

  • Có không? — Is het er?/Heb je het?
  • Có. — Ja.
  • Không có. — Nee./Het is er niet.

Deze korte vormen zijn natuurlijk, maar sterk afhankelijk van de situatie. Leer ze daarom als deel van een dialoog, niet als losse zinnen met één vaste Nederlandse vertaling.

Beleefdheid zit niet in de vorm van

kent geen beleefde vervoeging. Beleefdheid blijkt onder meer uit de gekozen aanspreekvorm en uit woorden als dạ of vâng. Vergelijk Bạn có rảnh không? en Cô có rảnh không ạ?: het basispatroon blijft gelijk, terwijl en het slotwoord de sociale verhouding aangeven.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende bijzonderheden hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen. Ze helpen wel om zinnen te begrijpen die je later tegenkomt.

Tijd en verloop rond

Omdat zelf niet vervoegt, kunnen tijd- en aspectwoorden aangeven hoe een bestaanstoestand zich in de tijd verhoudt. Een aspectwoord vertelt bijvoorbeeld of iets al bereikt is, nu voortduurt of nog verwacht wordt.

  • Đã có kết quả. — Er is al een resultaat./Het resultaat is binnen.
  • Đang có cuộc họp. — Er is momenteel een vergadering aan de gang.
  • Sẽ có thay đổi. — Er zullen veranderingen komen.
  • Tôi đã có vé rồi. — Ik heb nu al een kaartje.

De vertaling hangt opnieuw van de context af. Đã có kan zowel ‘er was al’ als ‘er is inmiddels’ betekenen; het Vietnamees dwingt niet hetzelfde tijdsonderscheid af als het Nederlands.

Ontkenning en onbepaalde woorden

In Không có ai ở đây werkt de combinatie van không có en ai als ‘niemand’. In Không có gì wordt ‘niets’. De woordvolgorde bepaalt het bereik van de ontkenning: Không có ai biết betekent ‘niemand weet het’, terwijl Ai không có vé? vraagt ‘Wie heeft geen kaartje?’ Hier staat ai buiten de mededeling không có vé en blijft het dus een echt vraagwoord.

in vaste combinaties

Niet elk voorkomend betekent zelfstandig ‘hebben’ of ‘er zijn’. Veelvoorkomende combinaties krijgen als geheel een andere functie:

  • có thể — kunnen/mogelijk zijn
  • có vẻ — lijken/de indruk wekken
  • có lẽ — waarschijnlijk/misschien
  • có khi — soms/mogelijkerwijs

Ontleed zulke combinaties niet telkens woord voor woord. Leer bijvoorbeeld có thể als één bouwsteen. Dat voorkomt dat je een zin als Có thể trời mưa ten onrechte als bezit interpreteert; de betekenis is ‘Misschien gaat het regenen’ of ‘Het kan gaan regenen’.

Presenterende zinnen

Schrijvers en sprekers gebruiken ook om een nieuwe persoon of gebeurtenis in het verhaal te introduceren: Có một lần... betekent ‘Er was eens een keer...’ of ‘Op een keer...’. In Bỗng có tiếng động (‘Plotseling was er een geluid’) presenteert iets nieuws dat vervolgens centraal kan komen te staan. Dit bouwt voort op precies dezelfde bestaansbetekenis die je op A1 leert.

Oefentips

  1. Maak twee kolommen. Schrijf links vijf zinnen met bezit (Tôi có..., Bạn có...) en rechts vijf zinnen met aanwezigheid (Ở đây có..., Trên bàn có...). Zo leer je dezelfde vorm aan twee verschillende zinsstructuren koppelen.
  2. Oefen in drietallen. Maak van elke zin een bevestiging, een vraag en een ontkenning: Bạn có véBạn có vé không?Bạn không có vé. Voeg daarna chưa có toe om ‘nog niet’ te oefenen.
  3. Vertaal niet automatisch ‘hebben’. Verzamel Nederlandse zinnen met ‘hebben’ en controleer eerst de betekenis. Bezit (een fiets hebben) vraagt vaak om ; leeftijd (dertig jaar zijn) en toestand (honger hebben) meestal niet.

Verwante onderwerpen

  • Vooraf: Persoonlijke voornaamwoorden — nodig om natuurlijke bezitters en aanspreekvormen voor te kiezen.
  • Vervolg: Ontkenning — werkt không có en chưa có verder uit.
  • Vervolg: Vraagvorming — behandelt có ... không? naast andere Vietnamese vraagpatronen.
  • Vervolg: Bezit — vergelijkt zinnen met met bezittelijke woordgroepen met của.
  • Vervolg: Hoeveelheidsuitdrukkingen — bouwt verder op zinnen als Có nhiều người ở đây.

Vereiste kennis

Persoonlijke voornaamwoorden in het VietnameesA1

Meer A1-concepten

Oefen Động Từ Có in Vietnamees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Vietnamees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen