A1

Directe objectvoornaamwoorden in het Frans

Pronoms COD

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een Frans direct objectvoornaamwoord vervangt het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat): Je vois Marie wordt Je la vois. De vormen zijn me, te, le, la, nous, vous, les en ze staan in een gewone zin vóór de vervoegde werkwoordsvorm: Tu le vois ? Voor een klinker of stomme h worden me, te, le en la verkort tot m’, t’ en l’.

Overzicht

Met een direct objectvoornaamwoord hoef je een persoon of zaak die al bekend is niet telkens te herhalen. In Paul achète le pain is le pain het lijdend voorwerp: Paul koopt wat? Het brood. Zodra duidelijk is waarover het gaat, kun je zeggen: Paul l’achète — Paul koopt het. In het Frans heet zo’n vorm een pronom complément d’objet direct, meestal afgekort tot pronom COD.

Dit onderwerp hoort bij A1, omdat de basis overzichtelijk is: kies de juiste vorm en zet die vóór het vervoegde werkwoord. Toch voelt de woordvolgorde voor Nederlandstaligen vaak onwennig. Wij zeggen meestal ‘ik zie hem’, met het voornaamwoord na het werkwoord; het Frans zegt letterlijk eerder ‘ik hem zie’: je le vois. Het Franse le of la kan bovendien zowel naar een persoon als naar een zaak verwijzen.

Om de juiste vorm te kiezen, moet je eerst weten wat het onderwerp is (wie de handeling uitvoert) en wat het lijdend voorwerp is. In Elle invite Marc is elle het onderwerp en Marc het lijdend voorwerp. Vervang je Marc, dan krijg je Elle l’invite. Deze voornaamwoorden zijn niet bedoeld voor een meewerkend voorwerp, vaak herkenbaar aan à: bij Je parle à Luc gebruik je dus niet le, maar later het indirecte voornaamwoord lui.

Hoe het werkt

Stap 1: vind het directe object

Stel na het werkwoord de vraag wie? of wat?, zonder een voorzetsel zoals à of de:

  • Nous regardons le film. — Wij kijken wat? De film.
  • Elle appelle ses parents. — Zij belt wie? Haar ouders.
  • Tu attends Sophie. — Jij wacht op wie? Sophie.

Dat laatste voorbeeld toont waarom je niet blind op het Nederlands kunt vertrouwen. In het Nederlands zeggen we ‘wachten op Sophie’, maar Frans attendre krijgt geen voorzetsel: attendre Sophie. Sophie is dus in de Franse zin een direct object.

Stap 2: kies het voornaamwoord

Betekenis Franse vorm Gebruik
mij me / m’ eerste persoon enkelvoud
jou te / t’ informele tweede persoon enkelvoud
hem, het le / l’ mannelijk enkelvoud
haar, het la / l’ vrouwelijk enkelvoud
ons nous eerste persoon meervoud
u, jullie vous beleefd enkelvoud of meervoud
hen, ze les mannelijk of vrouwelijk meervoud

Bij een zaak volgt de keuze het grammaticale geslacht van het Franse zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip), niet een Nederlandse vertaling. La voiture is vrouwelijk, dus: Je la prends. Le train is mannelijk, dus: Je le prends. In het meervoud verdwijnt dit verschil: zowel les livres als les clés wordt les.

Me, te, nous en vous verwijzen naar de spreker of aangesprokene en veranderen niet volgens geslacht. Il me voit kan dus ‘hij ziet mij’ betekenen, ongeacht wie ‘mij’ is.

Stap 3: zet het vóór het vervoegde werkwoord

De basisvolgorde is:

onderwerp + direct objectvoornaamwoord + werkwoord + rest

  • Je connais Léa.Je la connais.
  • Nous invitons Paul et Léa.Nous les invitons.
  • Il appelle ses amis.Il les appelle.

Ook in een vraag blijft het voornaamwoord dicht vóór het werkwoord: Tu le vois ? of, met inversie, Le vois-tu ? Bij inversie staat het vóór de werkwoordsvorm, terwijl het onderwerp erachter komt.

Verkorting vóór een klinker of stomme h

Me, te, le en la verliezen hun klinker vóór een klinkerklank of een stomme h:

  • *Il **m’*invite. — Hij nodigt me uit.
  • *Je **t’*appelle. — Ik bel je.
  • *Elle **l’*écoute. — Zij luistert naar hem/haar/het.
  • *Nous **l’*habitons depuis juin. — Wij bewonen het sinds juni.

In l’ is niet meer zichtbaar of de oorspronkelijke vorm le of la was. Dat leid je af uit de persoon of het zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst. Nous, vous en les worden niet op deze manier ingekort.

Ontkenningen

Bij een eenvoudige ontkenning staan ne en pas om het groepje van voornaamwoord en vervoegd werkwoord:

onderwerp + ne + objectvoornaamwoord + werkwoord + pas

  • Je ne le connais pas. — Ik ken hem niet.
  • Elle ne nous invite pas. — Zij nodigt ons niet uit.
  • *Tu ne **l’*achètes pas. — Jij koopt het niet.

In alledaagse spreektaal valt ne vaak weg: Je le connais pas. Voor zorgvuldig geschreven Frans leer je eerst de volledige vorm.

Een vervoegd werkwoord met een infinitief

Een infinitief is de onbepaalde vorm van het werkwoord, zoals voir ‘zien’ of acheter ‘kopen’. Als het voornaamwoord het object van die infinitief is, staat het meestal vlak vóór de infinitief:

  • Je vais voir Paul.Je vais le voir.
  • Nous voulons acheter la table.Nous voulons l’acheter.
  • Elle peut aider ses voisins.Elle peut les aider.

Vraag dus bij welk werkwoord het object inhoudelijk hoort. In Je vais le voir wordt de persoon gezien, niet ‘gegaan’. Deze regel is belangrijker dan de vereenvoudigde beginnerszin ‘altijd vóór het vervoegde werkwoord’ doet vermoeden.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
Je t’appelle demain. Ik bel je morgen. te wordt t’ vóór appelle.
Tu le vois ? Zie je hem/het? le vervangt een mannelijk enkelvoud.
Je la connais bien. Ik ken haar goed. la verwijst naar een vrouw.
Il nous invite ce soir. Hij nodigt ons vanavond uit. nous staat vóór invite.
Vous m’entendez ? Hoort u/horen jullie mij? De context bepaalt enkelvoud ‘u’ of meervoud ‘jullie’.
Ces chaussures, je les prends. Deze schoenen neem ik. les vervangt een meervoud.
La porte est ouverte ; ferme-la, s’il te plaît. De deur staat open; doe hem alsjeblieft dicht. In een bevestigend bevel staat la achter het werkwoord.
Je ne l’aime pas. Ik houd niet van hem/haar/het. l’ staat binnen ne … pas.
On va les chercher à la gare. We gaan ze op het station ophalen. Het voornaamwoord hoort bij de infinitief chercher.
Marie peut nous aider. Marie kan ons helpen. nous is direct object van aider.
Le café ? Je le bois sans sucre. De koffie? Ik drink hem zonder suiker. Frans verwijst naar le café met le; Nederlands gebruikt hier vaak ‘die’ of laat herhaling toe.
Tu attends tes collègues ? — Oui, je les attends. Wacht je op je collega’s? — Ja, ik wacht op ze. Frans attendre is direct, ondanks Nederlands ‘op’.

Veelgemaakte fouten

Het voornaamwoord na het werkwoord zetten

  • Fout: Je vois le.
  • Goed: Je le vois.
  • Waarom: In een gewone mededelende zin staat het Franse objectvoornaamwoord vóór de vervoegde werkwoordsvorm. De Nederlandse volgorde ‘ik zie hem’ kun je hier niet overnemen.

Het geslacht van de Nederlandse vertaling volgen

  • Fout: La voiture ? Je le prends.
  • Goed: La voiture ? Je la prends.
  • Waarom: De keuze volgt het Franse woord: voiture is vrouwelijk. Bij le vélo gebruik je juist Je le prends.

Een indirect object behandelen als direct object

  • Fout: Je le téléphone. voor ‘Ik bel hem op.’
  • Goed: Je lui téléphone.
  • Waarom: Het Franse werkwoord is téléphoner à quelqu’un. Door à is de persoon een indirect object. Daartegenover is appeler quelqu’un wel direct: Je l’appelle. Leer daarom het voorzetsel samen met het werkwoord.

Het voornaamwoord vóór het verkeerde werkwoord zetten

  • Fout: Je le vais acheter.
  • Goed: Je vais l’acheter.
  • Waarom: Het object wordt gekocht en hoort dus bij acheter. Daarom staat l’ vóór de infinitief.

De verkorting vergeten

  • Fout: Je le écoute of Il me invite.
  • Goed: Je l’écoute en Il m’invite.
  • Waarom: le, la, me en te worden vóór een klinker of stomme h respectievelijk l’, m’ en t’.

De bevelsvorm als een gewone zin behandelen

  • Fout: Le prends !
  • Goed: Prends-le !
  • Waarom: In een bevestigend bevel komt het voornaamwoord achter het werkwoord, met een koppelteken. Bij een negatief bevel keert de gewone plaats terug: Ne le prends pas !

Gebruiksnotities

Niet elk Nederlands voorzetsel telt in het Frans

Of een object direct is, wordt bepaald door de Franse constructie. Vergelijk:

Franse constructie Nederlandse betekenis Gevolg
écouter quelqu’un naar iemand luisteren direct: Je l’écoute.
regarder quelque chose naar iets kijken direct: Je le regarde.
attendre quelqu’un op iemand wachten direct: Je l’attends.
aider quelqu’un iemand helpen direct: Je l’aide.
parler à quelqu’un met/tegen iemand praten indirect: Je lui parle.
répondre à quelqu’un iemand antwoorden indirect: Je lui réponds.

De veiligste aanpak is een nieuw Frans werkwoord meteen met zijn patroon te leren: attendre quelqu’un, maar répondre à quelqu’un.

Personen en zaken gebruiken dezelfde vormen

Frans maakt in deze reeks geen apart onderscheid tussen ‘hem’ en ‘het’: beide kunnen le zijn. Ook la kan ‘haar’ of een vrouwelijk ‘het/die’ weergeven. Daardoor klinkt een letterlijke Nederlandse vertaling soms onnatuurlijk. Je la ferme over la fenêtre vertaal je eerder als ‘Ik doe het raam dicht’ dan als ‘Ik sluit haar’.

Uitspraak

De slotmedeklinker van les wordt normaal niet uitgesproken voor een werkwoord dat met een medeklinker begint: je les prends. Voor een klinker hoor je doorgaans liaison (een verbindingsklank): je les aime klinkt met een z-klank tussen les en aime. De spelling blijft les.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet volledig te beheersen, maar je komt ze later geregeld tegen.

Bevestigende en ontkennende bevelen

Bij een bevestigende gebiedende wijs (een bevel of verzoek) komt het directe voornaamwoord achter het werkwoord:

  • Regarde-le ! — Kijk ernaar!/Bekijk het!
  • Appelez-nous demain. — Bel ons morgen.
  • Invite-les. — Nodig hen uit.

Er staat een koppelteken tussen werkwoord en voornaamwoord. Me en te worden in zo’n bevestigend bevel doorgaans moi en toi: Écoute-moi en Prépare-toi; dat laatste is wederkerend en valt buiten de kern van dit onderwerp. In een ontkennend bevel staat het voornaamwoord weer vóór het werkwoord: Ne le regarde pas en Ne m’appelle pas.

Voltooid verleden tijd en overeenkomst

In de passé composé (een Franse voltooide verleden tijd) staat het objectvoornaamwoord vóór het hulpwerkwoord: Je l’ai vu — Ik heb hem/het gezien. Het voltooid deelwoord (de werkwoordsvorm zoals vu, ‘gezien’) kan bij avoir overeenkomen met een direct object dat ervoor staat. Dat wordt vooral in geschreven Frans zichtbaar:

  • Paul ? Je l’ai vu. — Paul? Ik heb hem gezien.
  • Léa ? Je l’ai vue. — Léa? Ik heb haar gezien.
  • Les lettres ? Je les ai écrites. — De brieven? Ik heb ze geschreven.

De extra -e of -s is vaak niet hoorbaar, maar wel zichtbaar in de spelling. Dit is geen noodzakelijke A1-regel; onthoud voorlopig vooral de plaats: je l’ai vu, niet j’ai le vu.

Twee voornaamwoorden samen

Later kun je een direct en indirect objectvoornaamwoord combineren: Je te le donne — Ik geef het je; Elle le lui explique — Zij legt het hem/haar uit. Dan gelden vaste volgorderegels, die niet simpelweg de Nederlandse woordvolgorde volgen. Bestudeer die als apart onderwerp; de basisvormen le, la, les blijven dezelfde.

Een hele gedachte vervangen

Le kan soms niet één mannelijk woord, maar een eigenschap of volledige uitspraak vervangen:

  • Tu es prêt ? — Oui, je le suis. — Ben je klaar? — Ja, dat ben ik.
  • Elle viendra, je le pense. — Ze zal komen, denk ik.

Dit onveranderlijke le betekent ongeveer ‘dat/zo’. Ook na Elle est prête ? blijft de onderliggende vorm le; vóór est wordt die verkort: Oui, elle l’est. Dit gebruik is nuttig om te herkennen, maar hoort niet bij de eerste A1-oefeningen met concrete personen en zaken.

Oefentips

  1. Maak telkens een paar van twee zinnen. Schrijf eerst Je regarde le film en vervang daarna het object: Je le regarde. Wissel mannelijk, vrouwelijk en meervoud af.
  2. Markeer drie posities. Onderstreep in elke zin het onderwerp, omcirkel het objectvoornaamwoord en markeer het werkwoord. Oefen daarna dezelfde zin als ontkenning en met een infinitief: Je le voisJe ne le vois pasJe veux le voir.
  3. Leer werkwoorden met hun aansluiting. Maak twee lijstjes: zonder voorzetsel (attendre quelqu’un, écouter quelqu’un) en met à (parler à quelqu’un, téléphoner à quelqu’un). Zo voorkom je dat een Nederlandse voorzetselconstructie je keuze bepaalt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het FransA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronoms COD in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen