A1

Mucho, poco en muy in het Spaans

Mucho, Poco y Muy

languages.seo.contextNote

Overzicht

Mucho, poco en muy zijn drie veelgebruikte hoeveelheidswoorden die beginners snel moeten leren. Het lastige: mucho en poco stemmen overeen met het zelfstandig naamwoord (geslacht en getal), maar zijn onveranderlijk als bijwoord vóór een bijvoeglijk naamwoord. Muy is altijd onveranderlijk.

Hoe het werkt

Mucho en poco als bijvoeglijk naamwoord (bij een zelfstandig naamwoord)

Mannelijk enk. Vrouwelijk enk. Mannelijk mv. Vrouwelijk mv.
veel mucho mucha muchos muchas
weinig poco poca pocos pocas

Mucho, poco en muy als bijwoord (bij een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord)

Gebruik Spaans Vertaling
mucho + werkwoord Trabaja mucho. Hij werkt veel.
poco + werkwoord Come poco. Hij eet weinig.
muy + bijvoeglijk naamwoord Es muy interesante. Het is heel interessant.
mucho + bijvoeglijk naamwoord (fout: gebruik muy)

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Opmerking
Tengo mucho tiempo. Ik heb veel tijd. mannelijk enkelvoud
Bebo mucha agua. Ik drink veel water. vrouwelijk enkelvoud
Hay muchos libros. Er zijn veel boeken. mannelijk meervoud
Tiene pocas amigas. Ze heeft weinig vriendinnen. vrouwelijk meervoud
Trabaja mucho. Hij/zij werkt veel. bijwoord bij werkwoord
Come poco. Hij/zij eet weinig. bijwoord bij werkwoord
Es muy fácil. Het is heel makkelijk. muy + bijvoeglijk naamwoord
Está muy cansado. Hij is heel moe. muy + bijvoeglijk naamwoord

Veelgemaakte fouten

muy gebruiken bij een werkwoord

  • Fout: Trabaja muy.
  • Correct: Trabaja mucho.
  • Waarom: muy staat vóór bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden, niet vóór werkwoorden.

mucho gebruiken vóór een bijvoeglijk naamwoord

  • Fout: Es mucho interesante.
  • Correct: Es muy interesante.
  • Waarom: Vóór een bijvoeglijk naamwoord gebruik je muy, niet mucho.

mucho niet aanpassen bij een zelfstandig naamwoord

  • Fout: Hay mucho personas.
  • Correct: Hay muchas personas.
  • Waarom: personas is vrouwelijk meervoud, dus muchas.

Oefentips

  • Stel jezelf de vraag. Staat het woord bij een zelfstandig naamwoord? Dan mucho/a/os/as. Bij een bijvoeglijk naamwoord? Dan muy. Bij een werkwoord? Dan mucho (onveranderlijk).
  • Oefen met tegenstellingen. mucho vs. poco, muy fácil vs. muy difícil.

Verwante concepten

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.practiceConceptButton