A2

De vergrotende trap in het Duits

Komparativ

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

In het kort

De Duitse vergrotende trap, de Komparativ, maak je meestal door -er aan een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord toe te voegen: schnell → schneller. Als je twee zaken vergelijkt, gebruik je als: schneller als der Zug. Enkele veelgebruikte woorden veranderen sterker, bijvoorbeeld gut → besser en viel → mehr.

Overzicht

Met de Komparativ geef je aan dat iemand of iets een eigenschap in hogere of lagere mate heeft: groter, sneller, goedkoper of juist minder praktisch. Dit onderwerp komt al op A2-niveau aan bod, omdat je de vorm voortdurend nodig hebt in alledaagse gesprekken: bij het kiezen van een hotel, het vergelijken van prijzen of het vertellen over twee steden.

Voor Nederlandstaligen voelt de basis vertrouwd. Het Nederlands gebruikt vaak -er en dan; het Duits gebruikt meestal -er en als: älter als betekent ‘ouder dan’. Juist die overeenkomst veroorzaakt ook fouten: Nederlands dan mag niet zomaar als Duits dann worden weergegeven. Duits dann betekent ‘dan/toen/vervolgens’ in verband met tijd of gevolg, niet ‘dan’ na een vergrotende trap.

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord (een persoon, dier, ding of begrip), zoals groß in ein großes Haus. Een bijwoord beschrijft hier hoe een handeling verloopt, zoals schnell in Sie läuft schnell. In het Duits heeft de vergelijkende vorm in beide functies dezelfde kern: größer en schneller.

Hoe het werkt

De eenvoudige hoofdregel: stam + -er

Bij de meeste woorden voeg je -er toe aan de basisvorm, ook als het Nederlands een omschrijving met meer gebruikt.

Basisvorm Komparativ Nederlands
schnell schneller sneller
klein kleiner kleiner
modern moderner moderner
interessant interessanter interessanter
praktisch praktischer praktischer
schwierig schwieriger moeilijker

De vorm verandert niet wanneer hij na een werkwoord staat en geen uitgang nodig heeft:

  • Das Hotel ist teuer. — Het hotel is duur.
  • Das andere Hotel ist teurer. — Het andere hotel is duurder.
  • Heute fährt er schneller. — Vandaag rijdt hij sneller.

Twee zaken vergelijken met als

Het gewone patroon is:

A + werkwoord + Komparativ + als + B

  • Berlin ist größer als Köln. — Berlijn is groter dan Keulen.
  • Der Bus fährt langsamer als der Zug. — De bus rijdt langzamer dan de trein.

Gebruik dus als, niet wie, bij een verschil. Bij gelijke mate gebruik je juist so … wie of genauso … wie:

Betekenis Duits Nederlands
verschil Mia ist älter als Leo. Mia is ouder dan Leo.
gelijkheid Mia ist so alt wie Leo. Mia is even oud als Leo.
nadrukkelijke gelijkheid Mia ist genauso alt wie Leo. Mia is precies even oud als Leo.

In informele regionale spreektaal hoor je soms größer wie of größer als wie. In verzorgd Standaardduits geldt größer als als de veilige vorm.

Umlaut bij veel korte woorden

Verscheidene veelgebruikte, vaak eenlettergrepige woorden met a, o of u krijgen in de Komparativ een Umlaut: ä, ö of ü. Dit is geen regel die op elk mogelijk woord van toepassing is; leer deze vormen daarom als woordparen.

Basisvorm Komparativ Nederlands
alt älter ouder
arm ärmer armer
groß größer groter
jung jünger jonger
kalt kälter kouder
lang länger langer
kurz kürzer korter
stark stärker sterker
warm wärmer warmer

Andere korte woorden krijgen juist geen Umlaut: klarer, flacher, lauter en schlanker. Raad dus niet blind op basis van de klinker.

Spelling en ingekorte vormen

Bij sommige woorden valt een onbeklemtoonde e weg. Dat maakt de uitspraak vloeiender:

Basisvorm Gebruikelijke Komparativ Opmerking
teuer teurer niet normaal teuerer
dunkel dunkler de e van -el valt weg
edel edler hetzelfde patroon
sauer saurer meestal zonder de tweede e

Bij woorden op -er blijft de vorm soms op het eerste gezicht bijna gelijk: sicher → sicherer. Hier worden de letters niet ingekort.

Belangrijke onregelmatige vormen

Een kleine groep zeer frequente woorden moet je uit het hoofd leren.

Basisvorm Komparativ Nederlands
gut besser beter
viel mehr meer
gern lieber liever
hoch höher hoger
nah näher dichterbij/nader

Gern is een bijwoord: Ich trinke gern Tee betekent ‘Ik drink graag thee’. De vergelijking Ich trinke lieber Kaffee betekent ‘Ik drink liever koffie’. Mehr staat vaak bij een hoeveelheid: Wir brauchen mehr Zeit — ‘We hebben meer tijd nodig’.

De Komparativ vóór een zelfstandig naamwoord

Tot nu toe stond de vorm na een werkwoord of beschreef hij een handeling. Vóór een zelfstandig naamwoord krijgt hij bovendien een adjectiefuitgang: een uitgang die onder meer past bij het lidwoord, het getal en de naamval. Een naamval is de vorm die laat zien welke rol een woordgroep in de zin heeft.

De vergelijkende stam blijft herkenbaar: älter-, größer-, besser-. Daarna komt de gewone adjectiefuitgang.

Zonder zelfstandig naamwoord erachter Vóór een zelfstandig naamwoord Nederlands
Das Haus ist alt. ein altes Haus een oud huis
Das Haus ist älter. ein älteres Haus een ouder huis
Der Plan ist besser. der bessere Plan het betere plan
Die Wohnung ist größer. eine größere Wohnung een grotere woning

Denk dus niet dat -er altijd de laatste letters van het woord zijn. In ein schnelleres Auto is schneller- de vergelijkende stam en -es de adjectiefuitgang. Wie de Duitse adjectiefuitgangen nog niet beheerst, kan eerst veilig oefenen met vormen na sein, werden en finden: Das Auto ist schneller; ich finde es praktischer.

Minder en steeds meer

Voor een lagere mate gebruikt het Duits vaak weniger + basisvorm:

  • Diese Aufgabe ist weniger schwierig. — Deze opdracht is minder moeilijk.
  • Heute ist es weniger kalt als gestern. — Vandaag is het minder koud dan gisteren.

Met immer + Komparativ druk je een doorgaande verandering uit:

  • Die Tage werden immer länger. — De dagen worden steeds langer.
  • Alles wird teurer. — Alles wordt duurder.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Er ist größer als ich. Hij is langer dan ik. Bij personen kan groß over lichaamslengte gaan.
Das ist besser. Dat is beter. Onregelmatige vorm van gut.
Sie läuft schneller als er. Zij loopt sneller dan hij. Vergelijking van een handeling.
Meine neue Wohnung ist heller als die alte. Mijn nieuwe woning is lichter dan de oude. die alte vervangt die alte Wohnung.
Der Zug ist bequemer, aber der Bus ist billiger. De trein is comfortabeler, maar de bus is goedkoper. Twee afzonderlijke vergelijkingen.
Heute ist es wärmer als gestern. Vandaag is het warmer dan gisteren. warm krijgt een Umlaut.
Ich fahre lieber mit dem Fahrrad. Ik ga liever met de fiets. lieber is de vergelijking van gern.
Wir brauchen ein größeres Zimmer. We hebben een grotere kamer nodig. größer- krijgt vóór Zimmer de uitgang -es.
Kannst du etwas langsamer sprechen? Kun je iets langzamer spreken? Een beleefd verzoek zonder uitgesproken tweede vergelijkingspunt.
Je früher wir losfahren, desto besser. Hoe eerder we vertrekken, hoe beter. Gekoppelde vergelijking.
Dieses Modell verbraucht weniger Energie als das alte. Dit model verbruikt minder energie dan het oude. Lagere hoeveelheid met weniger.
Die Situation wird immer schwieriger. De situatie wordt steeds moeilijker. Een geleidelijke ontwikkeling.

Het tweede deel van de vergelijking hoeft niet altijd genoemd te worden. In Kannst du langsamer sprechen? is uit de situatie duidelijk dat ‘langzamer dan nu’ wordt bedoeld. Ook Das ist besser vergelijkt stilzwijgend met een eerdere mogelijkheid.

Veelgemaakte fouten

Dann gebruiken waar als nodig is

  • Fout: Hamburg ist größer dann Bremen.
  • Goed: Hamburg ist größer als Bremen.
  • Waarom: Nederlands dan na een vergrotende trap is Duits als. Duits dann heeft een temporele of gevolgtrekkende betekenis: Erst essen, dann gehen (‘eerst eten, dan gaan’).

Wie gebruiken bij een verschil

  • Fout: Anna ist älter wie Ben.
  • Goed: Anna ist älter als Ben.
  • Waarom: Gebruik als bij verschil en (genau)so … wie bij gelijkheid: Anna ist so alt wie Ben.

De Umlaut vergeten

  • Fout: Mein Bruder ist alter als ich.
  • Goed: Mein Bruder ist älter als ich.
  • Waarom: Veel frequente korte woorden veranderen hun klinker. Oefen alt–älter, groß–größer en jung–jünger als vaste paren.

Een regelmatige vorm maken van een onregelmatig woord

  • Fout: Diese Lösung ist guter.
  • Goed: Diese Lösung ist besser.
  • Waarom: Gut, viel en gern hebben de vormen besser, mehr en lieber. Ook hoch wordt höher, niet höcher.

De adjectiefuitgang vóór een zelfstandig naamwoord vergeten

  • Fout: Wir suchen ein größer Haus.
  • Goed: Wir suchen ein größeres Haus.
  • Waarom: Vóór een zelfstandig naamwoord wordt de vergelijkende vorm als een gewoon bijvoeglijk naamwoord verbogen. Hier krijgt größer- de uitgang -es.

Meer te letterlijk vertalen

  • Onnatuurlijk: Das ist mehr praktisch.
  • Natuurlijk: Das ist praktischer.
  • Waarom: Duits maakt ook langere bijvoeglijke naamwoorden meestal met -er. Mehr hoort vooral bij hoeveelheden (mehr Geld) of bij bijzondere contrasten, niet als algemene vervanger van de uitgang.

Gebruiksnotities

Na als blijft de grammaticale rol doorgaans dezelfde als die van het element waarmee je vergelijkt. Daarom zijn Er ist größer als ich en Sie kennt ihn besser als mich correct. In de eerste zin worden twee onderwerpen vergeleken; in de tweede worden twee lijdende voorwerpen vergeleken (wie of wat de handeling ondergaat). In alledaagse spreektaal komen ook andere vormen voor, maar door de volledige zin aan te vullen hoor je de logica: Er ist größer, als ich es bin en Sie kennt ihn besser, als sie mich kennt.

Let ook op betekenisverschillen die niet één op één met het Nederlands lopen. Duits groß kan bij een persoon ‘lang’ betekenen, terwijl lang eerder de lengte of duur van iets aanduidt: ein langer Film. Älter kan zowel ‘ouder’ als een beleefde, relatieve aanduiding betekenen: eine ältere Dame is niet noodzakelijk ‘een heel oude dame’, maar een dame die niet meer jong is.

Een vergelijking kan vriendelijker klinken wanneer je haar beperkt: etwas günstiger (‘iets voordeliger’), viel schneller (‘veel sneller’), deutlich besser (‘duidelijk beter’) en ein bisschen kleiner (‘een beetje kleiner’). Zulke woorden geven aan hoe groot het verschil is.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A2 nog niet allemaal actief te beheersen, maar je zult ze regelmatig tegenkomen.

Je … desto/umso

Met je + Komparativ, desto/umso + Komparativ laat je zien dat twee ontwikkelingen met elkaar samenhangen:

  • Je länger wir warten, desto teurer wird es. — Hoe langer we wachten, hoe duurder het wordt.
  • Je mehr du übst, umso sicherer wirst du. — Hoe meer je oefent, hoe zekerder je wordt.

Het werkwoord staat aan het einde van het je-deel (je länger wir warten) en vroeg in de hoofdzin met desto/umso (desto teurer wird es).

Vergelijkingen zonder echte rangorde

Soms heeft een comparatief een afgezwakte of beleefde betekenis. Ein älterer Herr is ‘een wat oudere heer’, niet noodzakelijk ‘een heer die ouder is dan een genoemde andere heer’. Evenzo kan eine kleinere Stadt simpelweg een vrij kleine stad aanduiden. De vergelijking is dan impliciet met wat men als gemiddeld beschouwt.

Als bij meer dan één mogelijke vergelijking

Zinsbouw kan betekenisverschil veroorzaken:

  • Sie liebt ihn mehr als ich. — Zij houdt meer van hem dan ik van hem houd.
  • Sie liebt ihn mehr als mich. — Zij houdt meer van hem dan van mij.

De vorm na als maakt duidelijk welke personen of zaken tegenover elkaar staan. Bij twijfel is het beter de zin volledig te maken.

Versterking en absolute vergelijkingen

Een Komparativ kan worden versterkt met viel, weitaus, noch of deutlich: viel besser, weitaus schwieriger, noch größer, deutlich schneller. Vermijd mehr besser; besser bevat de vergelijking al.

In vaste formuleringen kan een vergelijkende vorm bijna absoluut klinken: Das könnte kaum besser sein (‘Dat zou nauwelijks beter kunnen’) of umso besser (‘des te beter’). De gewone vormingsregels blijven daarbij intact.

Oefentips

  1. Leer drietallen met een voorbeeldzin. Noteer bijvoorbeeld alt – älter – am ältesten, maar oefen eerst actief met Mein Auto ist älter als deins. Zo bereid je tegelijk de volgende stap, de overtreffende trap, voor.
  2. Maak contrastparen uit je eigen leven. Vergelijk twee routes, apparaten, steden of maaltijden: Der Zug ist schneller, aber das Fahrrad ist billiger. Persoonlijke zinnen blijven beter hangen dan losse woorden.
  3. Controleer drie punten. Vraag bij elke zin: staat er -er of een onregelmatige vorm, is als gebruikt bij verschil, en is vóór een zelfstandig naamwoord nog een adjectiefuitgang nodig?

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Predicatieve bijvoeglijke naamwoorden in het DuitsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Komparativ in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen