A1

Voornaamwoorden voor het lijdend voorwerp in het Italiaans

Pronomi Diretti

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Een Italiaans voornaamwoord voor het lijdend voorwerp vervangt de persoon of zaak die de handeling ondergaat: Compro il libro wordt Lo compro. De vormen mi, ti, lo, la, La, ci, vi, li, le staan normaal vóór een vervoegd werkwoord, maar worden aan een infinitief vastgeschreven: Ti voglio vedere of Voglio vederti.

Overzicht

Het lijdend voorwerp is de persoon of zaak die rechtstreeks door een handeling wordt geraakt: in ‘Giulia koopt de krant’ is ‘de krant’ het lijdend voorwerp. Als al duidelijk is over welke krant het gaat, zeg je in het Nederlands bijvoorbeeld ‘Giulia koopt hem’. Ook het Italiaans kan zo'n zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip) vervangen. Daarvoor dienen de pronomi diretti.

Dit onderwerp hoort bij niveau A1, omdat de vormen voortdurend voorkomen in gewone gesprekken: iemand bellen, iets kopen, mensen ontmoeten of een film bekijken. Het lastigste is meestal niet de betekenis, maar de plaats. In het Nederlands staat ‘hem’, ‘haar’ of ‘het’ doorgaans na de persoonsvorm: ‘Ik zie haar.’ In het Italiaans komt het korte voornaamwoord meestal ervóór: La vedo. Die Nederlandse woordvolgorde letterlijk overnemen levert dus snel fouten op.

De vormen lo, la, li en le laten bovendien geslacht en getal zien. Je kiest ze op basis van het woord dat wordt vervangen, niet op basis van de bezitter of de spreker. Daardoor moet je bij zaken vaak aan het Italiaanse woord denken: il telefono wordt lo, maar la chiave wordt la.

Hoe het werkt

De basisvormen

Betekenis Enkelvoud Meervoud
mij / ons mi ci
jou / jullie ti vi
hem, haar, het / hen, ze lo, la li, le
u, beleefd La gewoonlijk vi

De keuze is als volgt:

  • mi vervangt ‘mij’: Mi senti? — Hoor je mij?
  • ti vervangt informeel ‘jou’: Ti chiamo domani. — Ik bel je morgen.
  • lo vervangt één mannelijke persoon of één mannelijk woord: Conosci Paolo? Sì, lo conosco.; Compri il pane? Sì, lo compro.
  • la vervangt één vrouwelijke persoon of één vrouwelijk woord: Vedi Anna? Sì, la vedo.; Prendi la borsa? Sì, la prendo.
  • La betekent beleefd ‘u’, voor een man én een vrouw: La richiamo nel pomeriggio. — Ik bel u vanmiddag terug.
  • ci en vi betekenen hier ‘ons’ en ‘jullie’: Ci aspettano; Vi accompagno.
  • li vervangt meerdere mannelijke personen of zaken, en ook een gemengde groep: I documenti? Li porto io.
  • le vervangt meerdere vrouwelijke personen of zaken: Le ragazze? Le vedo domani.

Bij lo, la, li, le volgt het voornaamwoord dus het grammaticale geslacht (de Italiaanse indeling in mannelijk en vrouwelijk) en het getal van het vervangen woord. Het Nederlandse ‘het’ helpt daarbij niet altijd. Zowel il libro als la lettera kan in het Nederlands met ‘het’ worden hervat, maar in het Italiaans zijn dat respectievelijk lo en la.

Vóór een vervoegd werkwoord

Een vervoegd werkwoord is een werkwoordsvorm die bij een persoon en tijd hoort, zoals vedo, compriamo of chiamerò. Het voornaamwoord staat ervoor:

onderwerp + voornaamwoord + vervoegd werkwoord

  • Marco la vede ogni giorno. — Marco ziet haar elke dag.
  • Li compriamo online. — We kopen ze online.
  • Ti chiamerò stasera. — Ik zal je vanavond bellen.

In een ontkenning staat non nog vóór het voornaamwoord:

non + voornaamwoord + vervoegd werkwoord

  • Non lo so. — Ik weet het niet.
  • Non vi disturbo. — Ik stoor jullie niet.

Ook als de werkwoordstijd uit meer dan één woord bestaat, staat het voornaamwoord vóór de vervoegde hulpwerkwoordsvorm: L'ho vista, niet Ho la vista. Meer over de overeenkomst van vista volgt bij het gevorderde gebruik.

Vast aan een infinitief

Een infinitief is de onbepaalde vorm van het werkwoord, zoals vedere ‘zien’, comprare ‘kopen’ of chiamare ‘bellen’. Bij zo'n vorm valt de laatste -e weg en wordt het voornaamwoord eraan vastgeschreven:

  • vedere + tivederti
  • comprare + locomprarlo
  • invitare + leinvitarle

Na werkwoorden als volere ‘willen’, potere ‘kunnen’ en dovere ‘moeten’ zijn vaak twee plaatsen mogelijk. De betekenis blijft in eenvoudige zinnen gelijk:

  • Lo voglio comprare.
  • Voglio comprarlo.

Beide betekenen ‘Ik wil het kopen.’ Schrijf de aangehechte vorm altijd als één woord; comprare lo is niet correct.

Eerst bepalen of het echt rechtstreeks is

Vraag bij het werkwoord: wie of wat wordt rechtstreeks gezien, gebeld, gekocht of verwacht? In Aspetto Marta is Marta rechtstreeks het voorwerp, dus La aspetto. Een voorzetsel als a kan aangeven dat je juist een meewerkend voorwerp hebt (aan of voor wie iets gebeurt). Dan heb je een andere reeks voornaamwoorden nodig.

Dat onderscheid loopt niet altijd gelijk met het Nederlands. Italiaans zegt bijvoorbeeld ascoltare qualcuno zonder voorzetsel: ‘naar iemand luisteren’ wordt ascoltarlo of ascoltarla. Maar telefonare a qualcuno bevat a: ‘hem bellen’ is dan telefonargli, niet telefonarlo. Leer daarom een werkwoord liefst meteen met zijn vaste constructie.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Ti chiamo domani. Ik bel je morgen. ti staat vóór chiamo.
Lo compro dopo il lavoro. Ik koop het na het werk. lo kan bijvoorbeeld il regalo vervangen.
La vedo spesso al mercato. Ik zie haar vaak op de markt. la vervangt één vrouwelijke persoon.
Ci aspettano davanti al cinema. Ze wachten voor de bioscoop op ons. ci betekent hier ‘ons’.
Vi accompagno alla stazione. Ik breng jullie naar het station. vi is meervoudig ‘jullie’.
I biglietti? Li prendo online. De kaartjes? Ik koop ze online. biglietti is mannelijk meervoud.
Le chiavi? Le lascio sul tavolo. De sleutels? Ik laat ze op tafel liggen. chiavi is vrouwelijk meervoud.
Signora Bianchi, La richiamo alle tre. Mevrouw Bianchi, ik bel u om drie uur terug. La is beleefd enkelvoud.
Non lo capisco. Ik begrijp het niet. In een ontkenning komt non eerst.
Voglio vederti questo fine settimana. Ik wil je dit weekend zien. Aan vedere vast: vederti.
Possiamo invitarli a cena. We kunnen hen voor het eten uitnodigen. invitare verliest de laatste -e.
Questa torta è ottima: la assaggio subito. Deze taart is heerlijk: ik proef hem meteen. De Nederlandse vertaling gebruikt ‘hem’, maar torta is vrouwelijk.

Veelgemaakte fouten

Het voornaamwoord na de persoonsvorm zetten

  • Onjuist: Vedo la ogni giorno.
  • Juist: La vedo ogni giorno.
  • Waarom: anders dan Nederlands ‘ik zie haar’ zet het Italiaans een kort lijdendvoorwerpsvoornaamwoord vóór het vervoegde werkwoord.

Het geslacht van het Nederlandse verwijswoord volgen

  • Onjuist: Dov'è la macchina? Non lo vedo.
  • Juist: Dov'è la macchina? Non la vedo.
  • Waarom: la verwijst naar het vrouwelijke Italiaanse woord la macchina. Kijk dus niet naar ‘hem’, ‘haar’ of ‘het’ in de Nederlandse vertaling, maar naar het Italiaanse zelfstandig naamwoord.

De laatste -e van de infinitief laten staan

  • Onjuist: Voglio vedere ti. / Voglio vedereti.
  • Juist: Voglio vederti.
  • Waarom: vóór het aangehechte voornaamwoord verliest vedere zijn laatste -e. De twee delen vormen samen één woord.

Een meewerkend voorwerp als lijdend voorwerp behandelen

  • Onjuist: Lo telefono stasera.
  • Juist: Gli telefono stasera.
  • Waarom: telefonare wordt met a geconstrueerd: telefonare a lui. Daarom is hier een voornaamwoord voor het meewerkend voorwerp nodig. Vergelijk Lo chiamo stasera: chiamare qualcuno is wél rechtstreeks.

Li en le verkorten vóór een klinker

  • Onjuist: L'ho comprati ieri als je meerdere mannelijke voorwerpen bedoelt.
  • Juist: Li ho comprati ieri.
  • Waarom: lo en la worden vóór ho, hai, ha, hanno vaak l', maar de meervoudsvormen li en le blijven volledig staan.

Gebruiksnotities

La met een hoofdletter is een traditionele, duidelijke schrijfwijze voor beleefd ‘u’, vooral in correspondentie en verzorgde teksten: La ringrazio of La contatto domani. In hedendaagse teksten komt ook een kleine letter voor. Voor een beginner is de hoofdletter nuttig, omdat daarmee het verschil met la ‘haar/het’ zichtbaar blijft. De werkwoordsvorm staat bij beleefd La in de derde persoon enkelvoud: La vedo, La richiamo.

Let erop dat dezelfde vorm meer functies kan hebben. ci betekent in dit artikel ‘ons’, maar kan later ook ‘daar’ betekenen: Ci vedono is ‘Ze zien ons’, terwijl Ci vado ‘Ik ga erheen’ betekent. Ook le kan zonder context dubbelzinnig zijn: als rechtstreeks voornaamwoord betekent het ‘hen/ze’ voor een vrouwelijke meervoudsgroep; als ander type voornaamwoord kan het ‘aan haar’ betekenen. Het werkwoord en de context lossen die dubbelzinnigheid meestal op.

Een expliciet zelfstandig naamwoord en het korte voornaamwoord staan in neutrale basiszinnen normaal niet samen: zeg Vedo Maria of La vedo. In spontane gesprekken hoor je wel Maria, la vedo domani. Dat is geen willekeurige herhaling: Maria wordt als gespreksonderwerp vooropgezet en la neemt haar plaats in de zin over. Deze zinsbouw hoort bij gevorderder Italiaans.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze al vroeg tegenkomen.

Overeenkomst in samengestelde verleden tijden

Bij een samengestelde verleden tijd staat een voltooid deelwoord (de werkwoordsvorm zoals visto ‘gezien’ of comprato ‘gekocht’). Als lo, la, li of le vóór zo'n vorm staat, krijgt het voltooid deelwoord de vorm die past bij het geslacht en getal van het voorwerp:

Voorwerp Zin Betekenis
il film L'ho visto. Ik heb hem gezien.
Maria L'ho vista. Ik heb haar gezien.
i documenti Li ho firmati. Ik heb ze ondertekend.
le lettere Le ho spedite. Ik heb ze verstuurd.

Bij lo en la ontstaat vóór ho, hai, ha, hanno meestal l'. Aan visto/vista kun je dan alsnog horen of zien waarnaar het voornaamwoord verwijst. Bij li en le is er geen weglating.

Gebiedende wijs en andere aangehechte vormen

Bij een bevestigend informeel bevel komt het voornaamwoord achter het werkwoord en wordt het vastgeschreven: Chiamami! ‘Bel me!’, Prendilo! ‘Pak het!’ en Aspettateci! ‘Wacht op ons!’. Bij de ontkennende tu-vorm zijn Non chiamarmi! en Non mi chiamare! beide mogelijk.

Ook aan een gerundium (een vorm op -ando of -endo die een gelijktijdige handeling kan uitdrukken) wordt het voornaamwoord vastgeschreven: Vedendola, ho sorriso — ‘Toen ik haar zag, glimlachte ik.’ Dit is geen beginnersregel die je meteen hoeft te oefenen, maar het volgt hetzelfde patroon als vederla.

Lo, la of ne?

Een bepaald, volledig genoemd voorwerp wordt door lo, la, li of le vervangen: Compro il paneLo compro. Gaat het om een onbepaalde hoeveelheid of ‘ervan’, dan gebruikt het Italiaans vaak ne: Compro del paneNe compro. Het Nederlandse ‘ervan’ of ‘wat’ maakt dit verschil soms duidelijker dan ‘het’. Ne is een apart A2-onderwerp.

Twee voornaamwoorden samen

Later kun je een rechtstreeks en een meewerkend voornaamwoord combineren: Me lo dai? — ‘Geef je het aan mij?’ en Gliela porto — ‘Ik breng die aan hem of haar.’ De vormen veranderen dan (mi wordt bijvoorbeeld me). Probeer zulke combinaties niet uit de A1-tabel te raden; ze vormen een eigen systeem.

Oefentips

  1. Vervang één woord per keer. Schrijf vijf paren zoals Compro la rivistaLa compro en Invito Marco e LucaLi invito. Benoem steeds eerst geslacht en getal.
  2. Oefen de plaats in drie patronen. Maak met hetzelfde voorwerp een gewone zin, een ontkenning en een zin met een infinitief: Lo vedo, Non lo vedo, Voglio vederlo. Zo wordt de woordvolgorde automatisch.
  3. Luister naar vaste combinaties. Noteer korte veelvoorkomende stukken als non lo so, ti chiamo, ci vediamo en La ringrazio. Controleer bij ci wel uit de context of het echt ‘ons’ betekent.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronomi Diretti in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen