A1

De gebiedende wijs in het Duits

Imperativ

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

In het kort

De Duitse gebiedende wijs (Imperativ) heeft drie belangrijke vormen: Komm! voor één bekende, Kommt! voor meerdere bekenden en Kommen Sie! als beleefde aanspreekvorm. Bij du en ihr valt het persoonlijk voornaamwoord weg; bij Sie blijft het staan. Een scheidbaar voorvoegsel komt achteraan: Mach die Tür zu!

Overzicht

Met de gebiedende wijs geef je een opdracht, doe je een verzoek, geef je advies of waarschuw je iemand: Warte!, Kommen Sie herein!, Seid vorsichtig! Je komt deze vorm al op A1 tegen in gesprekken, oefeningen, recepten, routebeschrijvingen en aanwijzingen. De grammatica is overzichtelijk, maar je moet wel weten hoe je de ander aanspreekt.

Voor Nederlandstaligen lijkt de korte du-vorm vaak vertrouwd: Duits Komm! en Nederlands Kom! liggen dicht bij elkaar. Het belangrijkste verschil is dat het Duits afzonderlijke vormen heeft voor één informele persoon (du), meerdere informele personen (ihr) en de beleefde aanspreekvorm (Sie). Het Nederlandse u helpt daarbij maar gedeeltelijk: waar het Nederlands Komt u binnen zegt, zet het Duits het werkwoord vóór Sie: Kommen Sie herein.

Een imperatief is niet automatisch een streng bevel. De situatie, intonatie en woorden als bitte bepalen hoe de zin overkomt. Gib mir das! klinkt direct; Gib mir das bitte. is een gewoon verzoek. Tegen een onbekende is Geben Sie mir das bitte. doorgaans passend.

Hoe het werkt

De drie basisvormen

De infinitief (de woordenboekvorm van een werkwoord) is bijvoorbeeld machen. De stam is het deel zonder de uitgang -en: mach-. Vanuit de tegenwoordige tijd kun je de drie vormen meestal gemakkelijk afleiden.

Aanspreekvorm Voor wie? Basisregel Voorbeeld
du één persoon die je tutoyeert stam, meestal zonder uitgang; laat du weg Mach die Tür zu!
ihr meerdere personen die je tutoyeert gewone ihr-vorm op -t; laat ihr weg Macht die Tür zu!
Sie één of meer personen die je formeel aanspreekt infinitief + Sie Machen Sie die Tür zu!
Duits Nederlands Toelichting
Lern! Leer! één persoon, informeel
Lernt! Leer! / Leren jullie! meerdere personen, informeel
Lernen Sie! Leert u! één of meer personen, formeel
Öffne das Fenster! Doe het raam open! du-vorm met -e
Öffnet das Fenster! Doe het raam open! ihr-vorm
Öffnen Sie das Fenster! Doet u het raam open! beleefde vorm

Bij du en ihr wordt het onderwerp (wie de handeling uitvoert) dus niet genoemd. Du komm! en Ihr kommt! zijn als neutrale opdrachten niet de gewone vormen. Sie moet juist blijven staan, want alleen Kommen! maakt niet duidelijk dat je de beleefde aanspreekvorm bedoelt.

De du-vorm

Bij veel werkwoorden is de stam voldoende:

  • kommen → Komm!
  • machen → Mach!
  • lernen → Lern!
  • gehen → Geh!

Een uitgang -e is bij veel werkwoorden ook grammaticaal mogelijk, maar klinkt vaak plechtiger, ouderwetser of nadrukkelijker: Gehe!, Mache! In gewoon hedendaags taalgebruik hoor je meestal Geh! en Mach!

Na bepaalde stammen is -e echter normaal, vooral als de korte vorm lastig uit te spreken is. Leer daarom Warte!, Arbeite!, Öffne! en Rechne! als praktische vormen. Niet elke stam op -t volgt blind dezelfde regel: Halt! is heel gebruikelijk. Woordenboeken tonen bij twijfel de imperatiefvorm.

Klinkerverandering bij sterke werkwoorden

Een sterk werkwoord is een werkwoord waarvan de stamklinker in sommige vormen verandert. Als de du-vorm in de tegenwoordige tijd e → i of e → ie heeft, blijft die verandering meestal in de imperatief staan. De uitgang -e wordt dan niet toegevoegd.

Infinitief Tegenwoordige tijd met du Imperatief voor du Betekenis
geben du gibst Gib! Geef!
nehmen du nimmst Nimm! Neem!
lesen du liest Lies! Lees!
sehen du siehst Sieh! Kijk!
sprechen du sprichst Sprich! Spreek!
helfen du hilfst Hilf! Help!

Bij de verandering a → ä gebeurt juist iets anders: de umlaut verdwijnt in de imperatief. Het is Fahr!, Lauf!, Schlaf! en Trag!, niet Fähr!, Läuf!, Schläf! of Träg!. De ihr- en Sie-vormen volgen gewoon hun normale tegenwoordige tijd: Fahrt!, Fahren Sie!

Scheidbare werkwoorden

Een scheidbaar werkwoord bestaat uit een werkwoord en een voorvoegsel dat in een hoofdzin los kan komen, zoals aufmachen of anrufen. Ook in de imperatief staat dat voorvoegsel achteraan.

Infinitief du ihr Sie
aufmachen Mach auf! Macht auf! Machen Sie auf!
anrufen Ruf an! Ruft an! Rufen Sie an!
mitkommen Komm mit! Kommt mit! Kommen Sie mit!
zuhören Hör zu! Hört zu! Hören Sie zu!

Het losse deel kan ver van het werkwoord staan: Rufen Sie mich bitte morgen nach der Arbeit an. Het Nederlands doet bij sommige werkwoorden iets vergelijkbaars (bel mij op), maar niet altijd met hetzelfde werkwoord. Vertaal daarom niet elk voorvoegsel letterlijk.

Wederkerende werkwoorden

Bij een wederkerend werkwoord richt de handeling zich op dezelfde persoon, zoals sich setzen. Het wederkerend voornaamwoord verandert mee met de aanspreekvorm:

Aanspreekvorm Voornaamwoord Voorbeeld Nederlands
du dich Setz dich! Ga zitten!
ihr euch Setzt euch! Ga zitten!
Sie sich Setzen Sie sich! Gaat u zitten!

Let op de volgorde bij Sie: eerst het werkwoord, dan Sie, daarna sich. Setzen sich Sie is fout.

Ontkenning

Gebruik nicht om een handeling of zinsdeel te ontkennen en kein bij een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) zonder bepaald lidwoord.

  • Komm nicht zu spät! — Kom niet te laat!
  • Macht die Tür nicht auf! — Doe de deur niet open!
  • Seien Sie nicht nervös! — Weest u niet zenuwachtig!
  • Mach keinen Lärm! — Maak geen lawaai!

De plaats van nicht volgt de gewone Duitse woordvolgorde. Bij een scheidbaar werkwoord blijft het voorvoegsel helemaal achteraan: Ruf mich nicht an!

Belangrijke onregelmatige vormen

Infinitief du ihr Sie Nederlands
sein Sei! Seid! Seien Sie! wees / wees(t) u
haben Hab! Habt! Haben Sie! heb / hebt u
werden Werde! Werdet! Werden Sie! word / wordt u

Vooral sein moet je uit het hoofd leren: Sei ruhig!, Seid vorsichtig!, Seien Sie willkommen!

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Toelichting
Komm her! Kom hier! korte du-vorm
Öffnen Sie das Buch auf Seite zehn. Opent u het boek op bladzijde tien. formele instructie
Macht die Tür zu! Doe de deur dicht! ihr + scheidbaar werkwoord
Warte bitte einen Moment. Wacht alsjeblieft even. -e bij warten
Lies die Nachricht noch einmal. Lees het bericht nog een keer. e → ie
Nehmt eure Jacken mit! Neem jullie jassen mee! opdracht aan meerdere bekenden
Biegen Sie an der nächsten Kreuzung links ab. Slaat u bij het volgende kruispunt links af. formele routeaanwijzing
Ruf mich morgen an! Bel me morgen! anrufen wordt gescheiden
Setzt euch bitte. Ga alsjeblieft zitten. wederkerend, meervoud
Sei vorsichtig! Wees voorzichtig! onregelmatig sein
Vergiss deinen Schlüssel nicht! Vergeet je sleutel niet! ontkenning met nicht
Machen Sie keinen Lärm. Maakt u geen lawaai. ontkenning met kein
Hört gut zu! Luister goed! zuhören, informeel meervoud
Gib mir bitte das Salz. Geef me alsjeblieft het zout. verzoek met bitte

Een uitroepteken is mogelijk, maar niet verplicht. In een vriendelijk bericht of een gewone instructie staat vaak een punt: Kommen Sie bitte herein. Het uitroepteken maakt de aansporing zichtbaarder en kan, afhankelijk van de context, krachtiger overkomen.

Veelgemaakte fouten

De uitgang van de du-vorm laten staan

  • Fout: Kommst hier!
  • Goed: Komm her!
  • Waarom: Neem niet simpelweg de vorm du kommst over. Voor de imperatief verdwijnen du en -st.

Sie weglaten of op de verkeerde plek zetten

  • Fout: Öffnen das Fenster! als beleefd verzoek
  • Goed: Öffnen Sie das Fenster!
  • Waarom: De formele vorm bestaat uit de infinitief gevolgd door Sie. Duits Sie is altijd met een hoofdletter als het ‘u’ betekent.

De verkeerde vorm voor meerdere vrienden gebruiken

  • Fout: Kommt ihr bitte! als neutrale opdracht
  • Goed: Kommt bitte!
  • Waarom: De ihr-vorm houdt -t, maar het voornaamwoord ihr valt normaal weg. Kommt ihr? is juist een vraag: ‘Komen jullie?’

Een scheidbaar werkwoord bij elkaar houden

  • Fout: Zumach die Tür!
  • Goed: Mach die Tür zu!
  • Waarom: Het voorvoegsel staat aan het einde van de imperatiefzin.

De verkeerde klinker gebruiken

  • Fout: Geb mir das! of Läuf schneller!
  • Goed: Gib mir das! en Lauf schneller!
  • Waarom: geben behoudt de verandering e → i, maar werkwoorden met a → ä verliezen de umlaut in de imperatief.

Een Nederlands beleefd patroon letterlijk overnemen

  • Fout: Sie kommen bitte herein. als verzoek
  • Goed: Kommen Sie bitte herein.
  • Waarom: De Nederlandse volgorde komt u lijkt hier meer op het Duits dan een gewone mededelende zin. Sie kommen herein betekent ‘u komt binnen’ en klinkt niet als de neutrale beleefde imperatief.

Gebruiksnotities

Du, ihr of Sie kiezen

Gebruik du voor één persoon die je tutoyeert en ihr voor meerdere personen die je allemaal tutoyeert. Gebruik Sie in formele contacten en wanneer je iemand niet met du aanspreekt. Sie kan zowel enkelvoud als meervoud zijn; de vorm verandert niet.

In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland verschilt het per omgeving hoe snel mensen elkaar tutoyeren. In een internationaal bedrijf kan du normaal zijn, terwijl Sie in een winkel, bij een eerste zakelijk contact of tegenover een onbekende veiliger is. Volg vooral de aanspreekvorm die in het gesprek al gebruikt wordt.

Een opdracht vriendelijker maken

Bitte kan op verschillende plaatsen staan:

  • Bitte warten Sie hier.
  • Warten Sie bitte hier.
  • Warten Sie hier, bitte.

