A1

Predicatieve bijvoeglijke naamwoorden in het Duits

Prädikative Adjektive

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

Overzicht

Bijvoeglijke naamwoorden die via een koppelwerkwoord (zijn, worden, blijken) aan het onderwerp worden verbonden, heten predicatief. In het Duits krijgen predicatieve bijvoeglijke naamwoorden geen uitgang — ze blijven onveranderd, ongeacht het geslacht of getal van het naamwoord.

Dit maakt predicatieve bijvoeglijke naamwoorden verrassend eenvoudig. Als je dit onderscheid begrijpt, voorkom je veel fouten bij het later leren van attributieve bijvoeglijke naamwoorden (die vóór een naamwoord staan en wél verbuigen).

Hoe het werkt

Schema: Onderwerp + koppelwerkwoord (sein, werden, bleiben) + bijvoeglijk naamwoord (geen uitgang)

Duits Geslacht Uitleg
Der Mann ist groß. Mannelijk Geen uitgang
Die Frau ist groß. Vrouwelijk Geen uitgang
Das Kind ist groß. Onzijdig Geen uitgang
Die Kinder sind groß. Meervoud Geen uitgang

Vergelijk met attributief (wél uitgang):

  • Der große Mann (attributief, vóór naamwoord) vs. Der Mann ist groß (predicatief, na sein)

Koppelwerkwoorden: sein, werden, bleiben, heißen, scheinen, wirken

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Das Wetter ist schön. Het weer is mooi. Geen uitgang, onzijdig
Die Suppe ist heiß. De soep is heet. Vrouwelijk
Er ist sehr müde. Hij is heel moe. Met bijwoord
Das Buch ist interessant. Het boek is interessant. Onzijdig
Die Kinder sind laut. De kinderen zijn luid. Meervoud
Bist du krank? Ben jij ziek? Vraagvorm
Das wird schwierig. Dat wordt moeilijk. werden
Sie bleibt ruhig. Zij blijft rustig. bleiben
Der Kaffee ist kalt. De koffie is koud. Mannelijk
Das Essen schmeckt gut. Het eten smaakt goed. Met bijwoord

Veelgemaakte fouten

Uitgang toevoegen aan predicatief bijvoeglijk naamwoord

  • Fout: Das Wetter ist schöne.
  • Correct: Das Wetter ist schön.
  • Waarom: Predicatieve bijvoeglijke naamwoorden krijgen nooit een uitgang.

Attributief patroon op predicatief toepassen

  • Fout: Er ist ein großer.
  • Correct: Er ist groß.
  • Waarom: Na een koppelwerkwoord staat het bijvoeglijk naamwoord predicatief — zonder uitgang.

Oefentips

  1. Beschrijf vijf voorwerpen om je heen: "Der Tisch ist braun. Das Fenster ist groß."
  2. Schrijf hetzelfde bijvoeglijk naamwoord attributief (met uitgang) en predicatief (zonder uitgang) naast elkaar.
  3. Let op koppelwerkwoorden — daarna staat het bijvoeglijk naamwoord altijd predicatief.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Werkwoord 'sein' (tegenwoordige tijd) in het DuitsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen