A1
Bijwoorden van Tijd in het Nederlands
Bijwoorden van Tijd
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.
Overzicht
Tijdsbijwoorden geven aan wanneer iets plaatsvindt: nu, morgen, gisteren, straks, al, nog. Ze zijn essentieel voor het beschrijven van verleden, heden en toekomst. In het Nederlands staan ze typisch op de eerste positie (waarna inversie volgt) of na het werkwoord.
Hoe het werkt
Veelgebruikte tijdsbijwoorden
| Bijwoord | Betekenis |
|---|---|
| nu | op dit moment |
| dan | op dat moment |
| gisteren | de dag vóór vandaag |
| vandaag | op deze dag |
| morgen | de dag na vandaag |
| overmorgen | twee dagen na vandaag |
| straks | later, over even |
| zo | zo meteen |
| al | reeds |
| nog | nog steeds / nog niet |
| net | zojuist |
| vroeger | in het verleden |
| later | op een later moment |
Plaatsing
Op positie 1 (met inversie): Gisteren werkte ik thuis. Na het werkwoord: Ik werk morgen thuis.
Voorbeelden in context
| Nederlands | Betekenis | Opmerking |
|---|---|---|
| Ik kom zo bij je. | Ik ben over een moment bij je. | Kort moment |
| Gisteren heb ik een film gezien. | Op de vorige dag heb ik een film gezien. | Verleden, inversie |
| Morgen ga ik naar de tandarts. | Op de volgende dag ga ik naar de tandarts. | Toekomst, inversie |
| Ze is al klaar. | Ze is reeds klaar. | Al = reeds |
| Hij werkt nog niet. | Hij werkt op dit moment nog niet. | Nog niet = tot nu toe niet |
| Ik heb het net gedaan. | Ik heb het zojuist gedaan. | Net = zojuist |
| Vroeger fietste ik elke dag. | In het verleden fietste ik elke dag. | Verleden gewoonte |
| Kom je straks langs? | Kom je later even langs? | Nabije toekomst |
Veelgemaakte fouten
| Fout | Correct | Waarom |
|---|---|---|
| Morgen ik ga. | Morgen ga ik. | Tijdsbijwoord voorop → inversie. |
| Al niet | Nog niet | "Nog niet" druk je uit met nog niet, niet met al niet. |
| Ik al gedaan. | Ik heb het al gedaan. | Al staat in de zin, niet als enige predikaat. |
Oefentips
- Dagboek. Schrijf korte dagelijkse zinnen met tijdsbijwoorden: Vandaag heb ik... Gisteren was ik...
- Al/nog-onderscheid. Oefen: Heb je al gegeten? vs. Heb je nog niet gegeten?
- Inversie-oefening. Zet tijdsbijwoorden voorop en controleer de inversie.
Verwante concepten
- Geen directe verwante concepten geregistreerd
Meer A1-concepten
Persoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp) in het NederlandsPersoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp)Het Werkwoord Zijn in het NederlandsHet Werkwoord ZijnHet Werkwoord Hebben in het NederlandsHet Werkwoord HebbenDe- en Het-woorden in het NederlandsDe- en Het-woordenOnbepaald Lidwoord in het NederlandsOnbepaald Lidwoord
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.
Gratis beginnen