De middelste variant is heel gewoon. Ook een reden of zachte inleiding helpt: Komm bitte kurz mit, ich brauche deine Hilfe. Voor zeer voorzichtige verzoeken gebruikt het Duits vaak geen imperatief maar een vraag met een modaal werkwoord: Könnten Sie mir bitte helfen? (‘Zou u mij alstublieft kunnen helpen?’). Dat is beleefder dan Helfen Sie mir!

Aanwijzingen, recepten en borden

In gesproken routeaanwijzingen zijn imperatieven normaal: Gehen Sie geradeaus und biegen Sie dann rechts ab. Recepten gebruiken vaak Sie (Schneiden Sie die Zwiebel klein) of de infinitief als onpersoonlijke instructie (Die Zwiebel klein schneiden). Op borden zie je eveneens verkorte infinitieven: Nicht rauchen!, Bitte nicht berühren! Dit zijn functioneel opdrachten, maar grammaticaal niet de persoonlijke du/ihr/Sie-vormen.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.

Een aansporing met wir

Met wir kun je voorstellen om samen iets te doen. Het werkwoord staat vooraan en wir blijft staan:

  • Gehen wir! — Laten we gaan!
  • Fangen wir an! — Laten we beginnen!
  • Seien wir ehrlich. — Laten we eerlijk zijn.

In dagelijkse gesprekken is Lass uns gehen! eveneens zeer gebruikelijk. Letterlijk is dat ‘laat ons gaan’, maar idiomatisch betekent het ‘laten we gaan’. De formele of geschreven variant Gehen wir klinkt vaak wat nadrukkelijker of retorischer.

Voornaamwoorden voor extra nadruk

Normaal verdwijnen du en ihr, maar ze kunnen worden toegevoegd om een tegenstelling of sterke nadruk uit te drukken:

  • Komm du zuerst, ich komme später. — Kom jij eerst; ik kom later.
  • Macht ihr das, wir kümmern uns um den Rest. — Doen jullie dat; wij zorgen voor de rest.

Dit zijn geen neutrale beginnerspatronen. Het voornaamwoord wijst nadrukkelijk aan wie de taak krijgt en kan daardoor streng of contrasterend klinken.

Andere manieren om een opdracht uit te drukken

Duits gebruikt niet altijd een echte imperatief. Afhankelijk van stijl en situatie kun je ook tegenkomen:

  • Du musst jetzt gehen. — Je moet nu gaan. Een mededeling met verplichting.
  • Würden Sie bitte warten? — Zou u alstublieft willen wachten? Zeer beleefd verzoek.
  • Ruhe! — Stilte! Een korte naamwoordelijke opdracht.
  • Alle einsteigen! — Iedereen instappen! Infinitief als algemene oproep.

Modale werkwoorden zoals müssen, können en dürfen hebben in modern standaardduits meestal geen gewone, productieve imperatief. Gebruik dus liever Du musst warten, Warte! of een beleefde vraag dan zelf een bevelsvorm van zo'n modaal werkwoord te maken.

Voltooide imperatief

Een voltooide imperatief bestaat, bijvoorbeeld Hab das bis morgen erledigt! (‘Zorg dat dat morgen af is!’). Hij legt de nadruk op het bereikte resultaat vóór een bepaald tijdstip. Deze vorm is duidelijk gevorderd en vaak streng; voor gewone A1-opdrachten heb je hem niet nodig.

Oefentips

  1. Maak drietallen. Neem elke dag vijf bekende werkwoorden en zeg steeds de vormen voor du, ihr en Sie: Komm – Kommt – Kommen Sie. Voeg daarna een kort zinsdeel toe.
  2. Oefen voorvoegsels apart. Schrijf anrufen, aufmachen, mitbringen en zuhören op kaartjes. Vorm een opdracht en controleer of het voorvoegsel achteraan staat: Bring deinen Pass mit!
  3. Speel drie situaties na. Geef dezelfde aanwijzing aan een vriend, aan twee vrienden en aan een onbekende. Zo oefen je niet alleen de vorm, maar ook de sociale keuze tussen du, ihr en Sie.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden in het DuitsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Imperativ in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen