Faire (doen/maken) in het Frans
Le Verbe Faire
Overzicht
Faire (doen, maken) is een van de meest veelzijdige en onregelmatige werkwoorden in het Frans. Je gebruikt het voor een enorme verscheidenheid aan situaties: activiteiten, sport, het weer, boodschappen, en als hulpwerkwoord in de causatieve constructie (faire + infinitief).
De vervoeging is onregelmatig en bevat een eigenaardige uitzondering: de vous-vorm is vous faites (niet *vous faisez). Let hier speciaal op.
Faire combineert met heel veel zelfstandige naamwoorden in vaste uitdrukkingen: faire du sport, faire la cuisine, faire la vaisselle, faire du vélo. Het is een van de eerste werkwoorden die je uitgebreid wilt leren.
Hoe het werkt
| Persoon | Vorm | Vertaling |
|---|---|---|
| je | fais | ik doe/maak |
| tu | fais | jij doet/maakt |
| il/elle/on | fait | hij/zij/men doet/maakt |
| nous | faisons | wij doen/maken |
| vous | faites | u/jullie doet/maken |
| ils/elles | font | zij doen/maken |
Veelgebruikte uitdrukkingen met faire:
| Frans | Nederlands |
|---|---|
| faire du sport | sporten |
| faire la cuisine | koken |
| faire la vaisselle | afwassen |
| faire du vélo | fietsen |
| faire une promenade | wandelen |
| faire des courses | boodschappen doen |
| faire la fête | feesten |
| il fait chaud/froid | het is warm/koud |
| il fait beau | het is mooi weer |
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Je fais du sport. | Ik sport. | activiteit |
| Tu fais quoi ce soir ? | Wat doe jij vanavond? | informele vraag |
| Il fait beau aujourd'hui. | Het is mooi weer vandaag. | weer |
| Elle fait la cuisine. | Ze kookt. | huishoudelijke taak |
| On fait des courses. | We doen boodschappen. | |
| Nous faisons une promenade. | We gaan wandelen. | |
| Vous faites du vélo ? | Fietst u? | formeel |
| Ils font du bruit. | Ze maken lawaai. | |
| Il fait froid en hiver. | Het is koud in de winter. | weer |
| Elle fait du piano. | Ze speelt piano. | instrument + faire |
Veelgemaakte fouten
Vous faites niet kennen
- Fout: vous faisez
- Correct: vous faites
- Waarom: Dit is een onregelmatige uitzondering die je van buiten moet leren.
Faire en jouer verwarren bij sport/instrument
- Fout: Je joue du foot, Je fais du piano
- Correct: Je fais du foot, Je joue du piano (of: Je joue au foot)
- Waarom: Sport + faire du/de la/de l'; instrument + jouer de; teamsport kan ook jouer à.
Oefentips
- Leer tien vaste uitdrukkingen met faire en gebruik ze in zinnen over je dagelijkse activiteiten.
- Memoriseer speciaal vous faites — dit is de meest voorkomende fout bij dit werkwoord.
- Beschrijf het weer elke dag in het Frans: Il fait beau/mauvais/froid/chaud.
Verwante concepten
- Vereiste: Persoonlijke voornaamwoorden — nodig voor de vervoeging
- Volgende stappen: Causatieve constructie — faire + infinitief
- Volgende stappen: Regelmatige -ER werkwoorden — contrast met regelmatige werkwoorden
Vereiste kennis
Regelmatige -ER werkwoorden in het FransA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Wil je Faire (doen/maken) in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen