A1

Muito en pouco in het Portugees

Muito e Pouco

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

In het kort

Voor een zelfstandig naamwoord passen muito en pouco zich aan het geslacht en het aantal aan: muita água, muitos amigos, poucas perguntas. Zeggen ze iets over een werkwoord, een eigenschap of een ander bijwoord, dan blijven ze onveranderd: trabalho muito, muito bonita, muito bem. Denk dus niet alleen aan de Nederlandse vertaling, maar kijk vooral naar het woord waarop muito of pouco betrekking heeft.

Overzicht

Met muito druk je een grote hoeveelheid of een hoge graad uit: ‘veel’, ‘heel’ of ‘erg’. Pouco doet het omgekeerde en betekent onder meer ‘weinig’, ‘niet erg’ of ‘in geringe mate’. Je komt beide woorden al op A1-niveau voortdurend tegen: wanneer je vertelt hoeveel tijd je hebt, hoe vaak je sport of hoe duur een restaurant is.

De belangrijkste keuze is grammaticaal. Een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip, zoals amigo, água of tempo) heeft in het Portugees een mannelijk of vrouwelijk geslacht en staat in het enkelvoud of meervoud. Als muito of pouco de hoeveelheid van zo’n naamwoord aangeeft, neemt het die kenmerken over: muitos amigos, maar muita água.

Bij een werkwoord of een eigenschap functioneren muito en pouco als bijwoord (een woord dat een handeling, eigenschap of ander bijwoord nader bepaalt). Een bijwoordelijke vorm buigt niet mee. Daarom staat er in Ela trabalha muito geen vrouwelijke vorm, ook al gaat de zin over een vrouw. Dit onderscheid is belangrijker dan in het Nederlands: ‘veel’, ‘heel’ en ‘weinig’ veranderen immers nooit van vorm.

Hoe het werkt

De kernbeslissing

Zoek eerst uit wat muito of pouco nader bepaalt.

Het hoort bij… Wat wordt uitgedrukt? Regel Voorbeeld
een zelfstandig naamwoord een hoeveelheid of aantal aanpassen muita comida, poucos dias
een werkwoord mate, duur of frequentie van een handeling niet aanpassen Ela lê muito.
een bijvoeglijk naamwoord sterkte van een eigenschap niet aanpassen São muito simpáticas.
een ander bijwoord sterkte van een omstandigheid niet aanpassen Falas muito depressa.

Een bruikbare eerste test is: volgt er direct een zelfstandig naamwoord? Dan is aanpassing meestal nodig. Die test is niet voor iedere gevorderde zin voldoende, maar werkt uitstekend bij basiszinnen als pouco tempo en muitas casas.

Bij een zelfstandig naamwoord: vier vormen

Een hoeveelheidswoord bij een zelfstandig naamwoord heet ook een kwantificeerder: het geeft aan hoeveel er van iets is. Muito en pouco volgen dan zowel het grammaticale geslacht als het enkelvoud of meervoud van dat naamwoord.

Mannelijk enkelvoud Vrouwelijk enkelvoud Mannelijk meervoud Vrouwelijk meervoud
grote hoeveelheid muito café muita sorte muitos alunos muitas lojas
kleine hoeveelheid pouco espaço pouca luz poucos alunos poucas lojas

De uitgangen zijn goed zichtbaar: -o voor mannelijk enkelvoud, -a voor vrouwelijk enkelvoud, en -s voor het meervoud. Bij een gemengde groep personen gebruikt het Portugees normaal de mannelijke meervoudsvorm: muitos amigos e amigas.

Of je enkelvoud of meervoud kiest, hangt ook af van het soort hoeveelheid. Niet-telbare stoffen en abstracte begrippen staan vaak in het enkelvoud: muita água, pouco dinheiro, muita paciência. Afzonderlijk telbare zaken staan vaak in het meervoud: muitas garrafas, poucos euros, muitos problemas. Het is dus het Portugese zelfstandig naamwoord dat de vorm bepaalt, niet de vorm van de Nederlandse vertaling.

Meestal staat er geen lidwoord tussen het hoeveelheidswoord en het zelfstandig naamwoord:

  • Tenho muitos livros. — Ik heb veel boeken.
  • Precisamos de pouca informação. — We hebben weinig informatie nodig.
  • Há muito trânsito. — Er is veel verkeer.

Bij een werkwoord: onveranderlijk

Als het woord aangeeft in welke mate, hoe vaak of hoe lang iets gebeurt, gebruik je altijd muito of pouco. Het onderwerp — man, vrouw, één persoon of een hele groep — verandert daar niets aan.

Patroon Voorbeeld Betekenis
werkwoord + muito Nós viajamos muito. Wij reizen veel.
werkwoord + pouco A Ana dorme pouco. Ana slaapt weinig.
werkwoord + muito + aanvulling Gosto muito de música. Ik houd erg van muziek.

Bij een vervoegde werkwoordsvorm staat muito/pouco vaak erna: estudo muito, saímos pouco. Een andere zinsvolgorde is soms mogelijk om nadruk te leggen, maar deze positie is voor beginners de veiligste keuze.

Let vooral op ter (‘hebben’). In Tenho muito trabalho hoort muito bij het zelfstandig naamwoord trabalho en is het een hoeveelheidswoord. In Trabalho muito hoort het bij het werkwoord trabalho (‘ik werk’) en is het onveranderlijk. Eén klein verschil in zinsbouw verandert dus de grammaticale functie.

Bij een bijvoeglijk naamwoord: ‘heel’ of ‘niet erg’

Een bijvoeglijk naamwoord beschrijft een persoon of zaak, bijvoorbeeld bonito (‘mooi’) of caras (‘duur’, vrouwelijk meervoud). Het bijvoeglijk naamwoord zelf kan meebuigen, maar het bijwoord ervoor blijft muito of pouco.

  • O jardim é muito bonito. — De tuin is heel mooi.
  • A praia é muito bonita. — Het strand is heel mooi.
  • As viagens são muito caras. — De reizen zijn erg duur.
  • A explicação é pouco clara. — De uitleg is niet erg duidelijk.

In de derde zin laat caras zien dat viagens vrouwelijk meervoud is. Toch blijft muito hetzelfde. De veelgemaakte vorm muitas caras zou iets anders betekenen als caras een zelfstandig naamwoord is: ‘veel gezichten’ of, afhankelijk van de context, ‘veel dure [vrouwelijke dingen]’ met een weggelaten naamwoord.

Bij een ander bijwoord: eveneens onveranderlijk

Muito en pouco kunnen ook de betekenis van een ander bijwoord versterken of beperken:

  • Ele fala muito bem. — Hij spreekt heel goed.
  • O autocarro chegou muito tarde. — De bus kwam erg laat.
  • Chegámos pouco depois. — We kwamen kort daarna aan.

Ook hier is geen sprake van een hoeveelheid zelfstandige naamwoorden. Er is daarom geen vrouwelijke of meervoudige vorm.

De Nederlandse vertaling is een aanwijzing, geen regel

Het Nederlands verdeelt deze betekenissen over verschillende woorden. Dat helpt bij het begrijpen, maar niet altijd bij het kiezen van de Portugese vorm.

Portugese functie Vaak natuurlijk Nederlands Voorbeeld
bij een zelfstandig naamwoord veel / weinig muitas dúvidas — veel twijfels
bij een werkwoord veel / weinig / erg Gosto muito. — Ik vind het erg leuk.
bij een eigenschap heel / erg / niet erg muito fácil — heel gemakkelijk
kleine, neutrale hoeveelheid een beetje um pouco de leite — een beetje melk

Kies dus niet automatisch muitos zodra je ‘veel’ ziet. In ‘De kinderen eten veel’ hoort ‘veel’ bij ‘eten’: As crianças comem muito.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Tenho muitos amigos. Ik heb veel vrienden. Amigos is mannelijk meervoud.
Há pouca água na garrafa. Er zit weinig water in de fles. Água is vrouwelijk enkelvoud.
Ela tem muita paciência com as crianças. Ze heeft veel geduld met de kinderen. Hoeveelheid bij paciência.
Restam poucos minutos. Er zijn nog maar weinig minuten over. Minutos vraagt om mannelijk meervoud.
Visitámos muitas cidades pequenas. We hebben veel kleine steden bezocht. Muitas en pequenas volgen cidades.
É muito bonito aqui. Het is hier heel mooi. Muito versterkt een eigenschap.
As aulas são muito interessantes. De lessen zijn erg interessant. Niet muitas interessantes.
A resposta foi pouco clara. Het antwoord was niet erg duidelijk. Pouco beperkt de mate van duidelijkheid.
Comes muito! Je eet veel! Bijwoord bij het werkwoord.
Nós dormimos pouco durante a semana. Wij slapen doordeweeks weinig. Het onderwerp is meervoud, maar pouco verandert niet.
Gosto muito deste bairro. Ik vind deze buurt erg leuk. Vast, veelvoorkomend gebruik bij gostar de.
Eles falam muito depressa. Ze praten erg snel. Muito versterkt het bijwoord depressa.
Quero um pouco de pão. Ik wil een beetje brood. Neutrale kleine hoeveelheid met um pouco de.
Hoje tenho pouco tempo. Vandaag heb ik weinig tijd. Pouco kan een tekort suggereren.
Este exercício é muito melhor. Deze oefening is veel beter. Muito versterkt de vergrotende vorm melhor.

Veelgemaakte fouten

Aanpassen aan de persoon die iets doet

  • Fout: A Marta trabalha muita.
  • Goed: A Marta trabalha muito.
  • Waarom: Muito bepaalt hier de handeling trabalha, niet de vrouwelijke persoon Marta. Als bijwoord blijft het onveranderd.

Niet meebuigen voor een meervoudig zelfstandig naamwoord

  • Fout: Temos muito perguntas.
  • Goed: Temos muitas perguntas.
  • Waarom: Perguntas is vrouwelijk meervoud. Een hoeveelheidswoord ervoor moet daarom ook vrouwelijk meervoud zijn.

Alleen naar de Nederlandse vertaling kijken

  • Fout: Os meus filhos comem muitos.
  • Goed: Os meus filhos comem muito.
  • Waarom: In ‘Mijn kinderen eten veel’ geeft ‘veel’ de mate van eten aan. Er volgt geen zelfstandig naamwoord waarvan het de hoeveelheid noemt.

Een eigenschap voor een zelfstandig naamwoord aanzien

  • Fout: Estas casas são muitas grandes.
  • Goed: Estas casas são muito grandes.
  • Waarom: Grandes beschrijft de huizen en is dus een bijvoeglijk naamwoord. Muito betekent hier ‘erg’ en buigt niet mee.

Pouco en um pouco de verwarren

  • Onbedoeld: Tenho pouco tempo. als je geruststellend wilt zeggen dat je nog wat tijd hebt.
  • Passender: Tenho um pouco de tempo.
  • Waarom: Pouco tempo legt de nadruk op een geringe, mogelijk onvoldoende hoeveelheid: ‘weinig tijd’. Um pouco de tempo betekent neutraler ‘wat tijd’ of ‘een beetje tijd’.

De verkeerde vorm kiezen bij een vrouwelijk woord

  • Fout: Bebo pouco água.
  • Goed: Bebo pouca água.
  • Waarom: In deze zin bepaalt het hoeveelheidswoord het vrouwelijke zelfstandig naamwoord água. Dat Nederlands ‘water’ als het-woord behandelt, zegt niets over het Portugese grammaticale geslacht.

Gebruiksnotities

De regels voor aanpassing gelden zowel in Braziliaans als in Europees Portugees. Woordkeus, uitspraak en zinsritme kunnen regionaal verschillen, maar muita água, muitos livros en trabalhar muito zijn in beide grote varianten normaal.

Pouco heeft vaak een negatieve gerichtheid: het presenteert een hoeveelheid als klein of mogelijk onvoldoende. Ele estuda pouco kan de indruk wekken dat hij niet genoeg studeert. Met um pouco klinkt de formulering neutraler of zelfs positief: Ele já fala um pouco de português betekent dat hij al een beetje Portugees spreekt.

Voor een kleine hoeveelheid van een zelfstandig naamwoord is um pouco de + zelfstandig naamwoord een zeer bruikbaar patroon. Het blijft um pouco de, ongeacht het geslacht van het volgende woord: um pouco de água, um pouco de leite, um pouco de paciência. Um pouco de vormt hier samen één hoeveelheidspatroon; pouco buigt daarom niet mee met água of paciência.

In de beleefdheidsformule muito obrigado / muito obrigada blijft muito onveranderd omdat het de dankbetuiging versterkt. Obrigado of obrigada wordt traditioneel gekozen op grond van de spreker: een man zegt muito obrigado, een vrouw muito obrigada.

Verder dan de basis

De hoofdregel is voor A1 voldoende. De volgende patronen hoef je nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later in gesprekken en teksten tegenkomen.

Zonder zichtbaar zelfstandig naamwoord

Soms is het zelfstandig naamwoord al genoemd of vanzelf duidelijk. Muito en pouco kunnen het dan vervangen en nog steeds een variabele vorm hebben:

  • Quantas pessoas vieram? — Poucas. — Hoeveel mensen kwamen er? — Weinig.
  • Alguns alunos faltaram, mas muitos vieram. — Sommige leerlingen waren afwezig, maar veel kwamen er wel.
  • Comprei muitas. — Ik heb er veel gekocht. De vrouwelijke meervoudsvorm verwijst naar eerder genoemde vrouwelijke zaken.

Bij personen kunnen muitos en poucos zelfstandig ‘velen’ en ‘weinigen’ betekenen: Muitos pensam assim (‘Velen denken er zo over’). De uitgang vertelt dan nog steeds naar welke groep wordt verwezen.

Een deel van een bekende groep

Voor ‘veel van de …’ en ‘weinig van de …’ gebruik je muitos/poucos de plus een bepaald lidwoord of ander bepalend woord:

  • Muitos dos estudantes trabalham. — Veel van de studenten werken.
  • Poucas dessas casas têm jardim. — Weinig van die huizen hebben een tuin.

Vergelijk muitos estudantes (‘veel studenten’ in het algemeen) met muitos dos estudantes (‘veel van de studenten’ uit een bekende groep). De samentrekking dos bestaat uit de + os.

Een kleine hoeveelheid tegenover een geringe mate

Voor bijvoeglijke naamwoorden maakt de aanwezigheid van um een duidelijk betekenisverschil:

  • O exame foi pouco difícil. — Het examen was niet erg moeilijk.
  • O exame foi um pouco difícil. — Het examen was een beetje moeilijk.

Zonder um ontkent pouco grotendeels de eigenschap; met um pouco bevestig je de eigenschap in lichte mate. Hetzelfde contrast zie je bij pouco cansado (‘niet erg moe’) en um pouco cansado (‘een beetje moe’).

Vergrotingen en tijdsaanduidingen

Onveranderlijk muito kan een vergelijking versterken: muito maior (‘veel groter’), muito menos (‘veel minder’), muito melhor (‘veel beter’). Het kan ook bij tijdsbijwoorden staan: muito antes (‘veel eerder’) en muito depois (‘veel later’). Met pouco antes en pouco depois bedoel je juist ‘kort ervoor’ en ‘kort erna’.

In een combinatie als há muito tempo (‘al lang’ of ‘lang geleden’, afhankelijk van de zin) is muito wél een hoeveelheidswoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord tempo. De vorm blijft toevallig hetzelfde als het bijwoord. Juist zulke voorbeelden laten zien waarom de functie belangrijker is dan alleen de zichtbare vorm.

Oefentips

  1. Markeer het kernwoord. Onderstreep in elke oefenzin het zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of bijwoord waarop muito/pouco betrekking heeft. Kies pas daarna de uitgang.
  2. Oefen met contrastparen. Zet bijvoorbeeld naast elkaar: Tenho muito trabalho (‘Ik heb veel werk’) en Trabalho muito (‘Ik werk veel’), of pouco difícil en um pouco difícil. Zo leer je betekenis en zinsbouw tegelijk.
  3. Maak een viervakkenschema uit je eigen woordenschat. Verzamel elke dag één combinatie voor mannelijk enkelvoud, vrouwelijk enkelvoud, mannelijk meervoud en vrouwelijk meervoud: muito tempo, muita energia, muitos colegas, muitas ideias. Herhaal hetzelfde met pouco.

Verwante onderwerpen

Dit onderwerp heeft geen formele vereiste in het leerpad, maar deze onderdelen helpen om de vormen sneller te herkennen:

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Muito e Pouco in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen