A1

Directe objectvoornaamwoorden in het Spaans

Pronombres de Objeto Directo

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een Spaans direct objectvoornaamwoord vervangt het lijdend voorwerp: Compro el libro wordt Lo compro (‘Ik koop het’). Meestal staat me, te, lo, la, nos, os, los of las vóór een vervoegd werkwoord; bij een infinitief, gerundium of bevestigende gebiedende wijs kan of moet het aan het werkwoord vast.

Overzicht

Het lijdend voorwerp is de persoon of zaak die de handeling rechtstreeks ondergaat. In Veo la película (‘Ik zie de film’) is la película het lijdend voorwerp. Als al duidelijk is over welke film het gaat, hoef je die woorden niet te herhalen: La veo (‘Ik zie hem’). Het woordje la is dan een direct objectvoornaamwoord.

Deze voornaamwoorden kom je al op A1-niveau voortdurend tegen. Ze maken zinnen korter en natuurlijker: Te llamo mañana (‘Ik bel je morgen’), Lo compro (‘Ik koop het’) en La veo a menudo (‘Ik zie haar vaak’). Anders dan in het Nederlands staat het voornaamwoord in een gewone Spaanse mededelende zin doorgaans vóór het vervoegde werkwoord. Een Nederlandse woordvolgorde als ‘ik zie hem’ mag je dus niet woord voor woord overnemen.

De beginnersregel is overzichtelijk: bepaal eerst wie of wat de handeling ondergaat, kies daarna het juiste voornaamwoord en zet dat vóór het vervoegde werkwoord. Verderop komen constructies met infinitieven, gerundia en bevelen aan bod. Die plaatsingsregels zijn belangrijk, maar je kunt eerst de basiszinnen oefenen.

Hoe het werkt

De vormen

Persoon en getal Voornaamwoord Gebruikelijke Nederlandse weergave Voorbeeld
eerste persoon enkelvoud me mij, me ¿Me ves? — Zie je mij?
tweede persoon enkelvoud, informeel te jou, je Te llamo. — Ik bel je.
derde persoon enkelvoud, mannelijk lo hem, het Lo conozco. — Ik ken hem.
derde persoon enkelvoud, vrouwelijk la haar, die/het La compro. — Ik koop die/het.
eerste persoon meervoud nos ons Nos esperan. — Ze wachten op ons.
tweede persoon meervoud, informeel os jullie Os invito. — Ik nodig jullie uit.
derde persoon meervoud, mannelijk of gemengd los hen, ze Los necesito. — Ik heb ze nodig.
derde persoon meervoud, vrouwelijk las hen, ze Las veo. — Ik zie ze.

Lo, la, los en las passen zich aan het grammaticale geslacht en getal van het vervangen zelfstandig naamwoord aan. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, zaak of begrip. Daarom wordt el libro vervangen door lo, la llave door la, los libros door los en las llaves door las:

  • ¿Tienes el libro? — Sí, lo tengo. — Heb je het boek? — Ja, ik heb het.
  • ¿Tienes la llave? — Sí, la tengo. — Heb je de sleutel? — Ja, ik heb hem.

Hier zie je een belangrijk verschil met het Nederlands. Het Nederlandse voornaamwoord volgt niet altijd het grammaticale geslacht van het Spaanse woord. La llave is vrouwelijk en wordt dus la, ook al zeggen we in het Nederlands vaak ‘hem’ voor ‘de sleutel’. Kies de Spaanse vorm op basis van het Spaanse woord, niet op basis van de Nederlandse vertaling.

Me, te, nos en os maken geen onderscheid naar geslacht. Ana me ve en Carlos me ve bevatten allebei me. Os hoort vooral bij informeel meervoudig vosotros/vosotras in Spanje. In het grootste deel van Latijns-Amerika gebruikt men ustedes voor ‘jullie’; als lijdend voorwerp horen daarbij doorgaans los of las, afhankelijk van de aangesproken groep.

Eerst het lijdend voorwerp herkennen

Zoek het werkwoord en vraag vervolgens: wie of wat ondergaat deze handeling rechtstreeks?

  • Marta compra el pan. Wat koopt Marta? El panMarta lo compra.
  • Veo a Lucía. Wie zie ik? LucíaLa veo.
  • El profesor escucha a los estudiantes. Wie beluistert de docent? Los estudiantesEl profesor los escucha.

Bij een specifieke persoon staat in het Spaans vaak de zogenoemde persoonlijke a: Veo a Lucía. Die a maakt Lucía niet tot meewerkend voorwerp. De persoon ondergaat nog steeds rechtstreeks het zien, dus het vervangende voornaamwoord is la, niet le. Dit is een veelvoorkomende valkuil.

Vóór een vervoegd werkwoord

In een gewone mededeling, vraag of ontkenning staat het voornaamwoord vóór het vervoegde werkwoord. Een vervoegd werkwoord is de vorm die bij het onderwerp en de tijd past, zoals compro, ves of llamamos.

  • (Yo) lo compro. — Ik koop het.
  • ¿La conoces? — Ken je haar?
  • No los encuentro. — Ik kan ze niet vinden.
  • Siempre nos ayuda. — Hij/zij helpt ons altijd.

Het ontkennende no komt vóór het voornaamwoord: No lo sé, niet Lo no sé. Een onderwerp zoals yo of ella kan ervoor staan, maar wordt in het Spaans vaak weggelaten: Yo la veo en La veo zijn beide mogelijk.

Bij een infinitief

Een infinitief is de onverbogen vorm op -ar, -er of -ir, zoals comprar, ver en abrir. Staat er een vervoegd werkwoord plus infinitief, dan zijn meestal twee plaatsen mogelijk:

  • vóór het vervoegde werkwoord: Lo quiero comprar.
  • vast aan de infinitief: Quiero comprar*lo.*

Beide betekenen ‘Ik wil het kopen’. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld na poder, deber, ir a en andere werkwoorden die nauw met een infinitief verbonden zijn:

  • No la puedo abrir. / No puedo abrir*la.* — Ik kan hem niet openen.
  • Los vamos a visitar. / Vamos a visitar*los.* — We gaan hen bezoeken.

Zet het voornaamwoord niet los achter de infinitief: quiero ver lo is fout. Schrijf quiero verlo.

Bij een gerundium

Het gerundium is de vorm op -ando of -iendo waarmee een handeling in uitvoering kan worden uitgedrukt, bijvoorbeeld hablando of comiendo. Bij een constructie met estar zijn opnieuw twee plaatsen mogelijk:

  • La estoy buscando.
  • Estoy buscándo*la.*

Beide betekenen ‘Ik ben haar/hem aan het zoeken’. Bij vasthechting kan een geschreven accent nodig zijn om de oorspronkelijke klemtoon te bewaren: buscándola, mirándolos, leyéndolo.

Bij de gebiedende wijs

Bij een bevestigend bevel wordt het voornaamwoord aan de werkwoordsvorm vastgeschreven:

  • Compra el libro.Cómpralo. — Koop het.
  • Escucha a Marta.Escúchala. — Luister naar haar.
  • Llamadnos mañana. — Bel ons morgen.

Door de toevoeging kan een accentteken nodig worden. Bij een ontkennend bevel staat het voornaamwoord juist vóór het werkwoord:

  • No lo compres. — Koop het niet.
  • No la escuches. — Luister niet naar haar.
  • No nos llaméis hoy. — Bel ons vandaag niet.

Onthoud dus: bevestigend bevel = vast erachter; ontkennend bevel = los ervoor.

Samengestelde tijden

Bij een tijd met haber en een voltooid deelwoord staat het voornaamwoord vóór de vervoegde vorm van haber. Een voltooid deelwoord is hier de werkwoordsvorm zoals visto of comprado.

  • He visto la película.La he visto. — Ik heb hem gezien.
  • No hemos comprado los billetes.No los hemos comprado. — We hebben ze niet gekocht.

Je schrijft niet he vístola en ook niet he la visto. Het deelwoord verandert bovendien niet mee met lo/la/los/las: Las he visto, niet Las he vistas.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
Te llamo mañana. Ik bel je morgen. Te staat vóór het vervoegde werkwoord.
¿Dónde está mi móvil? No lo encuentro. Waar is mijn mobiel? Ik kan hem niet vinden. Lo vervangt het mannelijke móvil.
La veo a menudo en el tren. Ik zie haar vaak in de trein. La verwijst naar een vrouw.
Estas fotos son bonitas; las guardo. Deze foto's zijn mooi; ik bewaar ze. Las vervangt het vrouwelijke meervoud fotos.
¿Conoces a Pablo? Sí, lo conozco. Ken je Pablo? Ja, ik ken hem. De persoonlijke a leidt hier niet tot le.
Nuestros amigos nos esperan fuera. Onze vrienden wachten buiten op ons. Nos betekent ‘ons’.
Chicos, os invito a cenar. Jongens, ik nodig jullie uit om te eten. Os is informeel meervoud in Spanje.
Quiero verlo antes de comprarlo. Ik wil het zien voordat ik het koop. Beide voornaamwoorden zitten aan een infinitief vast.
¿Puedes abrirla? Kun je hem openen? La kan bijvoorbeeld naar la ventana verwijzen.
Lo estamos preparando. We zijn het aan het voorbereiden. Het voornaamwoord staat vóór estamos.
Estoy preparándolo. Ik ben het aan het voorbereiden. Dezelfde betekenis, nu vast aan het gerundium.
Cómpralos hoy. Koop ze vandaag. Bij een bevestigend bevel komt los erachter.
No las compres todavía. Koop ze nog niet. Bij een ontkennend bevel staat las ervoor.
¿Has visto las llaves? No, no las he visto. Heb je de sleutels gezien? Nee, ik heb ze niet gezien. Las staat vóór het hulpwerkwoord he.

Veelgemaakte fouten

Nederlandse woordvolgorde gebruiken

  • Fout: Veo lo cada día.
  • Goed: Lo veo cada día.
  • Waarom: vóór één vervoegd werkwoord staat het Spaanse objectvoornaamwoord ervoor. Het Nederlandse ‘ik zie het’ heeft hier dus een andere volgorde.

Het geslacht uit de Nederlandse vertaling halen

  • Fout: ¿Dónde está la llave? No lo encuentro.
  • Goed: ¿Dónde está la llave? No la encuentro.
  • Waarom: llave is in het Spaans vrouwelijk. De keuze voor la hangt af van het Spaanse zelfstandig naamwoord, niet van Nederlands ‘de sleutel’ of ‘hem’.

Le kiezen vanwege de persoonlijke a

  • Fout: Veo a Ana. Le veo todos los días.
  • Goed: Veo a Ana. La veo todos los días.
  • Waarom: a Ana is het rechtstreekse doel van ver. De persoonlijke a verandert een lijdend voorwerp niet in een meewerkend voorwerp. In sommige regio's komt le bij mannelijke personen wel voor; dat is een latere nuance, geen goede basisregel voor Ana.

Het voornaamwoord los achter een infinitief zetten

  • Fout: Quiero ver lo.
  • Goed: Quiero verlo of Lo quiero ver.
  • Waarom: bij een infinitief wordt het voornaamwoord eraan vastgeschreven, of het verhuist vóór het vervoegde werkwoord.

De regel voor bevelen omdraaien

  • Fout: Lo compra als bevel; No cómpralo.
  • Goed: Cómpralo; No lo compres.
  • Waarom: een bevestigend bevel krijgt het voornaamwoord erachter, een ontkennend bevel ervoor. Let ook op het accent in cómpralo.

Het voltooid deelwoord laten overeenkomen

  • Fout: Las he vistas.
  • Goed: Las he visto.
  • Waarom: in de gewone Spaanse voltooide tijd met haber blijft het voltooid deelwoord onveranderd.

Gebruiksnotities

Voor personen hangen lo/la/los/las samen met geslacht en getal: Lo veo voor een man, La veo voor een vrouw. Bij beleefd usted/ustedes gelden dezelfde vormen wanneer de aangesprokene lijdend voorwerp is: Señora, la llamo mañana en Señores, los acompaño a la salida. Het beleefde onderwerp usted leidt dus niet automatisch tot le.

In Spanje is os heel gewoon tegenover meerdere mensen die je informeel aanspreekt: Os veo mañana. In Latijns-Amerika wordt vosotros nauwelijks gebruikt en hoor je voor een groep eerder Los veo mañana of Las veo mañana. Bij een gemengde groep is traditioneel los gebruikelijk.

Niet elk Nederlands werkwoord heeft precies dezelfde zinsbouw in het Spaans. Leer daarom veelvoorkomende werkwoorden met een volledige voorbeeldzin. Bij buscar (‘zoeken naar’) staat bijvoorbeeld geen voorzetsel vóór een zaak: Busco las gafas → Las busco. Bij escuchar a una persona is de a persoonlijk, maar blijft de persoon het lijdend voorwerp: La escucho.

Een voornaamwoord is vooral natuurlijk wanneer de gesprekspartner al weet waarnaar het verwijst. Zonder context kan Lo compro onduidelijk zijn: wat koop je? Noem het zelfstandig naamwoord eerst of zorg dat het onderwerp van gesprek duidelijk is.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Neutraal lo

Lo kan niet alleen een mannelijk zelfstandig naamwoord vervangen, maar ook een hele gedachte, uitspraak of eigenschap. Dit heet neutraal lo: het verwijst niet naar een mannelijk ding, maar naar ‘dat’ of ‘het’ in algemene zin.

  • No lo sé. — Ik weet het niet.
  • Dice que viene, pero no lo creo. — Hij/zij zegt te komen, maar ik geloof het niet.
  • Es difícil, pero no lo parece. — Het is moeilijk, maar zo lijkt het niet.

Dit neutrale lo heeft geen vrouwelijke of meervoudige variant. In No lo entiendo kan lo dus naar een hele uitleg of situatie verwijzen.

Vooropplaatsing en herhaling

Als het lijdend voorwerp nadrukkelijk vóór de zin wordt gezet, wordt het in het Spaans vaak met een voornaamwoord in de zin herhaald:

  • Este libro, ya lo he leído. — Dit boek heb ik al gelezen.
  • A Marta la veo mañana. — Marta zie ik morgen.

Dit heet clitische verdubbeling: het vooropgeplaatste zinsdeel en het korte voornaamwoord verwijzen naar hetzelfde. Voor een beginner is de veiligste keuze de neutrale volgorde Ya he leído este libro of alleen het voornaamwoord Ya lo he leído.

Leísmo en regionale variatie

In delen van Spanje hoor je le waar de basisregel lo voorspelt, vooral voor één man: A Juan le veo a menudo. Dit verschijnsel heet leísmo. De norm aanvaardt bepaalde vormen van persoonsgebonden mannelijk enkelvoudig leísmo, maar het gebruik verschilt sterk per regio. Voor een internationaal bruikbare basis houd je aan: Veo a Juan → Lo veo en Veo a Ana → La veo. Verwar herkenning van regionale variatie niet met de algemene keuze tussen direct lo/la en indirect le.

Twee objectvoornaamwoorden

Wanneer een zin zowel een meewerkend voorwerp (de ontvanger of belanghebbende) als een lijdend voorwerp heeft, komen twee voornaamwoorden samen: Te lo doy (‘Ik geef het aan je’) en Se la envío (‘Ik stuur hem/haar die’). De volgorde en de verandering van le/les in se horen bij dubbele objectvoornaamwoorden. Oefen eerst één direct objectvoornaamwoord tegelijk.

Oefentips

  1. Werk in paren. Schrijf vijf zinnen met een zelfstandig naamwoord en vervang dat daarna: Compro la revista → La compro. Zeg hardop waarom je lo, la, los of las kiest.
  2. Oefen plaatsing als vast patroon. Maak van één zin vier varianten: Lo compro, Quiero comprarlo, Estoy comprándolo, Cómpralo. Voeg daarna de ontkenning toe: No lo compro en No lo compres.
  3. Denk vanuit het Spaanse woord. Noteer bij nieuwe zelfstandige naamwoorden meteen het lidwoord: el billete → lo, la entrada → la. Zo voorkom je dat het Nederlandse grammaticale gevoel de keuze overneemt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het SpaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronombres de Objeto Directo in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen