A1

Molto, troppo, poco en tanto in het Italiaans

Molto, Troppo e Poco

languages.seo.contextNote

In het kort

Voor een zelfstandig naamwoord veranderen molto, troppo, poco en tanto mee met geslacht en getal: molti amici, poca acqua. Zeggen ze iets over een handeling of eigenschap, dan zijn het bijwoorden en blijven ze onveranderd: Lavoro molto, È molto bella, Mangi troppo.

Overzicht

Met molto, troppo, poco en tanto druk je een hoeveelheid of intensiteit uit. Je zegt ermee dat je veel tijd hebt, weinig slaapt, iets heel mooi vindt of ergens te veel voor betaalt. Daarom kom je deze woorden al op A1-niveau voortdurend tegen.

De betekenissen zijn voor Nederlandstaligen vrij herkenbaar. De grammatica werkt alleen anders. Het Nederlandse veel verandert niet in “vele” omdat het volgende woord vrouwelijk of meervoudig is: veel tijd, veel vragen, ik reis veel. In het Italiaans moet je eerst bepalen bij welk soort woord de hoeveelheid hoort.

Hoort het hoeveelheidswoord bij een zelfstandig naamwoord (een woord voor een mens, dier, ding of begrip, zoals amico, casa of tempo)? Dan werkt het als een bijvoeglijk woord en past de uitgang zich aan. Hoort het bij een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord? Dan is het een bijwoord (een woord dat zegt hoe, hoe sterk of hoeveel iets gebeurt) en heeft het maar één vorm.

Hoe het werkt

Betekenis van de vier woorden

Woord Gewone betekenis Voorbeeld
molto veel; heel, erg molto tempo, molto utile
troppo te veel; te troppi errori, troppo caro
poco weinig; niet erg poca luce, poco chiaro
tanto veel, zoveel; erg tante persone, studiare tanto

Molto is meestal het neutrale woord voor “veel” of “heel”. Troppo geeft aan dat een grens wordt overschreden: troppo caro betekent “te duur”, niet alleen “erg duur”. Poco geeft een kleine hoeveelheid of lage intensiteit aan. Tanto overlapt met molto, maar kan meer nadruk leggen op de grote hoeveelheid: Abbiamo tanto da fare (“We hebben zoveel te doen”). Welke vertaling het natuurlijkst is, hangt dus van de zin af.

Bij een zelfstandig naamwoord: vier vormen

Als de woorden rechtstreeks een hoeveelheid van een zelfstandig naamwoord aangeven, stemmen ze ermee overeen. Overeenkomst betekent hier dat de uitgang past bij mannelijk of vrouwelijk én bij enkelvoud of meervoud.

Mannelijk enkelvoud Vrouwelijk enkelvoud Mannelijk meervoud Vrouwelijk meervoud
molto molto tempo molta pazienza molti amici molte domande
troppo troppo rumore troppa fretta troppi problemi troppe persone
poco poco pane poca acqua pochi minuti poche parole
tanto tanto lavoro tanta fame tanti libri tante cose

Het patroon is regelmatig:

  • -o: mannelijk enkelvoud;
  • -a: vrouwelijk enkelvoud;
  • -i: mannelijk meervoud;
  • -e: vrouwelijk meervoud.

Kijk naar het Italiaanse woord, niet naar het Nederlandse taalgevoel. Acqua is vrouwelijk enkelvoud, dus je zegt molta acqua en poca acqua. Problema eindigt wel op -a, maar is mannelijk; daarom krijg je in het meervoud molti problemi en troppi problemi. Het zelfstandig naamwoord bepaalt de vorm.

Bij niet-telbare stoffen en begrippen staat gewoonlijk het enkelvoud: molto latte, poco zucchero, troppa pazienza. Afzonderlijke personen en voorwerpen staan vaak in het meervoud: molti turisti, poche sedie, tante fotografie. Let vooral op soldi: Italiaans behandelt “geld” in de gewone uitdrukking als mannelijk meervoud, dus molti soldi en pochi soldi.

Een lidwoord is normaal niet nodig in een algemene, onbepaalde hoeveelheid: Ho molti libri (“Ik heb veel boeken”), niet Ho dei molti libri. Een bepaald lidwoord kan wel voorkomen als de groep nader wordt bepaald: i molti libri che ha scritto (“de vele boeken die hij heeft geschreven”). Dat is geen basispatroon dat je op A1 al actief hoeft te gebruiken.

Als bijwoord: altijd dezelfde vorm

Bij een werkwoord vertelt het woord hoeveel of in welke mate de handeling plaatsvindt. Bij een bijvoeglijk naamwoord vertelt het hoe sterk een eigenschap is. In beide gevallen blijft de vorm op -o staan, ongeacht wie of wat het onderwerp is.

Wat wordt bepaald? Italiaans Nederlands
werkwoord Giulia lavora molto. Giulia werkt veel.
werkwoord I bambini dormono poco. De kinderen slapen weinig.
werkwoord Mangi troppo. Je eet te veel.
bijvoeglijk naamwoord La stanza è molto piccola. De kamer is heel klein.
bijvoeglijk naamwoord Le scarpe sono troppo care. De schoenen zijn te duur.
ander bijwoord Parla molto lentamente. Hij/zij praat erg langzaam.

In Le scarpe sono troppo care krijgt care een vrouwelijke meervoudsvorm omdat het bij scarpe hoort. Troppo versterkt alleen care en blijft onveranderd. Daarom zijn vormen als troppe care of molte belle fout als je “te duur” of “heel mooi” bedoelt.

Bij een vervoegd werkwoord staat het bijwoord vaak erna: Viaggio molto, Parlate troppo, Dormiamo poco. Voor een eigenschap of een ander bijwoord staat het ervoor: molto interessante, troppo presto, poco bene. Bij samengestelde werkwoordstijden staat het doorgaans na het voltooid deelwoord (de werkwoordsvorm in bijvoorbeeld “heeft gewerkt”): Ho lavorato molto.

Een praktische keuzetest

Zoek eerst het woord waarop de hoeveelheid betrekking heeft:

  1. Een zelfstandig naamwoord? Kies -o, -a, -i of -e: tante occasioni.
  2. Een werkwoord? Gebruik de onveranderde vorm: Viaggiamo tanto.
  3. Een eigenschap of manier? Gebruik ook de onveranderde vorm: molto gentile, troppo lentamente.

De Nederlandse vertaling “heel” is een handige aanwijzing voor een bijwoord: heel mooi wordt molto bello. Bij “veel + zelfstandig naamwoord” moet je juist controleren welk geslacht en getal het Italiaanse zelfstandig naamwoord heeft.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
Ho molti amici a Bologna. Ik heb veel vrienden in Bologna. Amici is mannelijk meervoud.
C'è poca acqua nella bottiglia. Er zit weinig water in de fles. Acqua is vrouwelijk enkelvoud.
Oggi abbiamo troppo lavoro. Vandaag hebben we te veel werk. Lavoro is mannelijk enkelvoud.
In estate arrivano tanti turisti. In de zomer komen er veel toeristen. Turisti is mannelijk meervoud.
Marta legge molto. Marta leest veel. Molto bepaalt het werkwoord.
Ultimamente dormiamo poco. De laatste tijd slapen we weinig. Bijwoord, dus geen meervoudsvorm.
Mangi troppo! Je eet te veel! De handeling overschrijdt een grens.
Questa giacca è molto bella. Deze jas is heel mooi. Molto versterkt bella.
Quelle scarpe sono troppo costose. Die schoenen zijn te duur. Alleen costose stemt met scarpe overeen.
La spiegazione è poco chiara. De uitleg is niet erg duidelijk. Poco verlaagt de intensiteit.
Parli molto velocemente. Je praat erg snel. Molto bepaalt het bijwoord velocemente.
Servono pochi minuti. Er zijn maar een paar minuten nodig. Minuti vraagt om pochi.
Ci sono troppe macchine in centro. Er zijn te veel auto’s in het centrum. Macchine is vrouwelijk meervoud.
Mi piace tanto questa canzone. Ik vind dit liedje heel mooi. Tanto hoort bij piace, niet bij canzone.
Ha molta pazienza con i bambini. Hij/zij heeft veel geduld met de kinderen. Pazienza is vrouwelijk enkelvoud.

Veelgemaakte fouten

Meeveranderen met de persoon in plaats van met de functie

  • Fout: Maria è molta simpatica.
  • Goed: Maria è molto simpatica.
  • Waarom: Molto betekent hier “heel” en bepaalt simpatica. Het is een onveranderlijk bijwoord; alleen simpatica past bij Maria.

De meervoudsvorm vóór een zelfstandig naamwoord vergeten

  • Fout: Conosco molto persone qui.
  • Goed: Conosco molte persone qui.
  • Waarom: Persone is vrouwelijk meervoud. Het hoeveelheidswoord hoort er rechtstreeks bij en krijgt daarom de vorm molte.

Troppo als gewoon versterkend woord gebruiken

  • Onbedoeld: Il ristorante è troppo buono als je neutraal “heel goed” bedoelt.
  • Goed: Il ristorante è molto buono.
  • Waarom: In de standaardbetekenis drukt troppo een teveel uit. Informeel kan troppo bello! enthousiast “geweldig!” betekenen, maar leer eerst het neutrale onderscheid tussen molto en troppo.

Poco en un po’ door elkaar halen

  • Onbedoeld: Parlo poco italiano wanneer je positief wilt zeggen dat je een beetje Italiaans spreekt.
  • Beter: Parlo un po’ d’italiano.
  • Waarom: Poco legt de nadruk op weinig en kan tekortschieten suggereren. Un po’ (di) betekent “een beetje” of “wat” en klinkt vaak positiever: Vorrei un po’ d’acqua.

De Nederlandse enkelvoudsgedachte volgen bij soldi

  • Fout: Ho poco soldi.
  • Goed: Ho pochi soldi.
  • Waarom: Hoewel Nederlands “geld” enkelvoudig behandelt, is soldi mannelijk meervoud. Een formeler enkelvoud is denaro: poco denaro.

Twee hoeveelheden allebei laten overeenstemmen

  • Fout: C'è troppa poca acqua.
  • Goed: C'è troppo poca acqua.
  • Waarom: In “te weinig water” bepaalt het onveranderlijke bijwoord troppo het woord poca. Alleen poca hoort rechtstreeks bij acqua. Vergelijk troppo pochi posti en troppo poco tempo.

Gebruiksnotities

Molto en tanto zijn niet altijd uitwisselbaar. Voor een bijvoeglijk naamwoord is molto meestal de neutrale keuze: molto interessante, molto stanca. Tanto is heel gewoon bij werkwoorden en hoeveelheden: Lavoro tanto, Ho tante cose da fare. Het komt ook vaak voor in persoonlijke uitdrukkingen, zoals Ti voglio tanto bene (“Ik geef veel om je”).

Tanto kan “zoveel” betekenen wanneer de context een grote hoeveelheid benadrukt: Perché hai comprato tanto pane? (“Waarom heb je zoveel brood gekocht?”). Met een aanwijzend vervolg krijg je così tanto/tanta/tanti/tante: Non ho mai visto così tante persone (“Ik heb nog nooit zoveel mensen gezien”).

Troppo heeft in verzorgde, neutrale taal de letterlijke waarde “te”. In informele gesprekken hoor je ook uitroepen als troppo forte! of troppo bello! met een positieve betekenis. Neem die gerust waar, maar gebruik molto zolang je alleen “heel” wilt zeggen en de informele toon niet bewust kiest.

Bij poco maakt de toon verschil. È poco preparato (“Hij is niet goed voorbereid”) klinkt vrij direct. Een ontkennende formulering als Non è molto preparato kan iets voorzichtiger klinken. Voor een kleine maar aanwezige hoeveelheid gebruikt men vaak un po’ di: un po’ di caffè, un po’ di pazienza. De apostrof in po’ hoort erbij; is fout.

Verder dan de basis

De basisregel — vóór een zelfstandig naamwoord aanpassen, als bijwoord niet — is genoeg om op A1 goed te communiceren. De volgende patronen hoef je nog niet actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je later tegenkomt.

Zelfstandig gebruik

Het zelfstandig naamwoord kan worden weggelaten wanneer duidelijk is over wie of wat het gaat. Het hoeveelheidswoord neemt dan de passende vorm over:

  • Molti pensano così. — Veel mensen denken er zo over.
  • Poche hanno risposto. — Weinigen / weinig vrouwen hebben geantwoord.
  • Ne voglio due, non troppi. — Ik wil er twee, niet te veel.

Vooral met ne (“ervan/er”) is dit gebruik belangrijk. In Quante mele vuoi? Ne voglio poche verwijst poche naar het weggelaten vrouwelijke meervoud mele. Daardoor blijft de overeenkomst zichtbaar, ook al staat het zelfstandig naamwoord niet meer in dezelfde zin.

Na essere: nog steeds overeenkomst

Een hoeveelheidswoord kan ook ná het werkwoord essere staan en zelf iets zeggen over het onderwerp: I problemi sono molti (“De problemen zijn talrijk”). Dan is molti geen versterker van een eigenschap, maar beschrijft het de hoeveelheid problemen en verandert het mee. Vergelijk:

  • I problemi sono molti. — Er zijn veel problemen / de problemen zijn talrijk.
  • I problemi sono molto difficili. — De problemen zijn heel moeilijk.

In de tweede zin versterkt het onveranderlijke molto het bijvoeglijk naamwoord difficili.

Combinaties en vaste patronen

Molto kan ook een vergelijking versterken: molto più facile (“veel makkelijker”) en molto meno caro (“veel goedkoper” of letterlijk “veel minder duur”). Bij troppo poco bepaalt troppo juist een andere hoeveelheid: Dormo troppo poco (“Ik slaap te weinig”), Abbiamo troppo poco tempo (“We hebben te weinig tijd”).

Je zult verder vaste uitdrukkingen tegenkomen zoals a poco a poco (“beetje bij beetje”), né più né meno (“niet meer en niet minder”), tanti auguri (“van harte gefeliciteerd” of “beste wensen”) en grazie tante. Die laatste uitdrukking kan oprecht “hartelijk dank” betekenen, maar met een scherpe intonatie ook ironisch “nou, bedankt hoor”. De situatie en stem bepalen dan de betekenis.

Versterkende vormen op -issimo bouwen voort op hetzelfde onderscheid: Mi piace moltissimo (“Ik vind het ontzettend mooi”) is onveranderlijk, terwijl moltissime persone (“heel veel mensen”) vrouwelijk meervoud is. Ook pochissimo en tantissimo volgen dit patroon.

Oefentips

  1. Maak viertallen. Kies dagelijks drie zelfstandige naamwoorden en combineer ze met alle vormen: tempo → molto tempo; domande → molte domande; amici → molti amici. Zo oefen je hoeveelheid en overeenkomst tegelijk.
  2. Trek een pijl naar het bepaalde woord. In La casa è molto grande loopt de pijl van molto naar grande: onveranderd. In Ha molte case loopt hij naar case: vrouwelijk meervoud. Deze eenvoudige controle voorkomt de meeste fouten.
  3. Oefen betekenisparen hardop. Vergelijk molto caro met troppo caro, poco caffè met un po’ di caffè en molte persone met lavoro molto. Zo leer je niet alleen de vorm, maar ook het betekenisverschil.

Gerelateerde concepten

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.practiceConceptButton