A1

Dagen, maanden en datums in het Vietnamees

Ngày Tháng

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Vietnamees op Settemila Lingue.

In het kort

Vietnamese weekdagen bestaan meestal uit thứ + een getal: thứ hai is maandag en thứ bảy is zaterdag; zondag heet chủ nhật. Een datum zet je in de volgorde dag–maand–jaar en bij het uitspreken noem je de onderdelen: ngày 2 tháng 9 năm 2026 betekent ‘2 september 2026’. Je gebruikt daarbij geen rangtelwoord zoals het Nederlandse tweede.

Overzicht

Dagen en datums behoren tot de eerste onderwerpen op A1-niveau. Je hebt ze nodig om een afspraak te maken, een vertrekdag te noemen, openingstijden te begrijpen of te vertellen wanneer je jarig bent. Het systeem is gelukkig regelmatig: wie de Vietnamese getallen al kent, kan bijna alle maanden en datums meteen opbouwen.

Voor Nederlandstaligen voelt vooral de woordvolgorde vertrouwd. Zowel in het Nederlands als in het Vietnamees komt in een gewone datum de dag vóór de maand. Toch zijn er duidelijke verschillen. Het Vietnamees zegt de categoriewoorden ngày ‘dag’, tháng ‘maand’ en vaak năm ‘jaar’ hardop. Bovendien zijn er geen uitgangen zoals -de of -ste: ‘2 september’ is letterlijk dag 2 maand 9.

De kernregel is eenvoudig genoeg voor een beginner. Later in dit artikel komen ook compact geschreven datums, terugkerende dagen en enkele woorden uit de maankalender aan bod. Die details hoef je bij je eerste kennismaking nog niet actief te beheersen.

Zo werkt het

De dagen van de week

Het woord thứ markeert een genummerde dag in de week. Maandag begint met hai ‘twee’, waarna de reeks regelmatig doorloopt tot en met bảy ‘zeven’. Alleen zondag heeft een aparte naam.

Nederlands Vietnamees Letterlijk patroon
maandag thứ hai thứ + twee
dinsdag thứ ba thứ + drie
woensdag thứ tư thứ + vier
donderdag thứ năm thứ + vijf
vrijdag thứ sáu thứ + zes
zaterdag thứ bảy thứ + zeven
zondag chủ nhật aparte naam

Leer thứ hai als één geheel en probeer maandag niet als ‘dag één’ te reconstrueren. Let ook op thứ tư: in deze vaste naam staat voor vier, niet bốn. De toontekens maken deel uit van de spelling; thứ, en bảy zijn dus niet uitwisselbaar met dezelfde letters zonder toon.

Om te vragen welke weekdag het is, gebruik je thứ mấy. Mấy betekent hier ongeveer ‘welk nummer’:

  • Hôm nay là thứ mấy? — Welke dag is het vandaag?
  • Hôm nay là thứ năm. — Vandaag is het donderdag.
  • Ngày mai là chủ nhật. — Morgen is het zondag.

In een antwoord met hôm nay ‘vandaag’ is ‘zijn’ heel natuurlijk. Bij een gebeurtenis gebruik je vaak vào ‘op/in’:

  • Cuộc họp vào thứ tư. — De vergadering is op woensdag.
  • Tôi đi Hà Nội vào thứ sáu. — Ik ga vrijdag naar Hanoi.

Net als in het Nederlands kan een tijdsbepaling soms zonder voorzetsel staan, vooral wanneer de context al duidelijk is: Thứ hai tôi đi làm ‘Maandag ga ik werken’. Voor een beginner is vào bij een geplande datum of dag een veilige keuze.

De maanden

Tháng betekent ‘maand’. Daarachter komt het nummer van de maand. Je hoeft dus geen twaalf totaal verschillende namen te leren.

Maand Vietnamees Maand Vietnamees
januari tháng một juli tháng bảy
februari tháng hai augustus tháng tám
maart tháng ba september tháng chín
april tháng tư oktober tháng mười
mei tháng năm november tháng mười một
juni tháng sáu december tháng mười hai

Bij april is tháng tư de gebruikelijke vorm. In agenda’s, formulieren en berichten zie je de maanden meestal als cijfers: tháng 4, tháng 9, tháng 12. Die schrijfwijze verandert de uitspraak niet.

De vraag tháng mấy? betekent ‘welke maand?’. Voor een jaartal vraag je meestal năm nào? ‘welk jaar?’ of, wanneer een nummer als antwoord wordt verwacht, năm bao nhiêu?.

Een volledige datum opbouwen

Een uitgesproken datum heeft deze basisstructuur:

ngày + dagnummer + tháng + maandnummer + năm + jaartal

Onderdeel Functie Voorbeeld
ngày kondigt de dag van de maand aan ngày 2
tháng kondigt de maand aan tháng 9
năm kondigt het jaar aan năm 2026
geheel dag–maand–jaar ngày 2 tháng 9 năm 2026

Het Vietnamese getal blijft een hoofdtelwoord (een gewoon telgetal). Nederlands maakt in ‘de tweede september’ of ‘de eenentwintigste’ soms een rangtelwoord, een vorm die een plaats in een reeks aangeeft. Vietnamees doet dat hier niet: ngày 2 is letterlijk ‘dag twee’.

Als het jaar al duidelijk is, laat je năm + jaartal weg: ngày 15 tháng 7. Is ook de maand bekend, dan kan alleen ngày 15 genoeg zijn. In lopende tekst kan de datum aan een onderwerp koppelen:

  • Hôm nay là ngày 15 tháng 7. — Vandaag is het 15 juli.
  • Sinh nhật tôi là ngày 8 tháng 3. — Mijn verjaardag is op 8 maart.

Voor de vraag ‘de hoeveelste is het?’ hoor je zowel Hôm nay là ngày mấy? als Hôm nay là ngày bao nhiêu?. Een antwoord kan kort zijn: Hôm nay là ngày 15.

Cijfers en jaartallen uitspreken

De dagen 1–31 en de maanden volgen de gewone regels voor Vietnamese getallen. Enkele vormen die vaak in datums voorkomen zijn:

Cijfer Gebruikelijke lezing in een datum
4 bốn of in bepaalde samenstellingen ; de vierde maand is vast tháng tư
15 mười lăm
21 hai mươi mốt
24 hai mươi tư of hai mươi bốn
25 hai mươi lăm
31 ba mươi mốt

Bij samengestelde getallen verandert một vaak in mốt na een tiental en năm in lăm. Dat zijn algemene getalregels, geen speciale datumuitgangen. Jaartallen kunnen volledig als getal worden gelezen. Zo is 2026 hai nghìn không trăm hai mươi sáu; in Zuid-Vietnam hoor je voor ‘duizend’ ook vaak ngàn in plaats van nghìn.

Vandaag, gisteren en volgende week

Voor alledaagse plannen zijn relatieve tijdswoorden vaak nuttiger dan een volledige datum.

Nederlands Vietnamees
vandaag hôm nay
gisteren hôm qua
morgen ngày mai
eergisteren hôm kia
overmorgen ngày kia
deze week tuần này
vorige week tuần trước
volgende week tuần sau
deze maand tháng này
volgende maand tháng sau
vorig jaar năm ngoái
volgend jaar năm sau

Het aanwijzende woord komt ná de tijdseenheid: tuần này is letterlijk ‘week deze’ en tháng sau ‘maand volgende’. Dat is anders dan het Nederlands, waar deze en volgende ervoor staan. Voor een specifieke dag binnen een week zeg je bijvoorbeeld thứ hai tuần sau ‘maandag volgende week’.

Voorbeelden in context

Vietnamees Nederlands Toelichting
Hôm nay là thứ ba. Vandaag is het dinsdag. thứ + ba
Ngày mai là chủ nhật. Morgen is het zondag. Zondag heeft een aparte naam.
Thứ hai tôi phải đi làm. Maandag moet ik werken. De dag staat vooraan als tijdsbepaling.
Cuộc họp vào thứ tư. De vergadering is op woensdag. vào komt overeen met ‘op’.
Tháng sáu nóng lắm. Juni is erg warm. Maand als algemeen tijdvak.
Tôi sẽ đến vào tháng mười hai. Ik kom in december. vào kan ook bij een maand.
Hôm nay là ngày 15 tháng 7. Vandaag is het 15 juli. Dag vóór maand.
Ngày 2 tháng 9 là Quốc khánh Việt Nam. 2 september is de nationale feestdag van Vietnam. Een datum zonder genoemd jaar.
Sinh nhật của bạn là ngày nào? Wanneer ben je jarig? Letterlijk: welke dag is je verjaardag?
Sinh nhật tôi là ngày 8 tháng 3. Ik ben jarig op 8 maart. Geen rangtelwoord voor 8.
Tuần sau tôi đi Huế. Volgende week ga ik naar Huế. Het tijdswoord volgt op tuần.
Chúng ta gặp nhau vào thứ sáu tuần sau nhé. Laten we elkaar volgende week vrijdag ontmoeten. Dag + weekaanduiding.
Cửa hàng đóng cửa vào mỗi chủ nhật. De winkel is elke zondag gesloten. mỗi drukt herhaling uit.
Khóa học bắt đầu ngày 1 tháng 9 năm 2026. De cursus begint op 1 september 2026. Volledige datum met jaartal.

Veelgemaakte fouten

1. Maandag als thứ một vormen

  • Fout: Hôm nay là thứ một.
  • Goed: Hôm nay là thứ hai.
  • Waarom: de vaste reeks begint op maandag met thứ hai. Leer weekdagen als vaste namen; tel niet vanaf één zoals je misschien op basis van een kalender zou verwachten.

2. Het Nederlandse rangtelwoord nabootsen

  • Fout: ngày thứ hai tháng chín voor ‘2 september’
  • Goed: ngày 2 tháng 9 of uitgesproken ngày hai tháng chín
  • Waarom: een kalenderdatum gebruikt na ngày een gewoon getal. Thứ hai wordt als vaste weekdag juist ‘maandag’, waardoor de foute versie ook verwarrend kan zijn.

3. Dag en maand omdraaien

  • Fout: tháng 2 ngày 9 voor 2 september
  • Goed: ngày 2 tháng 9
  • Waarom: in een volledige Vietnamese datum staat de dag vóór de maand. Dat sluit aan bij de gebruikelijke Nederlandse volgorde ‘2 september’, maar niet bij de Amerikaanse maand–dagvolgorde.

4. De woorden ngày en tháng weglaten bij het spreken

  • Fout of onduidelijk: Tôi đến hai chín.
  • Goed: Tôi đến ngày 2 tháng 9.
  • Waarom: losse getallen laten niet duidelijk horen welk getal de dag en welk getal de maand is. In geschreven formulieren volstaan cijfers en schuine strepen, maar in een gesprek maken ngày en tháng de structuur helder.

5. Nederlandse woordvolgorde gebruiken bij relatieve tijd

  • Fout: sau tuần voor ‘volgende week’
  • Goed: tuần sau
  • Waarom: bij deze tijdsaanduidingen staat de tijdseenheid eerst: tuần sau, tháng sau, năm sau. Hetzelfde patroon geldt voor tuần này en tuần trước.

6. Toon- en accenttekens als versiering behandelen

  • Fout: thu hai, thang chin
  • Goed: thứ hai, tháng chín
  • Waarom: Vietnamese tekens geven zowel klinkerkwaliteit als toon aan en kunnen betekenis en uitspraak veranderen. Schrijf ze ook in agenda-uitnodigingen en berichten zorgvuldig.

Gebruiksnotities

Geschreven datums

In Vietnam is dag/maand/jaar de normale numerieke volgorde: 02/09/2026 of 02-09-2026. Voorloopnullen zijn gebruikelijk in formulieren, maar je spreekt ze niet als nul uit. 02/09 lees je dus als ngày hai tháng chín, niet als een reeks van vier losse cijfers.

Een volledig administratief opschrift kan de labels expliciet maken, bijvoorbeeld ngày 02 tháng 09 năm 2026. Wanneer je met mensen werkt die een andere datumvolgorde gewend zijn, is uitschrijven veiliger dan 02/09/2026 alleen.

Hoofdletters

Gewone weekdagen en maanden zijn soortnamen en krijgen midden in een zin normaal geen hoofdletter: thứ hai, chủ nhật, tháng sáu. Aan het begin van een zin komt uiteraard wel een hoofdletter. Eigennamen en officiële feestdagnamen kunnen hun eigen hoofdletters hebben, zoals Quốc khánh Việt Nam.

Eenmalig of terugkerend

Een losse dag kan één concrete maandag betekenen of maandag als algemene dag; de context beslist. Maak herhaling expliciet met mỗi ‘elke’ of hàng tuần ‘wekelijks’:

  • mỗi thứ hai — elke maandag
  • vào thứ hai hàng tuần — elke week op maandag
  • Cuộc họp diễn ra hai tuần một lần. — De vergadering vindt eens per twee weken plaats.

Vietnamese zelfstandige naamwoorden krijgen geen meervoudsuitgang zoals Nederlands maandag–maandagen. Je hoeft de vorm thứ hai dus niet te veranderen.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende punten kom je later tegen. Voor A1 is het genoeg dat je ze herkent; houd voor je eigen zinnen voorlopig de basisstructuur ngày–tháng–năm aan.

De weekdag en datum combineren

In aankondigingen en formele teksten kunnen weekdag en datum naast elkaar staan:

Thứ Hai, ngày 7 tháng 9 năm 2026 — maandag 7 september 2026.

De komma helpt de weekdag van de kalenderdatum te scheiden. In minder formele tekst worden hoofdletters bij weekdagen doorgaans niet gebruikt; de precieze vormgeving kan in koppen en officiële documenten afwijken.

De maankalender

Naast de internationale zonnekalender speelt de traditionele maankalender (âm lịch) een rol bij Tết, herdenkingen en familiegebruiken. De eerste dagen van een maanmaand worden vaak met mùng aangeduid, bijvoorbeeld mùng một Tết voor de eerste dag van Tết. Rằm verwijst naar de vijftiende dag van de maanmaand, rond volle maan.

Ook maandnamen kunnen in traditionele context afwijken. Tháng Giêng is de eerste maanmaand en tháng Chạp de twaalfde. Verwar zulke culturele namen niet met de neutrale nummering tháng một en tháng mười hai van de gewone kalender. Als een afspraak mogelijk over een maankalenderdatum gaat, voegen sprekers âm lịch ‘volgens de maankalender’ of dương lịch ‘volgens de zonnekalender’ toe.

Tới en sau

Naast tuần sau hoor je ook tuần tới voor ‘volgende week’. Tới legt vaak de nadruk op wat eraan komt; sau past in het regelmatige contrast trước–này–sau ‘vorige–deze–volgende’. In veel dagelijkse situaties zijn beide natuurlijk. Bij een weekdag is thứ hai tới ‘aanstaande maandag’ mogelijk, terwijl thứ hai tuần sau ondubbelzinnig ‘maandag van volgende week’ zegt. Welke concrete datum met ‘aanstaande’ bedoeld wordt, blijft net als in het Nederlands soms afhankelijk van context.

Variant voor zondag

Je kunt ook Chúa nhật tegenkomen, vooral in katholieke contexten en in ouder of religieus taalgebruik. Voor algemeen modern gebruik is chủ nhật de vorm die een beginner het best actief leert.

Oefentips

  1. Maak een weekoverzicht in het Vietnamees. Schrijf zeven echte activiteiten op: Thứ hai tôi..., Thứ ba tôi.... Zo koppel je elke vaste naam aan je eigen routine in plaats van aan een losse woordenlijst.
  2. Lees datums in twee richtingen. Zet vijf Nederlandse datums om naar ngày–tháng–năm en schrijf daarna vijf Vietnamese datums terug in natuurlijk Nederlands. Controleer vooral tháng tư, mười lăm, mốt en lăm.
  3. Oefen een kort afsprakengesprek hardop. Vraag Hôm nay là thứ mấy?, Hôm nay là ngày mấy? en Chúng ta gặp nhau khi nào? Beantwoord elke vraag eerst kort en daarna met een volledige datum. Zo oefen je tegelijk de vraagwoorden, toontekens en woordvolgorde.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste voorkennis: Getallen en tijd — de getallen vormen de basis voor maandnummers, dagen van de maand en jaartallen.

Vereiste kennis

Getallen en kloktijd in het VietnameesA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Ngày Tháng in Vietnamees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Vietnamees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen