B1

Onpersoonlijke constructies in het Portugees

Construções Impessoais

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Met é preciso, é necessário, é possível en é importante geef je een algemene noodzaak, mogelijkheid of beoordeling zonder een persoon als onderwerp te noemen. Daarna volgt meestal een infinitief voor een algemene handeling (É preciso estudar) of que + de aanvoegende wijs wanneer de zin een concreet onderwerp heeft (É preciso que estudes). Há que + infinitief betekent ongeveer ‘men moet’.

Overzicht

Een onpersoonlijke constructie stelt niet centraal wie iets doet, maar of iets nodig, mogelijk of belangrijk is. In É importante descansar staat dus niet ‘ik’, ‘jij’ of ‘wij’ als gewoon onderwerp. De zin beoordeelt de handeling descansar in het algemeen: rusten is belangrijk. Zulke formuleringen komen veel voor in adviezen, instructies, nieuwsberichten en formele teksten, maar ook gewoon in gesprekken.

Dit onderwerp hoort bij B1, omdat je hier bekende bouwstenen op een nieuwe manier combineert. Je gebruikt de infinitief (de onbepaalde vorm van het werkwoord, zoals estudar ‘studeren’) en vaak ook de conjuntivo of, vooral in Brazilië, subjuntivo (de aanvoegende wijs: een werkwoordsvorm voor onder meer wens, twijfel, mogelijkheid en noodzaak). Je hoeft niet elke nuance meteen actief te gebruiken. De belangrijkste keuze is eerst: gaat het om mensen in het algemeen, of om een duidelijk genoemde persoon of groep?

Voor Nederlandstaligen voelt de basis vertrouwd: É importante aprender lijkt sterk op ‘Het is belangrijk om te leren’. Toch zijn er twee valkuilen. Het Portugese é is hier geen vertaling van een echt onderwerp ‘het’; het is alleen de derde persoon enkelvoud van ser. En waar het Nederlands na ‘dat’ vaak een gewone werkwoordsvorm gebruikt, kiest het Portugees na deze onpersoonlijke uitdrukkingen meestal de aanvoegende wijs: É importante que ele aprenda, niet que ele aprende.

Hoe werkt het?

De basispatronen

Betekenis Portugees patroon Voorbeeld Nederlandse weergave
algemene noodzaak é preciso/necessário + infinitief É preciso esperar. We moeten wachten / Men moet wachten.
algemene mogelijkheid é possível + infinitief É possível entrar. Je kunt naar binnen / Het is mogelijk binnen te gaan.
algemene beoordeling é importante + infinitief É importante ouvir. Het is belangrijk te luisteren.
concreet onderwerp é + beoordeling + que + conjuntivo É importante que ouças. Het is belangrijk dat je luistert.
onpersoonlijke verplichting há que + infinitief Há que decidir hoje. Men moet vandaag beslissen.

De uitdrukkingen blijven in deze basisconstructies in het enkelvoud: é preciso, é necessário, é possível, é importante. Het daaropvolgende werkwoord draagt de inhoud.

Infinitief: de handelende persoon blijft algemeen

Gebruik een gewone, onvervoegde infinitief wanneer de uitspraak voor iedereen geldt of wanneer de handelende persoon niet van belang is:

  • É preciso praticar todos os dias. — Je moet elke dag oefenen.
  • É necessário apresentar o passaporte. — Het paspoort moet worden getoond.
  • É possível pagar com cartão. — Betalen met een kaart is mogelijk.
  • É importante dormir bem. — Goed slapen is belangrijk.

In het Nederlands voegen we vaak je, we of men toe om natuurlijk te klinken. Doe dat niet automatisch in het Portugees. É preciso praticar is compleet; você, tu, nós of a gente is niet nodig.

Let ook op de aansluiting. In ‘Het is belangrijk om te oefenen’ hoort om bij de Nederlandse infinitiefconstructie. Het Portugees gebruikt hier geen para: É importante praticar, niet É importante para praticar. Para kan wel elders een doel uitdrukken, maar is geen vast onderdeel van dit patroon.

Que + aanvoegende wijs: een concreet onderwerp

Als je zegt wie de handeling moet uitvoeren of voor wie de mogelijkheid geldt, gebruik je meestal que + een vervoegd werkwoord in de aanvoegende wijs:

  • É preciso que tu estudes mais. — Je moet meer studeren.
  • É necessário que todos tragam identificação. — Iedereen moet een identiteitsbewijs meenemen.
  • É possível que ela chegue tarde. — Mogelijk komt ze laat.
  • É importante que nós conversemos. — Het is belangrijk dat we praten.

Het woord na que is het onderwerp (wie de handeling uitvoert) van de bijzin. Vaak wordt dat onderwerp niet uitgesproken, omdat de Portugese werkwoordsvorm al veel informatie geeft: É importante que descanses wijst door -es al op tu. In Braziliaans Portugees is É importante que você descanse heel gewoon.

De vorm met que is niet alleen een langere versie van de infinitief. Hij maakt het onderwerp concreet en kan daardoor persoonlijker klinken:

  • É importante beber água. — Water drinken is belangrijk, in het algemeen.
  • É importante que bebas água. — Het is belangrijk dat jij water drinkt.

Een derde mogelijkheid: de persoonlijke infinitief

Het Portugees heeft ook een persoonlijke infinitief: een infinitief die laat zien wie handelt. Daardoor kun je een concreet onderwerp noemen zonder que:

  • É importante estudarmos. — Het is belangrijk dat wij studeren.
  • É necessário vocês chegarem cedo. — Het is nodig dat jullie vroeg komen.
  • É possível eles resolverem o problema hoje. — Het is mogelijk dat zij het probleem vandaag oplossen.

Vergelijk de drie mogelijkheden:

Vorm Voorbeeld Nadruk
gewone infinitief É importante participar. deelnemen in het algemeen
persoonlijke infinitief É importante participarmos. dat wij deelnemen; compact
que + aanvoegende wijs É importante que participemos. dat wij deelnemen; expliciete bijzin

De persoonlijke infinitief is kenmerkend voor het Portugees en heeft een eigen onderwerp nodig in je studie. Voor dit B1-onderwerp volstaat het dat je hem herkent als een natuurlijk alternatief.

Betekenisverschillen tussen de kernuitdrukkingen

É preciso en é necessário drukken noodzaak uit. Ze zijn vaak uitwisselbaar, maar é necessário klinkt geregeld wat formeler of nadrukkelijker. É preciso is zeer gebruikelijk in alledaagse aanwijzingen. Let op: preciso kan buiten deze constructie ook ‘nauwkeurig’ betekenen, en preciso de... betekent ‘ik heb ... nodig’.

É importante geeft een beoordeling of advies. Iets is wenselijk en verdient aandacht, maar is niet automatisch verplicht. É possível drukt mogelijkheid uit. Met een infinitief kan het praktische mogelijkheid of toestemming betekenen; met que gaat het vaak om onzekerheid:

  • É possível visitar o museu hoje. — Het museum kan vandaag worden bezocht.
  • É possível que o museu esteja fechado. — Het is mogelijk dat het museum gesloten is.

Há que + infinitief drukt noodzaak of plicht uit zonder een persoon te noemen:

  • Há que respeitar as regras. — Men moet de regels respecteren.

Dit komt van haver, maar betekent hier niet ‘er is/er zijn’. De hele combinatie há que functioneert als vaste onpersoonlijke uitdrukking.

Ontkenning en andere tijden

Zet não vóór de infinitief of vóór het werkwoord in de que-bijzin wanneer de handeling zelf wordt ontkend:

  • É importante não desistir. — Het is belangrijk niet op te geven.
  • É preciso que não se esqueçam do prazo. — Ze mogen de deadline niet vergeten / Het is nodig dat ze die niet vergeten.

Wil je de beoordeling ontkennen, dan staat não vóór é: Não é possível entrar agora betekent ‘Het is nu niet mogelijk binnen te gaan’. Dat is iets anders dan É possível não entrar, ‘Het is mogelijk niet naar binnen te gaan’.

De constructie kan ook in andere tijden staan. De tijd van ser plaatst de noodzaak of beoordeling in verleden of toekomst:

  • Era preciso esperar. — We moesten wachten / Het was nodig te wachten.
  • Foi necessário cancelar a reunião. — Het was nodig de vergadering te annuleren.
  • Será importante confirmar os dados. — Het zal belangrijk zijn de gegevens te bevestigen.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Toelichting
É preciso estudar mais. Je moet meer studeren. Algemene noodzaak; de infinitief noemt geen onderwerp.
É necessário reservar com antecedência. Vooraf reserveren is noodzakelijk. Neutrale of formele instructie.
É possível entrar pela porta lateral. Je kunt via de zijdeur naar binnen. Praktische mogelijkheid.
É importante aprender com os erros. Het is belangrijk van fouten te leren. Algemene beoordeling.
Há que ter cuidado nesta estrada. Men moet voorzichtig zijn op deze weg. Onpersoonlijke verplichting.
É preciso que entregues o relatório hoje. Je moet het verslag vandaag inleveren. Concreet tu-onderwerp; entregues staat in de aanvoegende wijs.
É necessário que os candidatos apresentem o passaporte. De kandidaten moeten hun paspoort tonen. De genoemde groep voert de handeling uit.
É possível que ela esteja em casa. Misschien is ze thuis. Mogelijkheid of onzekerheid.
É importante que você fale com calma. Het is belangrijk dat u/jij rustig praat. Gebruikelijk Braziliaans patroon met você.
É importante ouvirmos todas as opiniões. Het is belangrijk dat wij alle meningen horen. Persoonlijke infinitief voor ‘wij’.
Não é possível pagar em dinheiro. Contant betalen is niet mogelijk. De mogelijkheid zelf wordt ontkend.
É importante não perder o recibo. Het is belangrijk het bonnetje niet kwijt te raken. De infinitief wordt ontkend.
Era preciso sair antes das oito. We moesten vóór acht uur vertrekken. Noodzaak in het verleden.
Será necessário que todos confirmem a presença. Iedereen zal zijn aanwezigheid moeten bevestigen. Toekomstige noodzaak met que en de aanvoegende wijs.
Há que encontrar uma solução duradoura. Er moet een duurzame oplossing worden gevonden. Formeler, vaak in betogende taal.

Veelgemaakte fouten

Na que de gewone tegenwoordige tijd gebruiken

  • Niet goed: É importante que ele aprende português.
  • Wel goed: É importante que ele aprenda português.
  • Waarom: na een onpersoonlijke beoordeling met que staat het werkwoord doorgaans in de aanvoegende wijs. Het Nederlandse ‘dat hij Portugees leert’ verraadt dit verschil niet, want het Nederlands heeft hier geen duidelijk aparte vorm.

Para toevoegen naar het voorbeeld van ‘om te’

  • Niet goed: É necessário para esperar aqui.
  • Wel goed: É necessário esperar aqui.
  • Waarom: de infinitief volgt rechtstreeks op é necessário. Het Nederlandse woord om wordt hier niet met para vertaald.

Twee patronen door elkaar halen

  • Niet goed: É preciso que você estudar mais.
  • Wel goed: É preciso que você estude mais.
  • Ook mogelijk: É preciso você estudar mais, met een persoonlijke infinitief; deze volgorde komt vooral in Braziliaans gebruik voor.
  • Waarom: na que heb je hier de vervoegde aanvoegende wijs nodig: estude. Zonder que kan você estudar als persoonlijke infinitiefconstructie functioneren. Leer die twee mogelijkheden als afzonderlijke patronen.

Há que verwarren met ‘er is dat’

  • Niet goed begrepen: Há que sair = ‘Er is dat men vertrekt.’
  • Juiste betekenis: Há que sair. — Men moet vertrekken.
  • Waarom: há que + infinitief is één vaste uitdrukking van noodzaak. Het zelfstandige existentiële betekent wel ‘er is/er zijn’, zoals in Há um problema.

De plaats van não verkeerd interpreteren

  • Verwarrend: É possível não participar. — Het is mogelijk niet deel te nemen.
  • Bedoeld bij onmogelijkheid: Não é possível participar. — Deelnemen is niet mogelijk.
  • Waarom: de positie van não bepaalt of je de beoordeling ontkent of alleen de handeling.

Gebruiksnotities

In Europees Portugees zijn é preciso, é necessário en há que allemaal gangbaar. Há que klinkt vaak algemener, formeler of betogender dan een persoonlijke zin met ter de of ter que. Je ziet het bijvoorbeeld in commentaren, adviezen en officiële taal: Há que reduzir os custos. In Braziliaans Portugees is há que veel minder gewoon in alledaagse gesprekken en klinkt het doorgaans formeel; é preciso, é necessário en tem que zijn daar vaak natuurlijker.

Vertaal niet elk Nederlands ‘je moet’ automatisch met een onpersoonlijke constructie. Tens de telefonar amanhã (Europees Portugees) of Você tem que ligar amanhã (Braziliaans Portugees) spreekt één persoon direct aan. É preciso telefonar amanhã presenteert dezelfde noodzaak algemener en minder persoonlijk. Dat verschil kan nuttig zijn in regels en instructies, maar ook afstandelijk klinken wanneer een directe vraag passender is.

De uitdrukkingen met é zijn vormelijk enkelvoud zolang de hele infinitief of bijzin wordt beoordeeld: É necessário preencher dois formulários. Wanneer een zelfstandig naamwoord zelf het onderwerp is, kan het bijvoeglijk naamwoord wel meeveranderen: Duas assinaturas são necessárias — ‘Twee handtekeningen zijn nodig’. Dat is geen onpersoonlijke infinitiefconstructie meer.

Verder dan de basis

Tijd en waarschijnlijkheid in de bijzin

In een que-bijzin hangt de werkwoordsvorm samen met het tijdsperspectief. Bij een actuele of toekomstige mogelijkheid gebruik je vaak de tegenwoordige aanvoegende wijs: É possível que chova amanhã. Voor een mogelijkheid over iets dat misschien al gebeurd is, bestaat een samengestelde vorm: É possível que ele tenha esquecido — ‘Misschien is hij het vergeten’.

Na een beoordeling in het verleden verschijnt vaak de onvoltooid verleden tijd van de aanvoegende wijs: Era importante que todos soubessem a verdade — ‘Het was belangrijk dat iedereen de waarheid wist’. Dit is een onderwerp voor een hoger niveau; onthoud voorlopig vooral dat de kernuitdrukking de aanvoegende wijs blijft oproepen, terwijl de precieze tijdsvorm met de context verandert.

Onpersoonlijk se als alternatief

Het Portugees kan algemene regels ook met se formuleren:

  • Pode-se entrar por aqui. — Men kan hier naar binnen.
  • Deve-se desligar o telemóvel. — Men moet de mobiele telefoon uitzetten.

Deze zinnen leggen meer nadruk op wat men kan of moet doen. É possível entrar por aqui en É necessário desligar o telemóvel beoordelen eerder de handeling als mogelijk of noodzakelijk. In veel contexten liggen de betekenissen dicht bij elkaar, maar de grammaticale bouw is anders.

Geen denkbeeldig ‘het’ invullen

In het Nederlands is ‘het’ grammaticaal verplicht in ‘Het is belangrijk dat...’. In het Portugees staat vóór é geen equivalent van dat lege ‘het’: É importante que venhas. Het Portugese ele betekent een echte mannelijke persoon of een mannelijk genoemd ding en hoort hier dus niet: Ele é importante que venhas is fout voor de bedoelde onpersoonlijke betekenis.

Oefentips

  1. Maak drietallen. Begin met É importante estudar. Maak daarna een persoonlijke infinitief, bijvoorbeeld É importante estudarmos, en ten slotte een bijzin: É importante que estudemos. Zo oefen je tegelijk betekenis en vorm.
  2. Vertaal de functie, niet elk woord. Neem Nederlandse zinnen met ‘je kunt’, ‘je moet’, ‘het is belangrijk’ en ‘misschien’. Vraag eerst of de Portugese zin algemeen of persoonlijk moet zijn. Kies pas daarna tussen infinitief en que + conjuntivo.
  3. Luister op vaste blokken. Noteer in nieuws, podcasts of gesprekken telkens het hele begin — é preciso, é possível que, há que — plus het werkwoord erna. Sorteer je voorbeelden in ‘infinitief’, ‘persoonlijke infinitief’ en ‘aanvoegende wijs’.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Há: er is en er zijn in het PortugeesA1

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Construções Impessoais in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen