B1

Faire causatif in het Frans

Faire Causatif

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.

In het kort

Met faire + infinitief zeg je dat het onderwerp een handeling veroorzaakt of laat uitvoeren: Je fais réparer ma voiture betekent “Ik laat mijn auto repareren”. Alleen faire wordt vervoegd; het werkwoord erna blijft in de infinitief (de onbepaalde vorm, zoals réparer). Met se faire + infinitief laat iemand iets bij zichzelf doen, of ondergaat die persoon iets: Elle se fait couper les cheveux.

Overzicht

Het Nederlandse werkwoord laten kan gevolgd worden door een infinitief: “Wij laten de loodgieter komen” of “Zij laat een huis bouwen”. Het Frans gebruikt daarvoor meestal faire + infinitif, vaak faire causatif genoemd. Deze constructie is causatief: het onderwerp voert de tweede handeling niet noodzakelijk zelf uit, maar zorgt ervoor dat die plaatsvindt.

Dit onderwerp wordt doorgaans rond B1 geleerd. De basis is overzichtelijk, maar de Franse zinsbouw verschilt op enkele belangrijke punten van de Nederlandse. Faire en de infinitief vormen een hechte eenheid. De persoon die de reparatie, bouw of andere handeling werkelijk uitvoert, komt daarom op een andere plaats te staan dan een Nederlandstalige soms verwacht.

De betekenis loopt van opdracht en regeling tot oorzaak. Le professeur fait lire le texte aux étudiants kan betekenen dat de docent de studenten de tekst laat lezen. In Cette nouvelle me fait réfléchir veroorzaakt het nieuws een reactie: “Dit nieuws zet me aan het denken.” Wie de handeling uitvoert, kan ongenoemd blijven als dat niet belangrijk of vanzelfsprekend is.

Hoe het werkt

Het basispatroon

De eenvoudigste structuur is:

onderwerp + vervoegde vorm van faire + infinitief + overige zinsdelen

  • Je fais réparer mon vélo. — Ik laat mijn fiets repareren.
  • Nous ferons installer une nouvelle cuisine. — Wij zullen een nieuwe keuken laten installeren.
  • Elle a fait venir un médecin. — Ze heeft een arts laten komen.

Faire draagt alle informatie over persoon en tijd. De infinitief verandert niet. Dat geldt ook als de Nederlandse vertaling een voltooid deelwoord gebruikt: “een huis laten bouwen” of “zijn haar laten knippen” blijft in het Frans faire construire en se faire couper.

Faire in veelgebruikte tijden

Tijd of vorm Frans Nederlandse betekenis
Tegenwoordige tijd Je fais réparer la porte. Ik laat de deur repareren.
Passé composé J’ai fait réparer la porte. Ik heb de deur laten repareren.
Imparfait Je faisais réparer la porte. Ik liet de deur repareren / was de deur aan het laten repareren.
Nabije toekomst Je vais faire réparer la porte. Ik ga de deur laten repareren.
Toekomende tijd Je ferai réparer la porte. Ik zal de deur laten repareren.
Voorwaardelijke wijs Je ferais réparer la porte. Ik zou de deur laten repareren.
Gebiedende wijs Faites réparer la porte. Laat de deur repareren.

De vormen van faire blijven dezelfde als wanneer het zelfstandig “doen” of “maken” betekent. Alleen de combinatie met een tweede infinitief geeft de causatieve betekenis.

Wie voert de handeling uit?

Er zijn vaak twee personen of zaken in het spel:

  1. het grammaticale onderwerp (wie de handeling laat gebeuren);
  2. de uitvoerder of veroorzaakte handelende persoon (wie de infinitiefhandeling werkelijk doet).

In Marie fait venir Paul is Marie het onderwerp en Paul degene die komt. De uitvoerder staat zonder voorzetsel wanneer de infinitief geen lijdend voorwerp heeft. Een lijdend voorwerp is wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat.

  • Je fais entrer les visiteurs. — Ik laat de bezoekers binnenkomen.
  • Le directeur fait attendre les candidats. — De directeur laat de kandidaten wachten.

Heeft de infinitief zelf al een lijdend voorwerp, dan wordt de uitvoerder gewoonlijk ingeleid met à:

  • Le professeur fait lire ce roman aux élèves. — De leraar laat de leerlingen deze roman lezen.
  • Je fais nettoyer la cuisine à Paul. — Ik laat Paul de keuken schoonmaken.

Zo blijven ce roman en la cuisine het rechtstreekse voorwerp van respectievelijk lire en nettoyer. Met par kan men vooral de uitvoerende partij aanduiden, vaak wanneer het resultaat of de geleverde dienst centraal staat: J’ai fait réparer la chaudière par un spécialiste — “Ik heb de cv-ketel door een specialist laten repareren.” In het dagelijks gebruik laat men de uitvoerder vaak helemaal weg.

Voornaamwoorden staan vóór faire

Een voornaamwoord dat bij de infinitief hoort, wordt vóór de vervoegde vorm van faire geplaatst. Dat wijkt af van het Nederlands, waar woorden vaak dichter bij de tweede infinitief blijven staan.

  • Je fais réparer la voiture.Je la fais réparer. — Ik laat hem repareren.
  • Je fais venir Paul.Je le fais venir. — Ik laat hem komen.
  • Je fais lire la lettre à Léa.Je lui fais lire la lettre. — Ik laat Léa de brief lezen.
  • Ne le fais pas attendre. — Laat hem niet wachten.

Bij twee voornaamwoorden gelden de gewone Franse volgorderegels: Je la lui fais lire betekent “Ik laat hem/haar die lezen.” De hele groep faire + infinitief gedraagt zich hier dus als één werkwoordelijk blok.

Se faire + infinitief

Met se faire + infinitief heeft de handeling betrekking op het onderwerp zelf. De wederkerende vorm se verandert mee met de persoon:

  • Je me fais couper les cheveux. — Ik laat mijn haar knippen.
  • Tu te fais livrer les courses. — Je laat de boodschappen bezorgen.
  • Nous nous sommes fait photographier. — Wij hebben ons laten fotograferen.

Deze vorm kan vrijwillig zijn: iemand regelt een behandeling of dienst. Maar hij kan ook een ongewilde gebeurtenis beschrijven:

  • Il s’est fait voler son portefeuille. — Zijn portemonnee is gestolen / hij is van zijn portemonnee beroofd.
  • Elle s’est fait licencier. — Ze is ontslagen.

De context bepaalt dus of “laten” een bewuste keuze uitdrukt. Een letterlijke Nederlandse vertaling met “zich laten” klinkt bij negatieve gebeurtenissen soms onnatuurlijk of suggereert ten onrechte toestemming.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
Je fais réparer ma voiture demain. Ik laat morgen mijn auto repareren. De uitvoerder is niet belangrijk.
Elle fait construire une maison près de Lille. Ze laat bij Rijsel een huis bouwen. Het resultaat staat centraal.
Nous avons fait installer des panneaux solaires. We hebben zonnepanelen laten installeren. Faire staat in de passé composé.
Le professeur fait répéter la phrase aux étudiants. De docent laat de studenten de zin herhalen. De uitvoerders volgen op à.
Cette chanson me fait penser à mon enfance. Dit lied doet me aan mijn jeugd denken. Faire drukt een oorzaak uit.
Fais entrer les invités, s’il te plaît. Laat de gasten binnen, alsjeblieft. Gebiedende wijs; de gasten komen binnen.
Je le ferai venir plus tôt. Ik zal hem eerder laten komen. Le staat vóór ferai.
On lui a fait signer le contrat. Men heeft hem/haar het contract laten tekenen. De persoon is een meewerkend voorwerp.
Le bruit a fait pleurer le bébé. Het lawaai heeft de baby aan het huilen gemaakt. Geen bewuste opdracht, maar een oorzaak.
Elle se fait couper les cheveux tous les deux mois. Ze laat om de twee maanden haar haar knippen. Vrijwillige dienst voor zichzelf.
Il s’est fait couper les cheveux hier. Hij heeft gisteren zijn haar laten knippen. Fait blijft onveranderd.
Je me suis fait voler dans le métro. Ik ben in de metro beroofd. Ongewilde gebeurtenis.
Ils se feront livrer le dîner à huit heures. Ze laten het avondeten om acht uur bezorgen. Toekomst met se faire.
Nous faisons faire les uniformes sur mesure. Wij laten de uniformen op maat maken. Faire faire is correct: “laten maken”.

Veelgemaakte fouten

Ook de infinitief vervoegen

  • Fout: Elle fait construit une maison.
  • Goed: Elle fait construire une maison.
  • Waarom: Alleen faire wordt vervoegd. Het tweede werkwoord staat altijd in de infinitief.

De Nederlandse woordvolgorde kopiëren

  • Fout: Je fais Paul lire le texte.
  • Goed: Je fais lire le texte à Paul.
  • Waarom: Wanneer lire al het lijdend voorwerp le texte heeft, komt de uitvoerder meestal na à. Faire + lire blijft bij elkaar.

Een voornaamwoord vlak vóór de infinitief zetten

  • Fout: Je fais le réparer.
  • Goed: Je le fais réparer.
  • Waarom: Het voornaamwoord staat vóór de vervoegde vorm van faire, niet tussen faire en de infinitief.

Se faire altijd letterlijk met “zich laten” vertalen

  • Misleidend: Il s’est fait voler son téléphone → “Hij liet zijn telefoon stelen.”
  • Natuurlijk: “Zijn telefoon is gestolen” of “Hij is van zijn telefoon beroofd.”
  • Waarom: Se faire kan iets onvrijwilligs uitdrukken. Het zegt niet automatisch dat het onderwerp ermee instemde.

Fait laten overeenkomen met het onderwerp

  • Fout: Elles se sont faites photographier.
  • Goed: Elles se sont fait photographier.
  • Waarom: Voor een infinitief blijft het voltooid deelwoord fait in deze causatieve constructie onveranderd.

Faire faire vermijden

  • Onnodige omweg: een andere constructie kiezen omdat faire faire vreemd klinkt.
  • Goed: Je fais faire une copie de la clé.
  • Waarom: De herhaling is volkomen normaal: het eerste faire betekent “laten”, het tweede “maken”.

Gebruiksnotities

Faire + infinitief is neutraal en zeer gebruikelijk, zowel in gesprekken als in formele teksten. Bij diensten klinkt de constructie vaak natuurlijker dan een passieve formulering: J’ai fait traduire le document legt de nadruk op het feit dat ik de vertaling heb geregeld. Le document a été traduit meldt alleen wat er met het document is gebeurd.

Met personen kan faire afhankelijk van de context vrij dwingend klinken. Je fais travailler les enfants betekent eerder “Ik laat de kinderen werken” dan dat ik het vriendelijk voorstel. Voor een verzoek of toestemming gebruikt het Frans vaak een ander werkwoord, bijvoorbeeld demander à quelqu’un de... (iemand vragen om...) of laisser quelqu’un... (iemand toelaten/vrijlaten om...). Het Nederlandse laten dekt namelijk zowel veroorzaken als toestaan; Frans faire dekt vooral veroorzaken, terwijl laisser eerder toestemming of niet-ingrijpen uitdrukt:

  • Je fais sortir Paul. — Ik zorg ervoor dat Paul naar buiten gaat.
  • Je laisse sortir Paul. — Ik sta Paul toe naar buiten te gaan.

Bij lichaamsverzorging gebruikt het Frans gewoonlijk het bepaald lidwoord waar het Nederlands een bezittelijk voornaamwoord gebruikt: Elle se fait couper les cheveux — “Ze laat haar haar knippen.” Dat volgt het bredere Franse patroon bij lichaamsdelen.

Verder dan de basis

Het onveranderlijke voltooid deelwoord fait

Wanneer fait direct door een infinitief wordt gevolgd en samen daarmee een causatieve constructie vormt, krijgt het geen uitgang voor geslacht of getal:

  • Les robes qu’elle a fait retoucher sont prêtes. — De jurken die ze heeft laten vermaken, zijn klaar.
  • Elles se sont fait accompagner. — Ze hebben zich laten begeleiden.

Dit is vooral in geschreven Frans belangrijk. Zonder de volgende infinitief gelden niet automatisch dezelfde regels: beoordeel dus de volledige constructie, niet alleen het woord fait.

Betekenis zonder menselijke uitvoerder

De oorzaak hoeft geen persoon te zijn. Een gebeurtenis, gedachte of eigenschap kan een reactie teweegbrengen:

  • Sa remarque m’a fait rire. — Zijn/haar opmerking maakte me aan het lachen.
  • La pluie a fait monter le niveau de la rivière. — De regen heeft het rivierpeil doen stijgen.
  • Ce détail nous fait douter de son histoire. — Dit detail doet ons aan zijn/haar verhaal twijfelen.

In zulke zinnen vertaalt het Nederlands faire vaak met “doen”, “maken”, “ervoor zorgen dat” of een ander natuurlijk werkwoord. Eén vaste vertaling werkt dus niet altijd.

Dubbelzinnigheid en duidelijke formuleringen

Een zin als Paul fait réparer la voiture à Marie kan zonder context zwaar of onduidelijk zijn: is Marie de uitvoerder, of is zij op een andere manier bij de auto betrokken? In verzorgd Frans helpt het vaak om de uitvoerder met par te noemen (par Marie), de zin te herschrijven of overbodige informatie weg te laten. Kies niet alleen een grammaticaal mogelijke vorm; zorg ook dat de rollen meteen begrijpelijk zijn.

Oefentips

  1. Bouw zinnen in drie stappen. Begin met Le mécanicien répare la voiture. Maak daarna van de auto het centrale voorwerp: Je fais réparer la voiture. Voeg pas dan de uitvoerder toe: Je fais réparer la voiture par le mécanicien.
  2. Oefen paren met faire en laisser. Vergelijk bijvoorbeeld Je fais entrer les enfants met Je laisse entrer les enfants. Zo voorkom je dat je Nederlands laten automatisch altijd met faire vertaalt.
  3. Train de voornaamwoorden hardop. Zet Je fais venir Léa, Je fais lire la lettre à Léa en Je fais réparer la porte om in Je la fais venir, Je lui fais lire la lettre en Je la fais réparer. Herhaal dezelfde patronen in verleden en toekomst.

Verwante begrippen

  • Vooraf: Het werkwoord faire — herhaal de onregelmatige vormen van faire voordat je ze met een infinitief combineert.

Vereiste kennis

Faire in het FransA1

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Faire Causatif in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen