A1
Tijdsbijwoorden in het Duits
Zeitadverbien
Overzicht
Tijdsbijwoorden zijn woorden die aangeven wanneer iets plaatsvindt. In het Duits gebruik je ze constant in alledaagse gesprekken. Ze zijn onveranderlijk en kunnen zowel aan het begin van de zin staan (waarna inversie volgt) als later in de zin.
De meest fundamentele zijn heute (vandaag), gestern (gisteren), morgen (morgen), jetzt (nu), dann (dan), bald (binnenkort), immer (altijd) en nie (nooit).
Hoe het werkt
| Bijwoord | Betekenis |
|---|---|
| heute | vandaag |
| gestern | gisteren |
| morgen | morgen |
| übermorgen | overmorgen |
| vorgestern | eergisteren |
| jetzt | nu |
| dann | dan |
| bald | binnenkort |
| immer | altijd |
| oft | vaak |
| manchmal | soms |
| selten | zelden |
| nie / niemals | nooit |
| schon | al |
| noch | nog |
| noch nicht | nog niet |
| nicht mehr | niet meer |
Frequentie: immer → oft → manchmal → selten → nie
Positie: Begin van de zin (inversie!) of na het werkwoord.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Heute gehe ich ins Kino. | Vandaag ga ik naar de bioscoop. | Inversie na heute |
| Gestern war es kalt. | Gisteren was het koud. | Verleden tijd |
| Morgen fahren wir nach Köln. | Morgen rijden we naar Keulen. | Toekomst |
| Ich komme bald. | Ik kom snel. | Binnenkort |
| Er lernt immer abends. | Hij leert altijd 's avonds. | Frequentie |
| Sie isst manchmal Pizza. | Zij eet soms pizza. | Soms |
| Ich gehe nie ins Theater. | Ik ga nooit naar het theater. | Nooit |
| Bist du schon fertig? | Ben jij al klaar? | Schon |
| Ich bin noch nicht fertig. | Ik ben nog niet klaar. | Noch nicht |
| Er kommt nicht mehr. | Hij komt niet meer. | Nicht mehr |
Veelgemaakte fouten
"Morgen" verwisselen met "der Morgen"
- Noot: morgen (bijwoord, kleine letter) = tomorrow; der Morgen (naamwoord) = de ochtend
- Waarom: Context en kleine/hoofdletter bepalen de betekenis.
Inversie vergeten na tijdsbijwoord aan het begin
- Fout: Heute ich gehe.
- Correct: Heute gehe ich.
- Waarom: Wanneer een bijwoord op positie 1 staat, moet het werkwoord op positie 2 blijven.
"Noch" en "schon" door elkaar halen
- Fout: Ich bin noch fertig. (als je 'al klaar' bedoelt)
- Correct: Ich bin schon fertig.
- Waarom: Schon = al, noch = nog.
Oefentips
- Maak vijf zinnen over je dag met verschillende tijdsbijwoorden.
- Oefen frequentiebijwoorden door te beschrijven hoe vaak je dagelijkse activiteiten doet.
- Oefen inversie met tijdsbijwoorden aan het begin.
Verwante concepten
- Vereiste: Woordvolgorde in de hoofdzin — inversie na bijwoord
- Volgende stappen: Tijdsvoorzetsels — um, am, im
Meer A1-concepten
Persoonlijke voornaamwoorden (nominatief) in het DuitsPersonalpronomen im NominativBepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsBestimmte Artikel im NominativOnbepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsUnbestimmte Artikel im NominativWerkwoord 'sein' (tegenwoordige tijd) in het DuitsVerb 'sein' im PräsensWerkwoord 'haben' (tegenwoordige tijd) in het DuitsVerb 'haben' im Präsens
Wil je Tijdsbijwoorden in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen