A2

Dubbele voorwerpsvoornaamwoorden in het Frans

Pronoms Doubles

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Staan er twee Franse voorwerpsvoornaamwoorden bij één werkwoord, dan bepaalt een vaste volgorde waar ze komen: meestal me/te/se/nous/vous + le/la/les + lui/leur + y + en. Zo krijg je Je te le donne en Je le lui explique. Alleen bij een bevestigend bevel staan de voornaamwoorden achter het werkwoord en geldt een andere volgorde: Donne-le-moi !

Overzicht

Een voorwerpsvoornaamwoord vervangt een zinsdeel dat bij het werkwoord hoort. Het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat) in Je donne le livre is le livre. Het meewerkend voorwerp (vaak de persoon aan wie iets wordt gegeven, gezegd of getoond) in Je donne le livre à Léa is à Léa. Vervang je beide delen, dan wordt dat Je le lui donne: “Ik geef het haar.”

Bij dit onderwerp komen ook y en en aan bod. Y vervangt meestal een plaats of een zaak met à; en vervangt meestal een deel met de of een hoeveelheid. Daardoor kunnen combinaties ontstaan als J’y en achète deux (“Ik koop er daar twee van”) en Il m’en parle (“Hij praat er met mij over”). Niet elke theoretisch mogelijke combinatie klinkt echter natuurlijk. De vaste rij is vooral een hulpmiddel om vormen die inhoudelijk bij elkaar passen correct te ordenen.

Dit onderwerp wordt op A2 geïntroduceerd, nadat je de losse lijdend-voorwerpsvoornaamwoorden kent. Voor Nederlandstaligen is vooral de plaats lastig. Het Nederlands zegt “Ik geef het haar” en “Hij heeft het me verteld”, meestal na het werkwoord. Het Frans zet de groep in een gewone zin vóór het werkwoord of vóór het hulpwerkwoord: Je le lui donne en *Il **me l’*a raconté. Vertaal daarom niet woord voor woord, maar bouw eerst de Franse voornaamwoordgroep.

Zo werkt het

Stap 1: bepaal wat elk voornaamwoord vervangt

De belangrijkste vormen zijn:

Functie Franse vormen Voorbeeld van wat wordt vervangen
Spreker, aangesprokene of wederkerende persoon me, te, se, nous, vous à moi, à toi; soms ook een rechtstreeks voorwerp
Lijdend voorwerp le, la, les le livre, la lettre, les clés
Persoon na à lui, leur à Paul, à Emma, aux voisins
Plaats of zaak met à y au bureau, à cette idée
Deel met de of hoeveelheid en du café, de ce problème, trois pommes

Le en la worden l’ vóór een klinkerklank: Il me l’explique. Me en te worden dan m’ en t’: Elle m’en donne; Je t’y conduis.

Let op het verschil tussen een persoon en een zaak. Bij veel werkwoorden wordt à + persoon vervangen door lui of leur: Je parle à ZoéJe lui parle. Een zaak met à wordt vaak y: Je pense à ce projetJ’y pense. Dat onderscheid hangt ook van het werkwoord af; leer een nieuw werkwoord daarom liefst samen met zijn voorzetsel.

Stap 2: gebruik vóór het werkwoord de vaste rij

In een mededelende of vragende zin en in een ontkenning staan de voornaamwoorden in deze volgorde:

Plaats 1 Plaats 2 Plaats 3 Plaats 4 Plaats 5
me, te, se, nous, vous le, la, les lui, leur y en

Je kiest alleen de vakjes die nodig zijn en leest van links naar rechts:

  • Je donne le dossier à Luc.Je le lui donne.
  • Tu racontes cette histoire à moi.Tu me la racontes.
  • Nous parlons de ce problème à nos collègues.Nous leur en parlons.
  • Elle conduit ses enfants à l’école.Elle les y conduit.

De Nederlandse volgorde helpt niet altijd. “Ik leg het hem uit” komt toevallig overeen met Je le lui explique, maar “Hij vertelt het me” wordt Il me le raconte: in het Frans staat me vóór le.

Stap 3: zet de hele groep op de juiste plaats

Bij een enkel vervoegd werkwoord komt de groep er direct vóór:

  • Je te le donne. — Ik geef het je.
  • Elle ne le lui montre pas. — Ze laat het hem/haar niet zien.
  • Vous nous en parlez ? — Praat u/praten jullie er met ons over?

In een samengestelde tijd staat de groep vóór het hulpwerkwoord (avoir of être), niet tussen hulpwerkwoord en voltooid deelwoord. Een voltooid deelwoord is de vorm zoals donné, dit of expliqué:

  • Il me l’a dit. — Hij heeft het me gezegd.
  • Elle le lui a expliqué. — Ze heeft het hem/haar uitgelegd.
  • Nous ne leur en avons pas parlé. — We hebben er niet met hen over gesproken.

Bij een infinitief (de onverbogen vorm zoals donner of expliquer) horen de voornaamwoorden normaal direct bij die infinitief:

  • Je vais te le donner. — Ik ga het je geven.
  • Elle veut le lui expliquer. — Ze wil het hem/haar uitleggen.
  • On doit leur en parler. — We moeten er met hen over praten.

Bevestigende bevelen: een andere volgorde

Bij een bevestigend bevel staan de voornaamwoorden na het werkwoord, verbonden met koppeltekens. De rij wordt dan:

Plaats 1 Plaats 2 Plaats 3 Plaats 4
le, la, les moi, toi, lui, nous, vous, leur y en

Daarom zeg je:

  • Donne-le-moi ! — Geef het me!
  • Expliquez-la-leur ! — Leg het hun uit!
  • Emmène-nous-y ! — Neem ons erheen mee!
  • Parlez-lui-en ! — Praat er met hem/haar over!

Vóór y en en worden moi en toi ingekort tot m’ en t’: Donne-m’en deux ! (“Geef me er twee!”). Zulke vormen zijn correct, maar sommige lange combinaties worden in alledaagse taal liever omschreven omdat ze zwaar klinken.

Een ontkennend bevel keert terug naar de gewone volgorde vóór het werkwoord:

  • Ne me le donne pas ! — Geef het niet aan mij!
  • Ne lui en parle pas ! — Praat er niet met hem/haar over!
  • Ne nous y emmenez pas ! — Neem ons daar niet mee naartoe!

Een praktisch bouwplan

Neem Je donne les clés à Marie.

  1. Zoek het lijdend voorwerp: les clésles.
  2. Zoek de ontvanger: à Marielui.
  3. Zet de vormen in de gewone rij: les vóór lui.
  4. Plaats de groep vóór het werkwoord: Je les lui donne.

Maak je er een bevel van, dan gebruik je de bevelrij achter het werkwoord: Donne-les-lui !

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
Je te le donne après le déjeuner. Ik geef het je na de lunch. te staat vóór le.
Il me l’a dit hier soir. Hij heeft het me gisteravond verteld. De groep staat vóór a.
Elle le lui a expliqué calmement. Ze heeft het hem/haar rustig uitgelegd. le staat vóór lui.
Nous vous les envoyons demain. We sturen ze u/jullie morgen. vous staat vóór les.
Tu peux me la montrer ? Kun je haar/het me laten zien? De groep hoort bij montrer.
Je vais le leur proposer. Ik ga het hun voorstellen. Beide vormen staan vóór de infinitief.
Ils ne nous en ont jamais parlé. Ze hebben er nooit met ons over gepraat. nous + en staat vóór het hulpwerkwoord.
Elle les y conduit tous les matins. Ze brengt hen er elke ochtend naartoe. les verwijst naar personen, y naar de plaats.
J’y en achète deux chaque semaine. Ik koop er daar elke week twee van. y komt vóór en; deux blijft staan.
Donne-le-moi, s’il te plaît ! Geef het me alsjeblieft! Bevestigend bevel: achter het werkwoord.
Expliquez-la-leur encore une fois ! Leg het hun nog één keer uit! la komt in de bevelrij vóór leur.
Ne me le répète pas ! Herhaal het niet tegen mij! Ontkennend bevel: gewone rij vóór het werkwoord.
On doit leur en parler aujourd’hui. We moeten er vandaag met hen over praten. De vormen horen bij de infinitief parler.
Ces lettres, je les lui ai déjà envoyées. Die brieven heb ik haar/hem al gestuurd. Gevorderd: envoyées stemt overeen met les.

Veelgemaakte fouten

De Nederlandse woordvolgorde volgen

  • Fout: Je le te donne.
  • Goed: Je te le donne.
  • Waarom: Nederlands “ik geef het je” zet “het” vóór “je”, maar in de Franse rij komt te vóór le.

Lui vóór le of la zetten

  • Fout: Elle lui la montre.
  • Goed: Elle la lui montre.
  • Waarom: le, la, les staan vóór lui, leur. Denk eerst aan de vakjes, niet aan de volgorde van de oorspronkelijke zelfstandige naamwoorden.

De groep tussen hulpwerkwoord en voltooid deelwoord plaatsen

  • Fout: Il a me le dit.
  • Goed: Il me l’a dit.
  • Waarom: In een samengestelde tijd staan de voornaamwoorden vóór het hulpwerkwoord. Bovendien wordt le vóór a tot l’.

De voornaamwoorden vóór het verkeerde werkwoord zetten

  • Fout: Je te le vais donner.
  • Goed: Je vais te le donner.
  • Waarom: De voornaamwoorden horen inhoudelijk bij donner en staan daarom direct vóór die infinitief.

De gewone rij gebruiken bij een bevestigend bevel

  • Fout: Me le donne !
  • Goed: Donne-le-moi !
  • Waarom: Een bevestigend bevel gebruikt de speciale volgorde achter het werkwoord en me wordt daar moi. Bij ontkenning is Ne me le donne pas ! wel correct.

Y gebruiken voor iedere constructie met à

  • Fout: Je y donne le livre voor “Ik geef hem/haar het boek.”
  • Goed: Je le lui donne.
  • Waarom: Een ontvanger die een persoon is, wordt bij donner met lui of leur vervangen. Y verwijst hier niet naar de persoon.

Gebruiksnotities

In de spreektaal blijven de regels hetzelfde, maar moedertaalsprekers vermijden soms een onhandig lange reeks. In plaats van een zeldzame of dubbelzinnige combinatie herhalen ze een zelfstandig naamwoord of gebruiken ze een beklemtoonde vorm: Je vais expliquer ça à Paul kan duidelijker klinken dan een zin met verscheidene korte voornaamwoorden.

Lui betekent zowel “aan hem” als “aan haar”; alleen de context maakt het verschil. Le kan behalve een mannelijk zelfstandig naamwoord ook een hele gedachte vervangen: Tu sais qu’il part ? — Oui, il me l’a dit. Hier betekent l’ ongeveer “dat”. Het Nederlands gebruikt in zo’n antwoord vaak “dat” of laat het zelfs weg, maar het Frans gebruikt geregeld le.

Niet ieder werkwoord behandelt een persoon met à op dezelfde manier. Bij penser à quelqu’un en tenir à quelqu’un gebruikt men bijvoorbeeld doorgaans een beklemtoond persoonlijk voornaamwoord: Je pense à elle, niet je lui pense en ook niet j’y pense wanneer y naar een persoon zou verwijzen. De veilige aanpak is een werkwoord samen met zijn vaste constructie te leren.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Overeenkomst van het voltooid deelwoord

Met avoir stemt het voltooid deelwoord in verzorgd geschreven Frans overeen met een voorafgaand lijdend voorwerp. Overeenkomst betekent hier dat de uitgang het geslacht en getal volgt:

  • La lettre ? Je la lui ai envoyée. — De brief? Ik heb hem aan haar/hem gestuurd.
  • Les photos ? Je te les ai montrées. — De foto’s? Ik heb ze je laten zien.

La en les zijn hier lijdende voorwerpen en staan vóór ai; daarom krijgen envoyée en montrées een passende uitgang. Een voorafgaand meewerkend voorwerp veroorzaakt die overeenkomst niet: Je leur ai parlé blijft parlé. In de uitspraak hoor je het verschil vaak niet, maar in geschreven Frans is het belangrijk.

Volgorde en betekenis zijn twee aparte vragen

De vijf vakjes vertellen alleen waar een gekozen vorm staat. Ze vertellen niet automatisch welke vorm een werkwoord verlangt. Vergelijk:

  • Je donne le livre à NinaJe le lui donne.
  • Je parle du livre à NinaJe lui en parle.
  • Je pense au livreJ’y pense.
  • Je pense à NinaJe pense à elle.

Controleer dus eerst de werkwoordconstructie en pas daarna de volgorderegel toe.

Wederkerende vormen

Se bezet dezelfde eerste positie als me en te: Il se les lave (“Hij wast ze”, bijvoorbeeld zijn handen). Bij lichaamsdelen gebruikt het Frans vaak een wederkerend voornaamwoord met een bepaald lidwoord waar het Nederlands een bezittelijk voornaamwoord kiest. Zulke zinnen combineren de hier geleerde volgorde met wederkerende werkwoorden.

Twee bevelsystemen naast elkaar

Het contrast tussen Donne-le-moi ! en Ne me le donne pas ! is geen losse uitzondering per werkwoord, maar een algemeen verschil tussen bevestigende en ontkennende bevelen. Het helpt om beide vormen als paar te oefenen. Let ook op de koppeltekens in de bevestigende vorm; in de gewone positie schrijf je de voornaamwoorden los.

Oefentips

  1. Werk met twee kleuren. Onderstreep eerst het lijdend voorwerp en omcirkel daarna de ontvanger of de groep met à/de. Vervang beide pas daarna en zet ze in de Franse rij.
  2. Oefen zinnen in drietallen. Maak van Je donne le livre à Léa achtereenvolgens Je le lui donne, Je vais le lui donner en Donne-le-lui !. Zo leer je tegelijk de gewone zin, de infinitief en het bevel.
  3. Zeg de rij hardop, maar controleer ook het werkwoord. De rij voorkomt je lui le donne, terwijl kennis van de constructie bepaalt of je lui, y of een vorm als à elle nodig hebt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Directe objectvoornaamwoorden in het FransA1

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronoms Doubles in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen