B1

Indirecte rede in het Portugees

Discurso Indireto

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

In het kort

Met de indirecte rede (discurso indireto) vertel je iemands woorden na zonder ze letterlijk te citeren. Na dizer en responder leidt que meestal een mededeling in; bij een ja/nee-vraag gebruik je se en bij een opdracht vaak para + infinitief: Disse que vinha, Perguntou se eu podia ir, Disse-me para esperar. Staat het inleidende werkwoord in het verleden, dan kunnen ook de werkwoordstijd, voornaamwoorden en woorden als hoje en aqui verschuiven.

Overzicht

Bij directe rede geef je de precieze woorden weer: A Ana disse: «Estou cansada.» Bij indirecte rede maak je van die woorden een bijzin: A Ana disse que estava cansada. Het voegwoord que verbindt hier de hoofdzin met wat Ana zei. Zulke constructies zijn onmisbaar in gesprekken, berichten, journalistieke teksten en verhalen: je gebruikt ze telkens wanneer je samenvat wat iemand zei, vroeg, dacht, beloofde of opdroeg.

De basis hoort bij B1, maar er komen verschillende onderdelen van de grammatica samen. Je moet herkennen wie het onderwerp is (de persoon of zaak die iets doet), wanneer de oorspronkelijke woorden zijn uitgesproken en vanuit welk standpunt je ze nu weergeeft. Daardoor kan eu veranderen in ele of ela, aqui in ali en amanhã in no dia seguinte.

Voor Nederlandstaligen lijkt que vaak op Nederlands dat en se op of. Die vergelijking helpt, maar niet overal. Het Portugees verschuift werkwoordstijden in een verslag uit het verleden vaak duidelijker dan het Nederlands. Bovendien betekent Nederlands of twee verschillende dingen: in Ik weet niet of hij komt is Portugees se nodig, maar in thee of koffie blijft het ou.

Zo werkt het

1. Kies een passend inleidend werkwoord

Het inleidende werkwoord geeft aan wat voor taalhandeling je navertelt.

Portugees Betekenis en gebruik
dizer (que) zeggen, meedelen
afirmar (que) verklaren, beweren; wat formeler
explicar (que) uitleggen
responder (que) antwoorden dat
perguntar (se/waarom/wanneer...) vragen of, waarom, wanneer enzovoort
pedir (para / que) vragen, verzoeken om iets te doen
mandar + infinitivo bevelen of laten doen

Let vooral op dizer en perguntar. Nederlands gebruikt het werkwoord vragen zowel voor een vraag als voor een verzoek. Portugees maakt meestal onderscheid:

  • Perguntei se a loja estava aberta. — Ik vroeg of de winkel open was.
  • Pedi ao Rui para abrir a loja. — Ik vroeg Rui de winkel te openen.

2. Mededelingen: que

Een bevestigende of ontkennende mededeling wordt doorgaans een bijzin met que. Anders dan Nederlands laat het Portugees dit voegwoord normaal niet weg.

Patroon: inleidend werkwoord + que + onderwerp + werkwoord

  • Direct: A Marta diz: «Não tenho tempo.»
  • Indirect: A Marta diz que não tem tempo.

Het onderwerp kan in het Portugees onuitgesproken blijven als de werkwoordsvorm en de context duidelijk genoeg zijn: O Paulo disse que chegaria tarde. In de bijzin is de verzwegen persoon bij chegaria Paulo.

3. Ja/nee-vragen: se

Een vraag waarop sim of não kan volgen, wordt ingeleid door se. De indirecte bijzin heeft de gewone woordvolgorde van een mededeling; je neemt dus niet zomaar de vorm van de directe vraag over.

  • Direct: «Estás livre?»
  • Indirect: Ela perguntou se eu estava livre.

Se betekent hier Nederlands of, niet als. Gebruik geen ou, want dat is het nevenschikkende of waarmee je alternatieven verbindt: café ou chá.

4. Vragen met een vraagwoord

Staat er al een vraagwoord, dan blijft dat staan en voeg je geen se toe:

  • «Onde moras?» → Perguntou onde eu morava.
  • «Quando chega o comboio?» → Perguntou quando chegava o comboio.
  • «Por que razão saíste?» → Perguntou por que razão eu tinha saído.

Een indirecte vraag krijgt op zichzelf geen vraagteken: Ela perguntou onde ficava o hotel. Alleen als de hele zin een vraag is, is een vraagteken logisch: Sabes onde fica o hotel?

5. Opdrachten en verzoeken: para + infinitief

Voor een opdracht of verzoek is para + infinitief heel gebruikelijk. Een infinitief is de onverbogen woordenboekvorm van het werkwoord, zoals esperar, sair of fazer.

Patroon: dizer/pedir + persoon + para + infinitief

  • Disse-me para esperar. — Hij/zij zei tegen me dat ik moest wachten.
  • Pedi à Sofia para fechar a janela. — Ik vroeg Sofia het raam te sluiten.
  • O médico mandou-o descansar. — De arts droeg hem op rust te nemen.

De genoemde persoon is vaak het meewerkend voorwerp (degene tot wie de woorden gericht zijn): me, ao João, à Sofia. In Europees Portugees staat zo'n onbeklemtoond voornaamwoord vaak na het werkwoord, zoals in disse-me. In Braziliaans Portugees is me disse in gewone spreektaal veel gebruikelijker: Ele me disse para esperar.

Bij een ontkennende opdracht staat não voor de infinitief: Pediu-nos para não fazermos barulho — Hij/zij vroeg ons geen lawaai te maken. De vorm fazermos is de persoonlijke infinitief: hij laat expliciet zien dat wij niets moesten doen.

6. Tijdsverschuiving na een werkwoord in het verleden

Staat het inleidende werkwoord in de tegenwoordige tijd, dan blijft de oorspronkelijke tijd meestal behouden:

  • «Venho hoje.» → Ele diz que vem hoje.
  • «Terminei o relatório.» → Ela diz que terminou o relatório.

Na disse, perguntou of een ander verleden inleidend werkwoord bekijk je de gebeurtenis vanuit een later moment. Dan treedt vaak tijdsverschuiving op. Dit is geen blind omzettingsrecept, maar het volgende schema is een goede basis.

Directe woorden in het Portugees Indirecte rede Wat verandert er?
«Estou cansado.» Disse que estava cansado. tegenwoordige tijd → onvoltooid verleden tijd
«Moro no Porto.» Disse que morava no Porto. moro → morava
«Terminei o trabalho.» Disse que tinha terminado o trabalho. voltooid verleden feit → eerder verleden
«Vou telefonar.» Disse que ia telefonar. ir in de tegenwoordige tijd → ia
«Virei amanhã.» Disse que viria no dia seguinte. toekomende tijd → voorwaardelijke vorm
«Posso ajudar.» Disse que podia ajudar. posso → podia

Het pretérito imperfeito is de onvoltooid verleden tijd met vormen als estava, morava en podia. Het mais-que-perfeito composto is een voltooid verleden vorm met tinha + voltooid deelwoord (de vorm zoals terminado of feito): tinha terminado betekent dat het afronden al vóór het vertelde moment gebeurd was. De voorwaardelijke vorm met uitgangen als -ria drukt hier een toekomst uit gezien vanuit het verleden: viria is “zou komen”.

Een tijdsverschuiving is niet altijd verplicht. Als iets op het moment van navertellen nog steeds waar is, kan de tegenwoordige tijd blijven staan:

  • A professora disse que a água ferve a 100 °C. — De lerares zei dat water bij 100 °C kookt.
  • O Miguel disse que vive em Braga. — Miguel zei dat hij in Braga woont; de spreker presenteert dit nog als actueel.

Met vivia maak je juist geen duidelijke aanspraak op de huidige situatie: misschien woont Miguel er nog, misschien niet. De keuze geeft dus betekenis, niet alleen grammaticale vorm.

7. Perspectief: persoon, plaats en tijd

Je vertelt vanuit een nieuw standpunt. Daarom moet je alle verwijzingen controleren, niet alleen het werkwoord.

In de oorspronkelijke situatie Mogelijke vorm bij later navertellen Nederlandse gedachtehulp
eu / meu ele, ela / seu, dele, dela ik/mijn → hij, zij/zijn, haar
aqui ali of lá hier → daar
agora então, naquele momento nu → toen, op dat moment
hoje naquele dia vandaag → die dag
ontem no dia anterior, na véspera gisteren → de dag ervoor
amanhã no dia seguinte morgen → de volgende dag
este / esta esse / essa of aquele / aquela deze → die, afhankelijk van afstand en perspectief

Deze vervangingen zijn alleen nodig als tijd, plaats of spreker echt veranderd zijn. Vertel je op dezelfde dag en dezelfde plek iets na, dan kunnen hoje en aqui gewoon correct blijven.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Toelichting
A Inês diz que chega às oito. Inês zegt dat ze om acht uur aankomt. Tegenwoordig inleidend werkwoord; geen verschuiving nodig.
O Tiago disse que estava doente. Tiago zei dat hij ziek was. estou wordt vanuit het verleden estava.
A diretora afirmou que a reunião começaria às nove. De directrice verklaarde dat de vergadering om negen uur zou beginnen. Toekomst gezien vanuit het verleden.
Eles responderam que já tinham enviado o documento. Ze antwoordden dat ze het document al hadden verstuurd. De verzending ging vooraf aan het antwoord.
Perguntou se eu estava livre. Ze vroeg of ik vrij was. Ja/nee-vraag met se.
O Rui perguntou se nós podíamos ajudá-lo. Rui vroeg of wij hem konden helpen. podemos verschuift naar podíamos.
A cliente perguntou quanto custava a entrega. De klant vroeg hoeveel de bezorging kostte. Het vraagwoord quanto blijft staan; geen se.
Perguntei-lhe onde tinha deixado as chaves. Ik vroeg hem/haar waar hij/zij de sleutels had gelaten. tinha deixado markeert de eerdere handeling.
Disse-me para ir embora. Hij zei tegen me dat ik weg moest gaan. Opdracht met para + infinitief.
A mãe pediu aos filhos para falarem mais baixo. De moeder vroeg haar kinderen zachter te praten. falarem maakt duidelijk wie moet praten.
O médico disse-lhe para não conduzir. De arts zei tegen hem/haar niet te rijden. não staat voor de infinitief.
Ela disse que viria no dia seguinte. Ze zei dat ze de volgende dag zou komen. Zowel viria als no dia seguinte verschuift.
O guia explicou que aquele edifício era do século XVIII. De gids legde uit dat dat gebouw uit de achttiende eeuw stamde. aquele past bij het nieuwe ruimtelijke perspectief.
A Ana disse que mora em Coimbra. Ana zei dat ze in Coimbra woont. Tegenwoordige tijd: de spreker beschouwt dit nog als actueel.

Veelgemaakte fouten

que en se verwisselen

  • Onjuist: Perguntou que eu estava cansado.
  • Juist: Perguntou se eu estava cansado.
  • Waarom: een ja/nee-vraag krijgt se. Gebruik que voor een mededeling: Disse que eu estava cansado.

Nederlands of altijd met ou vertalen

  • Onjuist: Não sei ou ele vem.
  • Juist: Não sei se ele vem.
  • Waarom: ou verbindt alternatieven, zoals hoje ou amanhã. In een indirecte ja/nee-vraag betekent Nederlands of Portugees se.

De tijd van de directe zin gedachteloos behouden

  • Minder passend bij een verleden verslag: Ele disse que está cansado ontem.
  • Juist: Ele disse que estava cansado naquele dia.
  • Waarom: bij een toestand die bij het eerdere spreekmoment hoort, passen estava en naquele dia. Está kan alleen als je bewust zegt dat de toestand nu nog geldt; ontem past daar niet bij.

Het perspectief van de oorspronkelijke spreker laten staan

  • Onjuist: A Carla disse: «Eu levo o meu carro.» → A Carla disse que eu levava o meu carro.
  • Juist: A Carla disse que levava o carro dela.
  • Waarom: eu uit Carla's mond verwijst bij jouw navertelling naar Carla, niet naar jou. Dela voorkomt bovendien de dubbelzinnigheid van seu.

se toevoegen na een vraagwoord

  • Onjuist: Perguntou se onde eu morava.
  • Juist: Perguntou onde eu morava.
  • Waarom: onde leidt de indirecte vraag al in. Se is alleen nodig bij een vraag zonder vraagwoord.

Een verzoek behandelen als een informatievraag

  • Onjuist: Perguntei ao João se fechar a porta.
  • Juist: Pedi ao João para fechar a porta.
  • Waarom: perguntar vraagt om informatie; pedir vraagt iemand iets te geven of te doen.

Gebruiksnotities

In alledaags Portugees worden tijdsverschuivingen niet mechanisch toegepast. Sprekers behouden de tegenwoordige tijd als een feit nog geldt of als ze de boodschap levendig en actueel willen houden. In zorgvuldige verslagtaal helpen estava, tinha feito en faria juist om de volgorde van gebeurtenissen ondubbelzinnig te maken.

Europees en Braziliaans Portugees verschillen vooral in de plaats van onbeklemtoonde voornaamwoorden. Europees Portugees heeft na een bevestigend vervoegd werkwoord vaak disse-me, perguntou-lhe en mandou-o entrar. In Brazilië hoor en lees je in minder formele taal veel vaker me disse, lhe perguntou en soms een beklemtoonde omschrijving: disse para ele entrar. De kern van de indirecte rede — que, se, vraagwoorden en para — blijft hetzelfde.

Dizer que en dizer para zijn niet uitwisselbaar. Disse que saía rapporteert de mededeling “hij/zij ging weg”. Disse para sair rapporteert een opdracht aan iemand om weg te gaan. Wie die persoon is, moet uit de context of uit een voorwerp blijken: Disse ao Pedro para sair.

Verder dan de basis

Verzoeken met que en de conjunctief

Naast pedir para + infinitief kan Portugees een vervoegde bijzin gebruiken:

  • Peço que venhas cedo. — Ik vraag je vroeg te komen.
  • Pedi que viesse cedo. — Ik vroeg hem/haar/u vroeg te komen.
  • Pedimos que nos enviassem uma cópia. — We vroegen hun ons een kopie te sturen.

De conjunctief is een werkwoordsvorm waarmee de spreker een handeling onder meer als gewenst, verlangd of niet als vaststaand presenteert. Na een verzoek in het verleden verschijnt vaak de onvoltooid verleden conjunctief: venha wordt viesse, enviem wordt enviassem. Dit is nauwkeuriger wanneer de uitvoerder expliciet moet worden genoemd of verschilt van het onderwerp van de hoofdzin.

Niet elke verleden tijd verschuift op dezelfde manier

Een pretérito perfeito kan in de indirecte rede behouden blijven als een duidelijk afgeronde gebeurtenis met een vaste datum wordt gemeld: Ela disse que chegou na segunda-feira. Met tinha chegado benadruk je daarentegen dat de aankomst al vóór een ander verleden referentiepunt plaatsvond. Context en bedoelde tijdsvolgorde wegen dus zwaarder dan een star schema.

In literaire of formele taal kun je ook enkelvoudige vormen van het mais-que-perfeito tegenkomen, zoals fizera en dissera, waar alledaagse taal meestal tinha feito en tinha dito gebruikt: A testemunha afirmou que nunca o vira antes. Voor actieve productie is de samengestelde vorm doorgaans de veiligste keuze.

Indirecte rede zonder neutrale weergave

Het gekozen inleidende werkwoord kleurt de boodschap. Vergelijk disse que (zei dat), garantiu que (verzekerde dat), admitiu que (gaf toe dat) en alegou que (voerde aan dat). De grammaticale bijzin kan gelijk blijven, maar de verteller laat met het werkwoord zien hoe de uitspraak moet worden opgevat. Dat is vooral belangrijk in nieuws, zakelijke teksten en argumentatie.

Oefentips

  1. Werk in drie stappen. Onderstreep eerst het inleidende werkwoord, kies daarna que, se, een vraagwoord of para, en controleer ten slotte tijd, persoon, plaats en tijdsaanduiding. Zo vergeet je amanhã → no dia seguinte minder snel.
  2. Maak tweetallen van directe en indirecte zinnen. Zet bijvoorbeeld «Não posso ir hoje» om met zowel diz als disse: Diz que não pode ir hoje en Disse que não podia ir naquele dia. Juist het contrast maakt de tijdsverschuiving zichtbaar.
  3. Vat echte gesprekken samen. Noteer na een kort Portugees filmpje drie boodschappen: één mededeling met que, één vraag met se of een vraagwoord en één verzoek met para. Controleer steeds wie met elk voornaamwoord bedoeld wordt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Pretérito imperfeito in het PortugeesA2

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen