B2

Causatief met *lassen* in het Duits

Kausativ mit lassen

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

In het kort

Met lassen zeg je dat iemand een handeling door een ander laat uitvoeren of toestaat: Er lässt das Auto reparieren en Lass mich dir helfen. De kernvorm is vervoegd lassen + eventuele personen of zaken + infinitief zonder zu; die infinitief staat in een gewone hoofdzin achteraan. In de voltooide tijd gebruik je meestal de bijzondere vorm hat reparieren lassen, niet hat reparieren gelassen.

Overzicht

Het Duitse lassen sluit goed aan bij het Nederlandse laten. Je kunt er een dienst mee regelen (die Heizung reparieren lassen), iemand toestemming mee geven (die Kinder draußen spielen lassen) of iemand ertoe brengen iets te doen (ihn lange warten lassen). In al die gevallen is het onderwerp niet zonder meer de uitvoerder van de laatste handeling. Wie Ich lasse das Fahrrad reparieren zegt, repareert de fiets doorgaans niet zelf, maar zorgt ervoor dat iemand anders dat doet.

Dit onderwerp hoort bij B2 omdat de basisconstructie eenvoudig lijkt, maar meerdere grammaticale lagen samenbrengt. Je moet rekening houden met de plaats van de infinitief (de onverbogen werkwoordsvorm, zoals machen), met de naamval (de vorm die de functie van een woord in de zin aangeeft) en met een afwijkende voltooide tijd. Bovendien kan dezelfde vorm zowel ‘laten doen’ als ‘toestaan’ betekenen.

Voor Nederlandstaligen is vooral de overeenkomst verleidelijk. Zinnen als Laat me gaan en Lass mich gehen lopen bijna parallel. Toch kun je de Nederlandse woordvolgorde of voornaamwoorden niet altijd letterlijk overzetten. Het Duitse werkwoord binnen de infinitiefgroep bepaalt bijvoorbeeld zelf of er een accusatief (vaak het lijdend voorwerp: wie of wat rechtstreeks wordt geraakt) of datief (vaak de persoon aan of voor wie iets gebeurt) nodig is.

Hoe het werkt

De basisbouw

Een causatieve zin bestaat meestal uit drie onderdelen:

onderwerp + vervoegde vorm van lassen + aanvulling(en) + infinitief

  • Ich lasse das Fenster reparieren. — Ik laat het raam repareren.
  • Wir lassen die Gäste warten. — Wij laten de gasten wachten.
  • Sie lässt ihren Sohn allein fahren. — Zij laat haar zoon alleen rijden.

In een mededelende hoofdzin staat de vervoegde vorm van lassen op de tweede zinsplaats en de andere infinitief aan het eind. Er komt geen zu voor die infinitief: reparieren lassen, niet zu reparieren lassen.

Een bijzin met een voegwoord als weil of dass plaatst de werkwoordgroep achteraan:

  • Ich warte hier, weil ich mein Fahrrad reparieren lasse.
  • Sie sagt, dass sie ihre Kinder draußen spielen lässt.

De belangrijkste vormen van lassen

Lassen is onregelmatig. In de tweede en derde persoon enkelvoud krijgt het in de tegenwoordige tijd een umlaut.

Persoon Tegenwoordige tijd Voorbeeld
ich lasse ich lasse prüfen
du lässt du lässt prüfen
er/sie/es lässt sie lässt prüfen
wir lassen wir lassen prüfen
ihr lasst ihr lasst prüfen
sie/Sie lassen sie/Sie lassen prüfen

De gebiedende wijs (vorm voor een opdracht of verzoek) is lass! voor één persoon, lasst! voor meerdere personen en lassen Sie! in formele aanspreekvorm:

  • Lass mich ausreden! — Laat me uitpraten!
  • Lasst den Hund schlafen. — Laat de hond slapen.
  • Lassen Sie mich kurz nachsehen. — Laat u mij even kijken.

De onvoltooid verleden tijd gebruikt ließ: Ich ließ die Tür offen of Wir ließen alles überprüfen. In gesproken Duits is de voltooide tijd vaak gebruikelijker, maar juist daar geldt een bijzondere regel.

Iets door een ander laten doen

Wanneer een zaak de handeling ondergaat, staat die meestal als lijdend voorwerp bij de infinitief:

  • Sie lässt das Kleid ändern. — Ze laat de jurk vermaken.
  • Wir lassen die Dokumente übersetzen. — We laten de documenten vertalen.

De uitvoerder blijft vaak ongenoemd, omdat het gaat om het resultaat of de geregelde dienst. Wil je hem wel noemen, dan is een omschrijving met von mogelijk: Ich lasse den Vertrag von einer Anwältin prüfen. In natuurlijke taal kies je vaak gewoon een formulering die de rol duidelijk maakt.

Bij lichaamsdelen en persoonlijke bezittingen gebruikt het Duits vaak een bezittelijke datief: de betrokken persoon staat in de datief, terwijl het lichaamsdeel of de zaak een apart lidwoord krijgt.

  • Ich lasse mir die Haare schneiden. — Ik laat mijn haar knippen.
  • Er lässt sich den Bart rasieren. — Hij laat zijn baard scheren.
  • Sie lässt ihrem Kind die Zähne kontrollieren. — Ze laat het gebit van haar kind controleren.

In de eerste zin is mir de persoon die dit aangaat en die Haare het lijdend voorwerp van schneiden. Het Nederlands kiest meestal een bezittelijk woord (mijn haar); letterlijk kopiëren als me de haren klinkt in het Nederlands ouderwets, maar het Duitse patroon is heel gewoon.

Iemand iets laten doen of toestaan

Als je een persoon noemt die de handeling uitvoert, staat die persoon doorgaans in de accusatief:

  • Ich lasse ihn fahren. — Ik laat hem rijden.
  • Die Lehrerin lässt die Schüler diskutieren. — De lerares laat de leerlingen discussiëren.
  • Lass mich dir helfen. — Laat mij je helpen.

Let bij het laatste voorbeeld op de twee functies. Mich is de uitvoerder van helfen en staat na lassen in de accusatief. Dir hoort bij helfen: Duits jemandem helfen vereist de datief. De afzonderlijke infinitief blijft dus zijn eigen aanvullingen bepalen.

Of lassen hier ‘toestaan’ of ‘ervoor zorgen dat’ betekent, hangt af van de situatie:

  • Der Vater lässt das Kind länger aufbleiben. — De vader staat toe dat het kind langer opblijft.
  • Der Chef lässt die Praktikantin alle Termine absagen. — De chef draagt de stagiaire op alle afspraken af te zeggen.

De grammaticale bouw is gelijk; de verhouding tussen de personen en de context maken het verschil.

Ontkenning en scheidbare werkwoorden

Lassen wordt ontkend op de plek die past bij wat je ontkent:

  • Ich lasse das nicht reparieren. — Ik laat dat niet repareren.
  • Sie lässt ihn nicht allein fahren. — Zij laat hem niet alleen rijden.
  • Lass die Tür nicht offen stehen. — Laat de deur niet openstaan.

Bij een scheidbaar werkwoord blijft de infinitief intact: abholen, aufräumen, einschlafen.

  • Wir lassen uns am Bahnhof abholen.
  • Sie lässt die Kinder ihr Zimmer aufräumen.

Je schrijft dus niet de gesplitste hoofdzinvorm holt ... ab binnen deze infinitiefconstructie.

Voltooide tijd: dubbele infinitief

Wanneer lassen samen met een andere infinitief staat, gebruikt de voltooide tijd gewoonlijk een vervangende infinitief: de infinitief lassen neemt de plaats in van het normale voltooid deelwoord (de vorm zoals gemacht of gelassen).

Tijd Duitse vorm Nederlands
tegenwoordige tijd Ich lasse das Auto reparieren. Ik laat de auto repareren.
onvoltooid verleden tijd Ich ließ das Auto reparieren. Ik liet de auto repareren.
voltooide tijd Ich habe das Auto reparieren lassen. Ik heb de auto laten repareren.

Gebruik hier dus niet Ich habe das Auto reparieren gelassen. Het normale voltooid deelwoord gelassen is wel juist wanneer lassen zelfstandig ‘achterlaten’, ‘met rust laten’ of ‘in een toestand laten’ betekent: Ich habe den Schlüssel zu Hause gelassen en Sie hat mich in Ruhe gelassen.

In een bijzin komt de persoonsvorm van het hulpwerkwoord vóór de twee infinitieven:

  • ..., weil ich das Auto habe reparieren lassen.
  • ..., obwohl sie ihn hat warten lassen.

Die volgorde wijkt af van de eenvoudige regel ‘alle werkwoorden aan het eind met de persoonsvorm als laatste’. Leer zulke groepen daarom als één herkenbaar patroon.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich lasse mir die Haare schneiden. Ik laat mijn haar knippen. Bezittelijke datief mir
Er lässt das Auto reparieren. Hij laat de auto repareren. De uitvoerder blijft ongenoemd
Lass mich dir helfen. Laat mij je helpen. mich accusatief, dir bij helfen
Wir lassen die Wohnung vor dem Einzug streichen. We laten de woning vóór de verhuizing schilderen. Geregelde dienst
Die Ärztin lässt den Patienten noch eine Stunde warten. De arts laat de patiënt nog een uur wachten. Persoon als uitvoerder van warten
Meine Eltern lassen mich heute länger ausgehen. Mijn ouders laten me vanavond langer uitgaan. Toestemming; intacte infinitief ausgehen
Lassen Sie bitte alle Unterlagen übersetzen. Laat u alstublieft alle documenten vertalen. Formele gebiedende wijs
Sie lässt ihren Sohn nicht allein fahren. Ze laat haar zoon niet alleen rijden. Ontkenning van allein fahren
Wir haben die Heizung gestern warten lassen. We hebben gisteren de verwarming laten onderhouden. Dubbele infinitief in de voltooide tijd
Ich wusste nicht, dass er mich so lange hat warten lassen. Ik wist niet dat hij me zo lang had laten wachten. Bijzondere volgorde in de bijzin
Der Vertrag lässt sich noch ändern. Het contract kan nog worden gewijzigd. sich lassen: mogelijkheid
Die Tür lässt sich nicht öffnen. De deur gaat niet open / kan niet worden geopend. Vaak een natuurlijke passieve omschrijving
Lass uns anfangen. Laten we beginnen. Vast voorstel met lass uns

Veelgemaakte fouten

Zu voor de tweede infinitief zetten

  • Onjuist: Ich lasse das Fahrrad zu reparieren.
  • Juist: Ich lasse das Fahrrad reparieren.
  • Waarom: Na causatief of toestemmend lassen volgt de infinitief zonder zu. Het Nederlandse ‘te’ in andere infinitiefconstructies biedt hier geen betrouwbaar houvast.

De umlaut vergeten

  • Onjuist: Er lasst seine Kinder draußen spielen.
  • Juist: Er lässt seine Kinder draußen spielen.
  • Waarom: In de tegenwoordige tijd hebben du en er/sie/es de vorm lässt. Lasst zonder umlaut hoort bij ihr of is de gebiedende wijs voor meerdere personen.

In de voltooide tijd gelassen gebruiken

  • Onjuist: Sie hat den Computer reparieren gelassen.
  • Juist: Sie hat den Computer reparieren lassen.
  • Waarom: Bij een tweede infinitief gebruikt lassen de vervangende infinitief. Vergelijk het zelfstandige Sie hat den Computer im Büro gelassen, waar gelassen wel juist is.

Nederlandse bezitsbouw gedachteloos kopiëren

  • Minder idiomatisch in deze betekenis: Ich lasse meine Haare schneiden.
  • Gebruikelijk: Ich lasse mir die Haare schneiden.
  • Waarom: Duits geeft bij lichaamsdelen vaak met een datief aan van wie ze zijn. De eerste zin is grammaticaal mogelijk, maar het patroon met mir die Haare is in deze situatie bijzonder natuurlijk.

Alle voornaamwoorden dezelfde naamval geven

  • Onjuist: Lass mir dich helfen.
  • Juist: Lass mich dir helfen.
  • Waarom: De persoon die je laat handelen staat hier in de accusatief (mich). Helfen bepaalt zelf dat de geholpen persoon in de datief staat (dir).

Een dubbelzinnige persoon verkeerd begrijpen

  • Mogelijk dubbelzinnig: Der Arzt lässt den Patienten untersuchen.
  • Duidelijker: Der Arzt lässt den Patienten von einer Kollegin untersuchen. / Der Arzt lässt den Patienten einen anderen Patienten untersuchen.
  • Waarom: Zonder context kan den Patienten degene zijn die wordt onderzocht of degene die de handeling uitvoert. Voeg zo nodig de uitvoerder of een tweede voorwerp toe.

Gebruiksnotities

In dagelijkse gesprekken komt lassen zeer vaak voor bij diensten: een auto repareren, documenten vertalen, een pakket bezorgen of haar knippen. Het benoemen van de vakpersoon is dan meestal overbodig. Daardoor lijkt de constructie qua betekenis soms op een passieve zin, maar het onderwerp is bij lassen juist degene die de handeling regelt: Ich lasse die Küche renovieren legt de nadruk op mijn opdracht of beslissing; Die Küche wird renoviert zegt alleen dat de keuken wordt gerenoveerd.

Bij toestemming kan de toon sterk verschillen. Ich lasse dich gehen kan vriendelijk betekenen dat iemand mag vertrekken, maar ook dat iemand met gezag die beslissing neemt. De gebiedende wijs Lass das! betekent niet letterlijk ‘laat dat’, maar ‘hou daarmee op’. Lass mich in Ruhe! is ‘laat me met rust’. Zulke vaste toepassingen horen bij hetzelfde kernidee van niet ingrijpen of ruimte geven, maar zijn niet altijd zuiver causatief.

Lass uns ... is een gewone manier om een gezamenlijk voorstel te doen: Lass uns darüber sprechen (‘laten we daarover praten’). Tegen meerdere gesprekspartners hoor je Lasst uns ...; formeel is Lassen Sie uns ... mogelijk. Het Nederlandse ‘laten we’ helpt hier goed, zolang je de Duitse persoonsvorm aanpast aan wie je aanspreekt.

Verder dan de basis

Sich lassen als alternatief voor een passieve zin

De combinatie zaak + sich lassen + infinitief drukt vaak uit dat iets mogelijk of uitvoerbaar is:

  • Das Problem lässt sich lösen. — Het probleem kan worden opgelost.
  • Der Stoff lässt sich leicht reinigen. — De stof is gemakkelijk te reinigen.
  • Diese Frage lässt sich nicht eindeutig beantworten. — Deze vraag kan niet eenduidig worden beantwoord.

Dit is geen opdracht waarbij het onderwerp iemand iets laat doen. Das Problem veroorzaakt niets; de constructie beoordeelt de mogelijkheid. Ze komt veel voor in zakelijke, technische en geschreven taal, maar is ook in gewone gesprekken natuurlijk. Met woorden als leicht, gut, schwer en nicht beschrijf je vaak hoe uitvoerbaar iets is.

Betekenisverschil door rollen en context

Bij lassen kan een naamwoordgroep tegelijk passen als uitvoerder van de infinitief of als voorwerp ervan. Ich lasse den Nachbarn fotografieren kan, afhankelijk van de context, betekenen dat de buurman foto's maakt of dat iemand de buurman fotografeert. Gewoonlijk maakt de situatie het duidelijk. Zo niet, herschrijf dan:

  • Ich lasse den Nachbarn die Feier fotografieren. — De buurman maakt de foto's.
  • Ich lasse den Nachbarn von einer Fotografin fotografieren. — De buurman wordt gefotografeerd.

Deze dubbelzinnigheid is niet uniek voor Duits, maar valt bij korte zinnen sneller op doordat de eigenlijke uitvoerder bij een geregelde dienst vaak wegblijft.

Perfectum in complexere werkwoordgroepen

De dubbele infinitief komt ook voor wanneer de infinitiefgroep langer is: Sie hat sich die Ware nach Hause liefern lassen. In bijzinnen blijft de opvallende volgorde met het hulpwerkwoord gelden: ..., weil sie sich die Ware hat nach Hause liefern lassen. Zulke zinnen zijn correct, maar zwaar. In heldere schrijftaal kun je soms twee zinnen maken of de onvoltooid verleden tijd gebruiken: Sie ließ sich die Ware nach Hause liefern.

Lassen zonder causatieve infinitief

Niet elke vorm van lassen hoort bij ‘iets laten doen’. Vergelijk:

  • Ich lasse den Koffer im Hotel. — Ik laat de koffer in het hotel achter.
  • Lass das Fenster offen. — Laat het raam open.
  • Er kann es nicht lassen. — Hij kan het niet laten.

Hier ontbreekt een tweede infinitief of heeft lassen een vaste zelfstandige betekenis. Daarom krijg je in de voltooide tijd gelassen: Ich habe den Koffer im Hotel gelassen. Het onderscheid is belangrijker dan een lijst losse uitzonderingen: twee infinitieven → meestal hat ... machen lassen; zelfstandig lassen → meestal hat ... gelassen.

Oefentips

  1. Bouw één situatie in drie tijden. Maak bijvoorbeeld Ich lasse das Paket liefern, Ich ließ das Paket liefern en Ich habe das Paket liefern lassen. Zo oefen je tegelijk de plaats van de infinitieven en de bijzondere voltooide tijd.
  2. Markeer de rollen. Vraag bij elke zin: wie regelt het, wie voert de handeling uit en wie of wat ondergaat die handeling? Controleer daarna per werkwoord de naamval, bijvoorbeeld jemandem helfen maar jemanden warten lassen.
  3. Verzamel echte diensten en verzoeken. Noteer vijf dingen die je laat doen (die Reifen wechseln lassen, ein Dokument übersetzen lassen) en vijf vormen van toestemming (jemanden eintreten lassen). Spreek ze ook uit met du lässt, er lässt en in het perfectum.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste basis: Regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd — helpt bij persoonsvormen en de plaats van een gewone infinitief.
  • Handige verdieping: de Duitse naamvallen en voornaamwoorden — nodig om vormen als mich, mir, ihn en ihm betrouwbaar te kiezen.
  • Handige verdieping: de voltooide tijd met meerdere infinitieven — bouwt voort op het patroon hat reparieren lassen.
  • Vergelijking: de passieve vorm — maakt het verschil duidelijk tussen Die Küche wird renoviert en Ich lasse die Küche renovieren.

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden in het DuitsA1

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Kausativ mit lassen in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen