A2

Vergelijkingen in het Spaans

Los Comparativos

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

In het Spaans vergelijk je met más ... que (meer ... dan), menos ... que (minder ... dan), tan ... como (even ... als) en tanto/a/os/as ... como (evenveel ... als). Gebruik tan vóór een eigenschap of manier, maar tanto bij een hoeveelheid of handeling. Veelvoorkomende onregelmatige vormen zijn mejor, peor, mayor en menor.

Overzicht

Met een vergelijking zet je twee personen, zaken, hoeveelheden of handelingen naast elkaar. Je kunt zeggen dat een trein sneller is dan een bus, dat twee kamers even groot zijn of dat iemand minder koffie drinkt dan vroeger. Deze basispatronen horen bij A2 en komen voortdurend voor in gesprekken, beschrijvingen en praktische situaties.

Voor Nederlandstaligen is vooral de vorm anders. Het Nederlands maakt vaak een vergrotende trap met -er: groter, sneller, goedkoper. Het Spaans zet meestal een los woord vóór het bijvoeglijk naamwoord: más grande, más rápido, más barato. Een bijvoeglijk naamwoord is een woord dat een eigenschap noemt, zoals alto in un edificio alto.

De hoofdkeuze is eenvoudig: gaat het om een verschil, kies dan meestal más/menos ... que; gaat het om gelijkheid, kies dan tan/tanto ... como. Daarna kijk je of je een eigenschap, een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) of een handeling vergelijkt.

Hoe het werkt

Een verschil: más ... que en menos ... que

Voor een hogere of lagere graad gebruik je más of menos. Het tweede deel van de vergelijking wordt ingeleid door que.

Wat vergelijk je? Patroon Voorbeeld Betekenis
eigenschap más/menos + bijvoeglijk naamwoord + que Clara es más alta que Eva. Clara is langer dan Eva.
manier más/menos + bijwoord + que Conduce menos rápido que yo. Hij/zij rijdt minder snel dan ik.
hoeveelheid más/menos + zelfstandig naamwoord + que Tenemos más tiempo que antes. We hebben meer tijd dan vroeger.
handeling werkwoord + más/menos que Leo más que mi hermano. Ik lees meer dan mijn broer.

Een bijwoord zegt hier hoe iets gebeurt, bijvoorbeeld rápidamente of bien. Más en menos veranderen zelf niet. Een bijvoeglijk naamwoord blijft zich echter aanpassen aan het woord waarover het iets zegt:

Woord waarnaar je verwijst Vergelijkende vorm Voorbeeld
mannelijk enkelvoud más alto El muro es más alto.
vrouwelijk enkelvoud más alta La torre es más alta.
mannelijk meervoud más altos Los muros son más altos.
vrouwelijk meervoud más altas Las torres son más altas.

In het Nederlands zie je bij langer niet of het om een man, vrouw of meervoud gaat. In het Spaans verandert niet de vergelijking zelf, maar wel het gewone bijvoeglijk naamwoord: más alto, más alta, más altos, más altas.

Menos is grammaticaal breed bruikbaar, maar een tegenovergesteld woord klinkt soms natuurlijker. Madrid es menos grande que Tokio is correct, maar Madrid es más pequeña que Tokio klinkt vaak gewoner. Zo is más barato meestal natuurlijker dan menos caro als je eenvoudig “goedkoper” bedoelt.

Gelijke eigenschappen: tan ... como

Gebruik tan ... como als twee personen of zaken een eigenschap in dezelfde mate hebben. Tan verandert nooit.

Patroon Voorbeeld Betekenis
tan + bijvoeglijk naamwoord + como El piso es tan luminoso como la casa. De flat is even licht als het huis.
tan + bijwoord + como Marta habla tan claramente como Ana. Marta spreekt even duidelijk als Ana.

Het bijvoeglijk naamwoord past zich ook hier aan: Pablo es tan alto como Luis, maar Lucía es tan alta como Marta. Het Nederlandse even ... als bestaat in het Spaans dus uit tan ... como, niet uit tan ... que.

Gelijke hoeveelheden: tanto ... como

Bij een zelfstandig naamwoord gebruik je tanto/a/os/as ... como. De vorm past zich aan het geslacht en aantal van dat zelfstandig naamwoord aan. Dit heet congruentie: woorden krijgen een vorm die bij elkaar past.

Vorm Bij welk woord? Voorbeeld Betekenis
tanto mannelijk enkelvoud Tiene tanto trabajo como yo. Hij/zij heeft evenveel werk als ik.
tanta vrouwelijk enkelvoud Bebe tanta agua como tú. Hij/zij drinkt evenveel water als jij.
tantos mannelijk meervoud Hay tantos coches como ayer. Er zijn evenveel auto’s als gisteren.
tantas vrouwelijk meervoud Compra tantas revistas como su madre. Hij/zij koopt evenveel tijdschriften als zijn/haar moeder.

Zonder zelfstandig naamwoord, wanneer je de mate van een handeling vergelijkt, gebruik je het onveranderlijke tanto como:

  • Trabajo tanto como ella. — Ik werk evenveel als zij.
  • No viajamos tanto como antes. — We reizen niet zoveel als vroeger.

Let dus op het verschil tussen tan en tanto: tan difícil gaat over de mate van een eigenschap; tanto trabajo gaat over de hoeveelheid werk.

De veelgebruikte onregelmatige vormen

Vier korte vormen moet je als geheel leren:

Basiswoord Vergelijkende vorm Gewone betekenis Voorbeeld
bueno/bien mejor beter Este café es mejor que aquel.
malo/mal peor slechter Hoy duermo peor que ayer.
grande mayor ouder; groter/belangrijker Mi hermana es mayor que yo.
pequeño menor jonger; kleiner/minder belangrijk Su hijo menor vive aquí.

Mejor en peor kunnen een eigenschap of een manier uitdrukken. Vergelijk una solución mejor (“een betere oplossing”) met canta mejor (“hij/zij zingt beter”). Ze krijgen geen vrouwelijke uitgang, maar wel een meervoudsuitgang wanneer ze bij een meervoudig zelfstandig naamwoord horen: mejores resultados, peores condiciones.

Bij leeftijd zijn mayor en menor de normale woorden: Soy mayor que Carlos betekent “Ik ben ouder dan Carlos”. Voor fysieke afmetingen zijn más grande en más pequeño meestal duidelijker: Esta caja es más grande que esa. Mayor kan daarnaast wijzen op belang, omvang of rang, zoals un problema mayor (“een groter/ernstiger probleem”).

Persoonlijke voornaamwoorden na que en como

Na que en como gebruik je in een eenvoudige vergelijking de gewone onderwerpvorm: yo, tú, él, ella, nosotros, enzovoort. Een onderwerp is wie of wat de handeling uitvoert of over wie de zin iets zegt.

  • Es más paciente que yo. — Hij/zij is geduldiger dan ik.
  • Corres tanto como ella. — Jij rent evenveel als zij.

Dat kan voor Nederlanders wat formeel aanvoelen, omdat “dan mij” en “als haar” in spreektaal vaak voorkomen. Spaans gebruikt hier niet of ti: zeg que yo en como tú. De vormen en ti staan normaal na een voorzetsel, bijvoorbeeld para mí en sin ti.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
Es más alto que yo. Hij is langer dan ik. Hogere graad met más ... que.
Madrid es menos grande que Tokyo. Madrid is minder groot dan Tokio. Correct; más pequeña is vaak natuurlijker.
Este tren es más rápido que el autobús. Deze trein is sneller dan de bus. Het Spaans gebruikt geen uitgang zoals Nederlands -er.
Ahora tengo menos tiempo que antes. Nu heb ik minder tijd dan vroeger. Hoeveelheid met menos.
Ella canta mejor que yo. Zij zingt beter dan ik. Mejor vervangt hier más bien.
Esta opción es peor que la primera. Deze optie is slechter dan de eerste. Peor kan bij een zelfstandig naamwoord horen.
Mi abuelo es mayor que mi abuela. Mijn opa is ouder dan mijn oma. Mayor voor leeftijd.
La cocina es tan grande como el salón. De keuken is even groot als de woonkamer. Gelijke eigenschap met tan.
Es tan bueno como él. Hij is even goed als hij. Bueno past bij een mannelijk onderwerp.
Laura cocina tan bien como su padre. Laura kookt even goed als haar vader. Gelijke manier met tan bien.
Tenemos tanta paciencia como vosotros. We hebben evenveel geduld als jullie. Paciencia is vrouwelijk enkelvoud.
En verano vienen tantos turistas como en primavera. In de zomer komen er evenveel toeristen als in de lente. Tantos past bij het meervoud turistas.
Trabajo tanto como ella, pero gano menos. Ik werk evenveel als zij, maar verdien minder. Tanto staat zonder zelfstandig naamwoord.
Hay más de veinte personas en la sala. Er zijn meer dan twintig mensen in de zaal. Vóór een getal staat meestal de.

Veelgemaakte fouten

Een Nederlandse vergrotende trap nabootsen

  • Fout: Esta calle es largaer que aquella.
  • Goed: Esta calle es más larga que aquella.
  • Waarom: Spaans plakt geen Nederlandse uitgang -er aan het bijvoeglijk naamwoord. Zet más ervoor en que vóór het tweede deel.

Como gebruiken waar que nodig is

  • Fout: Ana es más alta como Marta.
  • Goed: Ana es más alta que Marta.
  • Waarom: Bij een verschil hoort más/menos ... que. Como hoort bij gelijkheid: tan alta como.

Tan en tanto verwisselen

  • Fout: Tengo tan libros como tú.
  • Goed: Tengo tantos libros como tú.
  • Waarom: Bij het zelfstandig naamwoord libros gebruik je tantos. Tan staat vóór een eigenschap of manier: tan interesante, tan bien.

De aanpassing van tanto vergeten

  • Fout: Bebe tanto agua como yo.
  • Goed: Bebe tanta agua como yo.
  • Waarom: Agua is grammaticaal vrouwelijk, ook al krijgt het in het enkelvoud meestal het lidwoord el: el agua fría. Daarom staat er tanta agua.

Dubbel vergelijken met más mejor

  • Fout: Este libro es más mejor que ese.
  • Goed: Este libro es mejor que ese.
  • Waarom: Mejor betekent al “beter”. Hetzelfde geldt voor peor: niet más peor, maar gewoon peor.

of ti na que zetten

  • Fout: Ella corre más que mí.
  • Goed: Ella corre más que yo.
  • Waarom: In deze verkorte vergelijking hoort de onderwerpvorm. Denk aan de volledige gedachte: Ella corre más que yo corro.

Gebruiksnotities

Más de bij getallen en hoeveelheidsgrenzen

Vóór een concreet getal gebruik je normaal más de of menos de, niet más que of menos que:

  • Cuesta más de cien euros. — Het kost meer dan honderd euro.
  • Dormí menos de seis horas. — Ik heb minder dan zes uur geslapen.

Hier vergelijk je niet twee genoemde zaken; je geeft aan dat een hoeveelheid boven of onder een grens ligt. Als er wel twee elementen tegenover elkaar staan, blijft que staan: Tengo más libros que revistas (“Ik heb meer boeken dan tijdschriften”).

Het tweede deel weglaten

Als uit de situatie duidelijk is waarmee je vergelijkt, mag het deel met que of como ontbreken:

  • Este modelo es más barato. — Dit model is goedkoper.
  • Hoy me siento mejor. — Vandaag voel ik me beter.
  • Necesitamos más tiempo. — We hebben meer tijd nodig.

De luisteraar vult de vergelijking in uit de context: goedkoper dan het andere model, beter dan gisteren, meer tijd dan we nu hebben.

Igual de ... que

Naast tan ... como hoor je vaak igual de ... que met vrijwel dezelfde betekenis:

  • La segunda parte es igual de interesante que la primera. — Het tweede deel is even interessant als het eerste.

Voor beginners is tan ... como de veiligste basisvorm. Igual de ... que is handig om later te herkennen en geeft vaak nadruk aan het idee dat de graad werkelijk gelijk is.

Verder dan de basis

De volgende bijzonderheden hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Mejor que tegenover más bueno que

In de neutrale betekenis “beter” gebruik je mejor: Esta película es mejor que la otra. Toch bestaat más bueno. Dat beschrijft vaak sterker de letterlijke eigenschap bueno, bijvoorbeeld dat iemand aardiger is of eten lekkerder is: Es más bueno que el pan is een vaste, nadrukkelijke manier om te zeggen dat iemand bijzonder goedhartig is. Gebruik als beginner gewoon mejor voor een algemene beoordeling.

Een vergelijkbaar betekenisverschil kan bij mayor spelen. Una casa más grande is fysiek groter; un riesgo mayor is een groter of ernstiger risico. Bij familieleden kan mi hermano mayor zowel “mijn oudere broer” als, afhankelijk van de context, “mijn oudste broer” betekenen.

Vergelijkingen met een volledige bijzin

Na que kan meer komen dan één woord. Er kan een hele bijzin volgen, dus een zinsdeel met een eigen werkwoord:

  • El examen fue más difícil de lo que esperaba. — Het examen was moeilijker dan ik verwachtte.
  • Gasta menos de lo que gana. — Hij/zij geeft minder uit dan hij/zij verdient.

De combinatie de lo que betekent hier ongeveer “dan wat”. Dit is een nuttige latere uitbreiding; maak op A2 eerst de korte patronen automatisch.

No ... más que kan “slechts” betekenen

In sommige zinnen is más que geen gewone vergelijking:

  • No tengo más que diez euros. — Ik heb maar tien euro.
  • No hace más que hablar. — Hij/zij doet niets anders dan praten.

De ontkenning verandert de betekenis in “niet meer dan”, “slechts” of “niets anders dan”. Kijk daarom altijd naar de hele zin.

Van vergelijking naar overtreffende trap

Een vergelijking zet twee elementen tegenover elkaar: Ana es más alta que Marta. Met een bepaald lidwoord ontstaat vaak een overtreffende trap: Ana es la más alta del grupo (“Ana is de langste van de groep”). Dat is een apart vervolonderwerp; let voorlopig vooral op het verschil tussen que bij vergelijken en de bij de groep waarbinnen iemand of iets de hoogste graad heeft.

Oefentips

  1. Maak viertallen. Kies één eigenschap, bijvoorbeeld caro, en schrijf vier zinnen: más caro que, menos caro que, tan caro como en no es tan caro como. Zo oefen je verschil én gelijkheid tegelijk.
  2. Sorteer op woordsoort. Kijk bij elke Nederlandse zin wat na “even” komt: een eigenschap (even sneltan rápido), een hoeveelheid (evenveel boekentantos libros) of een handeling (evenveel werkentrabajar tanto).
  3. Vergelijk je eigen omgeving. Maak dagelijks vijf ware zinnen over routes, prijzen, collega’s, talen of gewoonten. Controleer daarna apart de paren que/como en tan/tanto; dat zijn voor Nederlandstaligen de nuttigste foutcontroles.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige bijvoeglijke naamwoorden in het SpaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Los Comparativos in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen