A1

Voorzetsels van tijd in het Duits

Präpositionen der Zeit

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Gebruik um bij een kloktijd, am bij een dag of datum en im bij een maand of seizoen: um acht Uhr, am Montag, im Sommer. Met von … bis begrens je een periode, seit verbindt een beginpunt in het verleden met nu, en vor en nach betekenen bij tijd respectievelijk “vóór/geleden” en “na”.

Overzicht

Een voorzetsel is een kort woord dat een verband aangeeft, zoals “op”, “in”, “sinds” of “na”. Voorzetsels van tijd vertellen wanneer iets gebeurt, wanneer een periode begint of eindigt, of hoeveel tijd er tussen twee gebeurtenissen zit. In het Duits heb je ze voortdurend nodig: om een afspraak te maken, openingstijden te noemen of te vertellen hoelang je ergens woont.

Dit onderwerp begint op A1-niveau. De handigste beginnersregel is een driedeling: um voor het precieze uur, am voor dagen en datums, en im voor maanden en seizoenen. Daarna komen de relaties tussen momenten: von … bis, seit, vor en nach.

Voor een Nederlandstalige lijkt veel vertrouwd, maar juist die gelijkenis kan misleiden. Nederlands “op maandag” is niet auf Montag maar am Montag. “In 2024” is in een gewone Duitse zin meestal simpelweg 2024, zonder in. En Nederlands “voor” kan onder meer “bestemd voor”, “vóór” of “geleden” betekenen; Duits vor past alleen bij een deel van die betekenissen.

Hoe het werkt

De basiskeuze: um, am of im

Tijdsaanduiding Voorzetsel Duits voorbeeld Nederlandse betekenis
kloktijd um um acht Uhr om acht uur
precies moment um um Mitternacht om middernacht
weekdag am am Dienstag op dinsdag
datum am am 12. Mai op 12 mei
veel dagdelen am am Abend ’s avonds / in de avond
maand im im Februar in februari
seizoen im im Herbst in de herfst
genoemd jaar met Jahr im im Jahr 2026 in het jaar 2026

Um markeert een tijdstip op de klok: um sieben Uhr, um halb zehn, um 14.30 Uhr. Ook um Mitternacht en um Punkt zwölf (“stipt om twaalf”) horen hierbij. Het Nederlandse “om” geeft hier een betrouwbare geheugensteun.

Am gebruik je bij weekdagen, datums en de meeste benoemde dagdelen: am Mittwoch, am ersten April, am Morgen, am Nachmittag, am Abend. Am is de vaste samentrekking van an dem. Het lidwoord staat in de datief, een naamval (een vorm die de grammaticale rol van een woordgroep laat zien). Leer am Montag eerst gerust als één geheel.

Im hoort bij maanden en seizoenen: im Juni, im Frühling, im Winter. Het is een samentrekking van in dem en bevat eveneens een datiefvorm. Bij een los jaartal laat het Duits het voorzetsel gewoonlijk weg: Sie ist 2001 geboren. Met het zelfstandig naamwoord Jahr (een woord voor een persoon, zaak of begrip) zeg je wel im Jahr 2001.

Dagen, datums en delen van de dag

Een dag krijgt doorgaans am: am Montag, am Wochenende, am Feiertag. Bij een concrete datum staat eveneens am. In geschreven Duits wijst de punt na het getal op een rangtelwoord: am 3. Oktober wordt uitgesproken als am dritten Oktober. Door am krijgt het rangtelwoord hier de uitgang -en.

Bij dagdelen helpt dit rijtje:

Duits Nederlands Bijzonderheid
am Morgen in de ochtend een bepaalde ochtend of het dagdeel
am Vormittag in de voormiddag / ’s ochtends vóór de middag
am Nachmittag in de middag na de middag
am Abend ’s avonds het dagdeel avond
in der Nacht in de nacht / ’s nachts vaste uitzondering op am
um Mitternacht om middernacht precies tijdstip

Verwar morgen en Morgen niet. Ich komme morgen betekent “Ik kom morgen”; am Morgen betekent “in de ochtend”. Voor een gewoonte zijn morgens, nachmittags, abends en nachts heel gebruikelijk: Abends lese ich (“’s Avonds lees ik”). Die vormen hebben geen voorzetsel nodig.

Een begin- en eindpunt: von … bis

Met von … bis geef je een afgebakende periode:

  • von acht bis zehn — van acht tot tien;
  • von Montag bis Freitag — van maandag tot vrijdag;
  • vom 2. bis zum 6. September — van 2 tot 6 september.

Voor kale tijdsaanduidingen, dus zonder lidwoord, staan von en bis direct voor de tijd: von neun bis elf. Waar een lidwoord nodig is, zie je vaak vom (= von dem) en bis zum (= bis zu dem): vom Morgen bis zum Abend. Bis kan ook zelfstandig het eindpunt noemen: bis morgen, bis Freitag, bis 18 Uhr.

Het Nederlands gebruikt soms “tot en met” om nadrukkelijk te zeggen dat de einddag meetelt. Duits bis einschließlich Freitag is de ondubbelzinnige formele variant. Bij openingstijden betekent von neun bis fünf normaal dat vijf uur het sluitingsmoment is.

Een toestand die nog duurt: seit

Seit gebruik je als iets in het verleden begon en op het genoemde referentiemoment nog voortduurt:

  • Ich wohne seit 2022 in Wien. — Ik woon sinds 2022 in Wenen.
  • Wir warten seit einer Stunde. — We wachten al een uur.
  • Seit Montag ist er krank. — Hij is sinds maandag ziek.

Een belangrijk verschil met veel Nederlandse formuleringen is de werkwoordstijd. Duits gebruikt meestal de tegenwoordige tijd als de situatie nog geldt: Ich lerne seit drei Jahren Deutsch. Natuurlijk Nederlands luidt “Ik leer al drie jaar Duits”, eveneens in de tegenwoordige tijd, maar Nederlanders die via een andere taal denken kiezen soms onnodig een verleden tijd. Vraag jezelf steeds af: “Geldt dit nu nog?” Zo ja, dan is seit waarschijnlijk passend.

Afstand tot een gebeurtenis: vor en nach

Vor plaatst iets vóór een gebeurtenis: vor dem Essen (“vóór het eten”), vor dem Kurs (“vóór de cursus”). Met een hoeveelheid tijd kan het ook “geleden” betekenen: vor zwei Tagen, vor einem Monat, vor langer Zeit.

Nach plaatst iets erna: nach der Arbeit, nach dem Frühstück, nach einer Woche. Zowel vor als nach krijgen in deze tijdsbetekenissen de datief. Dat zie je bijvoorbeeld aan dem in vor dem Essen en nach dem Essen.

Bedoelde relatie Duits Nederlands
drie dagen geleden vor drei Tagen drie dagen geleden
vóór de vergadering vor der Besprechung vóór de vergadering
na de vergadering nach der Besprechung na de vergadering
sinds de vergadering, nog steeds seit der Besprechung sinds de vergadering

Let vooral op het verschil tussen vor zwei Jahren en seit zwei Jahren. Het eerste wijst een moment aan: “twee jaar geleden”. Het tweede beschrijft een duur die twee jaar geleden begon en nog loopt: “al twee jaar”.

Welke naamval hoort erbij?

Voor de beginnerszinnen kun je de combinaties als vaste blokken onthouden. Als naslagwerk is het nuttig om het patroon te kennen:

Voorzetsel Naamval in deze tijdsfunctie Voorbeeld
um accusatief um einen Tag verschieben
an in am datief am nächsten Tag
in in im datief im nächsten Monat
von datief von diesem Montag an
seit datief seit einem Jahr
vor datief vor einer Stunde
nach datief nach dem Essen
bis vaak zonder zichtbaar lidwoord; bis zu + datief bis Freitag, bis zum Freitag

De accusatief is de naamval die onder meer vaak bij het lijdend voorwerp staat (wie of wat rechtstreeks door de handeling wordt geraakt). Bij um en tijd hoef je die betekenis niet te zoeken: het voorzetsel bepaalt simpelweg de vorm. In de elementaire combinatie um acht Uhr is geen verandering zichtbaar.

Plaats in de zin

Een tijdsgroep kan achter het onderwerp staan: Ich komme am Freitag. Je kunt haar ook vooraan zetten om de tijd als uitgangspunt te nemen: Am Freitag komme ich. Dan blijft de vervoegde werkwoordsvorm op de tweede plaats. Daarom is Am Freitag ich komme niet correct.

Als een zin meerdere bepalingen bevat, staat tijd vaak vóór plaats: Wir treffen uns am Samstag in Köln. Dit is een bruikbare neutrale volgorde, geen regel die elke andere volgorde onmogelijk maakt.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich komme um acht Uhr. Ik kom om acht uur. exact uur
Der Film beginnt um Viertel nach sieben. De film begint om kwart over zeven. kloktijd
Am Montag habe ich frei. Maandag ben ik vrij. weekdag
Unser Termin ist am 12. Mai. Onze afspraak is op 12 mei. datum
Am Abend kochen wir zusammen. ’s Avonds koken we samen. dagdeel
In der Nacht hat es geschneit. In de nacht heeft het gesneeuwd. vaste vorm met in der
Im Sommer fahren wir weg. In de zomer gaan we weg. seizoen
Der neue Kurs beginnt im September. De nieuwe cursus begint in september. maand
Meine Eltern haben 1995 geheiratet. Mijn ouders zijn in 1995 getrouwd. los jaartal zonder voorzetsel
Die Bibliothek ist von zehn bis sechs geöffnet. De bibliotheek is van tien tot zes open. begrensde periode
Ich bleibe bis Sonntag. Ik blijf tot zondag. alleen een eindpunt
Sie arbeitet seit Januar hier. Ze werkt hier sinds januari. begonnen en nog steeds zo
Wir kennen uns seit fünf Jahren. We kennen elkaar al vijf jaar. duur tot nu
Vor einer Stunde war der Tisch noch frei. Een uur geleden was de tafel nog vrij. vor = geleden
Nach dem Frühstück gehen wir spazieren. Na het ontbijt gaan we wandelen. gebeurtenis als referentiepunt

Veelgemaakte fouten

Nederlands “op” als auf vertalen

  • Fout: Auf Montag habe ich frei.
  • Goed: Am Montag habe ich frei.
  • Waarom: Bij weekdagen gebruikt het Duits am. De Nederlandse keuze “op” voorspelt het Duitse voorzetsel niet.

Het verkeerde voorzetsel bij een seizoen kiezen

  • Fout: Am Sommer fahren wir weg.
  • Goed: Im Sommer fahren wir weg.
  • Waarom: Maanden en seizoenen krijgen im; am hoort onder meer bij dagen en datums.

In voor een los jaartal zetten

  • Fout: Er ist in 2000 geboren.
  • Goed: Er ist 2000 geboren.
  • Ook goed: Er ist im Jahr 2000 geboren.
  • Waarom: Anders dan in het Nederlands staat vóór een los Duits jaartal normaal geen voorzetsel.

Seit gebruiken voor een afgesloten gebeurtenis

  • Fout: Seit zwei Tagen habe ich ihn angerufen. als je “twee dagen geleden” bedoelt.
  • Goed: Vor zwei Tagen habe ich ihn angerufen.
  • Waarom: Het bellen gebeurde op één afgesloten moment. Seit zwei Tagen past bij iets dat gedurende die periode doorgaat, zoals Seit zwei Tagen warte ich auf seine Antwort.

Vor en für verwisselen

  • Fout: Ich brauche den Bericht vor Montag als je bedoelt dat je er maandag aan werkt of hem voor maandag bestemd hebt.
  • Goed: Kies naar betekenis: vor Montag = vóór maandag; für Montag = voor maandag gepland/bestemd.
  • Waarom: Nederlands “voor” dekt beide relaties, maar Duits maakt onderscheid tussen vor en für.

Het onderwerp direct na een vooropgezette tijd zetten

  • Fout: Nach der Arbeit ich kaufe ein.
  • Goed: Nach der Arbeit kaufe ich ein.
  • Waarom: De vervoegde werkwoordsvorm staat in een gewone Duitse hoofdzin op de tweede zinsplaats.

Gebruiksnotities

In gesprekken laat men Uhr vaak weg als de context duidelijk is: Treffen wir uns um acht? Bij officiële tijden schrijft men bijvoorbeeld 14:30 Uhr of 14.30 Uhr. In lopende tekst zijn woorden en cijfers allebei mogelijk, afhankelijk van stijl en nauwkeurigheid.

Am Montag kan één concrete maandag betekenen, maar ook maandag als geplande dag. Voor een herhaalde gewoonte is montags duidelijk: Montags arbeite ich zu Hause (“Op maandagen werk ik thuis”). Hetzelfde onderscheid bestaat tussen am Abend en abends. De context kan de eenvoudige vorm echter ook een herhaalde lezing geven.

Nach heeft naast tijd ook andere betekenissen, bijvoorbeeld richting in nach Berlin en nach Hause. Vor kan ruimtelijk “voor” betekenen in vor dem Haus. De naamval blijft in deze voorbeelden vaak dezelfde, maar de context bepaalt of het om tijd of plaats gaat.

Verder dan de basis

De volgende verschillen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je komt ze later vaak tegen.

Seit tegenover ab

Seit kijkt terug naar een beginpunt en omvat de tijd tot nu: Seit Montag bin ich krank. Ab noemt een startpunt vanwaar iets zal gelden, vaak in de toekomst: Ab Montag bin ich wieder im Büro. Nederlands “vanaf maandag” kan zonder verdere context minder scherp zijn; Duits maakt met seit en ab het tijdsperspectief duidelijk.

In, nach en vor met een tijdsduur

Met een hoeveelheid tijd ontstaan drie verschillende vragen:

Duits Betekenis Voorbeeldsituatie
in zwei Stunden over twee uur gerekend vanaf nu naar de toekomst
vor zwei Stunden twee uur geleden gerekend vanaf nu naar het verleden
nach zwei Stunden na twee uur duur vanaf een ander genoemd beginpunt

Vergelijk: Der Zug fährt in zwei Stunden (“De trein vertrekt over twee uur”) en Nach zwei Stunden kamen wir an (“Na twee uur kwamen we aan”). Bij nach levert de context het beginpunt; in rekent in zulke toekomstzinnen doorgaans vanaf nu.

Während, innerhalb en gegen

Während betekent “tijdens”: während des Urlaubs. In verzorgde standaardtaal staat er vaak een genitief bij, een naamval die onder meer bezit of samenhang uitdrukt. Innerhalb einer Woche betekent “binnen een week”, dus uiterlijk voordat die periode voorbij is. Gegen acht Uhr betekent “rond acht uur” en is minder precies dan um acht Uhr.

Ook zwischen kan twee tijdsgrenzen geven: zwischen acht und neun Uhr. Dat noemt een venster waarbinnen iets plaatsvindt; von acht bis neun Uhr beschrijft eerder de volledige duur van acht tot negen.

Tijdsuitdrukkingen zonder voorzetsel

Niet elke tijdsbepaling heeft een voorzetsel. Vormen als jeden Tag, nächste Woche, letzten Sommer, heute, gestern en morgen staan zonder am, im of um. Bij groepen als jeden Tag en nächste Woche is vaak de accusatief zichtbaar. Dit is vooral iets om te herkennen: voeg niet automatisch een Duits voorzetsel toe omdat het Nederlands er toevallig één gebruikt.

Oefentips

  1. Maak een persoonlijke agenda in het Duits. Noteer drie kloktijden met um, drie dagen of datums met am en drie maanden of seizoenen met im. Hele zinnen blijven beter hangen dan losse rijtjes.
  2. Oefen contrasten in paren: seit zwei Jahren tegenover vor zwei Jahren, en um acht tegenover gegen acht. Zeg bij elk paar hardop wat er aan de tijdsrelatie verandert.
  3. Zet dezelfde zin twee keer neer: Ich arbeite am Montag en Am Montag arbeite ich. Controleer in de tweede versie altijd of de vervoegde werkwoordsvorm direct na de tijdsgroep komt.

Gerelateerde concepten

  • Vooraf: Accusatief: lidwoorden — maakt duidelijk wat een naamval is en hoe Duitse lidwoorden van vorm kunnen veranderen.

Vereiste kennis

Accusatief met lidwoorden in het DuitsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Präpositionen der Zeit in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen