A1

Aanwijzende voornaamwoorden in het Zweeds

Demonstrativa Pronomen

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Voor deze/dit gebruikt het Zweeds den här, det här of de här; voor die/dat gebruik je den där, det där of de där. Den hoort bij een enkelvoudig en-woord, det bij een enkelvoudig ett-woord en de bij elk meervoud. Bij een genoemd zelfstandig naamwoord staat dat woord normaal in de bepaalde vorm: den här boken, det där huset, de här bilarna.

Overzicht

Met een aanwijzend woord wijs je iets of iemand aan of maak je duidelijk welk exemplaar je bedoelt. In den här boken betekent den här dus ‘dit/deze hier’, terwijl boken het zelfstandig naamwoord is: het woord voor een persoon, zaak, plaats of begrip. Zulke combinaties kom je voortdurend tegen in winkels, gesprekken, routeaanwijzingen en vragen als Vad är det här? (‘Wat is dit?’).

Dit onderwerp begint al op A1-niveau. De basis lijkt gelukkig enigszins op het Nederlands: Nederlands kiest bij enkelvoud tussen deze/die bij een de-woord en dit/dat bij een het-woord. Zweeds kiest op vergelijkbare wijze tussen den bij een en-woord en det bij een ett-woord. Toch is er een belangrijk verschil. Het Zweeds drukt nabijheid en afstand meestal apart uit met här (‘hier’) en där (‘daar’), en zet het daaropvolgende zelfstandig naamwoord in de bepaalde vorm.

De traditionele naam ‘aanwijzend voornaamwoord’ wordt voor zowel zelfstandig als bijvoeglijk gebruik gebruikt. In den här är dyr (‘deze is duur’) staat de vorm zelfstandig, dus zonder genoemd zelfstandig naamwoord. In den här jackan (‘deze jas’) bepaalt hij juist welk zelfstandig naamwoord bedoeld wordt. Voor praktisch gebruik is vooral van belang dat je de hele woordgroep als één patroon leert.

Zo werkt het

De basisvorm kiezen

Kijk eerst naar het genus (de grammaticale woordsoort en of ett) en het aantal. Kies daarna här voor iets dat de spreker als dichtbij of actueel presenteert en där voor iets dat verder weg staat of op afstand wordt aangewezen.

Patroon Zweeds Nederlands
enkelvoudig en-woord, dichtbij den här deze, dit hier
enkelvoudig ett-woord, dichtbij det här dit, dit hier
meervoud, dichtbij de här deze
enkelvoudig en-woord, verder weg den där die, die daar
enkelvoudig ett-woord, verder weg det där dat, dat daar
meervoud, verder weg de där die

De Nederlandse keuze tussen deze en dit helpt dus maar gedeeltelijk. Bok is een Zweeds en-woord, zodat het den här boken wordt. Hus is een ett-woord, zodat je det här huset zegt. In het meervoud verdwijnt het genusverschil: zowel böcker als hus krijgen de här of de där.

Het zelfstandig naamwoord krijgt de bepaalde vorm

Na den här/där, det här/där en de här/där staat een genoemd zelfstandig naamwoord normaal in de bepaalde vorm: de vorm die overeenkomt met Nederlands ‘de/het’. In het Zweeds zit die bepaaldheid meestal als een uitgang aan het zelfstandig naamwoord.

Vorm Zweeds Wat verandert er?
onbepaald enkelvoud en bok een boek
aanwijzend, dichtbij den här boken bok wordt boken
onbepaald enkelvoud ett hus een huis
aanwijzend, verder weg det där huset hus wordt huset
onbepaald meervoud bilar auto’s
aanwijzend, dichtbij de här bilarna bilar wordt bilarna

Dit is een belangrijk verschil met het Nederlands. Wij zeggen ‘deze jas’, niet iets als ‘deze de jas’. Het Zweeds markeert de bepaaldheid wél zowel vóór als aan het zelfstandig naamwoord: den här jackan. Leer daarom liever de volledige combinatie dan alleen den här.

Met een bijvoeglijk naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt, zoals ‘groot’ of ‘rood’) staat in deze bepaalde woordgroep meestal in de vorm op -a. Het zelfstandig naamwoord houdt zijn bepaalde uitgang.

Patroon Zweeds Nederlands
en-woord den här röda bilen deze rode auto
ett-woord det där stora huset dat grote huis
meervoud de här gamla böckerna deze oude boeken

Bij onregelmatige vormen moet je de bepaalde vorm van het bijvoeglijk naamwoord kennen: liten (‘klein’) wordt bijvoorbeeld lilla in det här lilla rummet (‘deze kleine kamer’).

Zonder genoemd zelfstandig naamwoord

Als uit de situatie al duidelijk is waarover je praat, kan de combinatie zelfstandig staan. De vorm blijft afhangen van het weggelaten woord:

  • Vilken stol vill du ha? — Den här. — ‘Welke stoel wil je? — Deze.’ (en stol)
  • Vilket bord är ledigt? — Det där. — ‘Welke tafel is vrij? — Die daar.’ (ett bord)
  • Vilka skor är dina? — De här. — ‘Welke schoenen zijn van jou? — Deze.’ (meervoud)

Er is ook een veelvoorkomend neutraal gebruik van det här en det där zonder concreet zelfstandig naamwoord. Dan verwijst det naar een situatie, handeling, uitspraak of iets waarvan het genus nog niet bekend is: Det här är viktigt (‘Dit is belangrijk’) en Vad är det där? (‘Wat is dat?’).

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Toelichting
Jag läser den här boken nu. Ik lees dit boek nu. Bok is een en-woord: den här boken.
Det där huset är till salu. Dat huis staat te koop. Hus is een ett-woord: det där huset.
De här bilarna är elektriska. Deze auto’s zijn elektrisch. In het meervoud gebruik je de här.
Vad är det här? Wat is dit? Neutraal det här bij iets nog onbekends.
Kan jag prova den här jackan? Mag ik deze jas passen? Een natuurlijke vraag in een winkel.
Det här tåget går till Malmö. Deze trein gaat naar Malmö. Tåg is een ett-woord.
De där skorna är mina. Die schoenen daar zijn van mij. Där maakt de verwijzing afstandelijker.
Vilken kopp vill du ha? — Den där. Welke kop wil je? — Die daar. Kopp is een en-woord; het woord zelf wordt weggelaten.
Jag känner inte igen de där personerna. Ik herken die mensen niet. Meervoud met een zelfstandig naamwoord in de bepaalde vorm.
Den här veckan arbetar jag hemma. Deze week werk ik thuis. Här kan ook de huidige periode aanduiden.
Det här problemet är svårt att lösa. Dit probleem is moeilijk op te lossen. Problem is een ett-woord.
De här små lägenheterna är nybyggda. Deze kleine appartementen zijn nieuw gebouwd. Het bijvoeglijk naamwoord staat op -a.
Ställ de där lådorna i förrådet. Zet die dozen daar in de berging. Een concrete aanwijzing op afstand.
Är det här din plats? Is dit jouw plaats? Det här wijst eerst neutraal naar de plek.
Jag menade inte den här, utan den där. Ik bedoelde niet deze, maar die daar. Contrast tussen dichtbij en verder weg; het bedoelde woord is een en-woord.

Veelgemaakte fouten

1. Het genus negeren

  • Onjuist: den här huset
  • Juist: det här huset
  • Waarom: Hus is een ett-woord. Gebruik daarom det, ook al is Nederlands ‘huis’ een het-woord en lijkt de keuze toevallig hetzelfde. Bij andere woorden kun je niet veilig op het Nederlandse lidwoord vertrouwen; leer altijd en of ett mee.

2. Het zelfstandig naamwoord onbepaald laten

  • Onjuist: den här bok
  • Juist: den här boken
  • Waarom: In het gewone patroon met den här/där staat het genoemde zelfstandig naamwoord in de bepaalde vorm. De uitgang -en hoort hier dus bij de constructie.

3. In het meervoud den gebruiken

  • Onjuist: den här bilarna
  • Juist: de här bilarna
  • Waarom: Voor alle meervouden gebruik je de, ongeacht of het enkelvoud een en-woord of ett-woord is.

4. De Nederlandse volgorde letterlijk overnemen

  • Onjuist: här den boken
  • Juist: den här boken
  • Waarom: Het vaste basispatroon is den/det/de + här/där + bepaalde vorm van het zelfstandig naamwoord. Het Nederlandse ‘dit boek hier’ heeft een andere volgorde en mag die Zweedse volgorde niet bepalen.

5. De verkeerde vorm van het bijvoeglijk naamwoord kiezen

  • Onjuist: det här stort huset
  • Juist: det här stora huset
  • Waarom: In deze bepaalde woordgroep krijgt het bijvoeglijk naamwoord gewoonlijk de bepaalde vorm op -a, niet de onbepaalde ett-vorm op -t.

6. Nederlands de lezen waar Zweeds de staat

  • Onjuist begrip: de här böckerna lezen alsof de het Nederlandse lidwoord ‘de’ is.
  • Juist begrip: de hele groep betekent ‘deze boeken’.
  • Waarom: Zweeds de is hier de meervoudsvorm van het aanwijzende element. Het Zweedse woord wordt in alledaagse spraak meestal uitgesproken als dom, maar in standaardtaal schrijf je de.

Gebruiksnotities

Här en där geven niet altijd een exact meetbare afstand aan. Een spreker kan den här gebruiken voor iets dat in de hand ligt, op het scherm staat, in het gesprek centraal staat of bij de huidige situatie hoort. Den där kan wijzen naar iets verderop, maar ook naar iets dat eerder genoemd is en mentaal wat meer op afstand staat. Gebaar, blik en klemtoon maken in gesprekken vaak duidelijk welk voorwerp bedoeld wordt.

De vorm met där kan door toon en context soms afkeurend of afstandelijk klinken: den där typen kan ‘die vent’ betekenen. Dat is geen vaste negatieve betekenis van där; in Ta den där stolen (‘Neem die stoel daar’) is de vorm volkomen neutraal.

In verzorgde schrijftaal schrijf je de här en de där, ook al hoor je meestal ongeveer dom här en dom där. Voor een beginner is het verstandig uitspraak en spelling als twee gekoppelde vormen te leren: zien en schrijven de, herkennen en vaak uitspreken als dom.

Bij tijdsaanduidingen zijn combinaties als den här veckan (‘deze week’), den här månaden (‘deze maand’) en de där åren (‘die jaren’) heel gewoon. Soms heeft het Zweeds daarnaast een korter vast tijdswoord: i år is vaak de natuurlijkste neutrale manier om ‘dit jaar’ te zeggen, terwijl det här året sterker kan contrasteren met een ander jaar.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende verschillen hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later in teksten en gesprekken tegenkomen.

Denna, detta en dessa

Naast de vormen met här bestaan denna bij een en-woord, detta bij een ett-woord en dessa in het meervoud. Ze klinken vaak compacter, schrijftaliger of formeler dan het alledaagse patroon.

Gewone vorm Compactere vorm Nederlands
den här boken denna bok dit boek
det här huset detta hus dit huis
de här frågorna dessa frågor deze vragen

Let op het verschil in de vorm van het zelfstandig naamwoord: in neutrale standaardtaal volgt na denna/detta/dessa doorgaans de onbepaalde vorm, dus denna bok en niet denna boken. In delen van Zweden hoor je regionaal wel combinaties als denna boken. Als leerder kun je voor algemene standaardtaal het best den här boken of denna bok aanhouden.

Den, det, de zonder här of där

Den, det en de hebben meer functies dan alleen aanwijzen. Ze kunnen terugverwijzen naar iets dat al genoemd is, of samen met een bijvoeglijk naamwoord een bepaalde groep vormen: den röda bilen (‘de rode auto’) en de nya reglerna (‘de nieuwe regels’). Zonder här of där ligt de nadruk niet vanzelf op ‘deze’ tegenover ‘die’. De context moet dan duidelijk maken of er werkelijk wordt aangewezen.

Ook kan neutraal det naar een hele gedachte verwijzen: Jag visste inte det (‘Dat wist ik niet’) of Det där håller jag inte med om (‘Daar ben ik het niet mee eens’). In zulke gevallen is er geen weggelaten ett-woord waarmee det zichtbaar overeenkomt; de inhoud als geheel wordt neutraal behandeld.

Extra nadruk in gesproken taal

In spontane spraak kun je een extra plaatswoord na het zelfstandig naamwoord horen, bijvoorbeeld den här boken här. Dat heeft ongeveer de kracht van ‘dit boek hier’ en kan een contrast verduidelijken. Het is nadrukkelijk en spreektaalachtig. Gebruik voor neutrale zinnen gewoon den här boken.

Oefentips

  1. Leer zelfstandige naamwoorden met hun genus en bepaalde vorm. Noteer niet alleen bok, maar en bok – boken; niet alleen hus, maar ett hus – huset. Maak daarna meteen den här boken en det där huset.
  2. Oefen met echte voorwerpen. Wijs thuis drie dingen dichtbij en drie dingen verder weg aan. Zeg per voorwerp een zin met här of där en maak daarna een meervoud: den här stolen, den där lampan, de här böckerna.
  3. Train contrastparen. Stel jezelf vragen als Vilken vill du ha? en antwoord achtereenvolgens met den här – den där, det här – det där en de här – de där. Zo koppel je genus en aantal aan de vorm zonder telkens een regel op te zeggen.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

En- en ett-woorden in het ZweedsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen